Zon SDE++ | RVO.nl | Rijksdienst

Service menu right

Zon SDE++

28-09-2021

Investeert u in zonnestroom of zonnewarmte? Dan kunt u subsidie aanvragen vanuit de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++).

De SDE++ 2021 is er naast de categorieën hernieuwbaar gas, CO2-arme warmte en -productie ook voor investeringen op het gebied van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte.

De regeling is open van 5 oktober 9:00 uur tot 11 november 17:00 uur 2021. Vanaf 21 september kunt u uw aanvraag alvast in concept klaarzetten. Uw definitieve aanvraag dient u dan vanaf 5 oktober (9:00 uur) in.

Aanvraag in concept klaarzetten

Zon-PV

U kunt subsidie aanvragen voor fotovoltaïsche zonnepanelen (zon-PV) met een piekvermogen van ≥ 15 kWp en een grootverbruikersaansluiting. We hebben 7 categorieën opgenomen in de SDE++ 2021:

  • ≥ 15 kWp en < 1 MWp gebouwgebonden;
  • ≥ 15 kWp en < 1 MWp grondgebonden (veld) of drijvend op water;
  • ≥ 1 MWp gebouwgebonden;
  • ≥ 1 MWp grondgebonden (veld);
  • ≥ 1 MWp grondgebonden (veld), zonvolgend;
  • ≥ 1 MWp drijvend op water;
  • ≥ 1 MWp drijvend op water, zonvolgend.

Fasering en tarieven

Onderaan deze paragraaf vindt u de fasering en tarieven voor de categorie Zon-PV overzichtelijk in een tabel.

Realisatietermijn

De installatie moet binnen de volgende termijnen gerealiseerd zijn:

  • Zon-PV < 1 MWp: 2 jaar
  • Zon-PV ≥ 1 MWp gebouwgebonden systemen: 3 jaar
  • Zon-PV ≥ 1 MWp veld en drijvende systemen: 4 jaar

Haalbaarheidsstudie met tekening

Voor uw subsidieaanvraag is een haalbaarheidsstudie verplicht. Bij uw haalbaarheidsstudie stuurt u altijd een kaart of tekening mee waarop de aangevraagde zon-PV-installatie is getekend. Deze kaart of tekening laat zien of u de opgegeven beschikbare oppervlakte op de locatie daadwerkelijk kunt benutten. Denk hierbij aan een luchtfoto van de locatie waarop u de beschikbare oppervlakte en het legplan met afmetingen omlijnt. Zijn of komen er op de beoogde locatie meer installaties? Geef dit dan duidelijk aan. Uit de tekening of kaart moet ook de oriëntatie (stand) van de installatie blijken. 

Voor de categorie 'Zon-PV met een vermogen lager dan 1 MW' hoeft u voor uw haalbaarheidsstudie alleen een kaart of tekening bij te voegen waarop de aangevraagde zon-PV-installatie is getekend. Daarnaast moet u voor deze categorie een aantal aanvullende vragen beantwoorden in het eLoket over de haalbaarheid van uw project. Denkt u hierbij aan vragen over de financiering van het project en (beoogde) vermogens- en verbruiksgegevens.

Vergunningen

In een aantal situaties heeft u voor de plaatsing van zonnepanelen 1 of meer vergunningen nodig. Het bevoegd gezag moet deze afgeven voordat u uw subsidieaanvraag indient. Het kan gaan om de volgende vergunningen:

