Service menu right

Zon SDE+

Investeert u in zonnestroom of zonnewarmte? Tijdens de openstelling van de SDE+-najaarsronde 2019 kunt u subsidie aanvragen voor investeringen op het gebied van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte.

Hernieuwbare elektriciteit

U kunt subsidie aanvragen voor fotovoltaïsche zonnepanelen (zon-PV) met een piekvermogen van ≥ 15 kWp en een grootverbruikersaansluiting. Er zijn 4 categorieën. De maximale basisbedragen voor zon-PV zijn lager dan die van de voorjaarsronde. Daarom staan deze ook vermeld.

Overzicht categorieën en subsidiebedragen

Categorie zon-PVBasisbedrag najaar 2019 (€/kWh)Voorlopig correctiebedrag 2019 (€/kWh)
  • ≥ 15 kWp en < 1 MWp
 0,099Netlevering 0,041
Niet-netlevering 0,069
  • ≥ 1 MWp dak
 0,092Netlevering 0,041
Niet-netlevering 0,060
  • ≥ 1 MWp veld of water
    vollasturen 950
 0,088Netlevering 0,041
Niet-netlevering 0,060
  • ≥ 1 MWp zonvolgend veld of water
    Maximum vollasturen 1.190
 0,088Netlevering 0,041
Niet-netlevering 0,060

Hernieuwbare warmte

U kunt subsidie aanvragen voor zonthermie met een totaal thermisch vermogen van ≥ 140 kW, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren. Er zijn 2 categorieën:

Categorie zonthermie
  • ≥ 140 kWth en < 1 MWth
  • ≥ 1 MWth

Realisatietermijn

De investeringen moeten binnen de volgende termijnen gerealiseerd zijn:
  • Zon-PV < 1 MWp: 1,5 jaar
  • Zon-PV ≥ 1 MWp gebouwgebonden systemen: 3 jaar
  • Zon-PV ≥ 1 MWp niet-gebouwgebonden systemen: 4 jaar
  • Zonthermie: 3 jaar

Omgevingsvergunning

Plaatst u de zonnecollectoren of zonnepanelen niet op een dak, maar in een veldopstelling of aan een gevel (in het zicht)? Dan heeft u een omgevingsvergunning in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht nodig. Deze is verplicht.

Ook voor een drijvende installatie is een omgevingsvergunning vereist. De vergunning moet zijn afgegeven voordat u de SDE+-subsidie kunt aanvragen. Plaatst u uw zon-installatie op een nieuw te bouwen gebouw? Dan bent u verplicht de verleende omgevingsvergunning van het bouwwerk bij uw subsidieaanvraag te voegen. Daarnaast is bij zonthermie-projecten vaak een watervergunning nodig. De verleende vergunning voegt u dan ook bij uw subsidieaanvraag.

Wilt u meer weten over een omgevingsvergunning en watervergunning, ga naar het Omgevingsloket.

Verklaring eigenaar

Bent u zelf geen eigenaar van de beoogde locatie voor de productie-installatie? Zorg dan dat u toestemming heeft van de locatie-eigenaar. Met ingang van de SDE+-najaarsronde 2019 gebruikt u hiervoor het 'Model toestemming locatie-eigenaar'. Dit formulier vindt u op mijn.rvo.nl onder 'Bijlagen bij uw aanvraag'. Met dit formulier geeft de eigenaar (of eigenaren) u toestemming voor het plaatsen en exploiteren van een productie-installatie op de betreffende locatie tijdens de looptijd van de subsidie.

Haalbaarheidsstudie

Vraagt u subsidie aan voor meer dan 0,5 MW of 500 kWp? Dan bent u verplicht een haalbaarheidsstudie uit te voeren en deze bij uw subsidieaanvraag te voegen.

Vraagt u in dezelfde openstellingsronde subsidie aan voor meer projecten (van verschillende categorieën)? Dan bevat de haalbaarheidsstudie in ieder geval een onderbouwing van het eigen vermogen voor het totaal aan projecten binnen die openstellingsronde.

Bij zonvolgend niet-gebouwgebonden Zon-PV-systemen moet de haalbaarheidstudie ook een energieopbrengstberekening bevatten met een onderbouwing van de gemiddelde jaarlijks te verwachten elektriciteitsproductie. Voor de overige categorieën Zon-PV hoeft u geen energieopbrengstberekening bij te voegen.

