Service menu right

Veelgestelde vragen SDE Zon

Veelgestelde vragen

Waar moet mijn zonthermie-installatie aan voldoen om in aanmerking te komen voor SDE+?

U kunt de subsidie SDE+ aanvragen voor zonthermie-installaties met een totaal thermisch vermogen van tenminste 140 kW, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren. In een ‘afgedekte’ zonnecollector zit er boven het lichtabsorberende oppervlak een lichtdoorlatende laag die zorgt voor isolatie. Dit is bijvoorbeeld een glazen plaat of buis.

Hoe bepaal ik het vermogen en de subsidiabele productie van de zonthermie-installatie?

Bij de subsidieaanvraag vult u het totale apertuuroppervlak in. Het thermisch vermogen van de installatie in kW is gelijk aan het totale apertuuroppervlak in m2 vermenigvuldigd met een factor 0,7.

  • Berekening thermisch vermogen in kiloWatt
    Vermogen [kW] = 0,7 [kW/m2] * totale apertuuroppervlak [m²]

Voor de categorie ‘Zonthermie’ geldt een maximum van 700 vollasturen per jaar. De maximale subsidiabele jaarproductie is: Vermogen [kW] *maximale vollasturen.

  • Berekening maximale subsidiabele productie in kiloWattuur. Bij een apertuuroppervlak van 200 m2 is de maximale subsidiabele jaarproductie: 0,7 [kW/m2]  * 200 [m²]* 700 [uur] = 98.000 kWh

Met welke kosten (buiten de kosten van de installatie) moet ik rekening houden voor de realisatie van een zon-PV-installatie?

U moet met de volgende kosten rekening houden:

  • Eventueel aanschaf of verzwaring grootverbruikersaansluiting: Voor de realisatie van een zon-PV-installatie moet u een grootverbruikersaansluiting hebben. De kosten van de aanschaf kunnen aanzienlijk zijn. Voor een duidelijk overzicht van de door u te maken kosten ten behoeve van de netwerkaansluiting kunt u het beste contact opnemen met uw netbeheerder. De hieraan verbonden kosten komen voor uw rekening.
  • Kosten meetbedrijf: Bij een grootverbruikersaansluiting bent u verplicht een meetdienst bij een meetbedrijf af te nemen. Hieraan zijn kosten verbonden. Omdat RVO.nl subsidie verstrekt op basis van de werkelijke energieproductie, moet de meter elke maand worden uitgelezen.

    Voor projecten met een veldopstelling met een SDE-beschikking vanaf 2016 zijn er mogelijkheden om voor de investeringskosten ten behoeve van de netaansluiting EIA aan te vragen. Zie hiervoor de Energielijst van de EIA.

Is het mogelijk om meerdere productie-installaties op een grootverbruikersaansluiting aan te sluiten?

Wanneer u gebruikt maakt van de SDE+-subsidie dan bent u verplicht per beschikking de productie te meten. U kunt meerdere productie-installaties op een grootverbruikersaansluiting aansluiten, mits u per beschikking een brutoproductiemeter tussen uw productie-installatie en grootverbruikersaansluiting plaatst. Heeft u bijvoorbeeld 3 beschikkingen? Dan plaatst u dus 3 brutoproductiemeters. Per openstellingsronde kunt u per locatie wel voor meerdere (bijvoorbeeld verschillende Zon) categorieën aanvragen.

Staan uw productie-installaties op verschillende adressen, maar wilt u de elektriciteit invoeden via één grootverbruikersaansluiting? Ook dan plaatst u voor iedere beschikking een brutoproductiemeter. U kunt bij de netbeheerder of erkend meetbedrijf meer informatie hierover opvragen.

Wanneer is voor een zon-installatie een Omgevingsvergunning verplicht?

Plaatst u een zon-installatie op een nieuw te bouwen gebouw? Dan moet u de verleende Omgevingsvergunning van het nieuw te bouwen gebouw toevoegen aan uw SDE+-subsidieaanvraag. Bent u van plan de zon-installatie in een veldopstelling te plaatsen of een drijvende zon-installatie te realiseren? Vraag dan een Omgevingsvergunning aan.

De verleende vergunning stuurt u mee bij de subsidieaanvraag. Uw gemeente cq. het bevoegd gezag kan u meer informatie geven over een eventuele bouwvergunning of omgevingsvergunning. Als er geen Omgevingsvergunning nodig is, moet u dat aan kunnen tonen door relevante documentatie bij uw subsidieaanvraag mee te sturen.

Bij uw SDE+-subsidieaanvraag stuurt u de verleende vergunning mee, dus niet de ontwerpvergunning. Als een bezwaar of beroep is aangetekend, is de verleende vergunning nog niet onherroepelijk.

Elektriciteit voor eigen gebruik: hoe werkt dat binnen de SDE?

Vanaf 2018 maakt de SDE voor de categorieën zon-pv ≥ 15 kWp onderscheid tussen elektriciteit die door de producent op het net wordt ingevoed ‘netlevering’ en elektriciteit die zelf wordt gebruikt ‘niet-netlevering’.

In de Aanwijzingsregeling SDE-categorieën voorjaar 2018 staan de verschillende basisenergieprijzen en correctiebedragen voor netlevering en niet-netlevering (eigen gebruik). Een overzicht van deze bedragen vindt u in de tabel op Zon SDE+. De werkwijze is als volgt:

  • In het eLoket geeft u aan welk deel van de productie voor eigen gebruik is. Deze waarde kunt in een later stadium, bijvoorbeeld na realisatie van de productie-installatie, aanpassen.
  • In de subsidieverlening wordt het maximaal te verlenen subsidiebedrag gebaseerd op de basisenergieprijs voor ‘netlevering’.
  • RVO.nl stelt de voorschotten in op basis van de verdeling tussen ‘netlevering’ en ‘niet-netlevering’ over de afgelopen periode van een jaar of als deze niet is bepaald, een opgave van de aanvrager.
  • RVO.nl berekent de bijstelling van de voorschotten op basis van de door CertiQ toegekende labeling ‘netlevering’ en ‘niet-netlevering’ aan de meetwaarden.

Ik ga verhuizen. Wat zijn de gevolgen voor de subsidie op mijn zon-PV installatie?

Verhuist de zon-PV-installatie mee naar uw nieuwe locatie? En blijft u de producent van de hernieuwbare energie? Dan kan de subsidie mee verhuizen. Stuur in dit geval een wijzigingsverzoek naar sde@rvo.nl. Vermeld in de e-mail uw naam, adres, woonplaats, projectnummer, de adresgegevens van de nieuwe locatie en de reden van het wijzigingsverzoek.
 
Verhuist de zon-PV-installatie niet mee naar uw nieuwe locatie? Overleg dan met de nieuwe eigenaar of deze de subsidie wil overnemen. Wil de nieuwe eigenaar de subsidie overnemen? Dan dient u een verzoek tot wijziging in. Dit doet u door middel van het ‘formulier SDE wijziging subsidieontvanger’. Dit vindt u op mijn.rvo.nl/sde.  

Wil de nieuwe eigenaar de subsidie niet overnemen? Dan dient uw subsidie vastgesteld te worden. Vraag via sde@rvo.nl hiervoor het juiste formulier aan.

RVO.nl neemt uw verzoek in behandeling en bericht u wanneer beoordeling is afgerond.
Let op: RVO.nl betaalt alleen voorschotten over de productie als de wijziging bij CertiQ is verwerkt. Als RVO.nl een wijziging in de subsidie toestaat, is vaak een nieuwe aanmelding bij CertiQ nodig.