Service menu right

Landbouwgronden 2020

Heeft u grond ter beschikking voor landbouwactiviteiten? Dan kunt u uitbetaling van betalingsrechten aanvragen. Uw landbouwgrond moet hiervoor aan voorwaarden voldoen. U vraagt deze uitbetaling aan in de Gecombineerde opgave. Dit kan elk jaar van 1 maart tot en met 15 mei.

Voor welke landbouwgronden subsidie

Heeft u grond ter beschikking voor landbouwactiviteiten? Dan geeft u deze grond op als landbouwgrond, als u dit gebruikt als

  • bouwland
  • blijvend grasland
  • of voor een blijvende teelt

Voorbeelden landbouwactiviteiten

  • Telen van een akkerbouwgewas of een meerjarige teelt.
  • Begrazen of maaien van landbouwgrond.
  • Oogsten van gras voor veevoer.
  • Inzetten van grond als ecologisch aandachtsgebied (EA).
  • Het inzaaien van een groenbemester volgens de randvoorwaarden.

Algemene voorwaarden

Voor uitbetaling van betalingsrechten moet landbouwgrond aan algemene voorwaarden voldoen. Dit zijn de algemene voorwaarden:

  • U moet de landbouwgrond op 15 mei van het aanvraagjaar ter beschikking hebben.
  • Het gewas dat op het perceel staat moet subsidiabel zijn.
  • U moet zich het hele kalenderjaar houden aan de subsidievoorwaarden en randvoorwaarden. Ook als u het perceel in dat kalenderjaar voor 15 mei van een andere gebruiker overneemt. Of als het perceel na 15 mei overgaat naar een andere gebruiker.
  • Bent u als de gebruiker niet zelf de eigenaar van het perceel? Dan moet u toestemming hebben van de eigenaar, huurder of (erf)pachter voor het gebruik van het perceel.
  • De grond mag u binnen het kalenderjaar niet meer dan 90 dagen voor andere activiteiten gebruiken. Meer informatie leest u bij de paragraaf Voor welke landbouwgronden geen subsidie.
  • Grond die u niet gebruikt voor landbouwactiviteiten moet u minimaal één keer per jaar voor 1 november maaien. Heeft u percelen waarop vanuit de ANLb, SNL of Catalogus Groenblauwe diensten voorwaarden gelden voor het bevorderen van de biodiversiteit bij een bepaald maaibeheer? Dan geldt er een uitzondering. Voor deze percelen is er geen jaarlijkse maaiverplichting. Voor de minimum activiteit is dan één keer per 2 jaar maaien voldoende.
  • Op de landbouwgrond mogen maximaal 50 bomen per hectare groeien. Behalve als het fruitbomen betreft, die regelmatig een oogst opleveren.
  • Het perceel is afgerond minstens 0,01 hectare.
  • Bestaat de vegetatie van het perceel voor meer dan 50% uit verruiging of struiken? Dan krijgt u daar geen subsidie voor. Gaat het om een deel van een perceel? Dan kunt u het perceel splitsen. En alleen het deel dat voldoet aan de voorwaarden kunt u opgeven als subsidiabele grond.
  • Een perceel waarop u hennep teelt moet voldoen aan de voorwaarden voor de teelt van hennep.
  • Een perceel waar een voedselbos op staat moet voldoen aan de voorwaarden voor een voedselbos.

Bouwland

Bouwland is grond die u gebruikt voor de teelt van gewassen. Of grond die u daarvoor kunt gebruiken, maar braak ligt. Voor de randvoorwaarden mag bouwland niet braak liggen. Deze percelen moet u inzaaien met een voorgeschreven groenbemester. De groenbemester kunt u tot en met 31 mei inzaaien en mag u pas na 31 augustus vernietigen. Onbeheerde akkerranden die u inzet als ecologisch aandachtsgebied, mogen wel braak liggen.

Blijvend grasland

Voorwaarde voor blijvend grasland is dat de vegetatie voor minstens 50% bestaat uit grassen of andere kruidachtige voedergewassen. Pitrus, riet en heide zijn geen kruidachtige voedergewassen. Wordt grasland (binnen vijf jaar) opgenomen in de vruchtwisseling? Dan is het tijdelijk grasland en valt daarmee onder bouwland.

Uitzondering

De verplichte herinzaai van kwetsbaar blijvend grasland in een Natura 2000-gebied, is een uitzondering. Dat is na inzaai direct weer blijvend grasland.