De energieopbrengst (kWh/jaar) wordt in dat geval berekend door het piekvermogen van de installatie (in kWp, minimaal 15 kWp) te vermenigvuldigen met 950 vollasturen/jaar. Het piekvermogen waarvoor u subsidie aanvraagt, vult u in op het aanvraagformulier.

Informatie over de haalbaarheidsstudie vindt u op mijn.rvo.nl onder de tab ‘Bijlagen bij uw SDE+-aanvraag'.

Zon-PV

Contact met netbeheerder voor subsidieaanvraag

Voor bepaalde onderdelen van uw subsidieaanvraag heeft u de medewerking nodig van uw netbeheerder. Daarbij gaat het om:

  • de verplichte grootverbruikersaansluiting waarop u elektriciteit het net in gaat voeden. De kans is groot dat daarvoor een verzwaring of zelfs een geheel nieuwe aansluiting nodig is. Dit regelt u bij uw regionale netbeheerder. Neem voor een prijsindicatie in een vroeg stadium contact op met uw netbeheerder en vraag de aansluiting zo snel mogelijk aan.
  • een transportindicatie van uw netbeheerder. Vanaf de SDE+-najaar 2019 geldt een aanvullende voorwaarde voor elektriciteitsproducenten. Wilt u een aanvraag indienen, dan moet u een transportindicatie van de netbeheerder meesturen. Daaruit moet blijken dat de transportcapaciteit beschikbaar is voor de locatie waarvoor u aanvraagt. Na het debat met de Tweede Kamer in september 2019 wordt de regeling vastgesteld. Aan de transportindicatie wordt op dit moment gewerkt.

Grootverbruikersaansluiting

De categorie Zon-PV ≥ 15 kWp wordt alleen opengesteld voor installaties die worden aangesloten op het elektriciteitsnet via een grootverbruikersaansluiting (een aansluiting op het elektriciteitsnet met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3 * 80 A). Installaties met een grootverbruikersaansluiting kunnen geen gebruik maken van de salderingsregeling. Het is ook mogelijk om uw installatie aan te sluiten op het net via meerdere grootverbruikersaansluitingen.

U mag uw productie-installatie ook aansluiten op het elektriciteitsnet via de grootverbruikersaansluiting van een naastgelegen perceel. Uiteraard realiseert u uw installatie op de locatie waarvoor de subsidie is afgegeven. Wilt u een productie-installatie op 2 naastgelegen locaties realiseren of heeft uw locatie meerdere huisnummers, dan moet u dit duidelijk in uw subsidieaanvraag beschrijven.

Meten productie

Wanneer u gebruikmaakt van de SDE+, bent u verplicht om per beschikking uw productie te meten. U mag uw productie-installatie met meerdere brutoproductiemeters bemeteren. Met uw meetbedrijf spreekt u af hoe dat gebeurt.

‘Netlevering’ en ‘Niet-netlevering’

In de SDE+ 2019 zijn verschillende basisenergieprijzen en correctiebedragen gepubliceerd voor netlevering en niet-netlevering (eigen gebruik). Omdat u een groter financieel voordeel heeft als u de opgewekte elektriciteit zelf gebruikt, geldt voor ‘eigen gebruik’ een hoger correctiebedrag. De werkwijze is als volgt:

  • In het eLoket-formulier geeft u aan hoeveel van de productie wordt gebruikt voor ‘niet–netlevering’ (eigen verbruik) in kWh.
  • De subsidieverlening wordt gebaseerd op de basisenergieprijs voor ‘netlevering’.
  • De voorschotten worden ieder najaar ingesteld op basis van de verdeling tussen ‘netlevering’ en ‘niet-netlevering’ over een recente periode van 12 maanden. Voor het eerste jaar dat de productie-installatie in gebruik wordt genomen, wordt uitgegaan van de productieraming van de aanvrager voor ‘netlevering’ en ‘niet-netlevering’ in het betreffende kalenderjaar.
  • De bijstelling van de voorschotten wordt berekend op basis van de door CertiQ aan de meetwaarden toegekende labeling ‘netlevering’ en ‘niet-netlevering’ in het betreffende kalenderjaar.
Lees meer over bijstelling van uw subsidie en banking op de pagina Berekening. U vindt hier ook het 'Rekenmodel banking Zon-PV vanaf SDE+-2018'.

