Laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer - EPBD

De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 13 juli 2026

Met de voorgaande Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III) waren sommige vastgoedeigenaren al verplicht om laadinfrastructuur aan te leggen voor elektrische voertuigen. In de herziene EPBD IV worden deze verplichtingen verder aangescherpt.
 

Gewijzigde verplichtingen vanaf 2026

Elektrisch vervoer is een belangrijk onderdeel van het Europese doel om in 2050 klimaatneutraal te worden. Daarvoor zijn voldoende laadpunten nodig, vooral waar mensen wonen en werken. 

De EPBD verplicht lidstaten onder andere om te zorgen voor laadinfrastructuur bij gebouwen. Nederland heeft deze Europese richtlijn vertaald naar nationale regels in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De eerste verplichtingen zijn op 29 mei 2026 in werking gegaan.

Met dit  stroomschema kunt u bepalen welke eisen voor uw situatie gelden.

Uitgeschreven tekst

Dit stroomschema is een uitwerking, een visuele hulp bij de EPBD IV Handreiking eisen laadinfrastructuur.

De eisen vanuit de EPBD voor laadinfrastructuur en fietsparkeren komen in de Nederlandse bouwregelgeving (Bbl). Ze gelden voor niet-woongebouwen en voor nieuwbouw en ingrijpende renovatie van woongebouwe vanaf een bepaald aantal parkeerplaatsen.

Bij nieuwbouw en ingrijpenden renovatie van woongebouwen met meer dan 3 parkeerplaatsen worden de eisen:

  • Voorbekabeling voor 50% van de parkeerplaatsen of meer, leidingdoorvoeren voor de rest
  • Minimaal 1 laadpunt (alleen bij nieuwbouw)

Deze eisen gelden minimaal bij nieuwbouw en ingrijpend renoveren van niet-woongebouwen met meer dan 5 parkeerplaatsen:

  • 1 laadpunt per 5 parkeerplaatsen
  • Kantoorgebouwen: 1 laadpunt per 2 parkeerplaatsen
  • Voorbekabeling voor 50% of meer van de parkeerplaatsen, leidingdoorvoeren voor de rest

Bij bestaande bouw gelden deze eisen minimaal voor niet-woongebouwen met meer dan 20 parkeerplaatsen:

  • Vanaf 1 jan 2027: minimaal 1 laadpunt per 10 parkeerplaatsen, of leidingdoorvoeren voor de helft
  • Vanaf 1 jan 2033 (overheidsgebouwen): voorbekabeling voor de helft van de parkeerplaatsen

Bezit u een gebouw met parkeerplaatsen? Of bent u actief in de bouw- en vastgoedsector?  Mogelijk moet u laadinfrastructuur aanleggen of bestaande voorzieningen aanpassen.
Uitgebreide informatie over de nieuwe eisen leest u in onderstaande handreiking: wat moet u precies doen, welke keuzes heeft u en hoe vult u de eisen concreet in voor uw situatie?

Webinar Laadinfrastructuur EPBD IV 30 juni

De regels voor laadinfrastructuur bij gebouwen zijn vanaf 29 mei 2026 veranderd. Vanuit de Europese richtlijn voor energieprestatie van gebouwen (EPBD IV) gelden sinds die datum scherpere eisen voor laadpunten, leidingdoorvoeren en voorbekabeling. 

In dit webinar op dinsdag 30 juni vertelden we over de nieuwe regels en wat deze betekenen voor uw situatie. Binnenkort kunt u hier de opname terugkijken van dit webinar.

Begrippenlijst

Ingrijpende renovatie

Een renovatie waarbij meer dan 25% van de oppervlakte van de gebouwschil wordt verbouwd. De gebouwschil bestaat uit dak, gevel, buitenramen, buitendeuren en beneden vloer. Daarnaast geldt de verplichting voor laadinfrastructuur alleen als één van deze 2 voorwaarden geldt: 

  1. De renovatie betreft ook de parkeergarage of het parkeerterrein.
  2. De renovatie betreft de elektrische infrastructuur van het gebouw of van de parkeerplaats.

Laadpunt

Een aansluiting waarmee één voertuig tegelijk is op te laden.

Slim laden

Laadproces dat automatisch wordt aangepast. Bijvoorbeeld aan de belasting van het stroomnet, de stroomprijs of het aanbod van duurzame stroom. De NTA 8043 is een erkende norm die helpt bij de selectie van laadpunten die ook in de toekomst voldoen.

Voorbekabeling

Voorbekabeling is alles dat nodig is aan maatregelen om de laadpunten te installeren. Zoals datatransmissie, kabels, kabeltracés en, als het nodig is, elektriciteitsmeters. In plaats van kabels mag u tijdelijk trekkoorden gebruiken. Bijvoorbeeld omdat u door netcongestie nog niet kunt aansluiten. U moet de voorbekabeling wel zo inrichten dat u het aantal laadpunten later kunt uitbreiden. De voorbekabeling is zwaar genoeg voor gelijktijdig laden als die wordt gevoed met 3 fasen en een stroom van minimaal 8 ampère.

Leidingdoorvoeren

Leidingdoorvoeren zijn voorbereide doorgangen in muren, vloeren of kolommen. Hiermee zijn kabels later zonder hak- en breekwerk aan te brengen. Dit is de lichtste vorm van voorbereiding. Bij een parkeergarage gaat het concreet om openingen in wanden en plafonds, ruimte in kabelgoten en bereikbare aansluitpunten bij parkeerplaatsen. Bij een parkeerterrein buiten gaat het om mantelbuizen onder de bestrating of in bermen, vanaf een centrale verdeelkast naar de parkeerplaatsen.

Veelgestelde vragen

Gelden de eisen ook voor terreinen buiten het gebouw?

De eisen gelden voor alle parkeerplaatsen die bij het gebouw horen zowel binnen als buiten. Het gebouw en het parkeerterrein moeten dezelfde eigenaar hebben, en het parkeerterrein moet bestemd zijn voor parkeren door de gebruikers van dat gebouw. Parkeerplaatsen in openbaar gebied (gemeentegrond) vallen hier niet onder.

Is er een uitzondering voor autobedrijven?

De verplichting is gericht op autoparkeerplaatsen voor bewoners, bezoekers en werknemers. Voor autobedrijven en ook schadeherstelbedrijven, camper- of caravanbedrijven, truckbedrijven, aanhangwagenbedrijven, verhuur- en deelautobedrijven geldt deze verplichting niet voor dat deel van de parkeerplaatsen dat bedoeld is voor bedrijfsactiviteiten rondom stalling, opslag en/of handelsvoorraad.

Gelden de eisen bij een ingrijpende renovatie ook als de kosten hierdoor veel hoger uitvallen?

De verplichting voor laadinfrastructuur vervalt als de kosten hiervoor meer bedragen dan 10% van de totale renovatiekosten. Dit moet u onderbouwen met offertes. Het bevoegd gezag bepaalt per geval of de uitzondering geldt.

Wat kan ik doen wanneer ik niet aan de eisen kan voldoen vanwege netcongestie?

Het verzwaren van een netaansluiting is niet altijd mogelijk. Er zijn oplossingen om toch (meer) laadpunten te kunnen plaatsen binnen de bestaande grenzen van uw netaansluiting. Bijvoorbeeld Dynamic Load Balancing waarmee u overbelasting voorkomt en het (bij)plaatsen van zonnepanelen. Is er netcongestie in uw regio? Dan nog kunt u voorzieningen te treffen voor de installatie van laadinfrastructuur. Zoals leidingdoorvoeren en voorbekabeling zijn mogelijk als tijdelijke invulling.

Mag een externe partij (CPO) laadpunten installeren en exploiteren?

Ja. De verplichting gaat over de aanwezigheid van laadinfrastructuur, niet over wie deze exploiteert. De gebouweigenaar moet er wel voor zorgen dat laadpunten voldoen aan de Bbl-eisen. De eigenaar blijft het aanspreekpunt voor het bevoegd gezag.

Mag ik minder laadpunten plaatsen als ik voor DC snellaadpunten kies?

Nee. Voor de bepaling van het aantal laadpunten maken de eisen geen onderscheid in het laadvermogen. Een AC laadpunt telt dus evengoed mee als een DC laadpunt. U bent vrij in de keuze wat het beste past bij de verwachte laadbehoefte per locatie.

Mag een woningcorporatie de kosten voor laadinfrastructuur doorberekenen aan huurders?

Ja. De corporatie mag aanlegkosten doorberekenen via een huurverhoging, binnen de regels van het Woningwaarderingsstelsel (WWS). De stroom die de huurder gebruikt om te laden, kan worden doorberekend via de servicekosten (per kWh) of via een laadpuntbeheerder (CPO).

De omgevingsvergunning is aangevraagd vóór 29 mei 2026, maar de oplevering is later. Gelden de nieuwe eisen?

Het moment van vergunningaanvraag bepaalt welke regels gelden. Als de aanvraag vóór 29 mei 2026 is ingediend, valt het project onder het overgangsrecht en gelden de oude eisen (EPBD III). De opleverdatum speelt geen rol. Is een eerdere aanvraag afgewezen en diende u deze opnieuw in na 29 mei 2026? Dan gelden de nieuwe regels.

In opdracht van:
  • Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
  • Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Hoort bij:
Bouwen en wonen