Wind SDE+ (land, meer en primaire waterkering)

Wilt u windenergie opwekken op land, meer en primaire waterkering? In 2018 zijn er 3 subsidiecategorieën:
  • Wind op land
  • Wind op primaire waterkering
  • Wind in meer
Voor Windenergie op zee zijn er aparte tenderregelingen.

Windrapport en Windviewer

Bij een aanvraag voor SDE+ subsidie voor windenergie is het windrapport een verplichte bijlage bij de haalbaarheidsstudie. Op mijnrvo.nl onder tab ‘Bijlagen bij uw SDE+ aanvraag’ vindt u de handleiding en een model haalbaarheidsstudie SDE+. Onderdeel van het windrapport is een windenergie-opbrengstberekening. Voor het opstellen van de windenergie-opbrengstberekening wordt een maximale gemiddelde windsnelheid voorgeschreven op basis van de Windviewer.

De Windviewer geeft voor elke locatie in Nederland op elke hoogte tussen de 20 en 160 meter de gemiddelde windsnelheid weer. Met de introductie van de Windviewer SDE+ vervalt de eis dat de organisatie die de windrapporten opstelt onafhankelijk moet zijn. In de Windviewer aangeduid als windsnelheid.

Deze windsnelheid is gebaseerd op de KNMI winddata over de periode 2004-2013.

Windsnelheid per gemeente

De SDE+ Windkaart wordt gebruikt voor de windcategorieën:
  • Wind op land
  • Wind op primaire waterkering 
Alle gemeenten in Nederland zijn ingedeeld in vier windsnelheidscategorieën. Per windsnelheidscategorie wordt een apart basisbedrag berekend. In onderstaande download staan de windsnelheden per gemeente in Nederland. U kunt hierin zien welke windsnelheidscategorie van toepassing is op uw projectlocatie.
 
Bij het indienen van uw subsidieaanvraag selecteert u in het eLoket de gemeente waarin u uw project gaat realiseren. De naam van de gemeente kan anders zijn dan de plaatsnaam van de locatie waar u het project gaat realiseren. De gemeente Rotterdam is vanwege grote verschillen in windsnelheid onderverdeeld op wijk- of buurtniveau. Houd hiermee rekening bij de selectie van de gemeente in het eLoket.
 
De SDE+ 2018 maakt gebruik van de gemeentelijke indeling per 31 december 2017. Een lijst van de gemeenten vindt u in de bijlage van de Aanwijzingsregeling SDE-categorieën.

Wind op primaire waterkering

Voor de SDE+ 2018 is de omschrijving voor ‘Wind op primaire waterkering’ aangepast aan de nieuwe definities in de ’Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017’. Van de 27 waterkeringen die de status verbindende waterkeringen hadden, hebben 23 waterkeringen de status voorliggende waterkering gekregen. De andere keringen hebben een andere status gekregen.
In de categorie Wind op primaire waterkering kunt u subsidie aanvragen voor windturbines binnen het waterstaatswerk of een beschermingszone van een voorliggende waterkering. Welke voorliggende waterkeringen in aanmerking komen, leest u in hoofdstuk 5 van bijlage II van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017:
Hoofdstuk 5  (bijlage II van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen)

Ook kunt u subsidie aanvragen voor windturbines binnen de zeewaartsgerichte beschermingszone. Het gaat daarbij om plaatsing van windturbines aan de waterkant van een primaire waterkering die grenst aan de Noordzee, de Westerschelde, de Oosterschelde, de Waddenzee, de Dollard of de Eems, de zeewaterkeringen.
Windturbines die geplaatst worden op waterkeringen die niet onder de categorie ‘Wind op primaire waterkering’ vallen onder de categorie ‘Wind op land’. De kaart Wind op primaire waterkering SDE+ geeft een overzicht van de voorliggende waterkeringen en de zeewaterkeringen.

Wind in meer

Ook in 2017 kunt u een subsidieaanvraag indienen in de categorie ‘Wind in meer’. Hierbij geldt dat de fundering van een windturbine geplaatst moet worden in het water van een meer van minimaal één vierkante kilometer. De fundering moet volledig in het water staan, waarbij het hart van de fundering op een afstand van tenminste 25 m van de waterkant staat. Het gaat dan bijvoorbeeld om het IJsselmeer of de Zeeuwse wateren.

Vervanging van windturbines

Bij de vervanging van windturbines kan uitsluitend subsidie worden aangevraagd:
  • als het nominaal en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen turbine tenminste met 1 MW toeneemt, of
  • als de te vervangen windturbine op het moment van vervanging 15 jaar op de desbetreffende locatie in gebruik is geweest en ten minste 13 jaar vóór de subsidieaanvraag in gebruik is genomen.

Tabel en Rekenvoorbeeld

Gebruik de tabel en het Rekenvoorbeeld als voorbereiding voor uw aanvraag van de SDE+ Wind.

Aanvragen

Op mijnrvo.nl kunt u uw aanvraag doen. Daar vindt u alle documenten die u nodig heeft voor uw aanvraag en na uw aanvraag. Wanneer uw project subsidie ontvangt, komt u in de beheerfase. Ook die informatie vindt u op mijnrvo.nl.

Service menu right