Fietsenstalling in de EPBD IV

De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 31 juli 2026

Bent u gebouweigenaar of projectontwikkelaar in Nederland? De EPBD IV stelt eisen aan fietsenstallingen bij gebouwen met autoparkeerplaatsen. Gemeenten nemen deze eisen op in hun omgevingsbeleid en regelen de handhaving. Op deze pagina leest u wat deze eisen zijn.

Voor wie?

Bent u eigenaar van een gebouw met inpandige parkeergarage? Of van een gebouw met een parkeerterrein direct naast en op hetzelfde perceel als het gebouw? Zijn de parkeerplaatsen daarbij voor gebruikers van dat gebouw? Dan gelden de nieuwe eisen voor fietsenstallingen vanuit de EPBD IV mogelijk voor u.

In de tabel staat hoe de oorspronkelijke eisen in de EPBD vanaf 29 mei zijn opgenomen in Nederlandse regelgeving.

Eisen voor fietsenstallingen

Woongebouwen

Eisen vanuit EPBD IV Eisen in Nederland
Nieuwbouw of ingrijpende renovatie met meer dan 3 parkeerplaatsen? Dan zijn twee fietsparkeerplaatsen per wooneenheid verplicht. Nieuwbouw? Dan is per wooneenheid een afsluitbare bergruimte verplicht van ten minste 5 m2 voor het stallen van fietsen.

Niet-woongebouwen

Eisen vanuit EPBD IV Eisen in Nederland
Nieuwbouw of ingrijpende renovatie met meer dan 5 parkeerplaatsen of bestaande bouw meer dan 20 parkeerplaatsen? Dan is een fietsenstalling verplicht voor minimaal 15% van de gemiddelde of 10% van de maximale gebruikerscapaciteit. Er is ruimte voor afwijkende maten en voorbekabeling voor laadinfrastructuur. Nieuwbouw met ten minste 5 parkeerplaatsen? Dan is een fietsenstalling verplicht voor minimaal 15% van de gemiddelde of 10% van de maximale gebruikerscapaciteit. Er is ruimte voor grotere fietsen en voorbekabeling voor laadinfrastructuur. 
 

Toelichting eisen voor fietsenstallingen

Woongebouwen

  • Volgens de EPBD IV moeten ontwikkelaars 2 fietsparkeerplekken realiseren per wooneenheid. 
  • In Nederland was een bergruimte voor fietsen al verplicht en is er dus geen aanpassing nodig. 
  • Deze bergruimte is afsluitbaar en weerbestendig en is minimaal 5 m2 groot, minimaal 1,8 meter breed en minimaal 2,3 meter hoog. 
  • Dit is opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

Niet-woongebouwen

  • Vanuit ruimtelijk beleid stellen gemeenten eisen aan de hoeveelheid fiets- en autoparkeerplaatsen, bijvoorbeeld via parkeernormen in de omgevingsvergunning. Dit is opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
  • De fietsenstalling moet ruimte hebben voor fietsen die groter zijn dan de standaardmaten voor fietsen.
  • Het verplichte aantal fietsparkeerplaatsen is gebaseerd op de gebruikerscapaciteit van een gebouw. De gebruikerscapaciteit is het aantal mensen dat het gebouw gemiddeld of maximaal bevat. 
  • Voor het maximum aantal personen gaan we uit van de gebruiksmelding brandveiligheid van het gebouw. Onder de nieuwe regels moet u dus fietsparkeerplekken bouwen voor 10% van dat maximum.
  • Verschilt het aantal mensen in het gebouw per dag sterk? Bijvoorbeeld in musea, bibliotheken en scholen? Dan kunt u ook kiezen voor het gemiddeld aantal bezoekers per dag. 
  • Als gebouweigenaar maakt u een schatting van het gemiddelde aantal bezoekers. Dan bouwt u fietsparkeerplekken voor 15% van dat gemiddelde, in plaats van 10% van het maximum.

Voorbeeld

Voor een kantoorgebouw met een totale gebruikerscapaciteit van 300 personen moeten er fietsparkeerplaatsen beschikbaar zijn voor 10% van de totale gebruikerscapaciteit. In dit geval betekent dat 30 fietsparkeerplaatsen. 

Als dit kantoorgebouw een gemiddeld aantal bezoekers heeft van 100 per dag (33%), dan realiseert u fietsparkeerplaatsen voor 15% van het gemiddelde (15% van 100), namelijk 15 fietsparkeerplaatsen.

Opladen van elektrische fietsen

Legt u laadinfrastructuur aan voor elektrische voertuigen? Dan zorgt u dat elektrische fietsen of andere licht-elektrische voertuigen (categorie L) ook kunnen opladen. Voor deze voertuigen is een standaard stopcontact bij de fietsenstalling of ergens anders in het gebouw voldoende. Houd hierbij rekening met de eisen voor de brandveiligheid bij het laden van de accu’s.

In opdracht van:
  • Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
  • Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties