Agrarisch ondernemer: wat verandert er in 2026 voor u
Als agrarisch ondernemer maakt u gebruik van onze regelingen. Het kan zijn dat er voor u iets verandert in 2026. In dit overzicht vindt u de veranderingen op een rij. We werken het overzicht regelmatig bij met de laatste informatie.

Jaarkalender
Met onze jaarkalender willen we u alvast op weg helpen voor 2026. U ziet met welke datums u rekening houdt voor de mestwetgeving, het GLB en de Gecombineerde opgave. U kunt de kalender downloaden en bijvoorbeeld boven uw bureau hangen.
Gecombineerde opgave
In de Gecombineerde opgave zitten dit jaar extra vragen voor de Europese landbouwtelling. Ook zijn er veranderingen per onderdeel in de opgave.
De belangrijkste hiervan leest u hieronder. Voor alle veranderingen en verbeteringen kijkt u op Gecombineerde opgave voorbereiden. Vanaf 1 maart 2026 staat de Gecombineerde opgave voor u klaar.
In 2026 staan er extra vragen in de Gecombineerde opgave voor de Europese Landbouwtelling: Integrated Farm Statistics (IFS). Deze aanvullende vragen zijn er 3 keer per 10 jaar. In 2026 zijn het minder vragen dan in 2023.
De vragen gaan over bedrijfsvoering, mestbeheer en de huisvesting van dieren. De antwoorden geven belangrijke informatie voor de landbouwstatistieken op Europees niveau. Deze gegevens zijn nodig voor het maken en evalueren van beleid op het gebied van landbouw, natuur en milieu.
Verbrede landbouwactiviteiten
Voert u verbrede landbouwactiviteiten uit op uw bedrijf? Dan geeft u in 2026 aan welke activiteiten dit zijn. Deze informatie vragen wij voor de Europese Landbouwtelling. Er zijn toevoegingen vergeleken met 2023:
- Nieuwe vraag in de opgave: Voert u of een ander bedrijfshoofd verbrede landbouwactiviteiten uit binnen een ander bedrijf?
- De optie bosbouw is toegevoegd aan de antwoordmogelijkheden. Dit geldt bij de vraag over verbrede landbouw op zowel uw eigen bedrijf als binnen een ander bedrijf.
Huisvesting per UBN
In 2026 hebben we alvast de gegevens over de huisvesting voor u ingevuld . Dit kunnen we alleen doen als u deze gegevens heeft opgegeven in de Gecombineerde opgave 2025. Heeft u dit gedaan? Controleer dan bij de diersoorten waarvoor u huisvesting heeft of deze gegevens nog kloppen voor 2026.
Varkens: diervoer
Bent u varkenshouder en heeft u 50 of meer varkens in 2026? Dan stellen we nieuwe vragen over diervoer. We willen graag van u als varkenshouder weten of u:
- aangesloten bent bij een ketenkwaliteitssysteem voor de productie van het diervoer;
- reststromen uit de levensmiddelenindustrie gebruikt in het diervoer;
- voedermiddelen mengt tot een compleet dagrantsoen voor de varkens.
Deze informatie geeft u aan ons door in het onderdeel Varkens: diervoer.
Vragen toegevoegd
Wij hebben in het onderdeel Grond de volgende vragen toegevoegd:
Wilt u een of meer percelen aanmelden voor fosfaatdifferentiatie?
Meldt u in 2026 geen percelen aan voor fosfaatdifferentiatie? Dan beantwoordt u deze vraag met Nee. U hoeft dit niet meer op ieder perceel aan te geven.
Hoeveel andere grond heeft u op 15 mei 2026?
Dit gaat om grond die geschikt is voor de landbouw, maar u niet zo in gebruik heeft op 15 mei 2026. Bijvoorbeeld u gebruikt landbouwgrond als sportveld of camping. Andere grond kan ook gaan om landbouwgrond die niet geschikt is voor de landbouw, zoals een erf of onvruchtbare grond. Is een situatie bij u van toepassing? Dan geeft u in de opgave aan om hoeveel hectare (ha) grond het gaat.
