Service menu right

Horizon 2020: Fast Track to Innovation

Werkt u samen met buitenlandse partijen aan een innovatief product, proces of dienst, maar heeft u versnelling nodig? Kijk of u in aanmerking komt voor FTI subsidie. Alle partijen moeten een duidelijke business-to-business of business-to-consumer case hebben en uw project moet binnen 3 jaar vanaf de start op de markt kunnen komen.

Een FTI-project moet bijdragen aan de algemene doelstellingen van Horizon 2020 (het versterken van het industriële leiderschap van het Europese bedrijfsleven en/of het bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke opgaven), maar kent verder geen vooraf bepaalde thema’s waaraan een project moet voldoen. De Europese Commissie hoopt dat zo meer bedrijven aan het programma mee gaan doen.

Sluitingsdata (cut off dates)

FTI werkt met een doorlopende oproep en het indienen van een projectvoorstel kan op ieder moment. Wel zijn er 3 sluitingsdata (cut off dates): momenten waarop alle dan ingediende voorstellen beoordeeld worden. De tijd tot het afsluiten van de subsidieovereenkomst (en daarmee de start van het project) is 6 maanden vanaf de sluitingsdatum (cut off date).

Voor 2019 zijn de sluitingsdata:

  • 21 februari
  • 23 mei
  • 22 oktober.

Bekijk het overzicht met gehonoreerde projecten.

Budget

De maximale projectsubsidie is € 3 miljoen, maar de Europese Commissie ziet € 1 tot € 2 miljoen als de richtlijn. In 2019 is € 100 miljoen beschikbaar die gelijkelijk wordt verdeeld over de 3 oproepen (calls).

Voorwaarden

Uw project moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

Vereisten consortium

Europese samenwerking is een vereiste en het consortium moet minimaal 3 en maximaal 5 partners uit de EU-lidstaten of de geassocieerde landen bevatten. In dat consortium moet bedrijfsleven de meerderheid vormen, maar kennisinstellingen en publieke organisaties mogen wel meedoen. Binnen 3 jaar na de start van het project moet marktintroductie plaatsvinden.

Projectsubsidie

De beoordeling van projectaanvragen vindt plaats op 3 punten:

  • Impact: aanzienlijke sociaal-economische waardecreatie met een sterke business case
  • Excellentie: 'beyond the current state-of-the-art in its field'
  • Implementatie: de potentie van het team om doelen te bereiken
De kracht van het unieke karakter van een project en een sterke business case zijn leidend in de beoordeling.