  • Omgevingsvergunning; worden de zonnepanelen niet op een bestaand dak geplaatst, maar in een veldopstelling, op een nieuw te bouwen gebouw of carport, of aan een gevel (in het zicht)? Dan heeft u een vergunning Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) nodig. Dit geldt ook voor drijvende systemen en installaties die deel uitmaken van een carport of op een monumentaal pand. In deze gevallen stuurt u de verleende Omgevingsvergunning mee met uw subsidieaanvraag.
    Let op: een tijdelijke vergunning op grond van de zogenaamde 'kruimellijst' van het Besluit Omgevingsrecht volstaat niet.
  • Vergunning Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr); voert u activiteiten uit op of om werken van Rijkswaterstaat, zoals (snel)wegen, viaducten, tunnels, bruggen of dijken? Dan hebt u voor uw installatie een Wbr-vergunning nodig. U voegt die toe aan uw subsidieaanvraag.
  • Watervergunning; heeft u voor uw Zon-PV installatie een vergunning nodig volgens het Waterbesluit? Stuur dan de verleende vergunning mee met uw subsidieaanvraag.
  • Vergunningseis tender op aanvraagbedrag op Rijksgronden; heeft u de tender gewonnen voor de realisatie van Zon-PV op rijksgrond, waarbij in de tender het SDE++-aanvraagbedrag is opgenomen? Dan is een ontwerpvergunning op grond van de Wabo voldoende.

Wilt u meer weten over een omgevingsvergunning en de watervergunning, ga dan naar het Omgevingsloket.

De complete vergunningeisentabel vindt u bij 'Downloads' op de pagina Aanvragen of in de brochure zelf.

Grootverbruikersaansluiting

De categorie 'Zon-PV' is alleen voor installaties die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet via een grootverbruikersaansluiting. Dit is een aansluiting op het elektriciteitsnet met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3 x 80 A. Installaties met een grootverbruikersaansluiting kunnen geen gebruik maken van de salderingsregeling. Het is ook mogelijk om uw installatie aan te sluiten op het net via meerdere grootverbruikersaansluitingen.

U mag uw productie-installatie ook aansluiten op het elektriciteitsnet via de grootverbruikersaansluiting van een naastgelegen perceel. Uiteraard realiseert u uw installatie wel op de locatie waarvoor de subsidie is afgegeven. Wilt u een productie-installatie op 2 naastgelegen locaties realiseren? Of heeft uw locatie meerdere huisnummers? Beschrijf dit dan duidelijk in uw subsidieaanvraag.

Heeft u een zon-PV-project met niet-gebouwgebonden installaties, zoals een veld- of watersysteem? En ontving u voor dit project een positieve SDE-beschikking tussen 2016 en 2021? Dan is het mogelijk om voor de investeringskosten voor de netaansluiting Energie-investeringsaftrek (EIA) aan te vragen (Energielijst 2021). Bent u een producent met een kleinverbruikersaansluiting? Dan kunt u mogelijk gebruik maken van:

Netlevering en Niet-netlevering

In de categorie 'Zon-PV' maken we onderscheid tussen 'netlevering' en 'niet-netlevering (eigen gebruik)'. Hiervoor gelden verschillende basisenergieprijzen en correctiebedragen. U hebt een groter financieel voordeel als u de opgewekte elektriciteit zelf gebruikt, omdat u dan geen energiebelasting, opslag duurzame energie (ODE) en transportkosten betaalt. Daarom geldt voor 'eigen gebruik' een hoger correctiebedrag.

De werkwijze is als volgt:

  • In het eLoket-formulier geeft u aan hoeveel van de productie u gebruikt voor niet–netlevering (eigen verbruik).
  • De subsidieverlening baseren we op de basisenergieprijs voor netlevering.
  • De voorschotten stellen we ieder najaar in op basis van de verdeling tussen netlevering en niet-netlevering over een recente periode van 12 maanden. Bij het instellen van het 1e voorschot gebruiken we de verdeling tussen netlevering en niet-netlevering die u aangaf in het aanvraagformulier.
  • Tot slot stellen we de voorschotten bij. Dit berekenen we op basis van de meetwaarden netlevering en niet-netlevering, zoals CertiQ die labelt in het betreffende kalenderjaar.

