1. Home
  2. Landbouwgrond GLB 2023

Landbouwgrond GLB 2023

Laatst gecontroleerd op: 19 oktober 2023

U kunt verschillende subsidies uit het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) aanvragen. Welke dat zijn, hangt af van hoe u uw landbouwgrond gebruikt. En wat wel of geen landbouwgrond is volgens het GLB.

Laatste aanpassingen op deze pagina

  • 25 september: Een uitleg over toestemming bevestigen en aantonen is toegevoegd.
  • 15 maart: Een uitleg over mondelinge afspraken van grondgebruik is toegevoegd.
  • 10 maart: De nieuwe Tabel Gewassen en GLB 2023 is nu beschikbaar.

Het deel van uw landbouwgrond waarop u landbouwactiviteiten uitvoert, noemen we landbouwoppervlakte. Vanaf 2023 tellen landschapselementen mee als landbouwgrond. Uw totale landbouwgrond is dus: landbouwoppervlakte + landschapselementen.

Voorwaarden

Dit zijn de voorwaarden als u GLB-subsidies wilt aanvragen:

  • U heeft de landbouwgrond waarvoor u subsidie aanvraagt op 15 mei 2023 in gebruik of beheer. Bent u zelf geen eigenaar? Dan heeft u toestemming nodig van de eigenaar voor het gebruik van de landbouwgrond. Is er sprake van onderpacht? Dat kan alleen als de onderverpachter daarvoor toestemming heeft van de verpachter. Hieronder leest u meer over toestemming aantonen.
  • U houdt zich aan de conditionaliteiten.
  • U gebruikt uw landbouwoppervlakte als bouwland, blijvend grasland of blijvende teelt.
  • U verbouwt een of meer subsidiabele gewassen. 
  • U gebruikt uw landbouwoppervlakte in het subsidiejaar niet meer dan 90 dagen voor niet-landbouwactiviteiten.
  • Uw perceel landbouwoppervlakte is afgerond minstens 0,01 hectare.
  • Voor percelen met landschapselementen houdt u zich aan de voorwaarden voor landschapselementen.
  • Voor percelen met hennep houdt u zich aan de voorwaarden voor de teelt van hennep.
  • Voor percelen op boslandbouw houdt u zich aan de voorwaarden voor boslandbouw (agroforestry).
  • U geeft alle landbouwareaal en alle landschapselementen op die u op de peildatum van 15 mei ter beschikking heeft. 

Afspraken over grondgebruik

In de Gecombineerde opgave geeft u per perceel aan of het gaat om eigendom, pacht of erfpacht of andere vormen van gebruik. Andere vormen van gebruik zijn bijvoorbeeld mondelinge afspraken over grondruil of met een grondgebruikersverklaring.

U geeft andere vormen van gebruik op met de gebruikstitel ‘overige exploitatievormen’. Lees hieronder waar u op moet letten.

Feitelijk gebruik: één aanvrager

Elk landbouwperceel en elk landschapselement kan maar bij één aanvrager in gebruik of beheer zijn met de juiste gebruikstitel. Dit noemen wij feitelijk gebruik.

Als 2 subsidieaanvragers (voor een deel) hetzelfde perceel opgeven ontstaat een overlap: de 'dubbelclaim'. De aanvragers moeten deze overlap uiterlijk 15 juni 2023 met elkaar oplossen. Als een dubbelclaim niet wordt opgelost, telt dat perceel geheel of gedeeltelijk niet mee.

Toestemming aantonen: schriftelijke overeenkomst als bewijs

Heeft u landbouwgrond of landschapselementen in gebruik, maar bent u niet de eigenaar? Dan heeft u altijd toestemming nodig van de eigenaar. De eigenaar moet die toestemming kunnen bevestigen. Bij controles kunnen wij u vragen om de toestemming aan te tonen. Dan kan bijvoorbeeld met een schriftelijke overeenkomst of een grondgebruikersverklaring. U krijgt dan een brief met welke informatie wij van u nodig hebben. U kunt zelf een verklaring laten ondertekenen door de eigenaar.

