Berekening graasdierpremie 2017

De graasdierpremie is voor dieren die op enig moment in de periode van 1 januari tot en met 15 mei aanwezig zijn op het bedrijf. Voor de berekening kijken we voor deze dieren welke dagen ze aanwezig zijn in de periode van 1 januari tot en met 15 oktober.

Bereken het als volgt: deel de som van het aantal dagen dat de runderen en/of schapen voldoen aan de voorwaarden door 288 (aantal dagen in de periode van 1 januari tot en met 15 oktober 2017) en vermenigvuldig dit met het premiebedrag per dier.

Correctie bij subsidiabel grasland

Heeft u op uw bedrijf subsidiabel grasland in gebruik op 15 mei 2017? Dan wordt het aantal dieren dat in aanmerking komt voor de premie gecorrigeerd, omdat de dieren ook op het subsidiabel grasland kunnen grazen. Het maakt daarbij niet uit of ze dat ook daadwerkelijk doen.

We rekenen dan eerst een aantal dieren toe aan het subsidiabele grasland. Het gaat om 11,67 schapen per hectare en 1,75 runderen per hectare. Voor deze dieren krijgt u géén graasdierpremie.

Heeft u zowel schapen als runderen, dan wordt deze vermindering eerst afgetrokken van het aantal schapen en daarna van het aantal runderen.

De volgende gewassen tellen mee als subsidiabel grasland:

  • Grasland, blijvend (265)
  • Grasland, tijdelijk (266)
  • Grasland, natuurlijk. Hoofdfunctie landbouw (331)
  • Grasland, natuurlijk. Areaal met een natuurbeheertype dat overwegend voor landbouwactiviteiten-GLB wordt gebruikt (336)
  • Rand, grenzend aan blijvend grasland of een blijvende teelt, hoofdzakelijk bestaand uit blijvend gras (333)
  • Rand, grenzend aan blijvend grasland of een blijvende teelt, hoofdzakelijk bestaand uit tijdelijk gras (370)
  • Rand, grenzend aan bouwland, hoofdzakelijk bestaand uit blijvend gras. (EA: onbeheerd) (334)
  • Rand, grenzend aan bouwland, hoofdzakelijk bestaand uit tijdelijk gras. (EA: onbeheerd) (372)

Voorbeeldberekeningen

Voorbeeld 1

Dit is een voorbeeldberekening van de graasdierpremie, met aftrek door subsidiabel grasland:

  • Een schapenhouder heeft het hele jaar een schaapskudde van 350 schapen die het vorige jaar of eerder zijn geboren. Op zijn bedrijfslocatie heeft hij 5 hectare subsidiabel grasland.
  • Het berekende aantal schapen voor deze 5 hectare grasland is: 5 hectare x 11,67 schapen per hectare = 58,35 schapen.
  • Het aantal schapen waarvoor deze schapenhouder graasdierpremie kan krijgen, is dus: 350 – 58,35 = 291,65 schapen.
  • De graasdierpremie wordt dan: 291,65 x € 24 = € 6.999,60. Dit komt boven de ondergrens van € 1.000.

Voorbeeld 2

Dit is een voorbeeldberekening van de graasdierpremie, met aftrek van dieren die niet aan de I&R voorwaarden voldoen en die tot een sanctie leiden:

  • Een schapenhouder heeft het hele jaar een schaapskudde van 350 schapen die in het vorige jaar of eerder zijn geboren. Op zijn bedrijfslocatie heeft hij 5 hectare subsidiabel grasland.
  • Het berekende aantal schapen voor deze 5 hectare grasland is: 5 hectare x 11,67 schaap per hectare = 58,35 schapen.
  • 25 schapen voldoen niet aan de voorwaarden en worden gekort. Het aantal schapen dat voldoet is 350 – 25 = 325.
  • Het aantal schapen waarvoor deze schapenhouder graasdierpremie kan krijgen, is dan: 325 (aantal dieren dat voldoet) – 58,35 (vanwege aftrek grasland) = 266,65 schapen.
  • De graasdierpremie vóór sanctie wordt dan 266,65 x € 24 = € 6.399,60.
  • Het aantal schapen dat wordt gekort levert de volgende afwijking op: 25 (aantal dieren dat niet voldoet) / 325 (aantal dieren dat voldoet) = 7,69%.
  • De afwijking levert een sanctiebedrag op van 7,69% x € 6.399,60 = € 492,28.
  • De graasdierpremie wordt dan: € 6.399,60 - € 492,28 = € 5.907,32.

Voorbeeld 3

Dit is een voorbeeldberekening van de graasdierpremie, waarbij niet alle dieren de volledige periode van 1 januari tot en met 15 oktober (288 dagen) worden aangehouden.

  • Een schapenhouder heeft een schaapskudde van 350 schapen die in het vorige jaar of eerder zijn geboren. 200 schapen worden de volledige periode van 288 dagen gehouden en 150 schapen gedurende 200 dagen. Van deze 150 voldoen er 10 schapen niet aan de voorwaarden. Op zijn bedrijfslocatie heeft hij 5 hectare subsidiabel grasland.
  • Het totaal aantal schapen dat aan de voorwaarden voldoet is 200 schapen x 288 dagen + 140 schapen x 200 dagen, totaal 85.600 dagen gedeeld door 288 dagen = 297,22 schapen.
  • Het berekende aantal schapen voor deze 5 hectare grasland is: 5 hectare x 11,67 schaap per hectare = 58,35 schapen.
  • Het aantal schapen waarvoor deze schapenhouder graasdierpremie kan krijgen, is dan: 297,22 – 58,35 (vanwege aftrek grasland) = 238,87 schapen.
  • De graasdierpremie voor sanctie wordt dan 238,87 x € 24 = € 5.732,93.
  • Het aantal schapen dat niet voldoet levert de volgende afwijking op: 10 schapen x 200 = 2000 dagen / 288 = 6,94 schaap dat niet voldoet ten opzichte van 297,22 schapen die wel voldoen. Het afwijkingspercentage is dan 2,34 %.
  • De afwijking levert een sanctiebedrag op van 2,34% x € 5.732,93 = € 133,95.
  • De graasdierpremie wordt dan: € 5.732,93 - € 133.95 = € 5.598,98.

Service menu right