Berekening TVL Q1 | Tegemoetkoming Vaste Lasten | RVO | Rijksdienst

Service menu right

Berekening Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)

01-04-2021

Hier leest u hoe we het bedrag van de TVL berekenen.

Let op

Als u TVL Q1 2021 aanvraagt, berekenen we op dit moment uw subsidie/voorschot nog op basis van het eerdere subsidiepercentage (50-70%) en minimum- en maximumbedrag (€ 750 en € 90.000). Inmiddels is de ophoging naar het subsidiepercentage van 85% goedgekeurd door de Europese Commissie, maar de nieuwe aanpassingen zijn nog niet verwerkt in onze systemen. Op dit moment zijn we druk bezig met de voorbereidingen voor een automatische nabetaling.

Lees meer over de uitbreidingen van 21 januari 2021

Hoe berekenen we de TVL Q1 2021?

We bepalen de hoogte van de subsidie als volgt:

subsidie = normale omzet x omzetverlies in % x aandeel vaste lasten in % x 85%

Als u voldoet aan de voorwaarden, ontvangt u een voorschot van 80% op basis van uw verwachte omzetverlies. Na afloop van de subsidieperiode vragen wij u naar uw werkelijke omzet. Dit noemen we de vaststelling.

Opslag voor de detailhandel: VGD

Non-food detailhandelaars komen voor TVL Q1 2021 in aanmerking voor de opslag Voorraad Gesloten Detailhandel (VGD).

Lees meer over de VGD-opslag

Opslag voor de reisbranche: AR

Bedrijven in de reisbranche komen voor TVL Q1 2021 in aanmerking voor de opslag Annuleringskosten Reizen (AR).

Lees meer over de AR-opslag

Opslag voor land- en tuinbouw

Ondernemers in de land- en tuinbouw komen voor TVL Q1 2021 in aanmerking voor een opslag voor speciale kosten.

Lees meer over de opslag voor speciale kosten land- en tuinbouw

Uitleg over de berekening

subsidie = normale omzet x omzetverlies in % x aandeel vaste lasten in % x 85%

Normale omzet

Normale omzet wordt ook wel referentieomzet genoemd. Onder omzet verstaan wij alle inkomsten zonder de ontvangen btw en vóór aftrek van kosten en vaste lasten. Als u een aangifte voor de omzetbelasting moet doen, dan kunt u de posten Prestaties binnenland (1a, 1b, 1c en 1e) en Prestaties naar of in het buitenland (3a, 3b en 3c) van uw btw-aangifte gebruiken als omzet.

Welke omzetgegevens u nodig heeft, hangt af van de datum waarop u uw bedrijf voor het eerst inschreef in het Handelsregister van KVK.

  • Heeft u uw bedrijf voor 1 januari 2019 voor het eerst ingeschreven in het Handelsregister van KVK? Dan gebruiken we de omzet van 1 januari en met 31 maart 2019. Deze periode noemen we de referentieperiode. Als u de btw-aangifte per kwartaal doet, dan neemt u de omzet van het 1e kwartaal 2019 (januari-maart).

Waarom kijken we naar Q1 2019 en niet naar Q1 2020?

Er is een vergelijkbare periode van voor de coronacrisis nodig, vandaar Q1 2019. U kunt geen ander kwartaal kiezen. Het zou te lang duren om voor elke ondernemer de passendste periode te bepalen en controleren.

  • Heeft u uw bedrijf na 31 december 2018 en uiterlijk op 30 september 2019 voor het eerst ingeschreven?
    Dan gebruiken we de omzet van de eerste 3 maanden van een geheel kalenderkwartaal volgend op de maand waarin u bent gestart met uw bedrijf (apr-jun, of jul-sep, of okt-dec 2019). Uw startdatum is de datum waarop u uw bedrijf voor het eerst in het Handelsregister van KVK heeft ingeschreven. Als u bijvoorbeeld 15 mei 2019 bent gestart, zijn dat de maanden juli, augustus en september 2019 (Q3 2019).
  • Heeft u uw bedrijf na 30 september 2019 en uiterlijk op 30 november 2019 voor het eerst ingeschreven?
    Dan gebruiken we de omzet van de eerste 3 volle maanden na de dag van de start van uw bedrijf. Uw startdatum is de datum waarop u uw bedrijf voor het eerst in het Handelsregister van KVK heeft ingeschreven.
  • Heeft u uw bedrijf na 30 november 2019 en uiterlijk op 29 februari 2020 voor het eerst ingeschreven?
    Dan gebruiken we uw gemiddelde maandelijkse omzet vanaf de dag na de start van uw bedrijf tot en met 15 maart 2020.

We berekenen de referentieomzet dan als volgt:

referentieomzet = (de omzet in de periode na de dag van de start van de activiteiten tot en met 15 maart 2020) / (het aantal maanden actief in bedrijf) x 3

  • Heeft u uw bedrijf na 29 februari 2020 en uiterlijk op 15 maart 2020 voor het eerst ingeschreven?
    Dan kunnen we uw omzet onder normale omstandigheden niet bepalen. U ontvangt de minimale subsidie als uw vaste lasten van januari tot en met maart 2021 minimaal € 1.500 zijn. Let op: het gaat om uw berekende vaste lasten (normale omzet x aandeel vaste lasten in %, zie uitleg beneden), niet om de werkelijke vaste lasten.

Omzetverlies

Voor het omzetverlies vergelijken we uw normale omzet met de omzet die u in 2021 verwacht in dezelfde periode. Het omzetverlies moet minimaal 30% zijn. We berekenen het omzetverlies als volgt:

omzetverlies in % = (normale omzet - verwachte omzet januari-maart 2021) / normale omzet x 100

Aandeel vaste lasten

Voor de bepaling van de vaste lasten, gebruiken we branchegegevens van het CBS. Omdat we zoveel mogelijk ondernemers zo snel mogelijk willen helpen, maken we geen gebruik van uw werkelijke vaste lasten.

Het CBS beschikt over het gemiddelde aandeel van de vaste lasten in de omzet van uw branche, uitgedrukt in een percentage. Het aandeel van de vaste lasten in de omzet voor uw branche staat dus vast en hangt samen met de SBI-code van uw hoofdactiviteit.

Bekijk het percentage vaste lasten dat bij uw SBI-code hoort

De vaste lasten moeten na berekening hoger zijn dan € 1.500. We berekenen de vaste lasten als volgt:

vaste lasten = normale omzet x aandeel vaste lasten in %

Adviestool

Met de Adviestool kunt u in 3 stappen zien of u in aanmerking komt en welk bedrag u mogelijk kunt aanvragen. U heeft hiervoor uw KVK-nummer nodig.

Raadpleeg de Adviestool

Vorige subsidieperiodes

Bent u op zoek naar informatie over eerdere subsidieperiodes die inmiddels zijn gesloten?

Ga naar de TVL overzichtspagina

Bent u tevreden over deze pagina?

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *
Mogen wij u benaderen voor een gebruikersonderzoek?
De komende tijd zoeken wij testers voor het nieuwe ontwerp van onze website. Wij zijn benieuwd naar uw mening en gaan graag met u in gesprek. Een online interview duurt maximaal 45 minuten.