Notenbomen
Het onderdeel Notenbomen vervalt in 2026 in de Gecombineerde opgave. Het soort noten dat u teelt, geeft u nu door met de juiste gewascode. Dit doet u in Mijn percelen.
Beregening
Het onderdeel Beregening is terug in de Gecombineerde opgave. In 2023 stelden we 9 vragen over dit onderwerp voor de Europese Landbouwtelling. In 2026 beantwoordt u hier maximaal 2 vragen over.
Overzicht mest
U kunt in 2026 geen derogatie meer aanvragen. Daardoor vervalt de berekening of uw bedrijf voldoet aan de 80% grasland-eis op het overzicht Mest.
In 2026 ziet u andere vragen in het onderdeel Opslag dierlijke mest. Deze vragen stellen wij voor de Europese Landbouwtelling.
Ook ziet u de vragen hieronder niet meer terug in de opgave van 2026. De inhoud van de opslagcapaciteit van dierlijke mest geeft u aan in het formulier Aanvullende gegevens landbouwer (AGL) 2026.
- Had u opslag voor dierlijke mest van augustus 2024 tot en met februari 2025?
- Welke opslag is er op uw bedrijf mogelijk?
- Wat is uw opslagcapaciteit voor drijfmest?
- Wat gebruikt u voor de opslag buiten de stal
- Wat is uw opslagcapaciteit voor gier?
- Wat is uw opslagcapaciteit voor vaste mest
- Heeft u uw opslag voor rundermest buiten de stal afgedekt?
- Heeft u uw opslag voor varkensmest buiten de stal afgedekt?
- Heeft u uw opslag voor pluimveemest buiten de stal afgedekt?
- Heeft u uw opslag voor overige mest buiten de stal afgedekt?
Gewascodes
Aan de gewascodelijst is een aantal gewascodes toegevoegd. Ook vervallen er codes per 1 januari 2026.
Dit zijn de nieuwe gewascodes:
- 7136 - Anna Paulowna
- 7139 - Notenbomen, hazelnoot
- 7193 - Notenbomen, walnoot
- 7194 - Notenbomen, overig
- 7195 - Bosui
- 7196 - Lente-ui
- 7197 - Bamboe
Deze gewascodes vervallen in 2026:
- 2645 - Notenbomen
- 338 - Rand, liggend op bouwland en direct grenzend aan bos. Geen landbouwproductie.
Bij de gewascodes 794 en 795 is de omschrijving aangepast.
In de gewascodelijst vindt u per gewas alle informatie voor Mijn percelen, de mestwetgeving en het GLB.
Mest
Hieronder leest u wat er verandert aan de wetten en regels voor mest.
Afroming productierechten naar 0%
Draagt u varkens- of pluimveerechten over? Dan romen we vanaf 9 december 2025 geen rechten meer af. Het afromingspercentage gaat dus naar 0%. Dit was 22% voor varkensrechten en 13% voor pluimveerechten.
Wij hebben de formulieren voor het overdragen van varkens- en pluimveerechten aangepast. U kunt uw overdrachten nu melden op Mijn RVO.
Derogatie
In 2026 kunt u geen derogatievergunning aanvragen. Dit betekent dat u maximaal 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare mag gebruiken. Lees meer hierover op Derogatie.
Identificatie en Registratie (I&R)
Voor Identificatie en Registratie (I&R) veranderen de tarieven. Ook is er een verandering rond oormerken voor runderen.
Tarieven
Vanaf 1 januari 2026 worden de tarieven elk jaar opnieuw vastgesteld. De tarieven voor meldingen per diersoort leest u op Tarieven rund, Tarieven schapen en geiten en Tarieven varken. De tarieven voor een UBN staan op Dierlocatie UBN.
Oormerken voor runderen
Vanaf 1 januari 2026 worden alleen nog oormerken voor runderen uitgegeven met daarop een levensnummer van 12 cijfers. Dit waren er tot nu toe 9. De verandering geldt alleen voor de niet-elektronische (gele) merken. De elektronische (groene) merken hebben al 12 cijfers. Meer hierover leest u op de pagina Runderen merken.
Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB)
Er zijn een aantal veranderingen in het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Meestal gaat het om een kleine verandering of een verduidelijking van een voorwaarde. Ook zijn er een aantal nieuwe gewascodes.
Eco-regeling
Er komen in 2026 geen nieuwe eco-activiteiten. De punten en waarden blijven hetzelfde, behalve voor de veranderde waarde van stikstofbindende gewassen.
Grasklaver
Uw perceel is helemaal zichtbaar bedekt met een gelijkmatige verdeling van gras en klaver.
Grasland met kruiden
Uw perceel is helemaal zichtbaar bedekt. Er staat minimaal 25% aan kruiden en vlinderbloemige gewassen en minimaal 25% gras.
Groene braak
In de periode van 31 mei tot 31 augustus is uw perceel voor minimaal 80% zichtbaar bedekt met het aangegeven gewas.
Groenbedekking
In de periode van 1 januari tot 1 maart is uw perceel voor minimaal 80% zichtbaar bedekt met het aangegeven gewas.
Onderzaai vanggewas
Tot ten minste 1 december is uw perceel voor minimaal 80% zichtbaar bedekt met het aangegeven vanggewas. Het inzaaien van het perceel alleen is niet voldoende.
Stikstofbindend gewas
Uw perceel is helemaal zichtbaar bedekt met stikstofbindende gewassen.
Deze aanpassingen gaan in met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025.
De teelt moet op grond staan die vanaf 2015 minimaal één jaar in gebruik was als landbouwgrond.
Wilt u in 2026 meedoen met de eco-activiteit Rustgewas? Dan moet u in 2026 als hoofdteelt een toegestaan rustgewas telen uit de lijst van de eco-activiteit Rustgewas. Daarnaast teelde u op perceelsniveau in 2023, 2024 of 2025 minimaal één keer een rustgewas. Dit mag een rustgewas zijn uit de lijst van de mestwetgeving of eco-activiteit Rustgewas.
De waarde van de eco-activiteit Stikstofbindend gewas wordt aangepast op advies van Wageningen University & Research (WUR). De minister heeft deze verlaging eerder aangekondigd.
| Maatregel | Waarde (€ per ha) | |
| Hoofdteelt | regio 1 | regio 2 |
| Stikstofbindend gewas | 415 | 585 |
Het perceel met het voedselbos was vanaf 2015 minimaal één jaar landbouwareaal. U gebruikt geen chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden en bemesting.
U mag pas aangeplante heggen, hagen of struwelen meenemen in uw subsidieaanvraag. Deze aanplant moet binnen 3 jaar aaneengesloten opgaande begroeiing zijn.
| Eco-activiteit | Gewascode | Naam |
| Biologische bestrijding | 7195 | Bosui |
| Biologische bestrijding | 7196 | Lente-ui |
| Rustgewas | 3805 | Rietzwenkgras, industriegras |
| Verlengde teelten | 3805 | Rietzwenkgras, industriegras |
| Vroeg ras rooigewas (uiterlijk 31 augustus) | 7195 | Bosui |
Samenhang eco-regeling en ANLb
In de tabel hieronder ziet u welke ANLb- en eco-activiteiten kunnen samengaan op hetzelfde perceel in 2026. U ziet ook of er overlap is in de vergoedingen.
Conditionaliteiten
Een aantal veranderingen gelden vanaf 9 oktober 2025. Andere gelden vanaf 1 januari 2026. Ze gelden allemaal voor 2026. U vindt alle conditionaliteiten, beheerseisen en wetgeving op Conditionaliteiten GLB 2026.
Teelt u biologisch of is (een deel van) uw bedrijf in omschakeling naar biologische teelten dan heeft u vrijstelling van GLMC 1, 3, 4, 5, 6, 7 en 10. Voorwaarde: (Een deel van) uw bedrijf is biologisch gecertificeerd of geregistreerd als bedrijf in omschakeling bij Skal. De vrijstelling geldt voor de percelen waarop u de biologische productiemethode toepast.
Dit geldt vanaf 1 januari 2026.
