Veelgestelde vragen codes circulair en duurzaam bouwen | RVO.nl | Rijksdienst

Service menu right

Veelgestelde vragen codes circulair en duurzaam bouwen

Op deze pagina staan de veelgestelde vragen en antwoorden over de codes circulair bouwen en duurzaam bouwen.

Deze vragen en antwoorden hebben we op deze pagina gegroepeerd onder:       

  • CIRCULAIRE GEBOUWEN
  • DUURZAME GEBOUWEN
  • MATERIALEN EN INRICHTING

Veelgestelde vragen

CIRCULAIRE GEBOUWEN

Welke resultaten van het circulaire bouwproject deelt RVO op het Podium Duurzame gebouwen?

U vindt dit in de Handreiking Circulaire gebouwen op de Milieulijst 2021. Hierin staat welke resultaten van het project verplicht zijn om te delen. Daarnaast staat het u vrij om meer informatie te delen.

Moet je gebruik maken van een GPR- of BREEAM-assessor voor het assessmentrapport voor het circulaire gebouw? 

Ja. Het gaat hier om de inzet van een GPR of BREEAM voor de borging van de gestelde eisen in de Milieulijst-codes voor circulaire gebouwen.

Het gaat hier niet om een assessmentrapport volgens de volledige maatlatmethodiek van GPR of BREEAM. 

Is het mogelijk om een andere maatlat parallel te laten lopen voor de duurzaamheid van het gebouw?

Ja, dat is mogelijk. Wanneer er gemeld wordt voor een circulair gebouw is het mogelijk om daarnaast ook een BREEAM- of GPR- of LEED- traject voor het betreffende gebouw te volgen. De investering voor het gebouw kan echter maar 1 keer gemeld worden voor MIA. Wanneer blijkt dat het gebouw niet aan de circulaire eisen kan voldoen, is het mogelijk om de gemelde code te wijzigen. Let op: u moet dan wel aan de eisen voldoen zoals gesteld onder de andere code.

Ik heb een eigen bedrijf. Kan ik de investering in mijn eigen woning melden voor G 6102?

Ja, als uw bedrijf investeert in de circulaire woning.

Hoe ziet een materialenpaspoort er uit?

Het materialenpaspoort is nog sterk in ontwikkeling. Daarom is er helaas nog geen standaard voor.

In het materialenpaspoort moet inzicht in losmaakbaarheid en toxiciteit zijn opgenomen. Hoe toon ik dit aan?

Deze thema’s zijn fors in ontwikkeling. Meer informatie over deze onderwerpen vindt u bijvoorbeeld in een handreiking, leidraad of rapport over de Circulaire bouweconomie.

Wat zijn categorie 1 productkaarten?

De Nationale Milieudatabase (NMD) is gevuld met productkaarten. Een productkaart bevat algemene informatie over het product, zoals de naam, levensduur en functionele eenheid. Daarnaast ook de milieu-informatie die verkregen is uit een levenscyclusanalyse.

Er zijn drie categorieën productkaarten te onderscheiden. Categorie 1 houdt in dat er merkgebonden data van fabrikanten en toeleveranciers in staan. Deze zijn getoetst door een onafhankelijke gekwalificeerde 3e partij volgens het NMD-toetsingsprotocol.

Waarom vraagt RVO om categorie 1 productkaarten?

RVO vraagt om categorie 1 productkaarten omdat deze kaarten de meest nauwkeurige informatie geven over de milieuprestatie.

Waar vind ik bouwmaterialen met een categorie 1 productkaart?

Deze vindt u in de Nationale Milieu Database (NMD).

Hoe zorg ik dat materialen met een product 1 categoriekaart in de NMD komen?

Uw fabrikant of toeleverancier moet dan milieudata van het product of materiaal overeenkomstig de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken aanleveren bij de Nationale Milieudatabase. Deze moeten volgens het 'Toetsingsprotocol' zijn opgesteld.

Eis is onder andere een uitgevoerde levenscyclusanalyse (LCA) voor het betreffende product. Over de bepalingsmethode en het toetsingsprotocol is verwijzen we naar informatie voor LCA-uitvoerders van de Nationale Milieudatabase.

Hoe kan ik nagaan of de gebruikte materialen met een categorie 1 productkaart 50% gerecyclede content of voor 20% producthergebruik bevatten?

U kunt dit zien in de Nationale Milieudatabase als u gemachtigd bent. Bent u niet gemachtigd? Dan kunnen de MPG-opstellers dit voor u doen.

Hoe toon ik voor het circulaire gebouw het gebruik aan van 5 materialen of producten met een categorie 1-productkaart met het gevraagde percentage gerecyclede content of producthergebruik?

Uit de MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) moet blijken om welke categorie 1-producten het gaat en u moet hierbij het unieke productcodenummer vermelden. Dit nummer is ook te vinden in de Nationale Milieudatabase (NMD).

DUURZAME GEBOUWEN

Hoe toon ik aan dat al het nieuwe hout in mijn duurzame gebouw voldoet aan de gestelde eisen?

Al het nieuwe hout moet zijn gecertificeerd door geaccepteerde certificeringssystemen, die door het Timber Procurement Assessment Committee zijn goedgekeurd. En de betrokken aannemers en onderaannemers moeten in het bezit zijn van een ‘Chain of Custody’-certificaat.

Er moet dus een COC-certificaat worden overlegd van de betrokken hoofdaannemer of onderaannemers. Daarnaast wordt de hoofdaannemer gevraagd een sluitende verklaring hiervoor af te geven.

Waarom komt maar een deel van mijn investering in aanmerking voor MIA (aftopping)?

Dit is gedaan om te voorkomen dat er meer steun wordt verleend dan wat volgens Europese regelgeving mag.

