Laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer - EPBD

Laatst gecontroleerd op: 12 juni 2026

Met de voorgaande Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III) waren sommige vastgoedeigenaren al verplicht om laadinfrastructuur aan te leggen voor elektrische voertuigen. In de herziene EPBD IV worden deze verplichtingen verder aangescherpt.
 

Gewijzigde verplichtingen vanaf 2026

Elektrisch vervoer is een belangrijk onderdeel van het Europese doel om in 2050 klimaatneutraal te worden. Daarvoor zijn voldoende laadpunten nodig, vooral waar mensen wonen en werken. 

De EPBD verplicht lidstaten onder andere om te zorgen voor laadinfrastructuur bij gebouwen. Nederland heeft deze Europese richtlijn vertaald naar nationale regels in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De eerste verplichtingen zijn op 29 mei 2026 in werking gegaan.

Met dit  stroomschema kunt u bepalen welke eisen voor uw situatie gelden.

Uitgeschreven tekst

Dit stroomschema is een uitwerking, een visuele hulp bij de EPBD IV Handreiking eisen laadinfrastructuur.

Bezit u een gebouw met parkeerplaatsen? Of bent u actief in de bouw- en vastgoedsector?  Mogelijk moet u laadinfrastructuur aanleggen of bestaande voorzieningen aanpassen.
Uitgebreide informatie over de nieuwe eisen leest u in onderstaande handreiking: wat moet u precies doen, welke keuzes heeft u en hoe vult u de eisen concreet in voor uw situatie?

Webinar Laadinfrastructuur EPBD IV 30 juni

De regels voor laadinfrastructuur bij gebouwen zijn vanaf 29 mei 2026 veranderd. Vanuit de Europese richtlijn voor energieprestatie van gebouwen (EPBD IV) gelden sinds die datum scherpere eisen voor laadpunten, leidingdoorvoeren en voorbekabeling. 

In dit webinar op dinsdag 30 juni van 15:00 - 16:00 uur verdiept u uw kennis over de nieuwe regels en wat deze betekenen voor uw situatie. 

Meer info en aanmelden

Begrippenlijst

Ingrijpende renovatie

Een renovatie waarbij meer dan 25% van de oppervlakte van de gebouwschil wordt verbouwd. De gebouwschil bestaat uit dak, gevel, buitenramen, buitendeuren en beneden vloer. Daarnaast geldt de verplichting voor laadinfrastructuur alleen als één van deze 2 voorwaarden geldt: 

  1. De renovatie betreft ook de parkeergarage of het parkeerterrein.
  2. De renovatie betreft de elektrische infrastructuur van het gebouw of van de parkeerplaats.

Laadpunt

Een aansluiting waarmee één voertuig tegelijk is op te laden.

Slim laden

Laadproces dat automatisch wordt aangepast. Bijvoorbeeld aan de belasting van het stroomnet, de stroomprijs of het aanbod van duurzame stroom. De NTA 8043 is een erkende norm die helpt bij de selectie van laadpunten die ook in de toekomst voldoen.

Voorbekabeling

Voorbekabeling is alles dat nodig is aan maatregelen om de laadpunten te installeren. Zoals datatransmissie, kabels, kabeltracés en, als het nodig is, elektriciteitsmeters. In plaats van kabels mag u tijdelijk trekkoorden gebruiken. Bijvoorbeeld omdat u door netcongestie nog niet kunt aansluiten. U moet de voorbekabeling wel zo inrichten dat u het aantal laadpunten later kunt uitbreiden. De voorbekabeling is zwaar genoeg voor gelijktijdig laden als die wordt gevoed met 3 fasen en een stroom van minimaal 8 ampère.

Leidingdoorvoeren

Leidingdoorvoeren zijn voorbereide doorgangen in muren, vloeren of kolommen. Hiermee zijn kabels later zonder hak- en breekwerk aan te brengen. Dit is de lichtste vorm van voorbereiding. Bij een parkeergarage gaat het concreet om openingen in wanden en plafonds, ruimte in kabelgoten en bereikbare aansluitpunten bij parkeerplaatsen. Bij een parkeerterrein buiten gaat het om mantelbuizen onder de bestrating of in bermen, vanaf een centrale verdeelkast naar de parkeerplaatsen.

