Technische voorzieningen voor energiebesparing in of bij bestaande bedrijfsgebouwen [W]

Meer artikelen
| Gewijzigd op:3 januari 2019

De energiebesparing moet ten minste 0,15 Nm3, maar niet meer dan 1,2 Nm3 aardgasequivalent (a.e.) per jaar per geïnvesteerde euro bedragen. Als referentie dient bij bestaande bedrijfsgebouwen het historisch energiegebruik8.

De energiebesparing moet aantoonbaar het directe gevolg zijn van het gebruik van het bedrijfsmiddel waarin geïnvesteerd is.

De voorzieningen moeten de energiebesparing realiseren door:

a. verbetering van de energie-efficiëntie door:
• toepassing van automatische meet- en regelapparatuur;
• toepassing van efficiëntere apparatuur;
• additionele efficiency-verhogende voorzieningen;

b. vermindering van de warmte- dan wel koellast door:
• beperking van ventilatie- of tochtverliezen;

c. warmtehergebruik door:
• warmteterugwinning;

d. efficiënte verlichting door:
• toepassing van automatische meet- en regelapparatuur;
• toepassing van efficiëntere apparatuur;
• additionele efficiency-verhogende voorzieningen.

NB: voor omrekenfactoren voor het berekenen van de energiebesparing, zie hoofdstuk 5 van de brochure.

Toelichting:
Als (een gedeelte van) een bedrijfsgebouw wordt vervangen en minimaal de bouwconstructie van het bedrijfsgebouw blijft bestaan, dan is er sprake van een bestaand bedrijfsgebouw (code 310000).
Als (een gedeelte van) een bedrijfsgebouw tot op de fundamenten wordt afgebroken en er wordt nieuw gebouwd (vervanging van een bedrijfsgebouw), dan is er sprake van een nieuw bedrijfsgebouw (code 410000).

Definities:
8 Historisch energiegebruik
Onder het historisch energiegebruik wordt verstaan het totale energiegebruik gemeten over een representatieve periode, voorafgaand aan het moment van investeren, waarin het bedrijfsmiddel onder ontwerpomstandigheden is gebruikt, en gebaseerd op de oorspronkelijke specificaties van het bedrijfsmiddel.

 

Service menu right