Video-uitleg over FTI

FTI - Horizon 2020: uitleg regeling

  • Uitgeschreven tekst

    Welkom allemaal, welkom bij deze break-out sessie over ‘Fast Track to Innovation’. Afgelopen week ben ik bezig geweest met het voorbereiden van deze sessie en gistermiddag was ik ’n beetje klaar en toe dacht ik: ik wil even wat ontspannends doen.En wat ik dan altijd zelf doe, ik ga naar de geitenboerderij om geitjes te knuffelen. Dat vind ik hartstikke leuk. Ik word daar heel rustig van, mijn ademhaling wordt ’n stuk rustiger; je gaat rustig inademen, rustig uitademen.
    Doet u allemaal even mee. Even rustig inademen en weer rustig uitademen. Voelt lekker toch? Denk er ook nog even een berg geitjes bovenop en ik ben gelukkig. Dat in- en uitademen wat je zonet even deed, dat gaat voor sommige mensen ’n heel stuk lastiger. Dat zijn namelijk de mensen die aan beademing liggen. Gelukkig is er een Nederlands bedrijf, Ventinova, dat bezig is met het verbeteren van het beademen van patiënten. Daar gaan jullie zo alles over horen. Nog even terug naar die geitjes van daarnet. Want ik lig daar dus onder een berg geitjes, ik ben dolgelukkig, maar er is ook een tijd geweest dat dit niet kon vanwege de Q-koorts. Nu is er ook een ander Nederlands bedrijf, Innatoss, dat bezig is met diagnostiek van Q-koorts. Dat zijn de twee bedrijven die we zo dadelijk aan het woord krijgen.
    Wat hen verbindt is ‘Fast Track to Innovation’. Beiden hebben zij deze subsidie uit het Horizon 2020 programma mogen ontvangen in 2015/2016. Dit instrument is bedoeld om innovaties versneld naar de markt te kunnen brengen. De Europese commissie heeft bedacht; wij willen werkgelegenheid creëren in Europa en wij willen er voor zorgen dat Europa voorloper wordt op technische innovaties en ‘Fast Track to Innovation’ is één van de instrumenten die ze daarvoor gebruiken om dat te stimuleren. Het is leuk dat de commissie dit wil, maar is het ook iets voor jou? Dat is eigenlijk een belangrijkere vraag. Dit is een hele lange zin uit het werkprogramma - ze houden van lange zinnen - maar er staan wel ‘n aantal essentiële begrippen in waar je aan moet voldoen. Eigenlijk moet je ieder woord in deze zin als een boxje af kunnen vinken en dan past het instrument bij jou. We gaan ze even kort doornemen. ‘Relatively mature’; dat betekent dus niet ‘een idee wat je gister bedacht hebt’, want dat is meestal niet ‘relatively mature’. Het gaat hier echt om innovaties die al bijna marktklaar zijn. ‘Ground-breaking new technologies’; het moet iets nieuws zijn.
    En met iets ‘nieuws’ bedoelen ze niet alleen iets ‘nice to have’, maar ook echt een ‘need to have’. Dus je moet echt oprecht iets verbeteren. 1% verbetering is niet genoeg, 50% verbetering of meer, dat is waar ze voor gaan. Het moet ‘final development’ zijn. Dat betekent dus ook weer, net als ‘relatively mature’, dat er nog maar ’n paar kleine stappen gezet moeten worden. En het liefst niet eens ‘development’, maar je moet het vooral over optimalisatie hebben en opschalen. ‘Een nieuwe markt creëren’. Daar zijn ze iets van teruggekomen, want allemaal een nieuwe markt creëren wordt wat lastig. Dus het ‘disrupten’ van een bestaande markt mag in dit geval ook. En ‘achieve wider deployment’; dus ervoor zorgen dat het zo groots mogelijk uitgerold kan worden. Dat is waar het instrument voor bedoeld is. Hoe vertaal je dit nu even in praktische zin? Wat we vaak zien binnen Fast Track to Innovation projecten, is dat een ondernemer samenwerkt met andere ondernemers, dat er vaak ook academische partijen bij worden betrokken om met de eindgebruikers vaak al een product te gaan testen en valideren in een industriële relevante omgeving. Dat kan zijn in een lab als dat ook de uiteindelijke toepassing is, maar vaak is het groter en buiten het lab, dus je zult in dat stadium al moeten gaan denken in dit geval. Een kleine stukje droge stof; wat houdt de