Veelgestelde vragen Topsector Energie regelingen

FAQ

Wanneer ben ik een deelnemer in een project?

Een deelnemer is een partij die meedoet aan een project voor eigen rekening en op eigen risico door zelf activiteiten uit te voeren of door een cash bijdrage te doen aan een andere deelnemer in het project die activiteiten uitvoert. Een derde partij die ingehuurd wordt en in opdracht activiteiten uitvoert (kosten derden op de begroting), telt niet mee als deelnemer. Alleen de deelnemers die zelf activiteiten uitvoeren voor eigen rekening en risico, komen in aanmerking voor subsidie.   

 

Moet een kennisinstelling/onderzoeksorganisatie mee doen aan het project?

Nee, dit is in geen enkele regeling van de Topsector Energie verplicht. In de MVI-energie tender kunt u wel meer punten krijgen op het rangschikkingscriterium 'kwaliteit van het project' als een onderzoeksorganisatie een relevante bijdrage levert aan het project.

 

Mag een buitenlandse deelnemer meedoen en kan die subsidie krijgen?

Ja, dit mag. Voor alle deelnemers aan het samenwerkingsverband die in aanmerking willen komen voor subsidie, geldt dat hun activiteiten ten goede moeten komen aan de Nederlandse economie. Voor  ondernemers geldt aanvullend dat deze onderneming een vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland moet hebben.

Bij een vaste inrichting gaat het om het duurzaam beschikken over personeel en technische middelen die noodzakelijk zijn voor het verrichten van bepaalde diensten, en daaraan gekoppeld om een voldoende mate van duurzaamheid en een – wat personeel en technische middelen betreft – geschikte structuur om de voor haar eigen behoeften verrichte diensten te kunnen afnemen en ter plaatse te gebruiken. Een postbus in Nederland is dus niet voldoende. Ook bij het begrip ‘dochteronderneming’ gaat het om duurzaam deelnemen aan het economisch leven.

Moet ik een samenwerkingsovereenkomst meesturen bij mijn subsidieaanvraag?

Nee, dit is niet verplicht. Het is wel positief voor de beoordeling van de samenwerking als er al een overeenkomst is. U dient uiterlijk 2 maanden nadat u een subsidiebeschikking gehad heeft op verzoek een getekende samenwerkingsovereenkomst te kunnen overleggen.

 

Hoe ver moet ik zijn met de financiering van mijn project?

U moet in uw aanvraag aantonen hoe u het deel van de projectkosten waarvoor u geen subsidie krijgt (uw eigen aandeel in de projectkosten) gaat financieren. Dit kan bijvoorbeeld onderbouwd worden met een verklaring van uw bank of investeerder, een (recent) jaarverslag en/of een businessplan. De financiering moet dus rond zijn, eventueel onder voorbehoud van het verkrijgen van Topsector Energie subsidie. Is dat niet het geval, dan zal RVO.nl uw aanvraag afwijzen omdat er onvoldoende vertrouwen is dat het project gefinancierd kan worden (Kaderbesluit nationale EZ-subsidies, artikel 23). Zie voor meer informatie en spelregels de pagina van RVO.nl hierover.

 

Wat is een demonstratieproject?

Een demonstratieproject is een investeringsproject waarin u in een realistische gebruiksomgeving het functioneren aantoont van een, voor Nederland, eerste toepassing van een nieuwe of vernieuwende technologie, functie, aanpak of een nieuw of vernieuwend systeem. Het kan ook gaan om een toepassing van een combinatie van nieuwe en bestaande technologie. U kunt dit combineren met een (nieuwe) aanpak van de maatschappelijke, niet-technologische factoren die een rol spelen bij de toepassing van deze nieuwe technologie. Het gaat om projecten met een maatschappelijk, technisch en/of economisch risico.

Het gaat hierbij dus nadrukkelijk om investeringsprojecten, waarbij de aanvrager als eindgebruiker investeringen doet waarmee hij in zijn organisatie energie bespaart of die het gebruik van energie uit hernieuwbare energiebronnen betreffen. U kunt geen subsidie aanvragen voor een demonstratieproject als u met de investering geen aantoonbare duurzaamheidsbijdrage realiseert. Productiemachines voor energiebesparende of duurzame energieproducten komen niet in aanmerking voor subsidie. Dit geldt ook voor demonstratieprojecten op het gebied van biobrandstoffen.

Het woord “demonstratie” wordt ook gebruikt met andere betekenissen, vaak in de fase van onderzoek en ontwikkeling. Demonstratie van het principe (‘proof of principle’) of demonstratie van een prototype (eventueel op ware grootte) valt onder onderzoek en ontwikkeling. Dit is vooral van belang voor DEI-projecten waar minimaal 70% van de subsidiabele kosten toe te rekenen moet zijn aan het demonstratieproject. Bij een demonstratieproject blijft de installatie ook na het project in gebruik. Is dat niet het geval, omdat de installatie gedemonteerd wordt, of stil komt te staan, dan is er mogelijk sprake van experimentele ontwikkeling.

Op welk moment heeft aanvragen zin?

Een aanvraag indienen heeft zin zodra u weet wat u wanneer wilt gaan uitvoeren en hoe u de financiering van de activiteiten heeft geregeld. Het indienen van een aanvraag zonder dat u hier duidelijkheid over kunt geven, leidt tot afwijzing (omdat niet duidelijk is wat u precies gaat doen, of omdat RVO.nl geen vertrouwen heeft dat het project door zal gaan wanneer subsidie wordt verstrekt), of tot het niet in behandeling nemen van uw aanvraag (omdat vereiste gegevens ontbreken).