Het percentage blijvend grasland in Nederland mag niet meer dan 10% dalen vergeleken met 2018. Tot 2026 was dit 5%.
Dit geldt vanaf 1 januari 2026.
U mag een perceel met een hellingspercentage van 18% naast grasland ook als wijndruiventeelt met gras als ondergroei gebruiken.
Dit geldt vanaf 1 januari 2026.
U mag ploegen en omzetten als het nodig is om het grasland om te zetten naar blijvende natuur. Houd daarbij rekening met voorwaarden vanuit lokale beheerplannen.
U moet zich houden aan het waterbeleid en het Besluit activiteiten leefomgeving. Bij bepaalde omstandigheden heeft u een:
- vergunningsplicht bij grondwater- en/of oppervlaktewateronttrekking;
- meld- of informatieplicht bij beregening of bevloeiing;
- onttrekkingsverbod bij calamiteiten.
Dit geldt vanaf 9 oktober 2025.
De eisen van de Nitraatlijn zijn aangepast zodat ze aansluiten bij de Kaderrichtlijn Water. Het gaat om eisen die het oppervlaktewater beschermen, zoals:
- emissiearm aanwenden
- teeltvrije zone
- kwaliteit mest- en voeropslag
Dit geldt vanaf 9 oktober 2025.
Voor antimicrobiële middelen geldt dat er per diersoort een één-op-één overeenkomst moet zijn met een dierenarts. Daarbij bezoekt de arts het bedrijf regelmatig.
Dit geldt vanaf 1 januari 2026.
Deze beheerseis gaat over hoe u moet omgaan met gewasbeschermingsmiddelen. Daarom zijn ‘biociden’ uit de zorgplicht verwijderd.
Dit geldt vanaf 9 oktober 2025.
Uw varkens beschikken altijd over voldoende materiaal om te onderzoeken en om in te wroeten. Bijvoorbeeld stro, hooi, hout, zaagsel, compost van champignons en turf. Of een mengsel daarvan zolang de gezondheid van de dieren daardoor niet in gevaar komt.
Zeugen en/of gelten hebben in de laatste week voor het werpen voldoende en geschikt nestmateriaal. Behalve als dit niet technisch uitvoerbaar is bij de op het bedrijf gebruikte mengmestmethode.
Dit geldt vanaf 1 januari 2026.
Landbouwareaal
Er zijn 2 veranderingen die te maken hebben met uw landbouwareaal.
U mag landbouwgrond niet meer dan 90 dagen in een jaar gebruiken voor andere activiteiten. En deze activiteiten mogen niet te veel last veroorzaken. Bijvoorbeeld door de intensiteit, aard, duur of planning van de activiteiten. Veroorzaken de activiteiten wel te veel last, dan noemen we dat noemenswaardige hinder. U krijgt dan geen subsidie voor deze landbouwgrond. Geef daarom in de Gecombineerde opgave door als u niet-landbouwactiviteiten uitvoert. Zo houdt u uw bedrijfssituatie actueel.
Is het verschil tussen het subsidiabele areaal en het totale areaal niet meer dan 0,1 hectare? Dan wordt het subsidiabele areaal gelijk gemaakt met het opgegeven areaal.
Deze aanpassing gaat in met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025.
Agroforestry (boslandbouw)
Agroforestry moet op grond staan die vanaf 2015 minimaal één jaar in gebruik was als landbouwgrond.
Woudboom en Anna Paulowna
Vanaf 1 januari 2026 kunt u geen basispremie en andere GLB-subsidies aanvragen voor de woudboom en de Anna Paulowna met teeltdoel houtproductie (hakhout). De Anna Paulowna (hakhout) heeft vanaf 2026 een eigen gewascode: 7136. De Anna Paulowna als boomkwekerijgewas telt in 2026 wel mee voor de basispremie en geldende GLB-subsidies.
Onderzoek naar Anna Paulowna
Er loopt een risicobeoordeling naar de Anna Paulowna en hybride varianten van deze soort. Dat is omdat de boom mogelijk invasief is. Het onderzoek is in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voert het onderzoek uit.

