Voorwaarden Hernieuwbare energie

Welke projecten komen in aanmerking voor subsidie Hernieuwbare Energie. Lees alles over de doorlooptijd, criteria en afwijzingsgronden.

RVO.nl beoordeelt de binnengekomen aanvragen voor subsidie Hernieuwbare Energie op volgorde van binnenkomst. Wanneer uw aanvraag compleet is, is de beoordelingstermijn maximaal 8 weken.

Wat geldt als hernieuwbare energie in deze regeling?
Hernieuwbare energie (of duurzame energie) houdt het volgende in:

  • energie geproduceerd met installaties die uitsluitend gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen;
  • het aandeel energie (in calorische waarde) dat een hybride installatie opwekt uit hernieuwbare bronnen. Hieronder valt ook de voor accumulatiesystemen gebruikte hernieuwbare elektriciteit, maar niet elektriciteit die accumulatiesystemen voortbrengen.

Bronnen van hernieuwbare energie

Hernieuwbare energiebronnen die in aanmerking komen zijn de volgende hernieuwbare, niet-fossiele energiebronnen: windenergie, zonne-energie, aerothermische (lucht), geothermische (bodem), hydrothermische (oppervlaktewater) energie en energie uit de oceanen, waterkracht, biomassa, stortgas, rioolwaterzuiveringsgas en biogas.

Technology Readiness Level (TRL) focus 6 t/m 8

De regeling Hernieuwbare Energie richt zich met name op ontwikkeling en demonstratie, technology readiness level (TRL) 6 t/m 8, maar projecten gericht op TRL 4 of 5 worden niet uitgesloten.

Soort projecten

Binnen de regeling Hernieuwbare Energie kunnen projecten passen die:

  1. de productie van hernieuwbare energie voor enig kalenderjaar goedkoper maken via technieken zoals genoemd in de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie (de SDE+ aanwijsregeling), hierna: SDE+ technieken
  2. de opwekking en opslag van duurzame energie combineren
  3. de opwekking en slimme regeling (smart grids) van duurzame energie combineren op decentraal niveau
  4. duurzame energie-opties betreffen die niet in de SDE+ zitten én waarop additionele productie haalbaar kan zijn door innovatie. Dit betreft de opties zonnewarmte, kleinschalige (<15 kWp) of niet aan het net gekoppelde zon PV-systemen, ondiepe bodemenergie (<500m) en buitenluchtwarmte (de laatste twee gebruiken warmtepompen als techniek).

Opties 2 tot en met 4 worden hierna 'Overige hernieuwbare energieopties' genoemd.

Ad. 1. Voorwaarden regeling Hernieuwbare Energie bij SDE+ technieken
Om in aanmerking te komen voor de regeling Hernieuwbare Energie moeten projecten die zich richten op een SDE+ techniek of spin–off’s hiervan in 2030 leiden tot daadwerkelijke duurzame energieproductie. De verwachte besparing op de SDE+ uitgaven moet groter zijn dan de innovatiesubsidie die gevraagd wordt.

Besparing op de SDE+ uitgaven treedt op als het door de innovatie te realiseren basisbedrag van een SDE+ techniek lager wordt dan het huidige basisbedrag én lager is dan 13 ct/kWh (voor hernieuwbaar gasprojecten staat dit gelijk aan 89,7 ct/Nm3 of 10,2 ct/kWh.). Voor wind op zee-projecten geldt in 2016 dat het door innovatie te realiseren basisbedrag lager moet zijn dan 14,0 ct/kWh. Dit is inclusief de kosten van een individuele aansluiting voor rekening van de parkexploitant.

Ad. 2., 3., en 4. Voorwaarden regeling Hernieuwbare Energie bij Overige hernieuwbare energieopties
Voor de hierboven genoemde overige hernieuwbare energieopties geldt dat projecten of spin-offs ervan kunnen besparen op de toekomstige SDE+ uitgaven als deze in 2030 leiden tot additionele duurzame energieproductie door de innovatie. Additionele duurzame energieproductie kan  ontstaan als er sprake is van:

  • bredere toepassingsmogelijkheden; de techniek komt binnen bereik van andere doelgroepen in de markt;
  • een aantoonbare vergroting van de mogelijkheid om duurzame energie op te wekken, bijvoorbeeld op decentraal niveau waar de grenzen bereikt zijn van wat er ingepast kan worden in het net;
  • een schaalsprong in de techniek die bij normale uitontwikkeling niet verwacht zou zijn, bijvoorbeeld in de efficiency van een warmtepomp.

