Veelgestelde vragen Subsidieregeling praktijkleren

Meer artikelen

Hier vindt u veelgestelde vragen en antwoorden over de Subsidieregeling praktijkleren.

Veelgestelde vragen

Waarom moet een werkgever achteraf aanvragen?

Het doel van de Subsidieregeling praktijkleren is om alle werkgevers die een deelnemer begeleiden een vergoeding te geven. Hiervoor is het noodzakelijk om alle aanvragen tegelijkertijd te beoordelen op basis van werkelijk gerealiseerde praktijkleerplaatsen/werkleerplaatsen. Dit kan alleen als de aanvragen achteraf worden ingediend. Verder levert deze systematiek de laagste administratieve lasten en uitvoeringslasten op.

Hoe berekent RVO.nl de subsidie?

De berekening verschilt per categorie. Voor mbo-bbl geldt het aantal weken dat onderricht in de praktijk plaatsvindt (met een maximum van 40 weken per studiejaar) gedeeld door 40. Bij hbo is dit maximaal 42 weken gedeeld door 42. Het maximale subsidiebedrag bedraagt de uitkomst van de berekening vermenigvuldigd met € 2.700. Het bedrag van € 2.700 wordt verlaagd als er meer subsidie wordt aangevraagd dan het beschikbare budget in een categorie.

Voor promovendi en technologisch ontwerper in opleiding geldt het aantal maanden dat een promovendus zijn onderzoek verricht of een technologisch ontwerper in opleiding is ingeschreven bij een universiteit gedeeld door 12 en vermenigvuldigd met het aantal uren per week (met een maximum van 36) gedeeld door 36. Het maximale subsidiebedrag bedraagt de uitkomst van de berekening vermenigvuldigd met € 2.700. Het bedrag van € 2.700 wordt verlaagd als er meer subsidie wordt aangevraagd dan het beschikbare budget in deze categorie.

Hoe gaat RVO.nl om met de nominale duur van de opleiding?

Het ministerie verstrekt de subsidie alleen voor de nominale duur van de opleiding. Dit maximum is gerelateerd aan het aantal jaar van de opleiding. Het maximale subsidiebedrag waarop een werkgever aanspraak kan maken is voor een volledige praktijkleerplaats in het mbo bijvoorbeeld 40 weken vermenigvuldigd met de nominale duur van de opleiding. Vertraging, waardoor de nominale duur van de opleiding wordt overschreden, is dus niet subsidiabel.

Tussentijds  stopzetten van de opleiding

Het tussentijdse stopzetten van de opleiding, bijvoorbeeld in verband met zwangerschapsverlof, brengt geen wijziging in de nominale duur van de opleiding. Gedurende het verlof is er geen praktijkbegeleiding en kunt u dus ook geen aanspraak maken op subsidie. Zodra de praktijkbegeleiding na het verlof weer start, kunt u als werkgever aanspraak op subsidie maken totdat het maximum is bereikt. Uiteraard moet aan de overige voorwaarden van de regeling zijn voldaan (opleidingseisen, (praktijkleer)overeenkomst, feitelijke begeleiding).

Van niveau 3- naar 4-opleiding

Heeft een deelnemer eerst een niveau 3-opleiding afgerond en wil hij daarna een niveau 4-opleiding gaan doen, dan gaat vanaf de start van de niveau 4-opleiding de nominale duur van de opleiding (3 of 4 jaar) opnieuw in. Echter, een onderwijsinstelling zal een deelnemer die al een niveau 3-diploma heeft geen 3 of 4 jaar meer over een opleiding laten doen (de school krijgt immers bijna geen bekostiging meer voor deze leerling). De werkgever krijgt (als hij aan de voorwaarden voldoet) een tegemoetkoming maximaal voor de nominale duur van de opleiding op niveau 4, totdat de deelnemer zijn diploma haalt en uitgeschreven wordt op school.

 

Latere instroom in het studiejaar/begeleiding in meerdere studiejaren, hoe dien ik dit in?

Aanvragen dient u in per studiejaar. VMBO/MBO studiejaren eindigen op 31 juli en beginnen op 1 augustus. HBO/promovendi/toio’s studiejaren eindigen op 31 augustus en beginnen op 1 september.
U geeft het aantal weken begeleiding op per studiejaar. Weken van ziekte en verlof tellen hierin niet mee.

Voorbeeld VMBO/MBO:
U begeleidt de deelnemer van 22 februari 2016 tot 14 februari 2018.

Zo dient u in:

  1. De periode 22 februari 2016  – 31 juli 2016 valt binnen het studiejaar 2015/2016 en heeft u voor 15 september 2016 17.00 uur al ingediend.
  2. De periode 1 augustus 2016 – 31 juli 2017 valt binnen het studiejaar 2016/2017 en heeft u voor 15 september 2017 17.00 uur al ingediend.
  3. De periode 1 augustus 2017 – 14 februari 2018 valt binnen het studiejaar 2017/2018 en dient u in voor maandag 17 september 2018 17.00 uur.

 

Vallen EVC- en maatwerktrajecten onder de Subsidieregeling praktijkleren?

EVC-trajecten vallen niet onder de subsidieregeling. Een mbo-bbl dat wordt gevolgd na afronding van een EVC-traject kan wel subsidie krijgen als deze volledig aan de eisen van een mbo-bbl voldoet. Hierbij zal de deelnemer waarschijnlijk niet de hele nominale duur van het mbo-bbl traject doorlopen. Als gevolg van behaalde competenties kan de deelnemer vrijstellingen hebben gekregen. De weken dat daadwerkelijk begeleiding wordt verzorgd tijdens het mbo-bbl traject kunnen in aanmerking komen voor de subsidie.

