Duurzaamheidseisen vaste biomassa SDE+

Pagina in Engels/page in English

Om de duurzaamheid van de biomassa te waarborgen is er een systeem van toetsing en controle. Subsidieontvangers van de SDE+ moeten aantonen dat een levering van biomassa duurzaam is. Dit kan op twee manieren:

  1. via door de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) goedgekeurde certificatieschema’s
  2. via verificatie of een combinatie daarvan. Verificatie wil zeggen dat een onafhankelijke en door de Minister van EZK erkende conformiteitbeoordelingsinstantie (CBI) verklaart dat de biomassa aan de duurzaamheidseisen voldoet. De conformiteitsbeoordelingsinstanties maken bij de verificatie gebruik van een door de Minister aangewezen verificatieprotocol (pdf). Voor de goedkeuring van certificatieschema’s kan de Minister zich eerst laten adviseren door een onafhankelijke adviescommissie.

De duurzaamheidseisen, de wijze waarop moet worden aangetoond dat hieraan voldaan is, en toezicht en handhaving zijn voor een belangrijk deel vastgelegd in het Besluit en de Ministeriële regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen. Een toelichting op het systeem staat in de kamerbrief van 18 maart 2016 en de kamerbrief van 10 juli 2018. De duurzaamheid van de biomassa moet worden aangetoond in de gehele keten van de biomassaproductie oftewel – van inzameling tot aan de energieproductie. Het toezicht op naleving van de duurzaamheidseisen is belegd bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).

Hieronder vindt u uitgebreidere informatie over het aantonen van de duurzaamheid:

  1. Energieproducenten en biomassaleveranciers vinden informatie over de eisen waaraan de biomassa moet voldoen en hoe conformiteit aan deze eisen moet worden aangetoond voor het verkrijgen van subsidie.
  2. Conformiteitsbeoordelingsinstanties vinden informatie over hoe zij erkend kunnen worden voor het aantonen van conformiteit aan de duurzaamheidseisen via verificatie en certificatie.
  3. Schemabeheerders vinden informatie over hoe schema’s getoetst en goedgekeurd kunnen worden voor het aantonen van de conformiteit aan (delen van) de duurzaamheidseisen.
  4. Overige geïnteresseerden vinden informatie over hoe het hele systeem van borging van de duurzaamheid van de biomassa die met SDE+ wordt ingezet in elkaar zit
  5. Gebruikers van het verificatieprotocol (pdf) vinden de laatste versies van het protocol en antwoorden op veelgestelde vragen over het protocol.

1. Energieproducenten en biomassaleveranciers

Op welke installaties zijn de duurzaamheidseisen van toepassing

Indien u energie produceert uit vaste biomassa en daarvoor SDE+ subsidie ontvangt of wilt ontvangen, dan kan het zijn dat u moet aantonen dat de biomassa aan de wettelijke duurzaamheidseisen voldoet. Dit is van toepassing indien u SDE+ subsidie wilt ontvangen voor:

  • bij- en meestook van biomassa in kolencentrales
  • een ketel ≥ 5 MW industriële stoom uit houtpellets
  • een brander op houtpellets ≥ 5 MWth en ≤ 100 MWe (nieuw in 2018)

Voor andere typen installaties, zoals die zijn beschreven in het de Aanwijzingsregeling SDE-categorieën, gelden de duurzaamheidseisen niet. Meer informatie over de SDE+ subsidie voor biomassa vindt u op Biomassa SDE+.

Aantonen duurzaamheid van de biomassa

U moet aantonen dat de biomassa aan de duurzaamheidseisen voldoet door:

  • Jaarlijks een rapportage naar RVO.nl te sturen over de duurzaamheidskenmerken van alle leveringen vaste biomassa, die zijn ingezet in uw installatie. Hiertoe stelt RVO.nl een rapportageformat beschikbaar met bijbehorende handleiding via mijnrvo.nl.
  • Bij deze rapportage een conformiteitsjaarverklaring te leveren, die is afgegeven door een daartoe erkende Conformiteitsbeoordelingsinstantie (CBI). RVO.nl publiceert op haar website een overzicht van erkende CBI’s. De eisen waaraan de conformiteitsjaarverklaring moet voldoen en hoe de verificatie uitgevoerd moet worden, staan in het verificatieprotocol duurzaamheid vaste biomassa voor energietoepassingen.