Heeft u een perceel in gebruik van iemand die zelf pachter of erfpachter is? Dan is er sprake van onderpacht. Om een perceel onder te verpachten, moet de onderverpachter  altijd eerst schriftelijke toestemming hebben van de verpachter. Als onderpachter moet u kunnen aantonen dat die toestemming er is. Bij onderpacht kunt u een verklaring laten tekenen door eigenaar en onderverpachter.

Voor deze situaties kunt u het formulier Grondgebruikersverklaring Percelen 2023 hieronder gebruiken.

Controles op grondgebruik

We merken dat er onduidelijkheid en onrust is over onjuiste subsidieaanvragen en de controles op grondgebruik. Hoe controleren we juist grondgebruik? En wat doen we als iets niet klopt? Een overzicht.

Hoe controleert RVO grondgebruik?

  • Percelen waarop subsidie wordt aangevraagd, kunnen maar door één aanvrager worden opgegeven. Dit wordt automatisch gecontroleerd. 
  • We controleren op meerdere manieren of een perceel ook echt ter beschikking staat van een aanvrager. Dat doen we via steekproeven. Onderdeel van de controle kan een controle op het bedrijf zijn.
  • De aanvrager toont toestemming van grondgebruik aan met schriftelijk bewijs. Zie hierboven onder het kopje Toestemming aantonen: schriftelijke overeenkomst als bewijs. 

Soms melden eigenaren dat hun grond zonder hun toestemming wordt aangevraagd voor subsidie. Dan voeren we ook controles uit.

Geen toestemming voor grondgebruik: wat zijn de gevolgen

Zien wij dat een aanvrager geen toestemming heeft voor het grondgebruik? Dan heeft dit meerdere gevolgen:

  • Het perceel telt niet meer mee. Het levert dan geen basispremie en eventuele aanvullende premie op.
  • Ook vervalt de eco-premie voor het betreffende perceel. Bovendien kan de hele eco-premie in gevaar komen door het wegvallen van eco-waarde en -punten.
  • Als wij dit jaar een fout vinden, zullen wij ook uw subsidieaanvragen van de afgelopen 3 jaren opnieuw controleren.
  • Een perceel dat niet meetelt voor GLB-subsidies, kan in sommige gevallen ook niet meetellen voor het mestbeleid.
  • Zijn er zware overtredingen? Dan kunnen we de hele aanvraag afwijzen.

Kortingen en sancties

Soms krijgt u eerst een waarschuwing. Of u krijgt een sanctie, zoals een korting op uw subsidiebedrag. Deze kan oplopen tot 20% van het totale subsidiebedrag. In sommige situaties kan ook een strafrechtelijke procedure met hoge boetes het gevolg zijn. Bijvoorbeeld in het geval van opzettelijk onjuist opgeven van percelen of valsheid in geschrifte.

Meer weten over toestemming aantonen bij grondgebruik? Bekijk de veelgestelde vragen over dit onderwerp.

Heeft u hulp nodig bij het opgeven van percelen? Wij helpen u graag.

Tijdelijk gebruik voor andere activiteiten

Gebruikt u of iemand anders landbouwoppervlakte voor niet-landbouwactiviteiten? Dat mag als het aantal dagen opgeteld niet meer dan 90 dagen per kalenderjaar is. Breng het perceel direct na de korte activiteit terug zodat begrazing of teelt weer mogelijk is. Voorbeelden van tijdelijke andere activiteiten zijn:

  • tijdelijke parkeerplaats
  • feesttent
  • paardenconcours
  • ijsbaan

ANLb of Catalogus Groenblauwe diensten

Bij sommige activiteiten voor ANLb of Catalogus Groenblauwe diensten mag deze periode langer zijn dan 90 dagen. Breng het perceel direct na de activiteit terug zodat begrazing of teelt weer mogelijk is.

Bouwland

Bouwland is grond:

  • die u gebruikt voor de teelt van gewassen, maar niet voor blijvende teelt. U houdt het perceel in stand zodat u er een akkerbouwgewas in kunt zaaien.
  • die u gebruikt als tijdelijk grasland. U beweidt uw tijdelijk grasland, of maait het minimaal één keer in het jaar. Dit doet u uiterlijk voor 1 oktober. Percelen met ANLb of Catalogus Groenblauwe diensten maait u minimaal één keer in de 2 jaar voor 1 oktober.
  • die u kunt gebruiken voor de teelt van gewassen of tijdelijk grasland, maar die nu nog braak ligt.
  • Op uw perceel bouwland staan niet meer dan 100 bomen per hectare.