Een maatwerktraject komt alleen voor subsidie in aanmerking als het traject volledig aan de eisen van een mbo-bbl voldoet. De regeling stelt namelijk als voorwaarde dat werkgevers in aanmerking komen voor subsidie als de deelnemer of student een volledig onderwijsprogramma volgt voor een erkend kwalificerend diploma.

 

Kan een uitzendbureau of detacheringsbureau aanspraak maken op de Subsidieregeling praktijkleren?

Een uitzendbureau of detacheringsbureau kan voor zichzelf subsidie aanvragen als het een werkgever is in de zin van de regeling. Dit betekent voor de begeleiding van vmbo of mbo-bbl deelnemers onder andere dat het uitzendbureau een erkend leerbedrijf is. Verder moet het uitzendbureau zelf de deelnemer, waarmee het een praktijkleerovereenkomst heeft gesloten, begeleiden in de praktijk in hun eigen bedrijf.

Mag ik meerdere opleidingssubsidies combineren of stapelen (cumulatie)?

Ja, cumulatie is mogelijk. De regeling bevat geen bepalingen waarmee dit wordt uitgesloten. Let u er wel op dat dit bij de andere regelingen wel het geval kan zijn.

 

Kunnen we een deel van de 200 uurnorm voor begeleide onderwijsuren invullen door middel van e-learning?

Met de 200 uurnorm voor begeleide onderwijstijd wordt bedoeld dat er 200 contacturen tussen de deelnemer en de docent plaats moeten vinden om tot een voldoende intensief, uitdagend en afwisselend onderwijsprogramma te komen. Het gaat daarbij ook om de actieve betrokkenheid van de onderwijsgevende.

Over e-learning als onderdeel van zo’n onderwijsprogramma zijn op dit moment onvoldoende goede voorbeelden bekend. De onderwijsinstelling wordt uitgedaagd om met goede voorbeelden te komen die wel aan de eisen van de wet en deze betreffende criteria voldoen. Daarvoor kan contact op worden genomen met Kennisnet.

De onderwijsinstelling is verantwoordelijk voor een kwalitatief goed onderwijsprogramma. Daar is het praktijkleren een belangrijk onderdeel van. De Onderwijsinspectie ziet toe op die kwaliteit.

Hoe kan een werkgever de begeleide onderwijsuren en de uren beroepspraktijkvorming aantonen?

Een voorwaarde voor subsidie is dat de deelnemer de begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming heeft genoten. Deze uren vloeien voort uit het onderwijsprogramma van de crebo beroepsopleiding. Dat programma is opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de onderwijsinstelling waarbij het bedrijf er mede zorg voor dient te dragen dat het onderwijsprogramma uitgevoerd kan worden zoals gepland.

Uit de aanwezigheidsadministratie van de werkgever blijkt of de deelnemer aanwezig is geweest bij de beroepspraktijkvorming. Daarnaast dient de onderwijsinstelling aan te kunnen tonen dat de deelnemer aanwezig is geweest bij de begeleide onderwijsuren die verzorgd worden door de onderwijsinstelling. Deze begeleide onderwijsuren kunnen ook door de onderwijsinstelling bij het bedrijf worden aangeboden. In alle gevallen moet een aanwezigheidsregistratie bijgehouden worden die ook beschikbaar moet worden gesteld aan het bedrijf als hierom wordt gevraagd ten behoeve van de verantwoording. Het bedrijf kan dat van tevoren in de afspraken over de opleiding met de onderwijsinstelling vastleggen.

Hoe kan ik een ingediende aanvraag intrekken of wijzigen?

Het kan gebeuren dat u een aanvraag ingediend heeft, waarvan achteraf blijkt dat deze fouten bevat. Dit kan een verkeerde start- of einddatum zijn, een foutief aantal weken, foutieve erkenningscode, etc. Hoe nu te handelen?

Vóór 17 september 2018, 17.00 uur

U moet de gehele aanvraag intrekken wanneer de wijziging betrekking heeft op onderstaande gegevens:

  • de onderwijssector (MBO-BBL, Promovendi en TOIO, HBO, VMBO)
  • Aantal weken begeleiding
  • BSN deelnemer
  • Naam deelnemer
  • Crebo / Croho

Heeft de wijziging betrekking op overige gegevens in het formulier, dan kunt u volstaan met het doorgeven van de wijziging per mail. Gebruik hiervoor het mailadres praktijkleren@rvo.nl.

Procedure aanvraag intrekken/wijzigen

  1. U moet eerst een nieuwe (correcte) aanvraag indienen via het eLoket.
  2. Wacht op de bevestigingsmail met daarin het nieuwe referentienummer (PL…).
  3. Stuur vervolgens een e-mail naar praktijkleren@rvo.nl waarin u aangeeft welke aanvraag (PL…) ingetrokken moet worden en welke aanvraag (PL….) u wilt handhaven.

Na 17 september 2018, 17.00 uur

Na 17 september 2018 17.00 uur is het niet meer mogelijk een nieuwe aanvraag in te dienen. Alle wijzigingen kunt u doorgeven via praktijkleren@rvo.nl onder vermelding van het referentienummer (PL…).

Service menu right