Hernieuwbare warmte biomassa SDE++ | RVO.nl | Rijksdienst

Service menu right

Hernieuwbare warmte biomassa SDE++

05-10-2021

De SDE++ ondersteunt de productie van energie uit biomassa. Biomassa is organisch materiaal omgezet in energie. U kunt subsidie aanvragen voor biomassavergisting, biomassaverbranding en compostering van champost (champignonmest).

De SDE++ 2021 is open van 5 oktober 9:00 uur tot 11 november 17:00 uur. 

Uw aanvraag direct regelen

Biomassavergisting

De verschillen tussen co-vergisting, allesvergisting en vergisting van uitsluitend dierlijke mest (monomestvergisting) vervagen. Dat blijkt uit analyses van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) over de toename van mestgebruik. Vanaf 2019 is er daarom geen aparte categorie co-vergisting in de SDE+ of de SDE++. Een aanvraag voor co-vergisting doet u binnen de categorie 'Allesvergisting'.

Allesvergisting

In de categorie 'Allesvergisting' vraagt u subsidie aan voor bijna alle typen biomassa. Dit is inclusief co-vergisting van mest voor de productie van elektriciteit en warmte (warmtekrachtkoppeling, WKK), van alleen warmte of van hernieuwbaar gas. Voorwaarde is dat de biogasopbrengst van de ingaande biomassastroom ten minste 25 Nm3 aardgasequivalent per ton bedraagt. Voor elektriciteit en warmte (WKK) bepaalt u het nominaal vermogen door het elektrisch en het thermisch vermogen bij elkaar op te tellen.

Monomestvergisting

De categorie 'Monomestvergisting' is ook voor de productie van elektriciteit en warmte (WKK), van alleen warmte of van hernieuwbaar gas. Maar in deze categorie mag de input uitsluitend uit dierlijke mest zonder co-producten bestaan. Voor monomestvergisting zijn er 2 vermogenscategorieën:

  • ≤ 400 kW; 
  • > 400 kW.

Voor elektriciteit en warmte (WKK) bepaalt u het nominaal vermogen door het elektrisch en het thermisch vermogen bij elkaar op te tellen.

Allesvergisting en Monomestvergisting verlengde levensduur

Produceert u al energie uit biomassa? Door operationele kosten en renovatiekosten hebben deze projecten vaak nog een resterende, onrendabele top. Dit betekent dat de investering in deze projecten zich niet helemaal terugverdient. U kunt daarom opnieuw subsidie aanvragen als uw huidige subsidie binnen 3 jaar afloopt. U doet dit onder de categorieën 'Allesvergisting verlengde levensduur' en 'Monomestvergisting verlengde levensduur'. Zo heeft u op tijd zekerheid over de toekomst van uw installatie. 

Verbeterde slibvergisting in een rioolwaterzuivering

De SDE++ ondersteunt een verbeterde slibvergisting voor de productie van hernieuwbare warmte (ketel) of hernieuwbare warmte en elektriciteit (WKK) in een rioolwaterzuiveringinstallatie (RWZI). Het gaat hierbij niet om een specifieke techniek. Daardoor zijn er meer mogelijkheden om innovatieve technieken toe te passen. RWZI’s zijn bovendien erg verschillend qua grootte en type. In uw subsidieaanvraag toont u aan dat u de bestaande biogasproductie met minimaal 25% verhoogt. De installatiedelen die zorgen voor de meerproductie van biogas moeten nieuw zijn.

Biomassaverbranding

We subsidiëren hernieuwbare warmte en eventueel hernieuwbare elektriciteit als eindproducten. U kunt subsidie aanvragen voor 8 categorieën die vallen onder 'Verbranding van biomassa':

  • Ketel op vaste of vloeibare biomassa met een thermisch vermogen tussen de 0,5 en 5 MWth*;
  • Ketel op vloeibare biomassa met een thermisch vermogen ≥ 0,5 MWth en ≤ 100 MWe;
  • Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa met een thermisch vermogen ≥ 5 MWth waarvoor de warmtestaffel van toepassing is;
  • Ketel op B-hout met een vermogen ≥ 5 MWth;
  • Stoomketel op duurzame houtpellets met een minimumvermogen van ≥ 5 MWth;
  • Brander op duurzame houtpellets voor industriële toepassingen, met een vermogen ≥ 5 MWth. Hier mag u bestaande onderdelen gebruiken. Er geldt een bovengrens van 100 MW elektrisch.
  • Grote ketel op duurzame houtpellets voor de gebouwde omgeving met een vermogen ≥ 10 MWth;
  • Verlengde levensduur voor ketels op vaste of vloeibare biomassa met een minimumvermogen van 5 MWth waarvoor eerder SDE-subsidie is ontvangen.

