De kracht van lokaalgeleide partnerschappen en samenwerkende overheden
Laatst gecontroleerd op: 8 mei 2026
Ingeborg Krukkert is adviseur internationale samenwerking voor de waterprogramma's bij RVO. Een van die programma's is het intergouvernementele Vallée du Niger (PROVANI), dat de levensomstandigheden van mensen in het stroomgebied van de Niger wil verbeteren. PROVANI richt zich op het duurzame gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Ingeborg legt uit hoe RVO bijdraagt aan het lokaal faciliteren van de waterzekerheid en klimaatbestendigheid op korte en lange termijn.

De republiek Niger is enorm groot, de grondoppervlakte is wel 30 keer groter dan Nederland. Volgens de VN-index van de menselijke ontwikkeling staat Niger op plek 188 van de 193 landen. Daarmee is het een van de allerarmste landen ter wereld. Veel mensen zijn voor hun levensonderhoud afhankelijk van de rivier de Niger die door Niger en buurlanden stroomt. Visserij, landbouw en bosbouw zouden er kunnen floreren, maar het gebied kent meerdere uitdagingen. Als het er regent, dan overstroomt de rivier zo hevig dat er dodelijke slachtoffers vallen. In droge periodes is het er kurkdroog en vindt er ontbossing plaats. Door verzanding wordt de rivier steeds ondieper en de invasieve plantengroei maakt de rivier praktisch onbevaarbaar en ongeschikt om te vissen. Deze problemen zijn te groot en te samenhangend om alleen met maatregelen op lokaal niveau op te lossen. Een lange termijn plan voor het integraal beheer van de Niger vallei biedt uitkomst.
De betrokkenheid van Nederland
De Nigerese overheid heeft in 2020 de lokale Nederlandse ambassade benaderd om de inwoners te helpen bij het oplossen van deze problemen. Rond dezelfde tijd heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken de Afrika-strategie ontwikkeld. Hierin staan uitgangspunten als gelijkwaardigheid, partnerschap en duurzame ontwikkeling. Ook stabiliteit en veiligheid in de regio zijn speerpunten. In de Afrika-strategie geeft Nederland aan gelijkwaardige, lokaalgedreven partnerschappen en programma's te willen opzetten. Lokaalgedreven betekent vergroot lange termijn duurzaamheid, omdat oplossingen aansluiten bij lokale en regionale prioriteiten en behoeften. Lokaalgedreven bevordert bovendien het draagvlak om interventies te onderhouden na de eerste investering.
Het PROVANI programma sluit naadloos bij aan bij de behoefte van de Nigerese overheid en de Afrika-strategie. De strategie van het ministerie van Buitenlandse Zaken is een combinatie van ontwikkeling en diplomatie in verschillende landen, door met overheden relaties en vertrouwen op te bouwen en te onderhouden. Water, voedselzekerheid en veiligheid zijn de 3 belangrijkste thema's in dit programma. Door hier aandacht aan te besteden, krijgt een land het sociaaleconomisch beter. Hoe stabieler een land is, des te groter de kans op perspectief in het land zelf is.
PROVANI: samenwerking tussen overheden
De 3 uitgangspunten van het programma zijn:
- Langetermijnvisie en -strategie voor het gebied ontwikkelen
Het doel hiervan is het onderzoeken van manieren voor duurzaam integraal beheer van de Niger rivier voor 2050. De strategische milieueffectenrapportage (mer) is hier een belangrijk onderdeel van. Mer loopt tegelijk met het ontwikkelen van de visie en strategie. In 2025 is een internationaal consortium van partijen onder leiding van AGRER geselecteerd. Zij werken met alle partners aan de visie, strategie en mer.
- Kortetermijnprojecten met directe lokale impact uitvoeren
Lokale Nigerese partijen weten zelf het beste welke oplossingen passend zijn voor de problemen in hun leefgebied. Zij kunnen aanspraak maken op PROVANI subsidie voor de zogenoemde Projets sans regrets: projecten waarbij eerdere ervaringen aangetoond hebben dat ze een positieve invloed hebben op de omgeving. Veel lokale gemeentes in Niger maken hiervan gebruik. De werkwijze is onderdeel van de grotere visieontwikkeling. Door gemeenschappen mee te nemen in gesprekken en doordat oplossingen uit de gemeenschap komen, is het draagvlak voor de projecten bijzonder groot.
Er lopen 90 projecten en op dit moment staan 90 projecten op het punt om te starten. In de tweede helft van 2026 komt er nog een laatste ronde van 90 projecten. De eerste resultaten zijn geboekt: projecten hebben ertoe geleid dat op verschillende plekken de grond vruchtbaarder is gemaakt, zodat er weer gewassen kunnen groeien. De rivier is toegankelijker voor visserij en handel. Gemeenschappen delen hun projectervaringen via workshops met elkaar en zo leren zij van elkaar.
- Infrastructuur versterken
Om optimaal gebruik te maken van de in Niger beschikbare data is een goede coördinatie onmisbaar. De behoefte aan het verzamelen en vooral ook het beheren van relevante informatie zoals statistieken en ruimtelijke gegevens is groot. Hiervoor is een goede infrastructuur nodig en ook duidelijkheid over wie welke data verzamelt, beheert en bijhoudt zodat we data over natuurlijke hulpbronnen beter benutten bij toekomstige integrale planning en besluitvorming.
