Voorwaarden voor inzet Projecttoeslag

Privaat-publieke-samenwerkingsprojecttoeslag (PPS-projecttoeslag) is gericht op privaat-publieke samenwerkingsverbanden die R&D gaan doen.

Samenwerkingsproject

Een samenwerkingsverband bestaat minimaal uit een onderzoeksinstelling* en een ondernemer*. De deelnemers bepalen samen de omvang van het samenwerkingsproject*, voeren het samen uit, en delen het risico en de resultaten ervan. Om voor de toeslag in aanmerking te komen, moet de ondernemer een flinke private bijdrage* leveren. Daarnaast moet het project uit fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling* of een combinatie daarvan bestaan.

Voorwaarden

De voorwaarden voor de PPS-projecttoeslag voor samenwerkingsverbanden zijn de volgende:

  • Het project is nog niet gestart;
  • Het project duurt maximaal 10 jaar;
  • Het project draagt bij aan de Nederlandse kennisinfrastructuur;
  • De projecttoeslag moet helemaal worden ingezet in het aangevraagde project, gedurende de looptijd van het project.
  • De private bijdrage wordt niet opgevoerd als ‘grondslag’ voor PPS-programmatoeslag;
  • Voor landbouwprojecten geldt dat u zich moet houden aan de gemeenschappelijke ordening van de landbouwproducten binnen de EU: er zijn regels voor de productie van landbouwproducten binnen een R&D-project.

Subsidiabele kosten en de maximale steunintensiteit

De subsidiabele kosten zijn:

  • personeelskosten: onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden;
  • kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en zolang zij worden gebruikt voor het project. Wanneer deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het project worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd;
  • kosten van gebouwen en gronden voor zover en zolang zij worden gebruikt voor het project. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd. Wat gronden betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of de daadwerkelijk gemaakte kapitaalkosten in aanmerking;
  • kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm's length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt;
  • bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien.

Maximale steunintensiteit:

  • Voor fundamenteel onderzoek*: 100%
  • Voor industrieel onderzoek*: 50%
  • Voor experimentele ontwikkeling*: 25%

van de subsidiabele kosten.

Bekijk een rekenvoorbeeld.

*zie Definities voor een nadere omschrijving van deze begrippen.

Service menu right