Service menu right

Voorwaarden MIA/Vamil

Er zijn allerlei voorwaarden waaraan u moet voldoen om in aanmerking te komen voor de MIA/Vamil.

Algemene voorwaarden

Er gelden de volgende algemene voorwaarden om in aanmerking te komen voor de MIA/Vamil:

  • U bent ondernemer in Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de BES-eilanden en u betaalt inkomsten- of vennootschapsbelasting.
  • U investeert in een bedrijfsmiddel dat op de (geldende) Milieulijst staat. Elk jaar wordt de Milieulijst aangepast. Voor uw investering geldt de Milieulijst van het jaar waarin u de verplichting tot de investering bent aangegaan.
  • Het bedrijfsmiddel voldoet aan de gestelde eisen van de (geldende) Milieulijst.
  • U zorgt voor vergunningen of certificaten als de omschrijving op de Milieulijst dit vereist.
  • U meldt het bedrijfsmiddel op tijd bij RVO (binnen 3 maanden nadat u de verplichting tot aankoop van het bedrijfsmiddel bent aangegaan). 
  • Het bedrijfsmiddel is niet eerder gebruikt. Gemaakte kosten voor het installeren/gebruiksklaar maken van het tweedehandse bedrijfsmiddel mogen wel gemeld worden, zie meer informatie bij de Belastingdienst.
  • De te melden investeringskosten voor het bedrijfsmiddel bedragen minimaal € 2.500.
  • Per belastingplichtige komt per jaar maximaal  € 25 miljoen in aanmerking.
  • Per bedrijfsmiddel komt maximaal een investering van € 25 miljoen in aanmerking, tenzij anders is aangegeven in de omschrijving van het bedrijfsmiddel.  

Let op: voor bedrijfsmiddelen met een doelvoorschrift gelden aanvullende voorwaarden. Ook wanneer u naast MIA/Vamil voor dezelfde investering andere staatssteun ontvangt.

Welke kosten komen in aanmerking?

De volgende kosten komen voor de MIA/Vamil in aanmerking:
  • Alle aanschaf- en voortbrengingskosten van het bedrijfsmiddel, tenzij deze uitgesloten zijn in de omschrijving van het bedrijfsmiddel op de Milieulijst. Voortbrengingskosten zijn kosten voor de inzet van eigen personeel, voor materialen uit eigen magazijn en voor werkzaamheden die onder uw regie worden uitgevoerd door derden.
  • Kosten voor onderdelen die technisch noodzakelijk zijn voor, en uitsluitend dienstbaar zijn aan deze bedrijfsmiddelen en daarom geen zelfstandige betekenis hebben. Voorbeelden hiervan zijn leidingen, appendages en meet- en regelapparatuur.
  • Kosten voor het aanpassen van een bedrijfsmiddel, mits het 'aangepaste bedrijfsmiddel' voldoet aan de eisen van de Milieulijst.
  • Kosten voor het vervangen van een versleten of defect bedrijfsmiddel, mits dit een verbetering van het milieu of van het dierenwelzijn oplevert. Dit betekent dat de vervanging van een apparaat of een onderdeel van een apparaat moet leiden tot een verlaging van de emissie, een vergroting van de waterbesparing, afvalpreventie of dierenwelzijn.
  • Milieuadvieskosten (deze maken onderdeel uit van de voortbrengingskosten).

Welke kosten komen niet in aanmerking?

De volgende kosten komen niet in aanmerking voor de MIA/Vamil:
  • Onderhoudskosten.
  • Kosten die betrekking hebben op grond, woonschepen, vaartuigen voor representatieve doeleinden, dieren, effecten, vorderingen, goodwill, vergunningen, ontheffingen, concessies en andere dispensaties van publiekrechtelijke aard.
  • Kosten die betrekking hebben op woonhuizen, behalve de kosten die voldoen aan de eisen van bedrijfsmiddel G 6102 (circulaire woning).
  • Investeringen die nog niet in gebruik zijn genomen en waarvan 1 jaar na de datum van opdracht minder dan 25% van het investeringsbedrag is betaald. Neem voor meer informatie contact op met de Belastingdienst.
  • Kosten waarop de Energie-investeringsaftrek (EIA) is toegepast komen niet in aanmerking voor de MIA.