Benodigde informatie over duurzaamheid van biomassa

Om de hierboven genoemde rapportage en conformiteitsjaarverklaring te kunnen (laten) opstellen, heeft u certificatie en verificatieverklaringen nodig over de duurzaamheidskenmerken van alle leveringen vaste biomassa die u in het betreffende jaar heeft ingezet in uw installatie. Welke informatie dit precies betreft, vindt u terug in het rapportageformat en in het verificatieprotocol (pdf). Deze informatie moet u ontvangen van uw biomassaleverancier.

Doorgeven informatie duurzaamheid

De informatie moet in de gehele biomassaketen van bosbeheereenheid/inzamelpunt tot aan de energieproducent worden doorgegeven. Aan de wijze van doorgeven van deze informatie (ketenbeheer, Chain of Custody) worden eisen gesteld in de regelgeving. RVO.nl heeft een leidraad (pdf) voor bedrijven laten opstellen waarin verder wordt uitgelegd welke informatie doorgegeven moet worden en hoe dit moet gebeuren.

Bewijzen voor duurzaamheid biomassa

Voor alle bedrijven die onderdeel zijn van de biomassaketen geldt dat de duurzaamheid van de biomassa moet worden aangetoond door middel van certificatie of verificatie. U mag alleen certificatieschema’s gebruiken die (al of niet gedeeltelijk) zijn goedgekeurd door de Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Energieproducenten mogen dus alleen goedgekeurde certificatieschema’s opnemen in hun rapportage aan RVO.nl. RVO.nl publiceert op haar website een overzicht van goedgekeurde certificatieschema’s met daarbij de duurzaamheidseisen waarvoor de certificatieschema’s zijn goedgekeurd.

Indien de duurzaamheid wordt aangetoond door middel van verificatie, dan moet de verificatie en de verificatieverklaring die daaruit voortkomt, voldoen aan de eisen in het Verificatieprotocol duurzaamheid vaste biomassa voor energietoepassingen. Alleen CBI’s die zijn erkend voor werkzaamheden in het kader van goedgekeurde certificatieschema’s of het verificatieprotocol mogen certificaten of verklaringen afgeven binnen deze regelgeving. RVO.nl publiceert op haar website een overzicht van erkende CBI’s , met daarbij de werkzaamheden waarvoor ze zijn erkend.

Certificatie en verificatie worden als gelijkwaardige middelen beschouwd om de duurzaamheid van de gebruikte biomassa aan te tonen. Hierbij is het belangrijk dat voor alle leveringen biomassa alle duurzaamheidseisen zijn afgedekt, door middel van:

  1. een goedgekeurd certificatieschema;
  2. een combinatie van meerdere goedgekeurde certificatieschema’s;
  3. een combinatie van één of meer goedgekeurde certificatieschema’s en verificatie
  4. alleen verificatie

Voor al deze methoden geldt dat de gehele biomassaketen, van bosbeheereenheid/inzamelpunt tot aan de energieproducent door certificatie en/of verificatie afgedekt moet zijn (onafgebroken Chain of Custody).

Relatie tussen de duurzaamheidseisen en SDE+ subsidie

Alleen voor biomassa waarvan is aangetoond dat deze aan de wettelijke duurzaamheidseisen voldoet, kunt u SDE+ subsidie ontvangen. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) houdt toezicht op de naleving van de duurzaamheidseisen.

Indien u SDE+ subsidie ontvangt, krijgt u van RVO.nl jaarlijks een voorschot. Dit voorschot wordt verrekend met het daadwerkelijke subsidiebedrag waar u recht op heeft op basis van de gegevens in de rapportage die u bij RVO.nl indient. Het is toegestaan om biomassa in te zetten voor energieproductie waarvan de duurzaamheid niet (voldoende) is aangetoond, maar voor de energie geproduceerd uit deze biomassa wordt geen subsidie verstrekt.

