Circulaire economie en MIA\Vamil

De circulaire economie is de laatste jaren één van de belangrijkste thema’s in het milieubeleid. Het kabinet Rutte III sluit met het regeerakkoord 'Vertrouwen in de toekomst' aan bij dit beleid.

Voor het Rijksbrede Programma Circulaire Economie zijn in 2017 voor 5 sectoren transitieagenda’s opgesteld. De SER roept in de ‘Verkenning Financiële instrumenten voor een circulaire economie’ het kabinet op haar financiële overheidsinstrumenten in te zetten voor een versnelling van de transitie naar een circulaire economie. De SER concludeert dat de MIA\VAMIL-regeling positief uitwerkt op de circulaire economie. Het kabinet gaat in lijn met de SER-verkenning de MIA en VAMIL meer inzetten op de circulaire economie.

Verder geldt met ingang van 1 januari 2018 het Landelijk Afvalbeheerplan 2017-2029 (LAP3), de opvolger van het Landelijk Afvalbeheerplan 2009-2021 (LAP2). Het LAP3 zal een forse impuls geven aan verdergaande sluiting van grondstofkringlopen. Tot slot speelt de circulaire economie een steeds grotere rol bij Green Deals. Deze ontwikkelingen in het milieubeleid ziet u vanzelfsprekend terug in MIA\Vamil.

In de Milieulijst 2019 is hoofdstuk 1 'Circulaire Economie' genoemd. Investeringen die een circulaire economie bevorderen zijn geconcentreerd in hoofdstuk 1, maar niet uitsluitend daarin opgenomen. Waar de investeringen vooral duurzame landbouw, mobiliteit, klimaat en lucht, ruimtegebruik of duurzaam bouwen betreffen, passen deze bedrijfsmiddelen beter onder één van de andere hoofdstukken.
Belangrijke nieuwe bedrijfsmiddelen op de Milieulijst 2019 met betrekking tot de circulaire economie zijn die voor het tegengaan van voedselverspilling (F 2601, F 2602 en F 2603) en circulaire gebouwen (G 6100 en G 6101).

Op pagina 111 van de Milieulijst 2019 (pdf) vindt u een tabel met bedrijfsmiddelen uit andere hoofdstukken dan hoofdstuk 1, die eveneens aanwijsbaar bijdragen aan de doelstellingen van een circulaire economie

Ga meteen naar de Brochure/Milieulijst 2019 of zoek in onze digitale tool van de Milieulijst.

Circulaire economie

De circulaire economie is onder andere in de Milieulijst herkenbaar in codes voor de onderwerpen:
  1. Biobased Economy (productie en producten op basis van hernieuwbare grondstoffen) en
  2. Recycling en preventie van het gebruik van grondstoffen.
Meer informatie over Biobased Economy en MIA\Vamil is te vinden op Biobased Economy en MIA\Vamil.

Verminderd gebruik van grondstoffen en recycling

MIA\Vamil stimuleert vrijwel alle bedrijfsmiddelen die het gebruik van grondstoffen beperken (preventie) of grondstoffen uit afvalstromen terugwinnen (recycling). De Milieulijst 2019 kent vele nieuwe en uitgebreidere omschrijvingen voor de Circulaire Economie. De criteria voor bedrijfsmiddel F 1200 (Apparatuur met verminderd grondstoffenverbruik) zijn verruimd. Expliciet opgenomen zijn mogelijkheden voor grondstofbesparing met 3D printers, verlengen van de levensduur van producten, vervangen van eenmalige naar meermalige verpakkingen, en bedrijfsmiddelen voor de diensteneconomie.

De Milieulijst 2019 ondersteunt de opkomende techniek van chemische recycling door het bestaande bedrijfsmiddel F1409 (Pyrolyse- of kraakinstallatie voor verwerking van afvalstoffen) te verruimen naar chemische bewerking van afval.

Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) hebben een remmende werking op de circulaire economie vanwege de eis dat recyclaat 0% van deze stoffen mag bevatten. De Milieulijst 2019 voorziet hierin door apparatuur voor het vervangen en afscheiden van deze ZZS te stimuleren. Microplastics en microverontreinigingen worden aangepakt met nieuwe omschrijvingen voor het verwijderen uit afvalwater, het inzamelen van macroplastics uit oppervlaktewater en het vervangen bij de productie van bijvoorbeeld persoonlijke verzorgingsmiddelen.

Voor recycling zijn nieuw op de Milieulijst: tracing technology, bedrijfsmiddelen om recyclaat toe te passen en productieapparatuur om recycling van verpakkingen te bevorderen. Ook een asfaltcentrale met minimaal 80% gerecycled asfalt is opgenomen. Voor de inzameling van afval is een omschrijving opgenomen voor apparatuur die moet leiden tot de inzameling van meer of betere monostromen. Monostromen zijn afvalstromen die bestaan uit één materiaalsoort of één type product.

De bestaande bedrijfsmiddelen voor Carbon2Chem zijn aangevuld met een omschrijving voor emissiebeperking van broeikasgassen, niet zijnde CO2. De bedrijfsmiddelen voor elektrificatie zijn aangevuld met een techniek voor productie van kerosine uit duurzame stroom. Verder zijn bedrijfsmiddelen opgenomen voor chemicaliënvrije koelwaterbehandeling en het met diepkoeling en kristallisatie scheiden van water en zouten en eventueel andere grondstoffen.

 

Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

Een aantal veel gemelde bedrijfsmiddelen voor de circulaire economie zijn zogenoemde bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift en de aanvullende eisen daaraan zijn opgenomen in paragraaf 2b van de Milieulijst 2019.

De belangrijkste eis is dat een aanzienlijk betere milieuprestatie wordt behaald dan wat gangbaar is in de branche. Het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) is hier meestal richtinggevend.

De eis van een terugverdientijd is teruggekeerd voor code A 1240 (Waterbesparende installatie), deze terugverdientijd dient ten minste 3 jaar te bedragen. Voor alle bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift bedraagt de maximale steun 35% van de bijkomende kosten ten opzichte van wat gangbaar is.

Kijk voor meer informatie hierover op Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

Code F 1200 - apparatuur met verminderd grondstoffenverbruik

Een voorbeeld van een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift dat bijdraagt aan een circulaire economie is code F 1200, gericht op het verminderen van het verbruik van grondstoffen.
Onder deze code kunnen alle investeringen vallen waardoor (substantieel) minder grondstoffen worden verbruikt dan gangbaar is in de betreffende branche.

U kunt denken aan het aanpassen of vervangen van productie-installaties, maar bijvoorbeeld de aanschaf van efficiënte productie-installaties die minder grondstoffen verbruiken dan normaal voor een dergelijke installatie. De milieuprestatie moet substantieel zijn en hoger dan wat gangbaar is in de branche.Alleen de kosten die noodzakelijk zijn voor het besparen van grondstoffen komen in aanmerking.

Voorbeelden van apparatuur voor vermindering van het verbruik van grondstoffen zijn voorzieningen voor efficiënter grondstoffengebruik, kringloopsluiting, verwaarden van reststromen, refurbishment, diensteneconomie, van eenmalige naar meermalige verpakkingen, installaties voor hergebruik van onderdelen of producten, 3D-printers (uitgezonderd toepassing in de tandheelkunde), procesintensificatie (zoals micro - en spinning disc reactoren) en voorzieningen om paraffineresten uit schepen in te zetten als product (mits dit tot voldoende grondstofbesparing leidt).

Service menu right