Voorwaarden maximale staatssteun

Het belastingvoordeel door toepassing van de MIA en Vamil in uw belastingaangifte wordt gezien als staatssteun. De Europese Commissie (EC) stelt beperkingen aan staatssteun. Op het meldingsformulier voor de MIA\Vamil moet u verklaren dat de totaal ontvangen staatssteun binnen de staatssteungrenzen blijft. Bij overschrijding hiervan kan de EC met terugwerkende kracht het steunbedrag terugvorderen en zelfs overgaan tot een boete.

Voor bedrijfsmiddelen met een doelvoorschrift (paragraaf 2b van de Milieulijst) moet u per investering onderzoeken of u aan de staatssteunvoorwaarden voldoet. Voor bedrijfsmiddelen met een middelvoorschrift (paragraaf 2a van de Milieulijst) proberen wij voorafgaand aan de opname van een bedrijfsmiddel op de Milieulijst ervoor te zorgen dat het risico op overschrijding van de staatssteungrenzen beperkt blijft.

Soms vermeldt de Milieulijst om die reden een maximaal investeringsbedrag (aftopping) voor een bepaald bedrijfsmiddel. In de omschrijving van het bedrijfsmiddel staat dan het percentage dat daarvoor geldt. Een aftopping van 50% voor de MIA betekent dat u het MIA-voordeel alleen mag toepassen op de helft van het geïnvesteerde bedrag.

Daarnaast geldt dat elke belastingplichtige maximaal € 25 miljoen aan investeringen voor de MIA/Vamil mag melden per jaar. Per bedrijfsmiddel geldt ook een maximum van € 25 miljoen (tenzij anders is aangegeven in de omschrijving van het bedrijfsmiddel). U loopt desondanks het risico de staatssteungrenzen te overschrijden wanneer u:

  • naast MIA/Vamil nog andere steun voor dit investeringsproject ontvangt (zie volgende paragraaf); of
  • MIA/Vamil ontvangt voor meerdere bedrijfsmiddelen binnen één investeringsproject.

Onder een investeringsproject verstaan we een technisch, functioneel en in de tijd samenhangend geheel van activa en werkzaamheden. Dit betekent dat u op zichzelf staande activiteiten niet mag samenvoegen om onder de regeling te kunnen vallen. Ook mag u projecten niet opknippen in delen om meer van de regelingen gebruik te maken dan de bedoeling is.

Het risico op overschrijding van staatssteungrenzen is vooral aanwezig bij grote investeringen in de glastuinbouw. Informatie over de beoordeling van een MIA/Vamil-aanvraag voor een investeringsproject in de glastuinbouw vindt u op de pagina Duurzame glastuinbouw en MIA/Vamil.

Berekenen MIA/Vamil-steun

Wij hanteren voor het bepalen van de MIA/Vamil-steun de volgende berekening:

  • MIA: investeringsbedrag na aftopping x voordeel MIA (36%, 27% of 13,5%, afhankelijk van de lettercode) x 25% (nominaal belastingtarief)
  • Vamil: investeringsbedrag na aftopping x 3%

Verrekenen subsidie of andere steun

Als u subsidie ontvangt voor het bedrijfsmiddel, moet u het subsidiebedrag aftrekken van de aanschaf- of voortbrengingskosten. Exploitatiesubsidies hoeft u niet in mindering te brengen. Wanneer u MIA\Vamil wilt aanvragen voor een bedrijfsmiddel waarvoor u ook via een andere routes staatssteun ontvangt, dan moet u rekening houden met de voorwaarden voor maximale staatssteun (zie voorgaande alinea).

Alle ontvangen staatssteun per investeringsproject mag niet meer zijn dan de in de wetgeving genoemde bedragen. Hieronder vindt u een aantal regelingen die vaak in combinatie met de MIA\Vamil worden toegepast en de consequenties van die samenloop. Dit overzicht is niet uitputtend.

Energie-investeringsaftrek (EIA)

Het fiscale voordeel dat ondernemers genieten als gevolg van de toepassing van de EIA wordt gezien als niet-selectieve steun en is derhalve geen staatssteun. Voor de bepaling of het steunbedrag, verkregen voor een bepaald investeringsproject, beneden het steunmaximum blijft mag u EIA buiten beschouwing laten. De EIA en MIA mogen echter niet tegelijkertijd worden toegepast.

Stimulering duurzame energieproductie (SDE/SDE+)

Financieel voordeel verkregen via de SDE is staatssteun. Een jaar na de realisatie van uw investeringsproject bepalen wij middels een MSK-cumulatietoets of de totale steun inclusief de SDE(+) aan de voorwaarden van Europese regelgeving voldoet. Hierin nemen wij ook MIA/Vamil-steun mee. Daarom moet u bij uw MIA/Vamil-melding wel aangeven dat u ook SDE(+) aanvraagt en er rekening mee houden dat MIA/Vamil in uw SDE(+)-aanvraag wordt gekort. Meer informatie over de cumulatietoets van de SDE(+) vindt u op MSK-toets voor de SDE.