2. Conformiteitbeoordelingsinstanties (CBI’s)

Aantonen van duurzaamheid van biomassa

Bedrijven die vaste biomassa willen inzetten in installaties voor productie van elektriciteit en warmte en daarvoor SDE+ subsidie (willen) ontvangen, moeten aantonen dat de biomassa voldoet aan de wettelijke duurzaamheidseisen die hierop van toepassing zijn. Bedrijven in de biomassaketen kunnen de duurzaamheid van vaste biomassa aantonen door middel van certificatie of verificatie.

Certificatie en verificatie worden als gelijkwaardige middelen beschouwd om de duurzaamheid van de gebruikte biomassa aan te tonen. Hierbij is het belangrijk dat voor alle leveringen biomassa alle duurzaamheidseisen zijn afgedekt, door middel van:

  1. een goedgekeurd certificatieschema;
  2. een combinatie van meerdere goedgekeurde certificatieschema’s;
  3. een combinatie van één of meer goedgekeurde certificatieschema’s en verificatie
  4. alleen verificatie

Voor al deze methoden geldt dat de gehele biomassaketen, van bosbeheereenheid/inzamelpunt tot aan de energieproducent door certificatie en/of verificatie afgedekt moet zijn (onafgebroken Chain of Custody). Voor verificaties moeten CBI’s gebruik maken van het verificatieprotocol (pdf) duurzaamheid vaste biomassa voor energietoepassingen. RVO.nl heeft aanvullend daarop een leidraad (pdf) voor bedrijven laten opstellen waarin verder wordt uitgelegd welke informatie doorgegeven moet worden in de Chain of Custody en hoe dit moet gebeuren.

Rol van CBI’s bij aantonen duurzaamheid

Conformiteitsbeoordelingsinstanties (CBI’s) kunnen drie typen werkzaamheden uitvoeren:

  1. Afgeven van een certificaat volgens een certificatieschema, dat geheel of gedeeltelijk is goedgekeurd door de Minister van EZK; verklaringen die voortkomen uit zo’n schema mogen gebruikt worden om conformiteit aan de wettelijke duurzaamheidseisen aan te tonen;
  2. Afgeven van een verificatieverklaring volgens de eisen van het verificatieprotocol duurzaamheid vaste biomassa voor energietoepassingen met als doel conformiteit aan de wettelijke duurzaamheidseisen aan te tonen;
  3. Afgeven van een conformiteitsjaarverklaring aan een energieproducent, volgens de eisen van het verificatieprotocol duurzaamheid vaste biomassa voor energietoepassingen ; op basis van deze verklaring verkrijgt de energieproducent SDE+ subsidie voor de aantoonbaar duurzame biomassa is ingezet voor productie van elektriciteit en/of warmte.

CBI’s die werkzaamheden mogen uitvoeren

Alleen CBI’s die zijn erkend voor werkzaamheden in het kader van goedgekeurde certificatieschema’s of het verificatieprotocol mogen certificaten of verklaringen afgeven in het kader van het Besluit en de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen. Het toezicht op de borging van de duurzaamheid en daarmee ook op de uitvoering van werkzaamheden door CBI’s is belegd bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).

Erkenning aanvragen CBI voor werkzaamheden

U kunt als conformiteitsbeoordelingsinstantie bij RVO.nl erkenning aanvragen voor een (gedeeltelijk) goedgekeurd certificatieschema en/of voor (een deel van) de werkzaamheden die onderdeel vormen van het verificatieprotocol (pdf) duurzaamheid vaste biomassa voor energietoepassingen. Voorwaarde voor erkenning is onder meer accreditatie. Op dit moment is het nog niet mogelijk een erkenning aan te vragen. Wanneer u interesse heeft in het verkrijgen van een erkenning voor een goedgekeurd certificatieschema of (onderdelen van) het verificatieprotocol kunt u een email sturen aan duurzaamheidvastebiomassa@rvo.nl.

RVO.nl publiceert op haar website een overzicht van erkende CBI’s , met daarbij de werkzaamheden waarvoor ze zijn erkend.

RVO.nl publiceert op haar website een overzicht van goedgekeurde certificatieschema’s met daarbij de duurzaamheidseisen waarvoor de certificatieschema’s zijn goedgekeurd.

Vragen over het verificatieprotocol

Voor vragen over het verificatieprotocol kunt u contact opnemen met RVO.nl: duurzaamheidvastebiomassa@rvo.nl.