regeling dan verder in? Een kleine stukje droge stof; wat houdt de regeling dan verder in? Dat is fijn, zoveel vrijheid, maar wat we wel zien zijn toch wel een aantal trends; vooral ‘clinical medicine’, ‘ICT’ en ‘electronic engineering’ zijn de ‘topics’ die het vaakst worden ingediend en ook het vaakst winnen binnen dit instrument. Dit is in heel Europa zo, maar het geldt ook voor Nederland. De slaagkansen liggen rond de 8% en dat is redelijk hoog voor een Europees programma. De afgelopen rondes zijn er meestal tussen de 200 en 250 indieningen geweest en er worden er ongeveer vijftien per rondje toegekend. Er is dus behoorlijk wat competitie, maar als u een goed project heeft dan is er wel degelijk een goede kans. TRL 6 - 8, is iedereen bekend met ‘Technology readiness levels’ in de zaal? Nee? Nee. ‘Technology readiness levels’, dat is waar het voor staat. Het is een manier om aan te geven hoe ver de innovatie ontwikkeld is en in dit geval gaat het om 6 tot 8. Dit betekent dat het gedemonstreerd en gevalideerd is in een relevante omgeving. Er valt nog te discussiëren over wat dat dan precies is, maar dit is een schaal die de Europese Commissie aanhoudt om innovatie te kunnen meten. Wie meet dat en wie bepaalt dat? Dat doet u vooral zelf. U geeft namelijk aan in uw voorstel: dit is wat ik al heb gedaan, dit is wat ik nog wil gaan doen. En op basis daarvan kun je een inschatting maken; ik zit op TRL 6, 7, 8 of niet en ook de activiteiten in het project moeten daarbij passen. Dus als u zegt: ik zit op TRL 6 en u beschrijft alleen maar R&D-activiteiten in uw projectvoorstel, dan bent u nog niet op TRL 6. Dus dat is uw eigen inschatting. Maar het wordt wel beoordeeld op die manier. Wat doen de universiteiten in over ‘Fast Track to Innovation’? - Is een hele goede. Klopt. Dat gaat over de technologie en innovatie. Universiteiten, en vooral academische ziekenhuizen worden gebruikt omdat daar de patiënten te vinden zijn. Daar gaan we zo verder op in tijdens het interview. Maar inderdaad een hele goede vraag. Eigenlijk nog belangrijker dan het TRL-niveau is het puntje dat rechts onderin staat; ‘na drie jaar marktopname’. Dat is iets waar heel sterk naar gekeken wordt. Jouw product moet binnen drie jaar na de start van het project op de markt zijn. Gelukkig beseft men ook dat binnen ‘Life Sciences & Health’ dit lang niet altijd het geval is en dat is dus de uitzondering. Daar mag een project ook langer er over doen om een product op de markt te brengen. Bijvoorbeeld de klinische studies, ja, na drie jaar ben je echt nog niet op de markt natuurlijk. Maar je moet wel heel goed kunnen beschrijven wat je nog moet gaan doen et cetera. Daar gaan we het straks in het interview ook nog even over hebben. 3 miljoen per project. Dat zijn flinke bedragen die je kunt krijgen. ‘Per project’ betekend dat dus dat je het moet delen met al je partners waarbij het voor universiteiten een zeer aantrekkelijke regeling kan zijn omdat not-for-profit organisaties 100% van de eligible kosten gesubsidieerd kunnen krijgen. Voor for-profit entiteiten - dus industriële partijen, MKB - geldt een grens van 70%. Maar nog steeds substantieel bedrag wat je vergoed kunt krijgen voor je activiteiten. U vroeg net naar de universiteiten; hoe passen deze dan in zo’n consortium? Het consortium is één van de belangrijkste punten binnen ‘Fast Track to Innovation’. Je moet een minimum hebben van 3 vaste partners en een maximum van 5 partners. Dat is gewoon een voorwaarde. Voldoe je daar niet aan, dan gaan we iets anders voor je vinden. Er moeten er ook minimaal 3 uit de ‘EU Member States of Associated Countries’ vandaan komen, zoals bijvoorbeeld Israël omdat het echt gaat om samenwerking in dit geval. Je mag het niet in je eentje doen, je moet het met meerderen doen en ze willen graag ‘cross country’, ‘interdisciplinair’, ze willen alles er in zien. Dus eigenlijk een echte PPS, dat is wat ze zoeken. Nu hebben ze er wel een grens aan gesteld omdat het wel een programma is voor de industrie. Dat betekent dat óf 60% van het volledige budget aan de industrie besteed moet worden óf een meerderheid van industriële partijen. Dus bij een consortium van 3 of 4 moeten er 2 industriële partijen zijn, bij een consortium van 5 moeten het er 3 zijn. En industriële partijen zien ze in dit geval als alle for-profit-organisaties. MKB’s vallen daar dus ook onder. Hoe doen we het in Nederland? Best wel goed als we het vergelijken met andere landen. We hebben tot nu toe 16 projecten met een Nederlandse coördinator, wat goed is voor iets meer dan 33 miljoen wat in Nederland gealloceerd is geweest. Maar zoals je aan de linker kant ziet, er zijn 65 participanten, dus er zijn veel meer deelnemers dan dat we projecten hebben in Nederland. Dat komt omdat er in een aantal projecten meerder Nederlandse partijen zitten, maar het gebeurt ook heel vaak dat Nederlandse partijen door buitenlandse coördinatoren gevraagd worden om mee te doen. Vooral de academische ziekenhuizen of de hele specialistische MKB zie je vaak terugkomen in de Fast Track to innovatieprojecten. Klein uitstapje naar Duitsland. Onze buren doen het ook heel goed in Fast Track to Innovation en zijn een hele belangrijke samenwerkingspartner. Zeker binnen de Life Sciences. Zij hebben maar 11 projecten als coördinator; ze houden er niet zo van om te coördineren daar. Daar staat tegenover dat ze wel bijna 100 participanten hebben. Dus we kunnen echt nog wat meer doen als Nederland denk ik. En vandaar dat we ook dit moment hebben aangegrepen om jullie nu over Fast Track te vertellen als PPS-instrument. Een aantal voorbeelden. We gaan er zo meteen twee horen; Innatos en Ventinova gaan hier zometeen geïnterviewd worden voor jullie. Maar er zijn er meer, bijvoorbeeld Incision Group, Prolira heeft vorig jaar de subsidie gehad en ook Labonovum heeft vorig jaar Fast Track to Innovation toegekend gekregen. Ook buiten de Life Sciences sector zijn ze er natuurlijk, maar gezien het thema van vandaag dacht ik: ik geef jullie even wat Life Sciences voorbeelden. Even puur praktisch; denk je nou van “goh, klinkt wel interessant, daar wil ik wat mee”, er zijn nog 5 deadlines dit jaar en volgend jaar. Dus je hebt nog even om erover na te denken en om in te gaan dienen. Wel is het zo dat het daarna helaas stopt, dus dan zijn wel al je kansen verkeken, maar er komen natuurlijk nieuwe instrumenten aan. De ‘time-to-contract’ is een vraag die we nogal regelmatig krijgen over dit instrument. Die is maximaal 6 maanden na indiening, maar vaak is het wel sneller. Want je hoort meestal 5 á 6 weken na indiening of je het bent geworden of niet en dan komt de fase van het tekenen van de Grant Agreement. En je hebt vrij vaak zelf in de hand hoe lang dat proces duurt. Want we zien dat het tekenen van het Consortium Agreement tussen de partijen zelf vaak de bottleneck is. Niet zozeer met de commissie, maar dat iedereen het eens wordt over de IP en over de afspraken et cetera. Dus wees je daarvan bewust en bereid dit ook al zo veel mogelijk voor dan kun je sneller beginnen. Als u later vragen heeft kunt u ons hier bereiken. Zijn er voor nu op dit moment vragen over dit stukje droge stof? Meneer.
    Als je ’n een projectidee hebt, kunnen jullie dan ook helpen met het zoeken naar partners in bijvoorbeeld Duitsland en België? Ja, vanuit de RVO hebben we verschillende services die we aanbieden. Het zoeken van partners is iets waar onze collega’s van EEN, Enterprise Europe Network heel goed in zijn. Michelle is onze Life Sciences & Health collega en zij heeft een enorme database met allerlei partijen die op zoek zijn naar een partner of gevonden willen worden door een potentiële partner. Dus als je daar een specifiek verzoek voor hebt dan kan Michelle je daar zeker bij helpen. Absoluut.

FTI - Horizon 2020: ervaring van ondernemers

  • Uitgeschreven tekst

    Hoe is het begonnen? Hoe ben je tot Fast Track to Innovation gekomen? We hebben op een gegeven moment de call-tekst - ik weet even niet hoe deze Dirk ter ore is gekomen – doorgelezen. Toen ben ik naar een RVO-dag geweest, dat was volgens mij in Hoofddorp. Tonnie Rijkers heeft toen keurig verteld wat het inhoudt. Toen ben ik naar haar toe gegaan en heb gezegd “dit is ons businessplan”. “Ik denk dat het wel redelijk fit”. En zij zei “nou, dat denk ik ook”. “Laten we daar vooral even verder over praten”. En zo hebben we contact gehouden, we zijn gaan schrijven en Tonnie heeft gereviewd, toen ingediend en we hadden ‘m. Zo simpel is het. Anja, welke kansen zagen jullie in specifiek deze subsidie? Ik denk dat we vooral zagen dat het idee van Fast Track to Innovation, dat je gefaciliteerd wordt om je product van waar je bent op dat moment ook daadwerkelijk de markt op te krijgen, er eigenlijk helemaal in zat. En dan is het werken in een consortium, ik heb dat in mijn oude job ook veel gedaan, eigenlijk heel inspirerend. Prima om het ook op die manier aan te pakken. Hoe hebben jullie de partners gevonden voor dit project? Wij zijn de coördinator van het project en het was voor ons vrij snel duidelijk dat we een academische partij nodig hadden. We hadden een partij nodig die een stuk van de Borrelia bacterie maakte. Daar werkte we niet mee samen, maar dat was één van onze leveranciers. We hadden ook een designfirma nodig dus we hebben tegen het subsidiebureau gezegd “dit is wat we nodig hebben voor het project”. De leverancier van de antigenen die kenden we zelf dus die hebben zij wel opgebeld, maar wij hebben hen aangeleverd. Zij hebben een aantal designfirma’s voor ons benaderd. Daar zijn we ook langs geweest. Dat was een soort sollicitatiegesprek; wat past bij ons? Toen zijn we uiteindelijk bij npk terecht gekomen. En eigenlijk voor de academische partij gold hetzelfde; dat zij een aantal partijen in Europa hebben opgebeld - Nederland was uitgesloten, want we hadden al 2 Nederlandse partners – “zijn jullie geïnteresseerd om aan dit project mee te doen en over dit project mee te denken en aan het einde de validatie uit te voeren?” Zo zijn we uiteindelijk in Wenen terecht gekomen. José, hebben jullie ook gebruik gemaakt van een subsidieadviesbureau of hebben jullie het allemaal zelf gedaan? Hoe heb jij je partners gevonden? En vooral ook je Deense, bedenk ik me ineens heel snel. We hadden een businessplan, het businessplan van Ventinova. En we dachten, we hebben toegevoegde waarde. Een patiënten die aan de keel geopereerd worden en patiënten die moeilijk beademd worden; longen. We hebben toen 2 academische partners gezocht. De Franse partner had veel ervaring met luchtwegmanagement en de Duitse met longfysiologie. We hadden inmiddels wel een netwerk opgebouwd in de academische wereld, dus die kenden we via via. Met Michael Kristensen, die zit in Copenhagen, hadden we inmiddels al een goede samenwerking gestart. Hij is zo’n aardige man. Ik zei “Michael, ik heb een probleem, kun je me helpen”? “Natuurlijk” zei hij. Hem konden we heel snel inschakelen. Dat is gewoon iets uit ons netwerk. Tijdens het schrijven heeft Tonnie ’n keer gereviewd en we hebben nog ’n keer een consultant laten reviewen. Het is een beetje een mengelmoes geweest van mensen die je toch al kende? Ja, - Die al in je netwerk zaten, maar toch ook wel een aantal nieuwe. De Franse partners kenden we dus niet goed. Die zijn er ook uit gegaan uiteindelijk. Ja, dit vind ik ook wel een belangrijke tip omdat het consortium, daar valt of staat je project mee, heel goed uit te kiezen. Het is ’n beetje een open deur natuurlijk, maar helaas we zien het toch wel gebeuren dat het mis gaat in de