Regeling Groenprojecten / Groen Beleggen

Financieel voordeel als gevolg van de Regeling Groenprojecten is staatssteun. De berekening van het bedrag aan verkregen staatssteun volgens deze regeling is vermeld in de Beleidsregel ‘berekening steunpercentage’ van de Regeling Groenprojecten.

Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3)

Subsidie verkregen via POP3 is eveneens staatssteun. Vaak betreft de POP3-subsidie meer dan alleen het investeringsproject dat u voor de MIA/Vamil wilt melden. U moet dan de POP3-subsidie naar rato meenemen in uw berekening van de totale staatssteun voor het investeringsproject waarop de MIA/Vamil betrekking heeft.

Provinciale subsidies, anders dan POP3

Ook hiervoor geldt dat u de subsidie die betrekking heeft op het investeringsproject dat u voor de MIA/Vamil wilt melden, mee moet nemen in de staatssteunberekening. Exploitatiesubsidies hoeft u niet mee te nemen in de berekening.

Heeft u fiscale vragen? Ga naar de Belastingdienst.

Voorwaarden milieu-advieskosten

Uw investering in een milieuvriendelijk bedrijfsmiddel kan het resultaat zijn van een onderzoek naar de milieu-effecten van uw bedrijfsvoering. Mogelijk heeft u advies ingewonnen over verschillende alternatieven.

De kosten voor een dergelijk onderzoek en advies kunnen, net als bijvoorbeeld engineeringskosten, onder bepaalde voorwaarden worden meegenomen in de gemelde investeringskosten. Ook wanneer de termijn tussen onderzoek/advies en het melden van het bedrijfsmiddel langer dan drie maanden is. Voorwaarde is wel dat de investeringskosten in het bedrijfsmiddel zelf tijdig zijn gemeld en het bedrijfsmiddel aan de eisen in de dan geldende Milieulijst voldoet.

Eisen aan het onderzoek

Het onderzoek of advies moet voldoen aan een aantal eisen:

  • Het onderzoek beschrijft de mogelijkheden voor de vermindering van emissie of grondstofverbruik in bestaande of toekomstige activiteiten.
  • Het onderzoek betreft een bestaand proces dat door een onderneming wordt beheerd.
  • Het onderzoek brengt de mogelijkheden in kaart van het ontwikkelen en aanpassen van processen en/of producten.
  • Het onderzoek bevat een overzicht van de belangrijkste grond- en hulpstoffen en/of emissies van het  proces.
  • Het onderzoek bevat een gespecificeerde opgave van alternatieve, economisch toepasbare technieken en methoden om de meest relevante milieubelasting te verminderen. Deze opgave moet ook de omvang van de vermindering van de milieubelasting bevatten.

Voorwaarden voor de toekenning van MIA/Vamil

Voldoet het onderzoek aan de eisen, dan kunt u is de MIA/Vamil mogelijk toepassen als u aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • Uw onderneming behoort tot het midden- en kleinbedrijf (mkb).
  • De milieu-investering moet plaatsvinden binnen 24 maanden na het tijdstip waarop de opdracht tot het advies is verstrekt.
  • De milieu-investering moet zijn aanbevolen in het advies.
  • De kosten van het advies mogen niet nog eens worden toegerekend aan andere milieu-investeringen.
  • Adviezen binnen een concern zijn uitgesloten.

Milieuadvieskosten moeten altijd in combinatie met het geadviseerde bedrijfsmiddel worden gemeld en bij het totale meldbedrag worden opgeteld. Een melding voor alleen het milieuadvies kan dus niet. Hierdoor leveren de milieuadvieskosten voor de ondernemer hetzelfde financiële voordeel op als het bedrijfsmiddel dat voor de regeling wordt aangemeld.

Bent u tevreden over deze pagina?

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *
Als wij vragen hebben over uw toelichting, mogen wij dan contact met u opnemen?
Mogen wij u benaderen voor een gebruikersonderzoek?
De komende tijd zoeken wij testers voor het nieuwe ontwerp van onze website. Wij zijn benieuwd naar uw mening en gaan graag met u in gesprek. Een online interview duurt maximaal 45 minuten.