Veelgestelde vragen DHI-regeling

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een haalbaarheidsstudie, investeringsvoorbereidingsproject en demonstratieproject?

Om de haalbaarheid van een project te onderzoeken is een haalbaarheidsstudie of investeringsvoorbereidingsproject mogelijk:

  • Bij een haalbaarheidsstudie ligt het initiatief bij de buitenlandse partner. De partner heeft interesse in de hardware, technologie of diensten van het Nederlandse bedrijf. Via een haalbaarheidsstudie onderzoekt u of aanschaf haalbaar is.
  • Bij een investeringsvoorbereidingsproject ligt het initiatief bij de Nederlandse ondernemer. Het bedrijf onderzoekt of de voorgenomen investering in het buitenland haalbaar is.

Gaat het om het daadwerkelijk demonstreren van hardware, kennis of diensten in het doelland, dan is een demonstratieproject van toepassing.

Wat is het verschil tussen een aanvrager, deelnemer en penvoerder?

U kunt als individueel bedrijf of als samenwerkingsverband van bedrijven een DHI-aanvraag indienen. De aanvrager is het bedrijf dat de aanvraag indient. Bij een samenwerkingsverband is de aanvrager ook penvoerder. De overige bedrijven zijn deelnemers. Zij moeten bij een aanvraag de penvoerder machtigen om namens hen op te treden.

Welke formulieren moet ik insturen bij een aanvraag DHI?

Welke formulieren u moet insturen, hangt af van uw project. U vindt de benodigde formulieren op mijn.rvo.nl. Let op: Wij nemen uw aanvraag alleen in behandeling als de benodigde formulieren en verplichte handtekeningen op tijd bij ons binnen zijn.

Kan ik een aanvraag indienen terwijl een ander DHI-project nog loopt?

Ja, dat kan. Maar tijdens een DHI-aanvraag of -project dat loopt kunt u slechts één nieuwe aanvraag indienen. Dat betekent dat u niet meer dan 2 DHI-projecten tegelijkertijd heeft lopen.

Kan ik meerdere modules tegelijkertijd inzetten?

In principe kunt u niet voor 1 project eerst subsidie aanvragen voor een haalbaarheidsstudie, en vervolgens voor een demonstratieproject. Beide modules hebben als doel uw bedrijf te positioneren op een buitenlandse markt.

Is de DHI-regeling gericht op specifieke sectoren?

Nee, bedrijven uit alle sectoren kunnen een aanvraag indienen. Tenzij een bedrijf op de FMO uitsluitingslijst staat of om andere beleidsmatige overwegingen niet in aanmerking komt voor DHI.

Waar vind ik een overzicht van subsidiabele kosten?

Ga naar de pagina Demonstratieprojecten, haalbaarheidsstudies of investeringsvoorbereidingsprojecten DHI op mijn.rvo.nl. Vervolgens klikt u op 'Bijlagen bij uw aanvraag'. Hier staat de modelbegroting (Excel). Op het 3e tabblad van dit bestand staat een toelichting bij de begroting en de subsidiabele kosten. Daar vindt u welke kosten subsidiabel zijn.

Ook in de bijlage van de subsidieregeling (paragraaf 6) staat welke kosten subsidiabel zijn.

Krijg ik subsidie voor al gemaakte kosten?

Nee. Kosten komen pas in aanmerking voor subsidie vanaf het moment dat u de aanvraag indient. Kosten die u maakt zijn dan voor uw risico. Op het moment dat u de aanvraag indient, is namelijk nog niet bekend of wij uw aanvraag goedkeuren.

Krijg ik subsidie voor de kosten van een buitenlandse joint venture?

Heeft u als Nederlands bedrijf een buitenlandse joint venture/onderneming? En zet u daarvan medewerkers in voor een (demonstratie) project? Dan zijn dit 'Kosten Derden'. Deze kosten zijn subsidiabel. De buitenlandse joint venture is geen subsidie-ontvangende partij en geen deelnemer in het samenwerkingsverband.

De buitenlandse joint venture kan wel diensten verrichten voor het project. Daarvoor wordt een marktconforme offerte opgesteld, met tarieven die in het doelland gangbaar zijn. Het vaste dagtarief van € 700 geldt in dit geval niet. De geleverde diensten worden op basis van een factuur afgerekend. De penvoerder betaalt de factuur.

Wat moet er in een intentieverklaring ('letter of intent') staan?

Met een intentieverklaring geven partijen schriftelijk aan dat ze de intentie hebben om een bepaald besluit te nemen. Bijvoorbeeld een investering. De vorm van een intentieverklaring is vrij.

Een demonstratieproject is in omvang en duur niet groter dan strikt noodzakelijk. Wat betekent dit concreet?

De demonstratie moet naar ons oordeel op een zo’n klein mogelijke schaal plaatsvinden. Hiermee bedoelen we vooral het aantal locaties, de duur van de demo en de opzet van de demo.

Zo kan de demo plaatsvinden in een land waarin de klimatologische omstandigheden anders zijn dan in Nederland. Hierbij kunt u denken aan 1 locatie in het doelland waar u kunt aantonen dat uw technologie ook onder de specifieke lokale klimatologische omstandigheden werkt en toegevoegde waarde heeft. Eventueel kan een 2e of 3e locatie van toepassing zijn als het doelland meerdere klimaatsoorten heeft. U moet hiervan wel de noodzaak of toegevoegde waarde aantonen.

Het doel van het demonstratieproject is het wegnemen van twijfels over de technische of organisatorische toepasbaarheid van een nieuwe technologie. Wanneer u demonstraties houdt bij diverse potentiële klanten is er sprake van verkoopdemonstraties. Deze zijn niet subsidiabel.

De duur van de demo is afhankelijk van het type project. Projecten waarbij seizoensinvloeden relevant zijn, duren meestal 1 jaar. Maar in veel gevallen duurt een demonstratieproject korter. Bepalend voor de duur van het project is de tijd die nodig is om redelijkerwijs aan te kunnen tonen dat de technologie toegevoegde waarde heeft. En onder specifieke lokale omstandigheden toepasbaar is.

Voorbeeld

Een voorbeeld van een zo klein mogelijke opzet is het demonstreren van een nieuw uienras dat speciaal voor een bepaalde klimaatsoort is geteeld. In een demonstratieproject kunt u aantonen dat de opbrengst van de nieuwe soort hoger is dan die van de reguliere rassen. Dit kan op 1 of zelfs een halve hectare. Het demonstreren op grotere schaal is niet noodzakelijk en wordt daarom niet gesubsidieerd.

Wanneer is er sprake van specifieke lokale omstandigheden?

Denk hierbij aan het klimaat, bodemgesteldheid of de toepasbaarheid van een bepaalde technologie. Ook kan het gaan om de mate waarin een bepaalde technologie of zienswijze lokaal wordt geaccepteerd.

Mag een dochteronderneming deelnemen als partner van de moedermaatschappij?

Een moeder-dochterrelatie is geen belemmering voor een bedrijf om een DHI-aanvraag te doen. Wel moet het project export meebrengen voor het dochterbedrijf.

Heeft het dochterbedrijf een export- of investeringsbelang, dan mag het deelnemen als mede-subsidie-aanvragende partij. Er is dan sprake van een samenwerkingsverband, met het moederbedrijf als penvoerder. Het is niet voorgeschreven welke partner in het samenwerkingsverband welke werkzaamheden moet verrichten.

Mijn lokale partner is een investerende overheidsorganisatie. Het is moeilijk om een ‘Letter of Intent’ te krijgen. Wat kan ik doen?

Leg uit waarom het verkrijgen van een ‘Letter of Intent’ problemen geeft. Voeg als dat mogelijk is (beleids)stukken toe, waaruit blijkt dat de overheidsinstantie belangstelling heeft in de specifieke technologie, of budget hiervoor beschikbaar stelt.

Service menu right