Blijvend grasland

Voor percelen met blijvend grasland gelden de volgende extra voorwaarden:

  • Het perceel met grasland is minimaal 5 jaar niet opgenomen in de vruchtwisseling. Dit betekent dat het perceel niet is omgezet in een ander gewas dan gras.
  • Meer dan 50% van de grondbedekking bestaat uit grassen of andere kruidachtige voedergewassen. Mengsels van gras en stikstofbinders tellen mee. Pitrus, riet en heide vallen hier bijvoorbeeld niet onder.
  • U beweidt uw grasland of maait het minimaal één keer in het jaar. Dit doet u voor 1 oktober. Heeft u percelen uit de ANLb of Catalogus Groenblauwe diensten? Dan is minimaal één keer in de 2 jaar maaien voldoende. Deze voorwaarde wordt als landbouwactiviteit gezien in het stroomschema gewascodes voor grasland 2023.
  • Op uw perceel blijvend grasland staan niet meer dan 100 bomen per hectare.

Ecologisch kwetsbaar blijvend grasland

Is uw perceel aangewezen als ecologisch kwetsbaar blijvend grasland? Lees meer op Conditionaliteiten onder GLMC 9.

Blijvende teelt

Blijvende teelt is landbouwoppervlakte waarop u een gewas teelt dat langer dan 5 jaar staat. U houdt het perceel in stand zodat u het regelmatig kunt oogsten. Voorbeelden van blijvende teelt zijn:

  • producten van kwekerijen
  • kortlopend hakhout
  • boomgaarden
  • boom- en fruitkwekerijen
  • gewassen als cranberry’s en miscanthus (olifantsgras)
  • voedselbossen

Gewassentabel

U krijgt alleen uitbetaling voor percelen met subsidiabele gewassen. In de Tabel Gewassen en GLB 2023 ziet u wanneer een gewas subsidiabel is. U ziet ook wat de gewassen betekenen voor de conditionaliteiten.

Gewascodes grasland

Heeft u grasland? Gebruik onderstaand stroomschema om te bepalen welke gewascode in uw situatie van toepassing is.

 

Stroomschema gewascodes voor grasland 2023

Grond die niet telt als landbouwgrond

Voor deze grond kunt u geen GLB-subsidies aanvragen om wettelijke redenen. Of omdat de oppervlakte niet geschikt is voor landbouwactiviteiten. Hierop bestaan geen uitzonderingen.

Moes- sier- of groentetuin

Een moes- of groentetuin is een tuin waarin u groente en/of fruit teelt voor eigen gebruik. Deze tuin kan onderdeel zijn van een siertuin. Tuinen zijn geen landbouwgrond.

Siertuin, zoals een bloemen- en kruidentuin

Een siertuin is een tuin waarin u (sier)planten plant en verzorgt. Siertuinen hebben vaak een gazon omringd door borders. Een siertuin kan ook uit niet-beplante delen bestaan zoals een terras. Grotere tuinen kunnen ook vijvers, vlonders en watervallen hebben. Niets hiervan is landbouwgrond.

Gazon

Een gazon is een oppervlakte begroeid met gras dat u niet gebruikt voor landbouwdoeleinden. Het ligt vaak op het erf bij een boerderij, huis of andere gebouwen. Het hoort niet bij uw landbouwgrond.
 

Erf

Een erf is een gebied dat direct rond gebouwen ligt. Het hoort niet bij uw landbouwgrond. Onder gebouwen vallen een huis, stal, kas, silo, loods of schuur. Een gebouw telt als erf.

Smalle stroken langs gebouwen of kassen

Stroken langs kassen en gebouwen smaller dan één meter horen bij het erf. Ze horen niet bij uw landbouwgrond.

Speelweide

Een speelweide is een speelterrein voor kinderen. Een speelweide bestaat voor een groot deel uit gras met daarop klim- en speeltoestellen. Een speelweide is geen landbouwgrond.