* De categorie 'Ketel op vaste of vloeibare biomassa tussen de 0,5 en 5 MWth' is in het najaar van 2020 eenmalig niet opgenomen. In de SDE++ 2021 is deze opnieuw opengesteld. 

Houtige biomassa alleen voor hoogwaardige warmte 

Binnen de SDE++ 2021 verstrekken we geen subsidie als er houtige biomassa (zoals snoeihout en chips) voor laagwaardige warmte wordt gebruikt. Voor hoogwaardige warmte ≥ 100°C verstrekken we wel subsidie als u houtige biomassa inzet.

Warmte of WKK

Voor alle 8 categorieën is het toegestaan zowel warmte als elektriciteit op te wekken. We berekenen het basis- en correctiebedrag om warmte te leveren. Als u elektriciteit wilt produceren, mag u een bestaande stoomturbine gebruiken. In de regeling 'Garanties van oorsprong' staat dat warmte die u gebruikt voor elektriciteitsopwekking geen ‘nuttig aangewende warmte’ is. Door zowel elektriciteit als de overige nuttig aangewende warmte mee te nemen, verstrekken wij de juiste hoeveelheid subsidie. Voor deze categorieën stellen we daarom ook geen eisen meer aan het elektrisch rendement van de installatie.

Ketel op vloeibare biomassa ≥ 0,5 MWth

Wilt u uw aardgasketel ombouwen om bio-olie als brandstof te gebruiken? U kunt dan voor de categorie 'Ketel op vloeibare biomassa ≥ 0,5 MWth' een subsidieaanvraag indienen. Jaarlijks toont u de duurzaamheid van de vloeibare biomassa aan met een rapportage.

Installatie op duurzame houtpellets

Voor de categorie 'Installatie op duurzame houtpellets' hoeft u niet alleen pellets uit vers hout te gebruiken. U mag ook maximaal 15% pellets uit A-hout en 25% reststromen uit bioraffinage gebruiken. B-hout (hout afkomstig van sloop) is niet toegestaan. De looptijd van de subsidie is 12 jaar. Om SDE++-subsidie te krijgen, toont u jaarlijks de duurzaamheid van de gebruikte biomassa aan.

Verlengde levensduur 

Voor de verbranding van biomassa (reststromen) voor de opwekking van elektriciteit en warmte is er de categorie ‘Verlengde levensduur’. Deze is voor SDE-projecten waarvan het einde van de subsidieperiode nadert. Door operationele kosten hebben deze projecten vaak nog een resterende onrendabele top. Dit betekent dat de investering in deze projecten zich niet volledig terugverdient. Daarom kunt u opnieuw subsidie aanvragen voor projecten met een SDE-beschikking waarvan de subsidiebeschikking binnen 3 jaar afloopt. De ondergrens voor deze categorie is 5 MWth.

Brandstofeisen

Voor de meeste ketels is B-hout uitgesloten. Bij de berekening van het basisbedrag van deze installaties houden we dan ook rekening met de hogere prijs die u voor schoon hout moet betalen. In de categorie 'Ketel op B-hout' baseren we de berekening van het basisbedrag juist wel op de lagere kostprijs die u voor B-hout betaalt. Hierdoor is het basisbedrag voor deze ketel lager. In deze categorie mag u ook andere biomassa gebruiken.

Doet u een aanvraag in een categorie die specifiek voor duurzame houtpellets als brandstof is opgezet? Dan mag u maximaal 15% van de energieproductie opwekken met houtpellets van A-hout en maximaal 25% met reststromen uit raffinage van biomassa. In de SDE++ verstaan we onder bioraffinage een proces waarbij het hoofdproduct een fossiele grondstof verdringt. Daarom voldoet bijvoorbeeld lignine uit papierindustrie niet. Anders is het met lignine die vrijkomt bij de productie van suikers uit hout. Als hierbij uit de suikers bioplastics worden gemaakt, gaat het wél om een reststroom uit bioraffinage.