Dakopstelling

Door voor de aanvraag een goede analyse te maken van het dak waarop de installatie geplaatst zal worden, zorgt u voor een snelle realisatie binnen de termijn van 1,5 of 3 jaar. Bereken het dakoppervlak goed en houd rekening met lichtstraten en klimaatinstallaties die op het dak staan. Bepaal ook of het dak voldoende draagkracht heeft om hierop de installatie te kunnen plaatsen.

De realisatietermijn voor de categorie Zon-PV met een piekvermogen ≥ 15 kWp en < 1 MWp is ook in 2019 1,5 jaar. Voor deze categorie hoeft u RVO.nl geen opdrachtverstrekking(en) te sturen. Voor alle andere categorieën is het toesturen van de opdrachtverstrekking(en) binnen 18 maanden na uw subsidiebeschikking vereist.

Zonvolgende niet-gebouwgebonden systemen

Dit zijn systemen waarin de panelen automatisch meedraaien met de stand van de zon. Het voordeel hiervan is dat een hogere energieproductie kan worden geboekt. Zonvolgende systemen hebben hogere investeringskosten dan standaardsystemen, maar kennen eveneens een hoger aantal vollasturen die voor subsidie in aanmerking komen, waardoor de basisbedragen en correctiebedragen hetzelfde zijn. Voor zonvolgsystemen wordt bij de reeds verplichte haalbaarheidsstudie de eis opgenomen om aanvullend een energieopbrengstberekening mee te sturen, op basis waarvan het maximaal aantal vollasturen wordt vastgesteld.

Zonnepark met deels zonvolgende en deels niet-zonvolgende zonnepanelen

Als u een subsidieaanvraag wilt indienen voor een zonnepark waarbij niet alle zonnepanelen zonvolgend zijn, moet u 2 aparte aanvragen indienen: 1 aanvraag voor het deel dat zonvolgend is en 1 aanvraag voor het deel dat niet-zonvolgend is. Alleen voor de aanvraag voor het zonvolgende deel hoeft u dan de zonne-energieopbrengstberekening op te stellen. Het is niet mogelijk om na indiening  van de subsidieaanvraag van categorie te wisselen.

Voor Zon-PV-projecten met niet gebouwgebonden panelen, zoals een veld- of watersysteem, met een SDE-beschikking vanaf 2016 zijn er mogelijkheden om voor de investeringskosten voor de netaansluiting Energie-investeringaftrek aan te vragen. Producenten met een kleinverbruikersaansluiting kunnen mogelijk gebruikmaken van:

Zonthermie

Voor de categorie Zonthermie kunt u een aanvraag voor SDE+ 2019 indienen voor installaties waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van ‘afgedekte’ collectoren met een totaal thermisch vermogen van ≥ 140 kW. Bij de subsidieaanvraag vult u het apertuuroppervlak in.

Het thermisch vermogen van de installatie in kW is gelijk aan het totale apertuuroppervlak in m2 vermenigvuldigd met een factor 0,7. Om in aanmerking te komen voor de subsidie, moet het lichtabsorberende oppervlak een geïntegreerd geheel zijn met de lichtdoorlatende laag die zorgt voor isolatie, bijvoorbeeld een glazen plaat of buis. De beglazing van een kas is een lichtdoorlatende laag, die geen geïntegreerd geheel vormt met het lichtabsorberende oppervlak. Hiervoor kunt u in 2019 geen subsidie aanvragen.

In de SDE+-2019 zijn er 2 vermogensklassen voor zonthermie. Omdat grotere systemen kosteneffectiever zijn, is voor deze categorie een lager basisbedrag berekend. Ook de basisenergieprijs en het correctiebedrag zijn verschillend voor de kleine en de grote installaties.

Voor kleinere systemen is de Investeringssubsidie voor duurzame energie (ISDE) van toepassing.

Tabel en rekenvoorbeeld

Gebruik de tabel en het rekenvoorbeeld als voorbereiding voor uw aanvraag van de SDE+ Zon.

Aanvragen

U kunt uw aanvraag indienen via mijn.rvo.nl. Daar vindt u alle documenten die u nodig heeft voor uw aanvraag en na uw aanvraag. Wanneer uw project subsidie ontvangt, komt u in de beheerfase. Ook de informatie daarover vindt u op mijnrvo.nl.

Veelgestelde vragen

Heeft u vragen over deze subsidie? Bekijk dan de Veelgestelde vragen over SDE+ Zon.