CO₂-arme warmte SDE++ | RVO.nl | Rijksdienst

Service menu right

CO₂-arme warmte SDE++

21-09-2021

Maakt u gebruik van een CO2-arme warmtetechniek? CO2-arme warmte is warmte die niet of niet volledig uit een hernieuwbare (duurzame) bron komt. Maar deze warmte heeft wel een lagere CO2-uitstoot dan warmte uit een gasgestookte installatie. U kunt subsidie aanvragen voor een aantal CO2-arme warmtetechnieken. Zo helpen we de CO2-uitstoot verminderen. 

In deze ronde kunt u subsidie aanvragen voor de volgende technieken: Aquathermie, Daglichtkas, PVT-collectoren met warmtepomp, Elektrische boiler, Geothermie (ondiep), Restwarmtebenutting en Industriële warmtepomp. 

De SDE++ 2021 is open van 5 oktober 9:00 uur tot 11 november 17:00 uur. Vanaf 21 september kunt u uw aanvraag alvast in concept klaarzetten. Uw definitieve aanvraag dient u dan vanaf 5 oktober (9:00 uur) in.

Aanvraag in concept klaarzetten

Aquathermie (TEO, TED en TEA)

Aquathermie is het verwarmen en koelen door water. U kunt binnen de SDE++ subsidie aanvragen voor 2 technieken voor verwarming van gebouwen en tapwater (gebouwde omgeving) of voor directe levering aan bedrijven. Bij de gebouwde omgeving gaat het om stadsverwarming of ruimteverwarming en warm tapwater voor gebouwen. De warmte mag rechtstreeks geleverd worden, maar ook via een stadsverwarmingsnet.

Thermische energie uit oppervlaktewater of drinkwater (TEO of TED)

Met deze techniek haalt u warmte uit oppervlaktewater of drinkwater en slaat deze op in een seizoensopslag. In het stookseizoen haalt u de warmte dan weer uit de seizoensopslag. Een warmtepomp verhoogt de temperatuur. Zo kan de warmte gebruikt worden voor verwarming. 

U kunt subsidie aanvragen voor 3 categorieën: 

  • Verwarming gebouwde omgeving die rekent met een basislast (6.000 uur, de maximale tijdsduur per jaar waarvoor u subsidie krijgt); 
  • Verwarming gebouwde omgeving die rekent met een seizoensgebonden levering (3.500 uur); 
  • Directe toepassing (3.500 uur). 

De categorie 'Thermische energie uit oppervlaktewater, basislast, verwarming gebouwde omgeving' wijkt af van de andere categorieën door het hogere aantal vollasturen, namelijk 6.000 in plaats van 3.500. Deze situatie ontstaat als de productie-installatie invoedt op een groot warmtenet waarin de warmtepomp in basislast kan draaien. Daarnaast is er een nieuwe categorie voor directe toepassing: directe warmtelevering aan een afnemer zonder tussenkomst van een warmtedistributienet. Dit wordt bijvoorbeeld in de glastuinbouw toegepast.

Om in aanmerking te komen voor subsidie moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • U mag de installatie niet gebruiken voor koeling. Systemen die ook koelen, hebben gemiddeld geen onrendabele top. Dit betekent dat de investering in deze installaties zich terugverdient. 
  • De warmtepomp moet een afgegeven thermisch vermogen hebben van minimaal 0,5 MWth en een COP-waarde (Coefficient of Performance) van minimaal 3,0. 

Thermische energie uit afvalwater (TEA)

Met deze techniek haalt u warmte uit afvalwater. Een warmtepomp verhoogt de temperatuur. U gebruikt de warmte vervolgens voor verwarming van gebouwen en warm tapwater. 

Om in aanmerking te komen voor subsidie moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • U mag de installatie niet gebruiken voor koeling. Systemen die ook koelen, hebben gemiddeld geen onrendabele top.
  • De warmtepomp moet een afgegeven thermisch vermogen hebben van minimaal 0,5 MWth en een COP-waarde (Coefficient of Performance) van minimaal 3,0. 
  • U gebruikt de warmte uitsluitend voor verwarming van de gebouwde omgeving (gebouwen en/of warm tapwater).

Daglichtkas

Met een daglichtkas gebruikt u zonlicht voor de verwarming van een tuinbouwkas. Sommige gewassen in tuinbouwkassen zijn minder gebaat bij direct zonlicht. U kunt dan een deel van het invallende zonlicht opvangen met een zonthermisch systeem (daglichtkas). U slaat de warmte vervolgens op in een seizoensopslagsysteem. In het stookseizoen haalt u de warmte dan weer uit de seizoensopslag. Met een warmtepomp verhoogt u de temperatuur. De warmte gebruikt u voor verwarming van de tuinbouwkas. 