Er wordt bespaard op de SDE+ uitgaven als de gevraagde innovatiesubsidie kleiner is dan de SDE+ subsidie die de overheid naar verwachting zou betalen voor eenzelfde productie van duurzame energie via windenergie op zee.

Onderbouwing kostenbesparing

Voor alle projecten geldt, dat de verwachte kostenbesparing moet zijn onderbouwd met een berekening conform de rekenmodellen die RVO.nl beschikbaar stelt. Deze staan op mijnrvo.nl. Uitgangspunt voor de berekening van de verwachte verlaging van het basisbedrag van een SDE+ techniek zijn de basisbedragen die ECN berekent voor het kalenderjaar van de subsidieaanvraag. Voor de besparing op de SDE+ uitgaven tellen niet alleen kostenbesparingen door het project zelf mee, maar ook door spin-off projecten en herhalingsprojecten. Ook kostenreducties die zijn gerealiseerd voor 2030 en doorlopen na 2030 tellen mee. De gehele looptijd van de SDE+ subsidie telt dus mee.

Projecten moeten voldoende inzicht bieden in de resultaten van vooronderzoek op labschaal. Het vooronderzoek toont de technische haalbaarheid aan van de voorgestelde innovatie en onderbouwt de claims die in het projectplan gedaan worden over de werking van de techniek (kwaliteit van het project, blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek).

Projecten die niet passen in de regeling

Projecten die niet in aanmerking komen voor Hernieuwbare Energie subsidie zijn:

  • projecten op het gebied van biobrandstoffen die onder de bijmengverplichting vallen (vastgelegd in het Besluit en de Regeling hernieuwbare energie vervoer); dit betreft ook bio-LNG projecten.
  • energiedemonstratieprojecten die de werking aantonen van productiemachines voor energiebesparende of duurzame energieproducten
  • energiedemonstratieprojecten die groter zijn dan nodig om de werking van een innovatie in de praktijk aan te tonen.

Afwijzingsgronden

Wanneer wijzen wij uw aanvraag af? De algemene afwijzingsgronden voor alle subsidieaanvragen energie-innovatie gelden bij de beoordeling. Daarnaast gelden de bijzondere afwijzingsgronden voor de regeling Hernieuwbare Energie.

Bijzondere afwijzingsgronden regeling Hernieuwbare energie

  • U kunt niet aannemelijk maken dat het project leidt tot duurzame energieproductie in 2030. En daarmee bespaart op de uitgaven aan subsidies voor het Besluit tot stimulering duurzame energieproductie (SDE+). Deze besparing moet groter zijn dan de aangevraagde subsidie. Dit moet blijken uit een berekening.
  • De kwaliteit van het project is onvoldoende. Dat blijkt uit:
    - de uitwerking van aanpak en methodiek
    - de omgang met risico’s
    - de uitvoerbaarheid
    - de deelnemende partijen
    - de mate waarin u het beschikbare geld effectief en efficiënt inzet
  • Het project voorziet onvoldoende in een kwalitatief goede kennisverspreiding.
  • Er is al eerder subsidie gegeven voor een ander soortgelijk project.
  • De samenwerking is onvoldoende evenwichtig. Dat blijkt uit bijvoorbeeld de verdeling van de kosten. Het moet om daadwerkelijke samenwerking gaan.

Algemene afwijzingsgronden regelingen energie-innovatie

  • Uw aanvraag komt bij RVO.nl binnen na 17.00 uur op de dag dat de subsidieregeling sluit.
  • Uw aanvraag is na sluiting van een tender of regeling niet compleet.
  • de activiteiten leveren onvoldoende bijdrage aan de doelstelling van de subsidie
  • Het is niet aannemelijk dat het project binnen de looptijd uit de regeling wordt voltooid
  • Het project scoort onvoldoende punten op de beoordelingscriteria
  • Er is eerder subsidie verstrekt voor een soortgelijk project. Een soortgelijk project is een project dat in doel en activiteiten veel overlap vertoont met het project waarvoor nu subsidie wordt aangevraagd en waarvan de toegevoegde waarde dus gering is.
  • Er is eerder subsidie gegeven voor een soortgelijk project. Het vertoont in doel en activiteiten veel overlap met het project waarvoor u nu subsidie aanvraagt. Daarnaast is de toegevoegde waarde dus gering is
  • Er is onvoldoende vertrouwen dat de betrokkenen het project kunnen financieren
  • Er is onvoldoende vertrouwen dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het project uit te voeren
  • Er bestaat onvoldoende vertrouwen in de technische of economische haalbaarheid van het project.

Service menu right