samenwerkingen. Dus denk heel goed na met wie je samenwerkt. Het makkelijkste is als je mensen natuurlijk al kent. Dan moet je altijd nog ’n klein beetje oppassen dat je ze niet te goed kent, want dan is het niet altijd meer een samenwerking. Maar dat is wel de ‘way to go’ denk ik voor Fast Track to Innovation. Welke voorwaarden helpen ondernemingen of onderzoekers en welke ..? Wanneer voelt het als helpen en wanneer voelt het als een verplichting? Ja. José, wil jij deze pakken? Wij hadden die landen. Voor ons helpt het wel omdat je daarmee de samenwerking met de academische partners in het buitenland gelijk bewerkstelligd. We zijn echt practisch betrokken. Dit is bedoeld om een afzet te creëren in Europa en .. het helpt dan wel als je lokaal, in verschillende landen partners hebt zitten die ook dezelfde boodschap kunnen uitdragen. Dat zet je alvast gelijk een stapje meer Europa in qua het verspreiden van de boodschap. Wij hadden natuurlijk een Lyme-test en in ons hoofd zat dé manier waarop diagnostiek in Nederland vergoed wordt. Maar ik denk dat onze allereerste bijeenkomst, toen hadden we het over markt en health technology assessment, en de mensen uit Oostenrijk zeiden: “Ja maar bij ons gaat dat heel anders.” En toen zeiden die uit Duitsland: “Oh maar bij ons ook! Nog heel anders.” “Hoe krijg je het in Oostenrijk op de markt?” “Ja”, zei onze partner, “Dan bellen ze mij.” Ik denk: Okay dan hebben we in ieder geval de goede partner. Als je het alleen maar vanuit Nederland had gedaan dan had je misschien heel erg gefocust op de Nederlandse markt, dan had je misschien heel erg gefocust op de Nederlandse markt, ,aar wij hebben dus naar Oosterijk, Duitsland, Nederland, maar ook naar Zweden, wat een heel belangrijk land is en dan kom je er dus alleen al achter, en gelukkig dus in een vroeg stadium, dat de vergoedingssystematiek in al die landen zo gigantisch anders is. Dus daar moet je echt rekening mee houden. Als we dus niet zo’n EU-consortium hadden gehad, dan waren we daar niet meteen met onze neuzen op gedrukt. Van, hé, dit werkt in ons land heel anders. Dus voor mensen die internationaal willen ondernemen: voor sommige dingen maakt dat misschien niks uit, maar in de health care moet je wel echt je werk voor elk land een beetje opnieuw doen. Hebben jullie over het procesgedeelte tips voor de zaal? Want dit zijn misschien de potentiële mensen die een Fast Track to Innovation gaan indienen. Ik denk dat je echt moet zorgen dat je óf zelf er heel veel tijd voor uit kan trekken, dat je zegt van: “Ik heb een maand de tijd en dit is wat ik deze maand ga doen, dat is prima.” Als je dat niet hebt, ik bedoel wij hadden natuurlijk ook een klein bedrijf en we deden allerlei andere dingen, dan is toch, ik had zelf altijd een aversie tegen subsidiebureaus, maar het werkt gewoon wel. Dus dat iemand er echt even voor gaan zitten, iemand die heel goed begrijpt wat die key-words zijn, al die woorden die daar in staan zijn dus essentieel. Dat je dat terug laat komen en dat je dan dus de call-tekst bijna kan dromen, en dus overal waar je nog een tekst toevoegt denkt van: Dat past bij die call-tekst, dat stuk past bij dat stuk. Dat is heel belangrijk. Dus daar moet je óf zelf gewoon de tijd voor hebben, of je moet het iemand anders laten doen. José, heb jij nog een andere tip?
    Ja: focus. Zoveel mogelijk zelf, of in ieder geval je eigen businessplan. Vaak willen academische of andere partners ook nog iets, een zijpaadje bewandelen, wat dingetjes uitzoeken. Ik denk dat je gewoon die focus moet houden. Ik weet nog de feedback van Tonnie toen, we hadden overlegd. “Zullen we dit toevoegen?” “Nee niet doen, strak houden, strak plan.” En dat hebben we aangehouden. Het ging net over focus, en partners die zijpaden hebben. Dat is mijn ervaring ook met academische partners, die willen allerlei kleine dingetjes er nog in. Is het bezwaar daartegen het gebrek aan focus voor de hele aanvraag of is het bezwaar daartegen dat die misschien niet zo mature zijn en afbreuk doen aan het TRL-niveau van je hele aanvraag? Of is het een interactie van die twee? Of is het iets heel anders? Wat is die driver voor die focus? Is het belangrijk dat de aanvraag in een summary in een zin kan worden, of is het belangrijk dat het allemaal synchroon loopt?
    Ik denk dat je een pad moet kiezen: wat is het hoofddoel? En als je – dat is de feedback die ik van RVO kreeg – een hoofddoel hebt, wat is het belangrijkste dat behaald moet worden in dit traject? En uiteindelijk heeft de academisch partner nog wel wat extra bench-tests gedaan, en dingen die zij leuk vonden om te doen. Maar die hebben we ook niet beschreven in project, vooraf. Je ziet ook, dat is het voordeel van Fast Track: je mag maar vijf partners hebben. Dus allerlei mensen, ballast, die ook allemaal wat willen, past helemaal niet in die vijf partners. En het leidt ook tijdens de project ontzettend af. Dan ben je op een gegeven moment mensen aan het managen, en ik denk dat dat het verschil is tussen een academisch consortium binnen Horizon 2020, waar al die mensen graag met elkaar samenwerken en congressen organiseren met elkaar en heel veel kennis uitwisselen en een Fast Track to Innovation, wat echt bedoeld is om een product op de markt te krijgen. En dan zijn, inderdaad, wat jij zegt: Als mensen denken: “Oh dat kan ik er ook wel bij doen”. Dat is prima daar moppert nooit iemand over maar het moet duidelijk zijn, voor iedereen, wat de stip op de horizon is. José, jij liet een heel mooi schema zien van medewerkers die jij had en medewerkers die je nu hebt.
    En dat dit een verschil is geweest binnen Fast Track. Welke impact heeft dit nog meer gehad voor jullie als Ventinova, maar ook voor je partners? Begin even bij jezelf. Ik kwam in februari 2015 binnen in een bedrijf, als enige met een klinische achtergrond. Toen zijn we dit traject aangegaan Toen zijn we dit traject aangegaan en inmiddels hebben we meer mensen aan kunnen nemen met een klinische achtergrond, een meer klinische tak, die in een klinische tak werken. Ik ben nu ook naar het MT gegroeid, want we hebben het hele team uitgebreid, meer expertises gekregen. Wij hebben nu ook een sales-directeur aangetrokken, een COO hebben we aangetrokken, we hebben een groot distributienetwerk, we zijn in de markt. Ventinova is echt wel significant gegroeid. De partner Unitron was niet bekend met de productie van dit type medisch apparaat. Zij hebben dit dus ook kunnen leren en zij kunnen dit nu ook goed, dus voor hen is het ook een uitbreiding van expertise. Freiburg die doet nog steeds onderzoek, die wil ook doorgaan met dit type onderzoek. En in Copenhagen zijn we nu mee bezig om daar een referentiesite voor ons te maken, zodat zij trainingen kunnen gaan verzorgen en de technologie, het voordeel voor de patiënt, goed kunnen uitleggen. Dus daar zijn we nu mee bezig. Dus eigenlijk een win voor iedereen in dit geval – Ja. Nu hoorde ik het jou in de pauze ook al zeggen Anja: dat dit bij jullie ook wel een beetje zo zit, en dat er ook heel veel samenwerking is tussen de partners buiten dit project. Nou wat je ziet, is dat mensen elkaar leren kennen en dat ze dan ook andere dingen met elkaar gaan doen. Dus de producent van allerlei antigenen, die doet dat niet alleen voor Lyme, maar doet dat ook voor allerlei andere ziekten. Dus die werkt dan weer in een soort zijproject met de academische groep. En wij zijn ook met hun bezig om te kijken of er nog een ander type Lyme-test verder zouden kunnen ontwikkelen. Dus dat netwerk, dat werkt echt. En je ziet dat de netwerkpartners je weer introduceren bij hun partners, die ze ook weer uit ander gebieden kennen. Wij zijn tijdens het project, we zitten nu nog in het project, zijn we gegroeid. Dat had als ander voordeel, een ander project dat stopte, dus we zijn uiteindelijk niet nog meer gegroeid. Maar wel gewoon stabiel gebleven. Ik weet niet of de andere industriële partijen - onze design firma, is een hele established design club - ons project doen, of ons project niet doen.