Netcongestie 

Realiseert u een zon-PV-project op een locatie waar geen of weinig teruglevering mogelijk is? Licht dan in een bijlage bij uw aanvraag toe hoe u dit technisch gaat inpassen. Topt u het vermogen van de installatie (tijdelijk) af? Geef dan bij uw subsidieaanvraag aan wat dit betekent voor de financiële haalbaarheid van uw project. Produceert u door netcongestie (tijdelijk) minder met de installatie? Dan heeft dit invloed op het financieel rendement. Ook in deze situatie is het verplicht een transportindicatie van uw netbeheerder bij uw subsidieaanvraag mee te sturen.

Contractvermogen en omvormervermogen

U stuurt een transportindicatie mee met uw subsidieaanvraag voor een Zon-pv productie-installatie. Hieruit moet blijken dat er transportcapaciteit beschikbaar is voor de locatie waarvoor u subsidie aanvraagt. U vraagt deze transportindicatie aan voor een bepaald opgesteld (nominaal) vermogen en een gewenst contractvermogen.

U kunt als onderbouwing van uw subsidieaanvraag aangeven wat het omvormervermogen van de installatie is. Hiermee wordt het totaal opgestelde omvormervermogen van de installatie bedoeld. In sommige gevallen zal het omvormervermogen lager zijn dan het totaal opgestelde vermogen van de installatie en het contractvermogen van uw transportindicatie. 

Is het omvormervermogen hoger dan het gewenste contractvermogen? Voeg dan een bijlage toe met de onderbouwing hiervoor. Geef hierin aan wat er met de productie gebeurt op het moment dat deze hoger is dan het gewenste contractvermogen. Deze productie kan namelijk op dat moment niet aan het net geleverd worden.

Dakopstelling

Maak voor uw aanvraag een analyse van het dak waarop u de installatie gaat plaatsen. Hiermee zorgt u voor een snelle realisatie binnen de termijn van 2 of 3 jaar. Bereken het beschikbare dakoppervlak en houd rekening met lichtstraten en klimaatinstallaties die op het dak staan. Laat ook door een expert bepalen of het dak voldoende draagkracht heeft voor de installatie.

Zonvolgende systemen

Bij zonvolgende systemen draaien de panelen automatisch mee met de stand van de zon. U krijgt hiermee een hogere energieproductie. Zonvolgende systemen hebben hogere investeringskosten dan standaardsystemen. Maar ze hebben ook een hoger aantal vollasturen die voor subsidie in aanmerking komt. Daarom zijn de basisbedragen en correctiebedragen hetzelfde als voor standaardsystemen. Voor zonvolgende systemen is een haalbaarheidsstudie verplicht. Het is daarbij verplicht om (aanvullend) een energieopbrengstberekening mee te sturen. Op basis daarvan stellen we het maximaal aantal vollasturen vast.

Zonnepark met deels zonvolgende en deels niet-zonvolgende zonnepanelen

Wilt u een subsidieaanvraag indienen voor een zonnepark waarbij niet alle zonnepanelen zonvolgend zijn? Dan moet u twee aparte aanvragen indienen: één aanvraag voor het deel dat zonvolgend is en één aanvraag voor het deel dat niet-zonvolgend is. Alleen voor de aanvraag voor het zonvolgende deel hoeft u dan de energieopbrengstberekening op te stellen. Het is niet mogelijk om na indiening van de subsidieaanvraag van categorie te wisselen.

Tweezijdige zonnepanelen (bifacial zonnepanelen) 

Wilt u voor uw project tweezijdige zonnepanelen gebruiken? Dan is het mogelijk om voor een hoger vermogen (in kWp) subsidie aan te vragen. In Nederland ligt de opbrengst van een dergelijk paneel op jaarbasis tot zo’n 15% hoger dan de opbrengst van een systeem met enkelzijdige PV-modules. Licht in een bijlage van uw subsidieaanvraag toe hoe u tot dit vermogen komt, eventueel onderbouwd met een datasheet van het beoogde zonnepaneel.