Om in aanmerking te komen voor subsidie, moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • U mag de installatie niet gebruiken voor koeling. Systemen die ook koelen hebben gemiddeld geen onrendabele top. Dit betekent dat de investering in deze installaties zich terugverdient. 
  • De warmtepomp moet een thermisch vermogen hebben van minimaal 0,5 MWth en een COP-waarde (Coefficient of Performance) van minimaal 5,0.
  • Het zonvolgend collectorsysteem vormt een integraal onderdeel van een nieuwe tuinbouwkas.
  • Het afgegeven vermogen van de zonnecollector moet minimaal 4 maal het afgegeven vermogen van de warmtepomp zijn die u plaatst. Daardoor weet u zeker dat de zonnecollector voldoende warmte genereert om de seizoensopslag weer volledig op te laden.

Zon-PVT panelen met warmtepomp

Voor het eerst biedt de SDE++ in 2021 subsidie voor de categorie 'PVT-collectoren met warmtepomp'. In deze categorie produceert u met zonnecollectoren CO2-arme warmte uit een zonthermisch systeem. De zonnecollectoren produceren tegelijkertijd warmte en stroom. Met een warmtepomp verhoogt u de temperatuur. 

Om in aanmerking te komen voor subsidie, moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Het collectoroppervlak is minimaal 1,2 m² per kWth van de warmtepomp. 
  • De warmtepomp heeft een vermogen van minimaal 500 kWth en een COP-waarde (Coefficient of Performance) van minimaal 3,0. 
  • U gebruikt de warmte alleen voor de verwarming van de gebouwde omgeving.

Deze categorie is er alleen voor fotovoltaïsch-thermische (PVT) collectoren. Reguliere onafgedekte zonnewarmtecollectoren vallen niet onder de regeling. Voor reguliere afgedekte zonnecollectoren met een vermogen vanaf 140 kWth, kunt u subsidie aanvragen in de categorie Zonthermie.

Let op: Als u subsidie aanvraagt in de categorie 'PVT-collectoren met warmtepomp' kunt u voor deze productie-installatie geen subsidie aanvragen voor een Zon-PV-systeem. 

Elektrische boiler

Met ondersteuning van subsidie in deze categorie wekt u warmte op met een elektrische boiler in plaats van een gasketel. U mag ook hybrideketels toepassen. Deze ketels leveren warmte zowel op gas als op elektriciteit. Bij hybrideketels moet zowel de warmte als de gebruikte elektriciteit worden gemeten. Alleen voor de warmte uit elektriciteit krijgt u subsidie.

Om in aanmerking te komen voor subsidie, moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De elektrische boiler heeft een thermisch vermogen van minimaal 5 MWth.
  • De ketel moet nieuw zijn. De ombouw van een op de locatie aanwezige gasketel is niet toegestaan.
  • Het systeem waarop u de warmte invoedt, heeft een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van minimaal 100 °C in het stookseizoen of is een stoomsysteem. Hiermee voorkomen we dat u de elektrische boiler gebruikt in situaties waar een warmtepomp de voorkeur heeft vanwege de hogere COP-waarde (Coefficient of Performance).
  • Het vermogen van de aansluiting op het elektriciteitsnet is ten minste even groot als het vermogen van de elektrische boiler.
  • Het vermogen van de elektrische boiler is niet groter dan het thermisch vermogen van op de locatie aanwezige boilers die stoken op fossiele brandstoffen. En niet groter dan het maximale thermische vermogen dat zij gelijktijdig leveren.
Het aanbod van hernieuwbare (duurzame) elektriciteit is de komende jaren nog beperkt. Daarom is het aantal subsidiabele vollasturen voor deze categorie op 3.000 uur vastgesteld. Ook is er een maximum gesteld aan de onderproductie die u per jaar mag inhalen door middel van banking. In onderstaande tabel ziet u de maximale subsidiabele productie over de subsidielooptijd. Deze maximale subsidiabele productie is inclusief banking.

Vollasturen elektrische boiler

JaarVollasturen Elektrische boiler
20214.000
20224.090
20233.540
Vanaf 20245.000

Geothermie (ondiep)

Geothermie is het gebruik van warmte uit de ondergrond. Bij ondiepe geothermie gaat het om warmte uit ondiepe ondergrond. Binnen de SDE++ komt ondiepe geothermie in combinatie met een warmtepomp in aanmerking voor subsidie. Informatie over deze categorie vindt u bij Geothermie in de categorie 'Hernieuwbare warmte'.

Restwarmtebenutting

Restwarmtebenutting is het gebruik van restwarmte om te verwarmen. Bij industriële processen of datacenters komt restwarmte vrij. De temperatuur daarvan is te laag om door uzelf te worden gebruikt. Met subsidie in deze categorie kunt u deze warmte ergens anders voor gebruiken. Dit kan ook levering aan een stadsverwarmingsnet zijn. Levering van stoom is hiervan uitgesloten; dit heeft geen onrendabele top. Dit betekent dat de investering in deze installaties zich terugverdient. 

Restwarmte komt onvermijdelijk vrij en komt ongebruikt terecht in de lucht of het water. U wilt deze restwarmte met de subsidie nuttig gaan gebruiken. Dit gebeurt nog niet ten tijde van de aanvraag. U kunt subsidie aanvragen voor 2 technieken: zonder en met een warmtepomp.

Zonder warmtepomp

De restwarmte heeft een temperatuur die hoog genoeg is voor andere gebruikers. 

Om in aanmerking te komen voor subsidie, moet de uitkoppeling een thermisch vermogen hebben van minimaal 2 MWth.

Het subsidietarief verschilt, afhankelijk van de lengte van de transportleiding per eenheid van vermogen. We onderscheiden onderstaande verhoudingen van lengte van de nieuw aan te leggen transportleiding per MWth outputvermogen. We rekenen hierbij met de som van de outputvermogens van alle installaties die op de nieuwe transportleiding zijn aangesloten:

  • ≥ 0,20 km/MWth en < 0,30 km/MWth;
  • ≥ 0,30 km/MWth en < 0,40 km/MWth;
  • ≥ 0,40 km/MWth en < 0,50 km/MWth;
  • ≥ 0,50 km/MWth.

Met een warmtepomp

De restwarmte heeft een te lage temperatuur om direct bruikbaar te zijn voor andere gebruikers. Met een warmtepomp verhoogt u de temperatuur. 

Om in aanmerking te komen voor subsidie, moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De uitkoppeling heeft een thermisch vermogen van minimaal 2 MWth.
  • De warmtepomp moet een afgegeven thermisch vermogen hebben van minimaal 0,5 MWth en een COP-waarde (Coefficient of Performance) van minimaal 3,0.

Industriële warmtepomp

Industriële bedrijven kunnen restwarmte ook zelf gebruiken door de temperatuur met een warmtepomp te verhogen. De warmte die wordt geproduceerd, gebruikt u voor een industriële toepassing. U kunt ook stoom op een hoger niveau brengen om opnieuw te gebruiken. U kunt subsidie aanvragen voor 2 technieken: met een gesloten warmtepomp en open warmtepomp.

Met een gesloten warmtepomp

Voor het op temperatuur brengen van de restwarmte maakt u gebruik van een gesloten warmtepompsysteem.

Om in aanmerking te komen voor subsidie, moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • U mag de installatie niet gebruiken voor koeling.
  • De warmtepomp heeft een thermisch vermogen van minimaal 0,5 MWth en een COP-waarde (Coefficient of Performance) van minimaal 2,3.

Met een open warmtepomp

Voor het op temperatuur brengen van de restwarmte maakt u gebruik van een open warmtepompsysteem, bijvoorbeeld mechanische damprecompressie.

Om in aanmerking te komen voor subsidie, moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • U mag de installatie niet gebruiken voor koeling.
  • De warmtepomp heeft een thermisch vermogen van minimaal 0,5 MWth en een COP-waarde (Coefficient of Performance) van minimaal 2,3 en maximaal 12,0. Deze bovengrens is er omdat het niet zeker is dat projecten met een hogere COP-waarde subsidie-ondersteuning nodig hebben.

Vergunningen

Meestal heeft u voor een installatie 1 of meer vergunningen nodig. Deze geeft het bevoegd gezag af op het moment dat u uw subsidieaanvraag indient. Als u voor de realisatie van uw productie-installatie een vergunning nodig heeft, is dit een verplichte bijlage bij uw subsidieaanvraag. Het gaat om de volgende vergunningen:

  • Omgevingsvergunning; heeft u voor uw productie-installatie een vergunning nodig vanwege de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)? Stuurt u dan zowel de verleende vergunning als de vergunningsaanvraag mee met uw subsidieaanvraag. Ook als u uw productie-installatie op, in of aan een nieuw te bouwen gebouw plaatst, stuurt u van het gebouw zowel de verleende vergunning als de vergunningsaanvraag mee met uw subsidieaanvraag.
  • Watervergunning; heeft u een watervergunning nodig voor (delen van) uw productie-installatie? Stuurt u deze dan mee met uw subsidieaanvraag.
  • Vergunning Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr); staat de productie-installatie op of om werken van Rijkswaterstaat, zoals (snel)wegen, viaducten, tunnels, bruggen of dijken? Dan heeft u waarschijnlijk voor uw installatie een Wbr-vergunning nodig. Stuur dan de verleende vergunning mee met uw subsidieaanvraag. Wilt u meer weten over de Wbr-vergunning? Gaat u dan naar de website van Rijkswaterstaat.

Wilt u meer weten over de omgevingsvergunning en de watervergunning? Gaat u dan naar het Omgevingsloket.

De complete vergunningeisentabel vindt u bij 'Downloads' op de pagina Aanvragen of in de brochure zelf.

ETS

In de SDE++ staat een bepaling over het ETS (Emission Trading System). Heeft u voordeel van het ETS door ingebruikname van de installatie? We corrigeren dit ETS-voordeel met het correctiebedrag. Deze situatie kan tijdens de productieperiode wijzigen. U kunt dit gedurende de productieperiode aanpassen. 

Bent u tevreden over deze pagina?

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *
Mogen wij u benaderen voor een gebruikersonderzoek?
Wij zoeken regelmatig respondenten voor gebruikersonderzoek op onze website. Wij zijn benieuwd naar uw mening en gaan graag met u in gesprek. Een online interview duurt maximaal 45 minuten.