Kort overzicht artikelen EPBD IV

Laatst gecontroleerd op: 23 maart 2026

Op deze pagina vindt u een kort overzicht van inhoudelijke artikelen uit de Europese richtlijn Eisen energieprestatie gebouwen (EPBD IV). In deze leeswijzer lichten wij toe waar de EPBD IV over gaat. Meer informatie vindt u op de aanvullende EPBD IV-pagina’s en in de richtlijn EPBD IV. 

Enkele artikelen uit de EPBD IV

Artikel 3 National Building Renovatie Plan

Om te voldoen aan de EPBD IV moet Nederland een National Building Renovation Plan maken. Dit plan moet zorgen voor een energiezuinige en uitstootvrije gebouwvoorraad in 2050. Nederland moet het definitieve plan eind december 2026 bij de Europese Commissie aanleveren. Voor die tijd wordt het nog ter consultatie voorgelegd aan de Nederlandse samenleving.

Artikel 4 Eisen aan de systematiek energielabel

In dit artikel leest u wat Nederland moet veranderen in het systeem voor energielabels. Eén van die veranderingen is dat we in de toekomst ook moeten kijken naar hoeveel energie een gebouw kan opslaan.

Artikel 5, 6 en 8 Energiepresatie-eisen in de toekomst

In de toekomst moet Nederland ervoor zorgen dat nieuwe gebouwen, of delen ervan, altijd energiezuinig. Hiervoor moet ons land een maximaal haalbaar kostenniveau vaststellen. Bij grote renovaties of bij het bouwen van nieuwe daken of uitbouwen, gaat het dan bijvoorbeeld om de isolatie-eisen. Elke 5 jaar moet Nederland deze eisen bekijken en aanpassen als dat nodig is.

Artikel 7 Emissievrije nieuwe gebouwen

Alle nieuwe gebouwen moeten in de toekomst emissievrij zijn. Vanaf 1 januari 2028 gold dit al voor nieuwe gebouwen in eigendom van publieke instanties. Vanaf 1 januari 2030 geldt dit voor alle nieuwe gebouwen. In de toekomst moet daarnaast het aardopwarmingsvermogen (Global Warming Potential – GWP) worden berekend van nieuwe gebouwen. Dit geldt gedurende de hele levenscyclus

Energieprestatie-eisen bij verbouw en renovatie

Artikel 9 Minimum eisen en drempels

Europa legt minimumeisen vast voor hoe energie-efficiënt utiliteitsgebouwen moeten zijn.
Vanaf 2030 moet 16% van de in 2020 slechtst scorende utiliteitsgebouwen, verbeterd zijn. Vanaf 2033 moet dit percentage 26% zijn. 

Deze nieuwe ‘drempelwaarden’ zijn een nieuwe minimumeis voor de energie-efficiëntie voor bestaande gebouwen. Nederland werkt deze eisen nu uit.

Minimum energieprestatieniveaus utiliteitsgebouwen EPBD IV

Artikel 9.2 afname primaire energiegebruik

Het gemiddelde primaire energieverbruik (uit natuurlijke bronnen, in kWh/m2/jaar) van Nederlandse woningen moet dalen. Het doel is dat alle woningen in 2050 geen emissies meer uitstoten. Om dit te bereiken stelde Europa deze tussendoelen vast:

  • In 2030 minstens 16% minder energiegebruik vergeleken met 2020.
  • In 2035 minstens 20-22% minder energiegebruik vergeleken met 2020.
  • In 2040, en elke 5 jaar daarna, langzaam steeds minder energiegebruik, totdat het woningbestand in 2050 gemiddeld emissievrij is.

De voortgang en realisatie wordt bijgehouden.
 

Artikel 10 Stellen van eisen aan zonne-energie-installatie in gebouwen

Nederland moet eisen gaan stellen aan de toepassing van zonne-energie-installaties in gebouwen, zowel bij nieuwbouw als in de bestaande bouw.

Beleid zonne-energie

Artikel 11 Wat is een emissievrij gebouw?

Een emissievrij gebouw veroorzaakt ter plaatse geen koolstofemissies uit fossiele brandstoffen. En een emissievrij gebouw heeft een lage energievraag waarvan het niveau door een kostenoptimaliteitsstudie moet worden bepaald. De niveaus voor bestaande gebouwen kunnen verschillen met die voor nieuwe gebouwen.