Zonthermie

Wilt u voor de categorie 'Zonthermie' een aanvraag doen voor de SDE++ 2021? Het gaat bij deze categorie alleen om installaties waarbij u uitsluitend 'afgedekte' collectoren gebruikt. Deze hebben een totaal thermisch vermogen van ≥ 140 kW. Bij de subsidieaanvraag vult u het apertuuroppervlak in.

Er zijn twee vermogensklassen voor zonthermie. Omdat grotere systemen rendabeler zijn, is voor deze categorie een lager basisbedrag berekend. Ook de basisenergieprijs en het correctiebedrag zijn verschillend voor kleine en grote installaties.

  • ≥ 140 kWth en < 1 MWth;
  • ≥ 1 MWth.

Voor kleinere systemen kunt u gebruikmaken van de Investeringssubsidie voor duurzame energie (ISDE).

Het thermisch vermogen van de installatie in kW is gelijk aan het totale apertuuroppervlak in vierkante meter vermenigvuldigd met een factor 0,7. Wilt u in aanmerking komen voor SDE++-subsidie? Dan moet het lichtabsorberende oppervlak een geïntegreerd geheel zijn met de lichtdoorlatende laag. De lichtdoorlatende laag zorgt daarbij voor isolatie, zoals een glazen plaat of buis.

Let op: de beglazing van een kas is een lichtdoorlatende laag en PVT heeft ook een lichtdoorlatende laag. Maar beide vormen geen geïntegreerd geheel met het lichtabsorberende oppervlak. Om die reden komt u niet in aanmerking voor subsidie in de categorie ‘Zonthermie’.

PVT in de SDE++ 2021

Misschien kunt u voor PVT-systemen wel subsidie krijgen binnen de categorie 'PVT-panelen met een warmtepomp'. Deze categorie is in 2021 voor het eerst aan de SDE++ toegevoegd. Lees hier meer over op de startpagina van de SDE++ bij de categorie 'CO₂-arme warmte'.

Realisatietermijn

De realisatietermijn voor zonthermie is 3 jaar.

Vergunningen

In een aantal situaties heeft u voor de plaatsing van zonnecollectoren 1 of meer vergunningen nodig. Deze geeft het bevoegd gezag af vóórdat u uw subsidieaanvraag indient. Het kan gaan om de volgende vergunningen:

  • Omgevingsvergunning; plaatst u de zonnecollectoren niet op een bestaand dak? Kiest u in plaats daarvan voor een veldopstelling? Of plaatsing op een nieuw te bouwen gebouw, op een monumentaal pand of aan een gevel (in het zicht)? Dan heeft u een vergunning Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) nodig. U stuurt zowel de verleende vergunning als de vergunningsaanvraag mee met uw subsidieaanvraag. Let op: een tijdelijke vergunning op grond van de zogenaamde kruimellijst van het Besluit Omgevingsrecht volstaat niet.
  • Vergunning Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr); voert u activiteiten uit op of om werken van Rijkswaterstaat, zoals (snel)wegen, viaducten, tunnels, bruggen of dijken? Dan heeft u voor uw installatie een Wbr-vergunning nodig. Voeg die toe aan uw subsidieaanvraag.
  • Watervergunning op grond van het waterbesluit; combineert u uw zonthermie-project met warmteopslag in de bodem? Dan heeft u een vergunning nodig. Stuur de verleende vergunning mee met uw subsidieaanvraag.

Wilt u meer weten over een omgevingsvergunning en watervergunning, ga dan naar het Omgevingsloket.

De complete vergunningeisentabel vindt u bij Downloads op de pagina Aanvragen of in de brochure zelf.

Veelgestelde vragen

Bent u tevreden over deze pagina?

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *
Mogen wij u benaderen voor een gebruikersonderzoek?
Wij zoeken regelmatig respondenten voor gebruikersonderzoek op onze website. Wij zijn benieuwd naar uw mening en gaan graag met u in gesprek. Een online interview duurt maximaal 45 minuten.