Criteria voor opname op Milieulijst

Leveranciers en ondernemers kunnen voorstellen doen om een bedrijfsmiddel op te nemen in de nieuwe Milieulijst voor de Vamil of MIA. Of het bedrijfsmiddel in aanmerking komt voor plaatsing op de lijst, hangt af van onderstaande criteria:

  • de toepassing van het bedrijfsmiddel moet een belangrijke milieuverdienste hebben
  • er moet sprake zijn van meerkosten ten opzichte van het minder milieuvriendelijke, gangbare alternatief (zie de alinea over Europese regelgeving en steunplafonds)
  • voor de Vamil mag het bedrijfsmiddel niet gangbaar zijn
  • de (verdere) marktintroductie moet op korte termijn gewenst zijn
  • het moet verder gaan dan wat op dit moment wettelijk verplicht is

Milieuverdienste

Bij het beoordelen van de milieuverdienste wordt vooral gelet op zaken als:

  • de aard van de emissie die wordt gereduceerd
  • de mate waarin de emissie wordt gereduceerd
  • de aard van de technologie
  • het beschikbare budget
  • de meerkosten ten opzichte van het minder milieuvriendelijke, gangbare alternatief

Europese regelgeving en steunplafonds

De MIA en Vamil moeten voldoen aan Europese regels voor het geven van staatssteun. Voor steun voor investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen is gebruik gemaakt van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Deze verordening stelt een maximum aan het voordeel dat een ondernemer per project krijgt. De steun voor milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen mag ten hoogste 40% van de bijkomende kosten bedragen. Voor het recyclen of verwerken van afval van derden geldt een maximum van 35% van de bijkomende kosten. De bijkomende kosten zijn de extra kosten die een ondernemer maakt voor het milieuvriendelijke bedrijfsmiddel/bedrijfsproces vergeleken met het gangbare alternatief.

De Algemene Groepsvrijstellingsverordening verbiedt in beginsel steun voor onder andere investeringen om aan wettelijke verplichtingen te voldoen en initiatieven die leiden tot onevenredige marktverstoring. Investeringen die niet duurder zijn dan het gangbare alternatief mogen niet gestimuleerd worden met MIA\Vamil en komen daarom niet op de Milieulijst.

Steun voor investeringen in landbouwbedrijfsmiddelen, zoals opgenomen in Hoofdstuk 2 van de Milieulijst is geregeld in de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening. Het komt erop neer dat 40% van de investeringskosten vergoed mag worden. Voor investeringen in bedrijfsmiddelen voor visserij en aquacultuur, zoals opgenomen in Hoofdstuk 2 van de Milieulijst, geldt de Visserij Groepsvrijstellingverordening waarin is bepaald dat de steun ten hoogste 50% van de (project)kosten van het bedrijfsmiddel mag bedragen.

U kunt de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV), Landbouw Groepsvrijstellingsverordening (LGVV) en Visserij Groepsvrijstellingverordening (VGVV) downloaden onderaan pagina Officiƫle bekendmakingen.

Meldingsformulier en steunplafonds

In het meldingsformulier is de vraag opgenomen, of het totaal aan staatssteun onder het voorgeschreven plafond blijft. Als alleen MIA\Vamil wordt aangevraagd en geen ander investeringssteun voor hetzelfde bedrijfsmiddel wordt verkregen, kan hier 'Ja' ingevuld worden.

Bovenstaande is slechts een beknopte samenvatting van de onderliggende regelgeving. Er kunnen andere bepalingen voor u van toepassing zijn. Raadpleeg indien nodig de onderliggende regelgeving, bijvoorbeeld via de onderstaande link, of raadpleeg een fiscalist.

N.B. In alle gevallen blijft u als ondernemer zelf verantwoordelijk voor het juist invullen van het meldingsformulier.

Groepsvrijstellingsverordeningen

Service menu right