 

Kan ik per e-mail of op papier een aanvraag indienen?

De minister stelt het eLoket ter beschikking om aanvragen in te dienen. Voordeel hiervan is, dat u uw aanvraag alleen kan indienen als die compleet is en vooraf een toets plaats vindt of u aan bepaalde formele vereisten van de regeling voldoet. Als u via e-mail of op papier een aanvraag wilt indienen, kunt u contact opnemen met onze klantenservice (088-042 42 42) voor een aanvraagformulier. Dit betreft een generiek RVO.nl-formulier. Mocht uw aanvraag niet compleet blijken, dan wordt deze afgewezen.

 

Kan ik in eLoket met meerdere organisaties werken aan een aanvraag?

Ja, dat kan. Daartoe dient u een andere organisatie te autoriseren, zodat die uw aanvraag ook in zijn overzicht te zien krijgt. De te autoriseren organisatie dient over een eigen eHerkeningsmiddel te beschikken van niveau 1 of hoger. Zie voor verdere instructies de download 'Autorisatie'.

 

Hoe groot mogen de bijlagen zijn die ik meestuur via eLoket?

Een bijlage is maximaal 20 Mb en mag één van deze soorten zijn: doc, docx, txt, xls, xlsx, pdf, jpg, jpeg. U kunt maximaal 99 bijlagen uploaden.

Wat zijn niet-economische activiteiten van onderzoeksorganisaties?

Een aantal subsidieregelingen geeft aan onderzoeksorganisaties 80% subsidie als het om niet- economische activiteiten gaat. Het uitvoeren van onafhankelijke O&O door een onderzoeksorganisatie (ook in samenwerkingsverband) heeft normaal gesproken geen economisch karakter. In de begroting zet u de activiteiten onder de juiste onderzoekscategorie (fundamenteel, industrieel, ontwikkeling). Let op dat fundamenteel onderzoek alleen onder iDEEGO en Upstream Gas mogelijk is.

Economische activiteiten betreffen meestal contractresearch. In geval van contractresearch wordt de onderzoeksorganisatie niet gezien als deelnemer. De partij die de onderzoeksorganisatie de opdracht geeft, voert de kosten die de onderzoeksorganisatie gaat maken in de begroting op bij de post: kosten derden. Over deze kosten ontvangt de opdrachtgever dan subsidie.

Onderzoeksinstellingen hebben ervaring met het bepalen of activiteiten voor hen als economisch of als niet-economisch kunnen worden aangemerkt. Zij zijn doorgaans bekend met de kaders waarbinnen zij kunnen werken en welke administratie daar voor nodig is, zoals een gescheiden boekhouding. Toetsing achteraf op de aard van de activiteiten door RVO.nl of door de Europese Commissie blijft altijd mogelijk.

Als het gaat om niet-economische activiteiten, moet indirect voordeel (= staatssteun) voor ondernemingen via de subsidie aan de onderzoeksorganisatie voorkomen worden. Daarom vragen we in het model projectplan hoe u omgaat met de intellectuele eigendomsrechten, overdracht daarvan aan ondernemingen en verspreiding van andere onderzoeksresultaten.

Ben ik verplicht om lid te worden van een TKI, een deelnemersovereenkomst met een TKI af te sluiten of een deel van mijn subsidie af te dragen aan het TKI?

Nee. Het bedrijvenbeleid is geconcentreerd rondom de TKI’s: Topconsortia voor Kennis en Innovatie. Hierin werken bedrijven, onderzoeksorganisaties en de overheid samen aan energie-innovatie. Om hun programmerende rol goed te kunnen vervullen, maken de TKI’s graag samenwerkingsafspraken met de projecten die subsidie krijgen. RVO.nl steunt dit, maar verplicht dit niet. Uw keuze is vrijwillig en heeft geen invloed op de slaagkans van uw subsidieaanvraag of uw subsidierelatie met RVO.nl.

 

Wat is de SDE+ en wat is het basisbedrag?

De hernieuwbare energieregeling richt zich op innovatieve projecten die uiterlijk in 2023 leiden tot duurzame energieproductie en die leiden tot een besparing op de uitgaven aan SDE+ subsidies in de toekomst. De SDE+ is een exploitatiesubsidie. Dat wil zeggen: producenten ontvangen subsidie voor de opgewekte duurzame energie en niet voor aanschaf van de productie-installatie, zoals bij een investeringssubsidie.

De SDE+ richt zich op bedrijven en (non)-profit instellingen die duurzame energie willen produceren. De kostprijs van duurzame energie is hoger dan die van grijze energie. De SDE+ vergoedt het verschil tussen de kostprijs van grijze energie en die van duurzame energie over een periode van 5, 8, 12 of 15 jaar, afhankelijk van de technologie. Hoeveel subsidie u kunt krijgen, is afhankelijk van de technologie en de hoeveelheid duurzame energie die u produceert. De SDE+ heeft één budget voor alle categorieën en wordt gefaseerd opengesteld. De technieken die in aanmerking komen voor subsidie worden elk jaar gepubliceerd in de zogenaamde SDE+ aanwijsregeling.

De SDE+ vergoedt het verschil tussen de kostprijs van groene energie (het basisbedrag) en de opbrengst van de (grijze) energie (het correctiebedrag). Meer informatie over SDE+.

 

Service menu right