Springweide

Een springweide is een perceel grasland met springtoestellen voor het springen met paarden of pony’s. Een springweide is geen landbouwgrond.

Paardenbak, dressuurplaats en uitloopbak

Het gaat hier om onoverdekt terrein met grasland. Of een terrein met aangepaste bodem dat geen gras is. Dit terrein is voor het trainen, africhten, dresseren en uitlopen van paarden of pony’s. Het terrein is meestal omgeven door houten palen en planken. Paardenbakken, dressuurplaatsen en uitloopbakken horen niet bij uw oppervlakte landbouwgrond.

Kinderboerderij

Een kinderboerderij is een boerderij die voor iedereen toegankelijk is. Deze heeft een maatschappelijke functie en is speciaal gericht op kinderen. Zij kunnen kennismaken met verschillende soorten boerderijdieren. Een kinderboerderij is geen landbouwgrond.

Parken en sportvelden

Recreatievoorzieningen zijn geen landbouwgrond.

Park, plantsoen of ander openbaar groen

Een park is een groenvoorziening die door de mens is ontworpen en aangelegd. In een park worden gras, bloemen of bomen afgewisseld met wandel- of fietspaden. Het park is (deels) toegankelijk voor publiek. Park, plantsoen of ander openbaar groen zijn geen landbouwgrond.

Sportveld, zoals voetbalveld of golfbaan

Een sportveld is een speelterrein. Het is bedoeld en ingericht voor verschillende buitensporten. Voorbeelden hiervan zijn voetbalvelden, golf- en crossterreinen. Deze velden en terreinen zijn geen landbouwgrond.

Bebouwing en installaties

Molens en windturbines, gaswinningstations en fakkeltorens met een oppervlakte van meer dan 10 m2. Heeft u een hek of raster rondom het gebouw of de installatie? Dan hoort de oppervlakte binnen deze afrastering niet bij uw landbouwgrond.

Onverharde landingsbanen voor luchtvaart

Onverharde landingsbanen voor luchtsport en luchtvaarthobby's. Voorbeelden zijn luchtvaartuigen zijn zweefvliegtuigen, modelvliegtuigen en luchtballonnen. De luchtvaartuigen stijgen op en/of landen op deze landingsbanen. Meestal zijn de banen van grasland. Ze horen niet bij uw landbouwgrond.

Stroken grasland langs verharde landingsbanen

Stroken grasland langs of in het verlengde van landingsbanen. Een landingsbaan bestaat uit een start- en landingsbaan, taxibaan en parkeerplaats. Met of zonder lampen. De stroken zijn begroeid met gras. Door de vliegactiviteiten zijn landbouwactiviteiten op de stroken niet mogelijk. Ze horen niet bij uw landbouwgrond.

Zonnepanelen

Clusters zonnepanelen (boven 10m2) beschouwen we niet als subsidiabele landbouwgrond en trekken we af van het aantal subsidiabele hectares.

Grond die niet telt als landbouwgrond - met uitzonderingen

Voor deze grond kunt u geen GLB-subsidies aanvragen om wettelijke redenen. Of omdat de oppervlakte niet geschikt is voor landbouwactiviteiten. In sommige situaties gelden uitzonderingen.

Zonnepark

Op een zonnepark staan installaties voor het opwekken van zonne-energie. Ze horen niet bij uw landbouwgrond.

Uitzondering

Een zonnepark is wel landbouwoppervlakte als er verspreid op het perceel maximaal 100 zonnepanelen per hectare staan die samen maximaal 100m2 zijn.

Berm

Een berm is een strook grond langs een verharde weg, inrit of parkeerterrein. En heeft deze functies:

  • geeft steun aan het weglichaam en geeft ruimte voor bijvoorbeeld een verbreding van de weg.
  • geeft ruimte voor verkeersvoorzieningen. Bijvoorbeeld reflectorpaaltjes en bewegwijzering.
  • is een uitwijkplaats in noodgevallen.
  • geeft ruimte voor het ingraven van kabels en leidingen. En voor de buffering en afvoering van regenwater. Soms is de berm een waterkerende kade. Een berm ligt vaak tussen de weg en een sloot.