Veelgestelde vragen

Voor welke parkeerterreinen of parkeergarages gelden de nieuwe eisen?

De eisen gelden voor parkeerterreinen direct naast een gebouw, of voor parkeergarages die deel zijn van een gebouw met meer autoparkeerplaatsen. Het parkeerterrein of de parkeergarage is voor de gebruikers van dat gebouw. Het gebouw en het parkeerterrein liggen ook op hetzelfde perceel. Het gaat hier om het bouwwerkperceel, niet het kadastrale perceel. Op de website van Informatiepunt Leefomgeving leest u de definitie van een bouwwerkperceel

Bij parkeergelegenheid op hetzelfde bouwwerkperceel heeft de gebouweigenaar ook beschikkingsmacht over de parkeergelegenheid. Dit is nodig om te kunnen voldoen aan de eisen. De verplichting geldt alleen bij ingrijpende renovaties waarbij het ook gaat over de parkeerplaats, of waarbij de renovatie gaat over het elektrische systeem van het gebouw of de parkeerplaats.

Hoe bepaal ik het aantal parkeerplaatsen dat leidingdoorvoeren, voorbekabeling of laadpunten moet krijgen?

Volgens de nieuwe eisen moet een nieuw niet-woongebouw met meer dan 5 autoparkeerplaatsen minstens één laadpunt hebben op iedere 5 parkeerplaatsen. Er moet voorbekabeling zijn voor minstens 50% van de parkeerplaatsen en leidingdoorvoeren voor de rest van de  parkeerplaatsen. Voor een parkeerterrein met 20 parkeerplaatsen betekent dit dat 10 plaatsen (50%) voorbekabeling nodig hebben. De andere 10 plaatsen moeten leidingdoorvoeren hebben. Daar bovenop moeten minstens 4 parkeerplaatsen (1 op de 5) een laadpunt hebben. In praktijk hebben dus minstens 4 van de voorbekabelde parkeerplaatsen een laadpunt.

Wanneer het gebouw een kantoorfunctie heeft, is één laadpunt per 2 parkeerplaatsen nodig. Dan hebben dus alle 10 voorbekabelde parkeerplaatsen een laadpunt.

Gelden de eisen bij een ingrijpende renovatie ook als de kosten hierdoor veel hoger uitvallen?

De eisen gelden niet als de kosten om de oplaadpunten en de leidingdoorvoeren aan te leggen meer dan 10% bedragen van de kosten van de  renovatie.

Wat kan ik doen wanneer ik voor bestaande bouw niet aan de eisen kan voldoen vanwege netcongestie?

Voor bestaande bouwwerken, anders dan bij  woongebouwen, mag u als gebouweigenaar kiezen tussen laadpunten installeren of leidingdoorvoeren maken. Hiermee kunt u rekening houden met mogelijke problemen voor netcongestie of verminderde vraag naar laadpunten. Ook vergemakkelijkt dit de installatie van laadpunten op een later moment. Netcongestie is in geen geval een reden om geen voorzieningen te treffen voor de installatie van laadinfrastructuur. Leidingdoorvoeren en voorbekabeling bieden hiervoor een tijdelijke invulling.

Wat betekenen de nieuwe eisen voor VVE’s met een bestaande parkeergarage?

Er worden geen eisen gesteld aan bestaande woongebouwen met parkeerplaatsen, maar de EPBD IV vereist wel dat Europese lidstaten belemmeringen wegnemen voor de installatie van laadpunten in woongebouwen met autoparkeerplaatsen. Een belemmering is bijvoorbeeld dat verhuurders of mede-eigenaren moeten instemmen meteen particulier laadpunt voor eigen gebruik. Daarom werkt Nederland aan een wetswijziging die het voor bewoners in VVE-verband makkelijker maakt om een laadpunt te plaatsen op de eigen parkeerplaats, via een zogenaamde notificatieregeling. Een melding bij het VVE-bestuur is onder bepaalde voorwaarden voldoende om het particuliere laadpunt op eigen initiatief te kunnen plaatsen. Na de zomer van 2025 komt er meer duidelijkheid over deze voorwaarden. 

In opdracht van:
  • Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
  • Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Hoort bij:
Bouwen en wonen
Heeft deze informatie u geholpen?