3. Schemahouders van certificatieschema’s

Aantonen duurzaamheid van biomassa

Bedrijven in de biomassaketen kunnen de duurzaamheid van vaste biomassa aantonen door middel van certificatie of verificatie. Certificatie en verificatie beschouwen we als gelijkwaardige middelen om de duurzaamheid van de gebruikte biomassa aan te tonen. Hierbij is het belangrijk dat voor alle leveringen biomassa alle duurzaamheidseisen zijn afgedekt, door middel van:

  1. een goedgekeurd certificatieschema;
  2. een combinatie van meerdere goedgekeurde certificatieschema’s;
  3. een combinatie van één of meer goedgekeurde certificatieschema’s en verificatie
  4. alleen verificatie

Bedrijven die de duurzaamheid van de biomassa moeten aantonen, mogen alleen gebruik maken van certificatieschema’s die (geheel of gedeeltelijk) zijn goedgekeurd door de Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK).

Goedkeuring van uw certificatieschema aanvragen

U kunt als schemahouder een aanvraag voor goedkeuring indienen door een aanvraagformulier op te vragen bij RVO.nl. Dit kan door een email te sturen aan duurzaamheidvastebiomassa@rvo.nl. De Adviescommissie Duurzaamheid Biomassa voor Energietoepassingen (ADBE) adviseert de Minister bij het goedkeuren van certificatieschema’s.

Goedgekeurde certificatieschema’s

RVO.nl publiceert op haar website een overzicht van goedgekeurde certificatieschema’s met daarbij de duurzaamheidseisen waarvoor de certificatieschema’s zijn goedgekeurd. Meer informatie over het goedkeuringsproces vindt u op de website van de ABDE.

Uitvoeren certificatie door CBI’s

Alleen conformiteitsbeoordelingsinstanties (CBI’s) die door de Minister van EZK zijn erkend mogen deze werkzaamheden uitvoeren in het kader van het Besluit en de regeling conformiteitsbeoordeling duurzaamheid vaste biomassa voor energietoepassingen.

Conformiteitsbeoordelingsinstanties die werkzaamheden uitvoeren voor uw certificatieschema kunnen hiervoor bij RVO.nl erkenning aanvragen.

4. Achtergrond

In het Energieakkoord staat dat de SDE+ voor maximaal 25 PJ per jaar hernieuwbare energie uit bij- en meestook van biomassa in kolencentrales stimuleert. In Europees verband zijn er afspraken dat Nederland 14% hernieuwbare energie produceert in 2020 en 16% in 2023. Belangrijke voorwaarde voor de productie van vaste biomassa is dat het duurzaam is. Dat geldt behalve voor bij-en meestook ook voor de inzet van houtpellets in grote industriële stoomketels, en per 2018 ook voor de brander op houtpellets ≥ 5 MWth en ≤ 100 MWe, maar niet voor de overige categorieën die SDE+ subsidie ontvangen.

In het Energieakkoord staat dat de duurzaamheidseisen betrekking moeten hebben op duurzaam bosbeheer (bodem, biodiversiteit et cetera), het voorkómen van een koolstofschuld en veranderingen in indirect landgebruik (ILUC). Ook moet de inzet van biomassa een flinke CO2 emissiereductie opleveren ten opzichte van de inzet van fossiele energie.

Bedrijven die vaste biomassa willen inzetten in installaties voor productie van elektriciteit en/of warmte en daarvoor SDE+ subsidie (willen) ontvangen, moeten aantonen dat de biomassa voldoet aan de wettelijke duurzaamheidseisen die hierop van toepassing zijn. Bedrijven in de biomassaketen kunnen de duurzaamheid van vaste biomassa aantonen door middel van certificatie of verificatie, of een combinatie daarvan. Voor alle leveringen biomassa moet de gehele biomassaketen, van bosbeheereenheid/inzamelpunt tot aan de energieproducent door certificatie en/of verificatie afgedekt moet zijn (onafgebroken Chain of Custody).

De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) ziet toe op naleving van de wettelijke duurzaamheidseisen.