Maakt u gebruik van een van de volgende technieken: 'Ketel op vaste of vloeibare biomassa', 'Stoomketel op houtpellets', 'Ketel op B-hout', 'Verlengde levensduur voor ketel op vaste of vloeibare biomassa' of 'Ketel op houtpellets voor stadsverwarming'? Dan moet ten minste 95% van de energetische waarde van de gebruikte brandstof biogeen zijn. Want daarmee sluit u uit dat het gaat om verbranding van afval of geselecteerde stromen uit afval of meestook van aardgas. In alle installaties voor de verbranding van biomassa mag u ook vloeibare biomassa inzetten. Toon hiervan dan wel de duurzaamheid aan.

Duurzaamheidseisen

De biomassa die u inzet moet aan duurzaamheidseisen voldoen. Er gelden andere eisen voor vaste biomassa bij houtpelletinstallaties dan voor de overige vaste, vloeibare en gasvormige biomassa. 

Vaste biomassa ingezet in houtpelletsinstallaties

Voor vaste biomassa ingezet in houtpelletinstallaties gelden er duurzaamheidseisen voor de volgende categorieën:

  • Stoomketel ≥ 5 MW op houtpellets;
  • Brander op houtpellets voor industriële toepassingen ≥ 5 MWth en ≤ 100 MWe;
  • Ketel op houtpellets voor ≥ 10 MWth voor gebouwde omgeving (stadsverwarming).

De certificatie, verificatie en handhaving van de duurzaamheidseisen van de vaste biomassa liggen vast in de Wet milieubeheer. Per 1 januari 2019 geldt de algemene maatregel van bestuur (AMvB) onder de Wet milieubeheer. In opdracht van de producent moet een zogeheten conformiteitbeoordelingsinstantie de conformiteitsjaarverklaring overleggen. Met deze verklaring toont de producent aan dat hij over het hele jaar aan de duurzaamheidseisen heeft voldaan.

U leest hier meer over op de pagina Duurzaamheidseisen vaste biomassa.

Overige vaste, vloeibare en gasvormige biomassa

Voor alle categorieën waarbij u biomassa verbrandt, gelden duurzaamheidseisen voor overige vaste, vloeibare en gasvormige biomassa. Deze duurzaamheidseisen en uitstootverlagingscriteria liggen vast in de Renewable Energy Directive (REDII).

Het gaat hierbij om biomassa in installaties groter dan onderstaande vermogensgrenzen. Jaarlijks toont u de duurzaamheid van de biomassa, die aan de REDII-eisen moet voldoen, aan met een rapportage en een conformiteitsjaarverklaring (CJV). De CJV dient te worden getekend door een conformiteitsbeoordelingsinstantie (CBI). 

We werken hard aan het format en de bijbehorende handleiding voor deze rapportage. Zodra deze beschikbaar zijn, vindt u deze terug onder 'Downloads' op deze pagina.

Om de duurzaamheid van biomassa aan te tonen, gebruikt u certificaten van goedgekeurde duurzaamheidschema’s voor REDII. De Europese Commissie voor REDII geeft deze af en publiceert de goedkeuring van deze duurzaamheidsschema’s.

REDII duurzaamheidsschema

SDE++-categorieën, anders dan houtpelletinstallatiesGebruikt vermogensbegripREDII-criteria gelden bij een ingangsvermogen van 
SDE++-categorieën op vaste biomassa voor de productie van warmte en/of elektriciteitNominaal ingangsvermogen van de ketel≥20 MW
SDE++-categorieën op vloeibare biomassa voor de productie van warmte en/of elektriciteitNominaal ingangsvermogen van de ketelgeen ondergrens
SDE++-categorieën voor de productie van biogas voor de opwekking van warmte en/of elektriciteit Nominaal ingangsvermogen van de ketel≥2 MW

Emissie-eisen haalbaarheidsstudie

De nieuwe emissie-(uitstoot)eisen voor de verbranding van houtige biomassa zijn nog niet ingevoerd. Toch moet u aantonen dat de installaties aan de verwachte aangescherpte emissie-eisen voldoen. Deze eisen staan als subsidievoorwaarde in de regeling. In onderstaande tabel staan de emissie-eisen per vermogenscategorie.

Emissie-eisen per vermogenscategorie

Emissie-eisen

Vermogenscategorie

  
<1 MWth≥1 MWth<5 MWth≥5 MWth
Stof [mg/Nm3]<15<5<5
NOx [mg / Nm3]<275<145<100
SO2 [mg / Nm3]<60<60<60
NH3 [ mg / Nm3]n.v.t.<5 of 10*<5

*Bij selectieve katalytische reductie is 5 mg/Nm3, bij selectieve niet katalytische reductie is 10 mg/Nm3 van toepassing.