    Dat zal voor hun totaalomzet niet zo heel erg veel uitmaken. Maar het is wel weer een gebied waar ze niet in zaten, ze waren ook altijd gewend om alleen mooie plaatjes te maken en dan gaven ze de mooie plaatjes aan de Philips-en en de GE’s en die maakten uiteindelijk het apparaat. Nu zitten ze opeens dat ze met een spuitgieterij in China moeten overleggen over hoe ze dit ding moeten gaan maken. Dus dat leverde in het begin wel wat weerstand op. Maar toch ook wel hele nieuwe ervaringen, dus ik denk dat er niet veel mensen zijn die zull en zeggen: Dit doen we nooit meer. Dat lijkt me echt onwaarschijnlijk. Stel dat je een investeerder aan boord hebt, maar als het vergelijkt met bijvoorbeeld een SME-fase II instrument, Waarom zou je dan hiervoor kiezen? Of juist voor de ander? Want ik kan me ook voorstellen dat het heel veel vrijheid geeft als je niet met partners hoeft samen te werken. Ik ga even heel kort onderbreken voordat jullie antwoord geven. Het SME-instrument fase II is ook een subsidie voor 70 procent, voor 2,5 miljoen, die je in je eentje mag doen.
    Dus je mag als single MKB deze subsidie aanvragen en hij is eigenlijk voor exact dezelfde fase als Fast Track to Innovation. Het grote verschil zit met name tussen “in je eentje” of met een groepje mensen. Even heel zwart wit gezegd, pin me er niet op vast, voor nu is dat even de uitleg. Ik zei net, zelfde als antwoord bij iemand anders: Je hebt altijd meerdere ijzers in het vuur. Ja, een SME-fase II is ook prima, hebben wij ook geprobeerd, maar die hebben we niet gekregen en deze hebben we wel gekregen. Dat is eigenlijk het simpele antwoord: doe en en. Het schrijfwerk is zeer vergelijkbaar en als je het ene verhaal al opgeschreven hebt dan heb je het andere verhaal ook zo opgeschreven. En dat is iets dat we vrij vaak zien voor deze twee instrumenten, zeker binnen de Life Sciences, omdat het gewoon een heavily subsidised market is eigenlijk zie je toch wel dat veel bedrijven zowel inzetten op SME Fase II als op Fast Track to Innovation. Waarbij de slaagkans van Fast Track behoorlijk wat hoger is dan bij het SME-instrument. Maar de kracht zit ‘m hierin juist in het samenwerken. Als je een heel goed consortium hebt, dan adviseer ik mensen altijd, ga voor Fast Track to Innovation. Want dat is waar je op je gaat bouwen. En voor het SME-instrument is het de bedoeling dat je het in je eentje gaat redden. Zouden jullie het nog een keer doen? Ja zeker! Ik zou het zeker nog een keer doen. De strakke deadlines, die je zelf gedefinieerd hebt in je projectplan, dat is ook voor de academie, die vaak nog een keer extra onderzoek willen doen, voordat ze het überhaupt naar buiten willen gaan brengen - We hebben gewoon een werkpakket disseminatie: “jongens het moet naar buiten”. Submit maar naar een congres, een abstract. En dan kunnen we er mee naar buiten. Want die data hebben we nodig om te verkopen.Terwijl anders zou dat misschien op de lange baan geschoven zijn. Ik zou het zeker nog een keer doen. Ook de samenwerkingen die er ontstaan zijn.
    De dingen die zij gezien hebben, de nieuwe input. Ik vond het echt prima. Anja, heb jij een laatste afsluitende tip voor de zaal, over Fast Track to Innovation? Gewoon doen. Nou dat is kort maar krachtig.Nog iets op aan te vullen Jose? Nou eigenlijk niet, nee, gewoon schrijven.

Meer weten?