Een berm van minder dan 3 meter is geen landbouwoppervlakte. Is een berm breder, maar kunt u door de verkeersbestemming geen landbouwactiviteiten doen? Ook dan is de berm geen landbouwoppervlakte. Bijvoorbeeld:

  • In de berm staan verkeersvoorzieningen waardoor u niet kunt maaien met de normale landbouwmaaimachines. Dit kan ook een deel van het bermperceel zijn.
  • Het pachtcontract geeft beperkingen, waardoor er hinder is.

Uitzondering

We zien een berm wel als landbouwoppervlakte als u landbouwactiviteiten uitvoert in de eerste 3 meter van de berm. En als:

  • er een afrastering langs de berm staat, of
  • de berm langs een fietspad ligt, of
  • de berm langs een eigen weg ligt.

Paden en wegen

Het gaat hier om paden en wegen om bij een erf of een weg te komen. Ze kunnen verhard en onverhard zijn. Dit zijn bijvoorbeeld zandpaden, betonpaden in grasland en paden die bestaan uit puin en stenen. Vaak liggen deze paden en wegen aan de zijkanten van percelen. En deze gebruikt u om naar percelen die verderop liggen te gaan. Wegen en paden horen daarom niet bij uw landbouwgrond.

Uitzondering

Heeft u tractorsporen die middenin of verspreid in percelen liggen? En gebruikt u die sporen voor bijvoorbeeld zaaien, oogsten en sproeien? Dan horen ze wel bij uw oppervlakte landbouwgrond.

Dammen

Toegangsdam

Dit is een (on)verharde dam vanaf de openbare weg of eigen weg naar een perceel. Heeft u een dam tussen een perceel landbouwgrond en een perceel met een andere functie dan landbouwgrond? Dan is het ook een toegangsdam. Loopt de toegang naar een perceel over een berm? Dan zien we de berm als onderdeel van de dam. Toegangsdammen horen niet bij uw landbouwgrond.

Doorgangsdam

Een doorgangsdam is een dam die percelen landbouwgrond met elkaar verbindt. Hij hoort niet bij uw oppervlakte landbouwgrond.

 

Uitzondering 1

Is een doorgangsdam onverhard en beteelbaar? En hoort deze dam helemaal of voor een deel bij uw perceel? Dan hoort deze bij uw oppervlakte landbouwgrond. Het gedeelte van de dam dat bij uw perceel hoort, kunt u dan intekenen. Verdeelt u de dam over 2 percelen? Dan legt u de grens in het midden van de dam of bijvoorbeeld op een hek. U kunt de percelen ook samenvoegen.

 

Uitzondering 2

Een doorgangsdam hoort bij uw oppervlakte landbouwgrond als er dieren op grazen. Of als er een ingezaaid gewas op staat.

Kampeerterrein

Een kampeerterrein is een plek met voorzieningen om te kamperen. Het kampeerterrein heeft vaste voorzieningen. Zoals sanitair-gebouwen, paden, lichten en afscheidingen. Het terrein is meer dan drie maanden in het subsidiejaar open. Ook parkeerplaatsen en speelplaatsen die bij het kampeerterrein horen niet bij uw landbouwgrond.

Uitzondering

Gebruikt u een weiland als tijdelijk kampeerterrein zonder vaste voorzieningen? En doet u dit maximaal 90 dagen in het subsidiejaar 2023? Dan zien we dit niet als kampeerterrein.

Opslagplaatsen

Dit zijn verharde en onverharde kuilvoer- en mestopslagen, zoals platen, bassins, silo’s. Ook grond, zand, afval, losse kuilbalen en machines zijn opslagen. Heeft u de ondergrond van deze opslagen al langer dan een jaar niet gebruikt als landbouwgrond? Dan hoort de oppervlakte niet bij uw oppervlakte landbouwgrond. Verharde ondergronden zijn ook geen landbouwgrond. Een voorbeeld is beton als ondergrond.

Uitzondering

Tijdelijke opslagen die aan de buitengrens liggen met een oppervlakte groter dan 10 m². Tijdelijk betekent niet langer dan één jaar.

In opdracht van:
  • Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Hoort bij:
Landbouw
Heeft deze informatie u geholpen?