Procedure toetsing en beoordeling
Werkt u mee aan de ontwikkeling van een windpark? Dan moet u door TNO laten berekenen of uw windturbines storing kunnen geven op radar. U moet zelf de kosten van dit onderzoek betalen. TNO gebruikt hiervoor gegevens die u aanlevert, zoals de precieze locatie van elke windturbine, de hoogte, de grootte van de rotor en het type turbine.
Heeft TNO onderzoek gedaan? Dan geeft u de uitkomst van het onderzoek door aan het ministerie van Defensie, en/of de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Het ministerie van Defensie en/of ILT beoordeelt de uitkomst van de berekening. Hierbij kunnen ook eventuele omgevings- en luchtvaartfactoren een rol spelen.
ILT vraagt Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) hierbij om advies. Bij een positief oordeel geeft ILT een verklaring van geen bezwaar af en mag uw windproject doorgaan. U geeft het oordeel van Defensie of ILT door aan het bevoegd gezag (meestal de gemeente). Het bevoegd gezag verwerkt dit in het bestemmingsplan of in de omgevingsvergunning.
Vanwege vertrouwelijkheid van een deel van de (Defensie-)gegevens in het rekenmodel kan toetsing voor Defensie alleen door TNO gebeuren. Dit is daarnaast de enige partij die (op dit moment) beschikt over een rekenmodel waarvan Defensie en LVNL de uitkomst aanvaarden als basis voor hun beoordeling. TNO ontwikkelde dit model in opdracht van de ministeries van Defensie en Infrastructuur en Waterstaat (IenW).
Voorafgaand aan een formele toetsing van een bouwplan kunnen voor Defensieradars het Rijksvastgoedbedrijf en/of voor civiele radars de ILT meedenken met de initiatiefnemer over bijvoorbeeld het meest geschikte toetsingsmoment. Dit blijft echter geheel uw verantwoordelijkheid. Eventueel zou TNO op uw verzoek een bouwplan kunnen adviseren over de verstoringsrisico’s en bij een verwachte verstoring over maatregelen die negatieve effecten verminderen of wegnemen. Dat kan bijvoorbeeld door een aangepaste opstelling en/of bouwhoogte van windturbines of een keuze voor een ander type windturbine.
De detectiekans op de radardekkingsniveaus moet 90% of hoger blijven. Hierbij wordt gebruikgemaakt van zogenaamde meervoudige radardekking. Dat betekent dat het beeld van één radar op een gegeven locatie tot beneden de 90% detectiekans mag worden verstoord zolang het gezamenlijke radarbeeld van deze samen met andere radars op die locatie wel voldoende is.
Defensie kan op basis van de feitelijke situatie bij het gebruik van het luchtruim in de omgeving van het project overwegen of een iets lagere detectiekans op die locatie acceptabel is. Defensie maakt dit oordeel zo spoedig mogelijk aan u bekend. Dit geldt ook voor toetsing door ILT (en advies van LVNL aan ILT).
Contact
Heeft u vragen? Wilt u advies? Of heeft u een concreet bouwplan in een toetsingsgebied? Neem dan contact op met het Rijksvastgoedbedrijf: postbus.rvb.omgevingsmanagement@rijksoverheid.nl respectievelijk de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).
Meer weten?
- Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