Overgangsperiode tot nieuwe regelgeving van kracht is

Omdat het wettelijke kader voor het systeem nog in ontwikkeling is, geldt een overgangsperiode tot de nieuwe wetgeving van kracht is. Bedrijven die in de overgangsperiode al wel duurzaamheid moeten aantonen voor het verkrijgen van SDE+ subsidie, kunnen nu werken met een aantal tijdelijk geaccepteerde certificatieschema’s en met een tijdelijk verificatieprotocol (pdf) specifiek voor de overgangsperiode. De certificatieschema’s voor de overgangsperiode staan genoemd in de kamerbrief van 18 maart 2016 en zijn opgenomen in het verificatieprotocol voor de overgangsperiode.

Eind 2017 zijn het nieuwe Besluit en de Ministeriële regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen gepubliceerd (respectievelijk 21 november en 21 december). In de kamerbrief van 10 juli 2018 is aangekodigd dat het nieuwe wettelijke systeem per 1-1-2019 in werking treedt. Dit is gedaan door een wijziging van de Algemene Uitvoeringsregeling SDE, gepubliceerd in de zomer van 2018. Daarmee komt er per 1-1-2019 een einde aan de overgangsperiode.

5. Gebruikers van het verificatieprotocol

Verificatieprotocol versie december 2017

Contact via e- mail

Gebruik ons mailadres duurzaamheidvastebiomassa@rvo.nl om het Verificatieprotocol versie overgangsperiode op te vragen. Heeft u andere vragen over de toepassing van het protocol? Stel deze dan ook via het mailadres.


6. Erkenningen

Vanaf 1 januari 2019 kunnen alleen door de Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) erkende conformiteitbeoordelingsinstanties (CBIs) conformiteitbeoordelingsverklaringen afgeven over de duurzaamheid van ingezette biomassa voor SDE+. Om deze verklaringen te mogen afgeven, moeten CBI’s worden erkend voor werkzaamheden die zij uitvoeren voor goedgekeurde certificatieschemas en/of voor verificatiewerkzaamheden volgens het Verificatieprotocol Duurzaamheid vaste biomassa. Het Aanvraagformulier Erkenning kunt u opvragen per e-mail.

Een belangrijke voorwaarde voor erkenning van een CBI is accreditatie. Accreditatie voor werkzaamheden voor het verificatieprotocol kan worden aangevraagd bij de Raad voor Accreditatie. Het protocol dat de RvA hanteert bij de accreditatieprocedure is te downloaden. In het geval van werkzaamheden voor een goedgekeurd certificatieschema wordt de bijbehorende accreditatie beoordeeld in de procedure voor erkenning.

De voorwaarden voor erkenning van een CBI zijn opgenomen in het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen. Op dit moment zijn er nog geen erkende CBI's.

7. Goedkeuringen

Voor biomassa ingezet in 2018

•    PEFC 100% complaint (alles behalve eis 1: broeikasgasreductie)
•    PEFC en FSC controlled (alleen voor gecontroleerde biomassa)

  • FSC 100% complaint (alles behalve eis 1 broeikasgasreductie)
  • ISCC (alleen voor reststromen)
  • Biograce II voor broeikasgasreductie bij de energieproducent en in de keten
  • Better Biomass
  • ATFS (alleen voor bosbeheereisen)
  • SBP categorie 5 en chain of custody voor categorie 1-5
  • GGL voor chain of custody
  • Alle overige schema’s (anders dan bovenstaande) die in 2018 worden goedgekeurd door de minister (toepassing alleen voor de duurzaamheidseisen waarvoor ze zijn goedgekeurd).

Toelichting

Conform de kamerbrief 18 jan 2016 en het ‘Verificatieprotocol voor de overgangsperiode’ is voor de vaste biomassa die is ingezet in 2018 een overgangsregime van toepassing. Dit overgangsregime houdt in dat tijdelijk een aantal door TPAC erkende certificatieschema’s mogen worden toegepast voor het aantonen van het voldoen aan (een deel van) de duurzaamheidseisen. Dit betreft  de schema’s FSC en PEFC, SBP/GGL voor chain of custody en ISCC en Better Biomass voor reststromen. Biograce II kan gebruikt worden voor broeikasgasberekeningen.