In het stroomschema gewascodes voor grasland vindt u de meest gebruikte gewascodes waarmee u uw perceel grasland kunt opgeven.

Blijvende teelt

Blijvende teelt is grond waar u een gewas op teelt dat normaal langer dan vijf jaar staat. Dit levert regelmatig een oogst op. Hieronder vallen:

  • producten van kwekerijen en hakhout met een korte omlooptijd
  • boomgaarden, boom- en fruitkwekerijen
  • gewassen als zonnekroon en miscanthus (olifantsgras)
  • voedselbos

Meer informatie over de voorwaarden vindt u op de pagina Voedselbos 2020.

Gewassen

U kunt alleen uitbetaling krijgen voor percelen met subsidiabele gewassen. In de Tabel Gewassen en GLB 2020 ziet u wanneer een gewas subsidiabel is. In de tabel ziet u ook of een gewas als bouwland, blijvend grasland of een blijvende teelt meetelt. Ook staat er in de tabel of het een apart gewas is voor gewasdiversificatie. En of u een vanggewas of hoofdteelt kan inzetten als ecologisch aandachtsgebied.

Voor welke landbouwgronden geen subsidie

U kunt geen uitbetaling van betalingsrechten aanvragen voor gronden die geen landbouwgrond zijn. In de handleiding Percelen landbouwgrond of niet volgens GLB staat wat valt onder landbouwgrond volgens de GLB-regeling. Verder leest u welke oppervlakten geen deel uitmaken van een perceel landbouwgrond. En welke grond geen landbouwgrond is. Ook leest u waarmee u rekening moet houden bij het intekenen van uw percelen.

Percelen tijdelijk in gebruik voor andere activiteiten

Wordt uw grond meer dan 90 dagen van het kalenderjaar gebruikt voor andere activiteiten dan landbouw? Dan krijgt u voor deze grond geen uitbetaling van betalingsrechten. Deze periode van 90 dagen hoeft niet aan elkaar te liggen binnen een kalenderjaar. Heeft u bijvoorbeeld een stuk grond die gebruikt wordt als ijsbaan? En staat deze van 1 januari tot 1 maart en van 1 november tot 31 december onder water? Dan voert u op meer dan 90 dagen geen landbouwactiviteiten uit.

Voorbeelden van tijdelijk ander gebruik of activiteiten zijn:

  • aanleg van leidingen
  • realisatie van een waterberging
  • baggerwerkzaamheden
  • wedstrijden
  • paardenconcours
  • gebruik als tijdelijke opslag van bijvoorbeeld bagger, bouwmaterialen en veevoer
  • ijsbaan

Meerdere korte activiteiten mogen. Zolang u ervoor zorgt dat het aantal dagen per kalenderjaar opgeteld niet meer dan 90 dagen is. Breng het perceel direct na de activiteit, binnen 90 dagen, terug in goede landbouw- en milieuconditie. Hiermee voorkomt u een randvoorwaardenkorting op GLB-subsidies. Lees hierover meer op de pagina Randvoorwaardenkorting GLB.

Aandachtspunt bij het invullen van de Gecombineerde opgave

Vraag in de Gecombineerde opgave geen uitbetaling van betalingsrechten en vergroeningsbetaling op dit perceel aan. Wel geeft u het perceel op in Mijn percelen. Vindt er op 15 mei geen landbouwactiviteiten plaats op het perceel? Dan geeft u het bijvoorbeeld op als tijdelijk onbeteelde grond. Staat er op 15 mei wel een gewas op het perceel? Dan geeft u de gewascode op die bij de teelt hoort. En geeft u in de Gecombineerde opgave aan dat er sprake is van noemenswaardige hinder.

Handig om te weten

Mestwetgeving

Landbouwgrond die subsidiabel is voor directe betalingen GLB hoeft niet altijd in aanmerking te komen voor de gebruiksruimte mest, derogatie, Verantwoorde groei melkveehouderij en de Mestverwerkingsplicht. Heeft u percelen in gebruik als natuurterrein volgens de mestwetgeving? Of gebruikt u een primaire waterkering zoals een dijk en heeft u hierover niet de beschikkingsmacht? Dan komt die grond niet in aanmerking voor de gebruiksruimte mest en derogatie. Maar wel voor de Verantwoorde groei melkveehouderij en de Mestverwerkingsplicht.

Voldoet deze grond aan de algemene voorwaarden voor landbouwgrond? Dan kunt u er wel betalingsrechten op laten uitbetalen. Voor meer informatie gaat u naar de pagina Mest gebruiken en uitrijden.