We werken hard aan het format en de handleiding van de duurzaamheidsrapportage REDII en het format en de handleiding van de duurzaamheidsrapportage voor houtpellets. Zodra deze beschikbaar zijn, vindt u deze terug onder 'Downloads' op deze pagina.

Compostering (champost)

Champost (champignonmest) is een afvalstroom die ontstaat bij de teelt van champignons. Bij compostering van champost komt veel laagwaardige warmte vrij. De compostering moet in een gesloten ruimte en onder geconditioneerde omstandigheden gebeuren. De laagwaardige warmte gebruikt u voor verwarming van gebouwen of glastuinbouwkassen, waarbij u minimaal een vermogen van 500 kWth uitkoppelt.

In deze categorie mag u alleen champost inzetten, omdat niet vaststaat dat compostering van andere stromen ook een onrendabele top heeft. Een onrendabele top betekent dat de investering zich niet volledig terugverdient. Voor champost zijn geen duurzaamheidseisen gesteld, omdat installaties niet boven de vermogensdrempel van 20 MW uitkomen.

Vergunningen

Meestal heeft u voor een biomassainstallatie 1 of meer vergunningen nodig. Deze geeft het bevoegd gezag af voordat u uw subsidieaanvraag indient. Het kan gaan om de volgende vergunningen:

  • Omgevingsvergunning; Heeft u voor uw biomassa-installatie een vergunning nodig volgens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)? Stuur dan zowel de verleende vergunning als de vergunningsaanvraag mee met uw subsidieaanvraag. Let op: een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) is ook een vergunning.
  • Wet natuurbescherming (Wnb); De vergunning of ontheffing op basis van de Wnb is een steeds belangrijkere voorwaarde om hernieuwbare energieprojecten tijdig te realiseren. Dit geldt voor projecten met substantiële stikstofuitstoot in de exploitatiefase, zoals biomassaprojecten. U stuurt een Wnb-vergunning bij uw aanvraag mee als dit van toepassing is.
  • De omgevingsvergunning en de aanvraag van deze vergunning voor het gebouw waarin u de productie-installatie wordt plaatst. Dit geldt als u (voor de productie-installatie) een nieuw gebouw plaatst of aanpassingen doet aan een bestaand gebouw.

Wilt u meer weten over een omgevingsvergunning, ga dan naar de website van het Omgevingsloket

De complete vergunningeisentabel vindt u bij 'Downloads' op de pagina Aanvragen of in de brochure zelf.

ETS

In de SDE++ staat een bepaling over het Emission Trading System (ETS). Heeft u voordeel van het ETS door de installatie te gebruiken? Dan corrigeren we uw subsidie met dit ETS-voordeel. Deze situatie kan tijdens de productieperiode wijzigen. U kunt dit gedurende de productieperiode aanpassen.

Garanties van Oorsprong (GvO)

Voor hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit is aanmelden en certificeren via CertiQ verplicht. CertiQ geeft Garanties van Oorsprong (GvO’s) af.

Meer weten?

Transportindicatie RWZI-WKK en biomassavergisting WKK

Dient u een aanvraag in voor een RWZI-categorie met WKK (rioolwaterzuiveringsinstallatie-warmtekrachtkoppeling)? Of wilt u dit doen voor de categorie 'Biomassavergisting-WKK'? Stuurt u dan voor de invoeding van elektriciteit een transportindicatie van de netbeheerder mee. Daaruit moet blijken dat er transportcapaciteit beschikbaar is voor de locatie waarvoor u aanvraagt. De transportindicatie moet zijn afgegeven voor de openstellingsronde waarin u subsidie aanvraagt.

Negatieve elektriciteitsprijzen biomassavergisting WKK/RWZI-WKK

Is de prijs van elektriciteit gedurende een aaneengesloten tijdblok van 6 uur of langer negatief? Dan ontvangt u geen SDE++-subsidie voor de invoeding van hernieuwbare elektriciteit. 

Dit geldt niet voor:

  • WKK-projecten met een nominaal vermogen van minder dan 500 kW per aansluiting op het elektriciteitsnet;
  • projecten waarvoor u vóór 1 december 2015 subsidie aanvroeg.

Veelgestelde vragen

Bent u tevreden over deze pagina?

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *
Mogen wij u benaderen voor een gebruikersonderzoek?
Wij zoeken regelmatig respondenten voor gebruikersonderzoek op onze website. Wij zijn benieuwd naar uw mening en gaan graag met u in gesprek. Een online interview duurt maximaal 45 minuten.