Kan ik de inrichting en interieur van mijn gebouw ook melden onder de Milieulijst-codes voor gebouwen? 

Nee, inrichting en interieur behoren niet tot het gebouw. 

Ik wil mijn gebouw met industriefunctie duurzaam renoveren. Het dak wordt niet vervangen en er is geen mogelijkheid om een vegetatiedak aan te leggen. Kan ik dan ook mijn bestaande dak wit verven?

Als het technisch mogelijk is, dan kan dat.

Tellen ramen en deuropeningen wel of niet mee bij het geveloppervlak als ik kies voor de optie gebouw met een industriefunctie met ten minste 20% gevelbegroeiing?

Er wordt uitgegaan van het totale geveloppervlak van een gebouw inclusief de ramen en deuren. Zie ook artikel 3.2 van het Bouwbesluit.  

Moet ik de omgevingsvergunning aanleveren als mijn MIA-melding in de controle valt?

Wij gaan ervan uit dat de vergunningen in orde zijn als er opdracht voor een gebouw wordt gegeven. Daarom vragen wij deze niet standaard op. Bij twijfel doen we dit wel.

Ik investeer samen met een andere partij in een duurzaam kantoorgebouw. Betekent dit dat slechts 1 van de partijen zijn kantoordeel kan melden?

Als in de code-omschrijving staat 'Per omgevingsvergunning kan slechts één gebouwdeel met industriefunctie en één gebouwdeel zonder industriefunctie gemeld worden', betekent dit niet dat slechts 1 van de partijen zijn kantoordeel kan melden. 

Elke investeerder mag zijn eigen aandeel in dit gebouw melden. Maar voor de beoordeling en het aftoppingsbedrag wordt gekeken naar het oppervlak van het hele gebouw(deel). Ongeacht het aantal investerende partijen blijft maximaal het aftoppingsbedrag per m2 BVO (Bruto Vloeroppervlak) gelden voor het totale gebouw(deel).

Voorbeeld

Een kantoor van 1.200 m2 komt voor maximaal € 600 per m2 BVO in aanmerking. Het maximale bedrag bedraagt € 600 x 1.200 m2 = € 720.000. Dit maximale bedrag komt in aanmerking voor het kantoor. En zal daarom verdeeld moeten worden onder de 2 betreffende partijen.

Er worden voor een duurzaam gebouw kosten gemaakt in 2020 en in 2021. Hoe gaat RVO om met de verschillende forfaitaire bedragen?.

Kosten gemaakt in 2020 vallen onder de eisen van Milieulijst 2020.
Worden er in 2021 ook nog kosten gemaakt? Dan meldt u deze onder code E 6130. Dit kan alleen voor de gebouwen met het hoogste duurzaamheidsniveau. Wij bekijken vervolgens of het maximale aftoppingsbedrag op basis van het aantal m2 BVO al bereikt is.

Wat is het verschil tussen zeer duurzaam en zeer duurzaam verdergaand gerenoveerd gebouw?

Het verschil zit in het verduurzamingsniveau en de bijhorende eisen.

Mijn gebouw bestaat zowel uit kantoor- als industrieruimte. Past dit onder één duurzame code?

Ja, dat kan. Het forfaitaire bedrag wordt bepaald door het oppervlakte van het betreffende gebouwdeel.

Wat wordt er in omschrijving op de Milieulijst 2021 voor gebouwen met industriefunctie verstaan onder voorzieningen voor energieopwekking?

Hiermee is bedoeld dat het dak geschikt is gemaakt en voorbereid is voor het installeren van zonnepanelen, zonnecollectoren of andere energieopwekkingsinstallaties. Dit betekent dat de dakconstructie minimaal de sterkte moet hebben om een vegetatiedak plus zonnepanelen of zonnecollectoren te kunnen dragen. Daarnaast moeten er bevestigingspunten of frames voor de energieopwekkingsinstallaties geplaatst zijn.

De kosten voor eventuele frames of ander bevestigingsmateriaal die nodig zijn om bijvoorbeeld de PV panelen boven het vegetatiedak te installeren dient u te melden als onderdeel van het gebouw. De zonnepanelen of andere installaties voor het opwekken van energie niet.

Het gaat erom dat het dak op elk moment ingezet kan gaan worden voor energieopwekking. Als de huidige gebruiker niet tijdens de bouw direct zonnepanelen op het dak aanbrengt, moet dit op een later moment eenvoudig gedaan kunnen worden, omdat de voorzieningen om dit te doen al gerealiseerd zijn.

Hoort tuininrichting en bestrating ook bij de kosten van een gebouw?

Wij zien tuininrichting en bestrating niet als een onderdeel van een gebouw.

Komen kosten voor de sloop- en sloopafvoerkosten van een te verwijderen gebouw in aanmerking?

Nee.

Wie bepaalt het oppervlak van het duurzame gebouw?

Voor het gebouw wordt de gevalideerde bruto vloeroppervlakte (BVO) aangehouden. Het oppervlak van het gebouw wordt vermeld in de MPG-berekening en/of in het assessmentrapport.

MATERIALEN EN INRICHTING

Kunnen meubels van sloophout op het terras gemeld worden onder code0 A 6213?

Ja, dat kan. Deze code is voor producten van sloophout, dus ook meubelen.

Mag een losliggend kamerbreed tapijt ook worden gemeld onder code F 6340?

Nee, dit tapijt meldt u onder code: A 6342.

Bent u tevreden over deze pagina?

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *
Mogen wij u benaderen voor een gebruikersonderzoek?
De komende tijd zoeken wij testers voor het nieuwe ontwerp van onze website. Wij zijn benieuwd naar uw mening en gaan graag met u in gesprek. Een online interview duurt maximaal 45 minuten.