Daarnaast mogen in 2018 (op basis van het overgangsrecht zoals beschreven in artikel 20,  lid 2 van het Besluit conformiteitsbeoordeling van vaste biomassa voor energietoepassingen), ook de certificeringsschema’s die voor 1-7-2018 een formele goedkeuringsaanvraag hebben gedaan, gebruikt worden voor de scope van hun aanvraag. Dit overgangsrecht is van toepassing tot dat er definitief over goedkeuring van het schema is beslist. Op grond van dit artikel mogen dus ook de volgende systemen toegepast worden:
- FSC (inclusief COC)
- ATFS
- SBP categorie 5 en chain of custody voor categorie 1-5
- Better Biomass voor de volledige scope

Daarnaast worden er de komende maanden enkele certificatieschema’s goedgekeurd. Deze zijn uiteraard na goedkeuring toepasbaar voor de duurzaamheidseisen waarvoor zij goedkeuring hebben gekregen. Mocht een schema dat onder het overgangsregime of het overgangsrecht geheel is toegestaan in 2018 ten dele goedgekeurd worden, dan is  dat schema toch conform het overgangsregime en overgangsrecht in 2018 geheel te gebruiken tot 1-1-2019. Na die datum kunnen de goedgekeurde schema’s alleen voor de goedgekeurde eisen worden gebruikt. Voor de overige eisen is dan aanvullende verificatie nodig.

Wat betreft biomassa ingezet in 2019

Toegestane certificatieschema’s vanaf 1 januari 2019:
In 2019 mogen alleen goedgekeurde certificatieschema’s worden toegepast. De reikwijdte van toepassing van die schema’s is beperkt tot de scope van de goedkeuring. Voor een volledige borging zal in sommige gevallen aanvullende certificatie of verificatie nodig zijn: klik in onderstaande schema op de pdf onder de kolom Schema voor een schematisch overzicht welke biomassa-categorieën en welke eisen de goedkeuring van toepassing zijn. Klik op de datum onder Datum goedkeuring voor de wettelijke beschikking.

Goedkeuring is in de afrondende fase en deze zal binnenkort worden gepubliceerd in de Staatscourant.
 

SchemaIn goedkeuringsprocedure sindsGeografische scopeDatum goedkeuring
ATFS19-03-2018alleen voor de VS

20-09-2018 (pdf)

SBP , cat 5 en COC 1-431-03-2018wereldwijd20-09-2018 (pdf)
FSC internationaal V517-01-2018Alle landen waar versie 5 goedgekeurd
en in werking getreden is
05-11-2018 (pdf)
Better Biomass05-04-2018Wereldwijd05-11-2018 (pdf)

 

De beschikking zoals in bovenstaande tabel vormen de juridische grond voor goedkeuringen.
Onderstaande overzichten zijn ter verheldering van de inzetbaarheid van certificatieclaim per duurzaamheidseis.

Categorie 1 en 2
Gecontroleerde biomassa
Categorie 3 en 4
Categorie 5
Categorie 2 risico gebaseerd

Onderstaande schema's zijn ter goedkeuring aan Adviescommissie Duurzaamheid Biomassa voor Energietoepassingen voorgelegd en dus nog niet goedgekeurd.

SchemaIn goedkeuringsprocedure sinds
GGL18-07-2018
SBP cat 1-423-07-2018
SFI20-09-2018

 

Conformiteitbeoordelingsinstanties (CBI’s)

CBI’s moeten met ingang van 1-1-2019 erkend zijn door de Minister om conformiteitsverklaringen voor de SDE-subsidie af te mogen geven voor bovengenoemde goedgekeurde certificatieschema’s. Het aanvraagformulier voor erkenning voor goedgekeurde certificeringsschema’s is op te vragen via duurzaamheidvastebiomassa@rvo.nl. CBI’s worden verzocht zo spoedig mogelijk erkenning aan te vragen.

Aanvullende verificatie

Per 1-1-2019 schrijft het wettelijke systeem voor dat (aanvullende) verificaties moeten worden uitgevoerd door CBI’s die voor het verificatieprotocol zijn geaccrediteerd en door de Minister zijn erkend.  CBI’s die werkzaamheden in het kader van het verificatieprotocol willen uitvoeren worden verzocht zo spoedig mogelijk een aanvraag in te dienen bij de Raad voor Accreditatie. De RvA heeft haar accreditatieprotocol gepubliceerd op hun website (onder het kopje certificatie).

Downloads

Service menu right