Artikel 12 Digitaal renovatiepaspoort

Nederland moet het ter beschikking stellen van een digitaal renovatiepaspoort mogelijk maken. Het renovatiepaspoort mag een gebouweigenaar vrijwillig gebruiken. In dit paspoort staat onder andere informatie over de huidige energieprestatie, mogelijke verduurzamingsstappen en de effecten daarvan. 

Artikel 13 Vaststellen systeemeisen

Voor een optimaal energiegebruik van installaties leggen de lidstaten systeemeisen vast voor de totale energieprestatie. Maar ook voor de juiste installatie, het juist afmeten, afstellen, controleren en voor, indien van toepassing, het waterzijdig inregelen. Dit geldt voor installaties die in zowel nieuwe als bestaande gebouwen worden geïnstalleerd.

Artikel 14 Eisen aan uitrol fietsparkeerplekken en laadinfrastructuur electrisch vervoer

Nederland moet verdere eisen stellen aan de uitrol van fietsparkeerplekken en laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. De eisen voor de laadinfrastructuur zijn alleen bedoeld voor gebouwen met een parkeergarage of parkeerterrein. 
Europa maakt met de eisen aan deze uitrol onderscheid tussen voor-bewoning-bestemde-gebouwen en niet-voor-bewoning-bestemde-gebouwen zoals winkels, kantoren, scholen of theaters.

Artikel 15 Kader vrijwillige waardering slimme toepassingen

Europa legt een kader vast voor het vrijwillig beoordelen van hoe ver gebouwen geschikt zijn voor het gebruik van slimme technologieën.

Smart Readiness Indicator – waardering van slimme toepassingen in gebouwen

Artikel 16 en 22 Toegang tot energetische gegevens van gebouw

De lidstaten zorgen ervoor dat eigenaren, huurders en beheerders van gebouwen direct toegang hebben tot de energiegegevens van hun gebouwen en hun systemen. Zij moeten in de toekomst toegang tot deze gegevens aan derden kunnen verlenen. 

Artikel 17 Europese eisen aan Nederlandse financiële regelingen

Dit artikel gaat onder andere over de eisen die Europa stelt aan de Nederlandse financiële regelingen. Denk daarbij aan subsidies en leningen ten behoeve van verduurzaming. Er is bijvoorbeeld extra aandacht voor mensen met energie-armoede. 

Artikel 18 Ondersteuning voor gebouweigenaren

Nederland moet het voor gebouweigenaren mogelijk maken dat zij ondersteuning krijgen bij het verduurzamen van hun gebouw. De ondersteuning biedt informatie over de technische oplossingen en financiële mogelijkheden bij het verbeteren van de energieprestatie.

Verduurzamen woningen voor eigenaren

Artikel 19 Nieuwe eisen aan het energielabel

In dit artikel staat een aantal nieuwe eisen aan het energielabel. Zo moet Nederland uiterlijk eind 2029 de labelletters herindelen van G t/m A of van G t/m A0. A0 betreft dan emissievrije gebouwen, zie Artikel 11. 

Artikel 20 Energieprestatiecertificaat

Er moet een energieprestatiecertificaat worden getoond aan en overhandigd aan de toekomstige huurder of koper. Dit is verplicht bij de bouw van het gebouw. Maar ook na een grote renovatie, bij verkoop of verhuur van een gebouw, of bij hernieuwing van huurcontracten van gebouwen.

Artikel 21 Wanneer een energielabel in een gebouw tonen

Dit artikel beschrijft de verdere eisen over wanneer een gebouweigenaar het energielabel in een gebouw moet tonen. Zo moet een eigenaar, in de toekomst bij alle niet-voor-bewoning- bestemde-gebouwen met een energielabel, het label tonen op een opvallende en duidelijk zichtbare plaats.

Artikelen 23 en 24 Keuringen grote gebouwinstallaties

In deze artikelen staan de eisen aan en keuringen van grote gebouwinstallaties. Het gaat dan om installaties met een vermogen groter dan 70 kW. 

Artikel 25, 26 en 27 Eisen aan professionals

Deze artikelen beschrijven de gestelde eisen aan de professionals die bijvoorbeeld energielabels opstellen. Het gaat dan over de eisen aan hun certificering en de controle daarop.

In opdracht van:
  • Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
  • Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Heeft deze informatie u geholpen?