Lokale partijen, lokaal eigenaarschap
De stuurgroep van vertegenwoordigers van de betrokken ministeries in Niger hebben de regie. Het gaat om het Nigerese ministerie van Milieu, Water en Sanitatie, het ministerie van Landbouw en Veeteelt en het ministerie van Binnenlandse Zaken, verantwoordelijk voor ruimtelijke ordening. Daarnaast is er op ministersniveau, op nationaal en regionaal niveau, een comité actief voor gebieden waar de rivier doorheen loopt. En voor het gehele stroomgebied van de Niger rivier is er een internationale autoriteit die overlegt met nationale autoriteiten in Benin, Guinee, Mali, Niger en Nigeria.
Nederlandse betrokkenheid
De Nederlandse ambassade in Niamey is opdrachtgever van het PROVANI programma. Het lokale stuurcomité in Niger, het Comité Technique d'Appui au Programme (CTAP), voert dit programma in Niger uit. RVO ondersteunt de Nigerese regering via het CTAP in samenwerking met de Commissie Milieueffectrapportage (MER) bij het strategische planningsproces voor het duurzame beheer van natuurlijke hulpbronnen in de beoogde regio's.
De rol van het Comité Technique d'Appui au Programme (CTAP)
Het lokale stuurcomité, CTAP, is een belangrijke schakel in het proces. CTAP coördineert de prioriteiten van de verschillende ministeries en zorgt ervoor dat interventies met elkaar samenhangen. CTAP controleert bijvoorbeeld of organisaties die subsidie aanvragen voor het uitvoeren van een Projets sans regrets wel bestaan en mogen werken in Niger, of zij recht hebben om op een stuk land een project op te zetten en of het project binnen de kaders van PROVANI valt. Een school bouwen bijvoorbeeld, hoe nodig die waarschijnlijk ook is, voldoet niet aan de projectdoelstellingen. Is CTAP akkoord met het projectvoorstel, dan is RVO dat ook.
De rol van Nederland in PROVANI
Ingeborg ziet haar rol en die van Nederland als bescheiden, in de zin dat beiden zich faciliterend opstellen. Nederland of RVO bepalen niet wat er daar gebeurt. De lokale vragen zijn steeds het uitgangspunt; Nederlands zet kennis in de vorm van advies in. Het gaat om een partnerschap op gelijkwaardige basis. Samen met de Nigerese partners zoeken naar manieren om de leefomgeving het beste in te richten en om zoveel mogelijk met de beschikbare middelen voor elkaar te krijgen. Vanuit de lokale ambassade onderhoudt Nederland de relatie met de Nigerese overheid. Die relatie is gebaseerd op gelijkwaardigheid en vertrouwen.
De lokaalgeleide aanpak
Ingeborg zou graag zien dat meer, zo niet alle, projecten werken volgens de locally-led adaptation aanpak. Een goed voorbeeld hiervan is het programma Reversing the Flow (RtF). RtF wil gemeenschappen veerkrachtiger maken met lokaal geleide acties op het gebied van water, landschapsherstel en klimaatadaptatie. Lokale partners ondersteunen gemeenschappen bij het zelf organiseren en leiden van deze acties. Gemeenschappen bepalen zelf wat er moet gebeuren en pakken dit ook zelf aan. RVO faciliteert het proces.
Deze manier van werken vraagt een andere manier van denken van organisaties die traditioneel zijn gericht op controle in plaats van gelijkwaardige partnerschappen. De rolverdeling is anders dan bij traditionele vormen van ontwikkelingshulp. In Niger ervaren de gemeenschappen vertrouwen in wat zij doen doordat zij dit vertrouwen van RVO krijgen. Door als overheid het eigenaarschap daar te laten, creëer je draagvlak.
Ingeborg ziet dat de lokale partijen hierdoor verantwoordelijkheid nemen om het werk goed uit te voeren en te onderhouden. Dat vergt dat je je als Nederlandse overheid flexibel moet durven opstellen en de gemeenschappen de ruimte moeten geven om programma's te kunnen aanpassen aan andere, lokale omstandigheden. Die ruimte is er niet altijd. Bij PROVANI is die ruimte er juist wel.
Geslaagde samenwerking
Ingeborg sluit af met haar visie op de samenwerking. Die is wat haar betreft nu al geslaagd. Door de afgelopen 3 jaar een goede vertrouwensband op te bouwen, verloopt die samenwerking op een fijne en professionele manier. De Nigerese overheid benoemt regelmatig dat ze de gelijkwaardige samenwerking met Nederland heel erg waarderen. Bijna informeel, snel en toegankelijk werken RVO en Commissie mer in het programma met kaders en processen die in nauw overleg met CTAP zijn opgezet. De samenwerking vanuit de ambassade werkt ook heel goed; via CTAP is er een korte lijn met de Nigerese ministeries. De onderlinge verhoudingen zijn prettig en vruchtbaar om uitdagingen aan te pakken; ongeacht het uiteindelijke resultaat is het project in dit opzicht al geslaagd.
Maar het project is pas echt geslaagd als de vervolgstappen van het meerjarig programma ook daadwerkelijk worden gezet. Hoe krijgen we het voor elkaar om opties voor duurzaam integraal beheer van de Niger vallei om te zetten in daden? Als dat lukt, dan is het programma in alle facetten geslaagd.
Ingeborg spreekt haar hoop uit dat alle programma's en projecten van RVO gaan inzetten op lokaal eigenaarschap: zo bereiken we echt duurzame impact.
- Ministerie van Buitenlandse Zaken