SDE++: Hernieuwbare elektriciteit
De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 3 augustus 2026
Wilt u SDE++-subsidie aanvragen voor windmolens of zonnepanelen? Op deze pagina vindt u de algemene voorwaarden voor het opwekken van elektriciteit en de voorwaarden per technologie.
Windenergie
U kunt subsidie aanvragen voor windmolens in deze 3 categorieën:
Wind op land
Wind op land
U kunt subsidie aanvragen voor windmolens op land.
Let op: voor windmolens met een hoogtebeperking is er een aparte categorie.
Wind op land met hoogtebeperking
Wind op land met hoogtebeperking
Wilt u een windmolen plaatsen in de buurt van een vliegveld? Dan mag volgens landelijke wet- en regelgeving de tiphoogte niet hoger zijn dan 150 meter. De tiphoogte is de afstand van de grond tot de punt van het hoogste blad. Deze regel geldt voor windmolens rond de volgende vliegvelden:
- Schiphol
- De Kooy
- Deelen
- Eindhoven
- Gilze-Rijen
- Leeuwarden
- De Peel
- Volkel
- Woensdrecht
De regel geldt ook voor windmolens rond het deel van vliegveld Kleine-Brogel dat boven Nederlands grondgebied ligt.
Vraagt u subsidie aan voor windmolens en geldt deze hoogtebeperking? Dan moet u dit aantonen in uw subsidieaanvraag. Meer informatie over deze hoogtebeperking vindt u in paragraaf 2.5.4 ‘Burgerluchthavens en militaire luchthavens (CNS en vliegveiligheid)’ van de notitie Hoogtebeperkte categorie wind op land van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).
U kunt de gebieden met een hoogtebeperking bekijken met de viewer Hoogtebeperkingen luchtvaart. Voor vliegvelden zijn de kaartlagen ‘Defensie’ en ‘Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)’ in de viewer belangrijk.
U kunt ook subsidie aanvragen voor windmolens in gebieden waar een hoogtebeperking geldt door mogelijke verstoring van militaire radars.
Wind op waterkering
Wind op waterkering
U kunt subsidie aanvragen voor windmolens op een waterkering van Rijkswaterstaat. De windmolens mogen ook staan op plekken in de omgeving van zo’n waterkering waar beperkingen gelden, zoals een dijk.
Het gaat om primaire waterkeringen. Deze beschermen Nederland tegen overstromingen op plekken waar de waterstand kan stijgen door storm. Of door hoog water in de grote rivieren, het IJsselmeer of het Markermeer. Soms gaat het om een combinatie hiervan. Dit geldt ook voor:
- het Volkerak-Zoommeer
- het Grevelingenmeer
- het getijdedeel van de Hollandsche IJssel
- de Veluwerandmeren
U kunt ook subsidie aanvragen voor windmolens in de buurt van zeewaterkeringen. Dit zijn waterkeringen langs:
- de Noordzee
- de Westerschelde
- de Oosterschelde
- de Waddenzee
- de Dollard
- de Eems
Ook de harde en zachte zeewering van Maasvlakte 2 hoort hierbij. Voorbeelden van zulke zeeweringen zijn zeedijken op land en duinen.
U kunt ook subsidie aanvragen voor windmolens in de buurt van voorliggende waterkeringen. Dit zijn waterkeringen met water aan beide kanten, zoals de Afsluitdijk en de Deltawerken in Zeeland.
Windmolens op binnendijken vallen hier niet onder. Daarvoor gelden veel minder strenge veiligheidseisen. De kosten zijn vergelijkbaar met die van gewone windmolens op land. Daarom kunt u subsidie voor windmolens op binnendijken aanvragen in de categorie ‘Wind op land’.
Op de kaart Wind op waterkering SDE++ ziet u waar de waterkeringen en zeewaterkeringen liggen.
Windsnelheden
Alle gemeenten in Nederland zijn ingedeeld in 5 windsnelheidscategorieën. Per categorie berekenen we een apart basisbedrag. De windsnelheidscategorieën zijn:
- ≥ 8,0 m/s
- ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
- ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
- ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
- < 6,75 m/s
Iedere subsidiecategorie voor windenergie is onderverdeeld in deze 5 windsnelheidscategorieën.
Windkaart
Voor alle windcategorieën gebruiken we de Windviewer SDE++ en SCE. Dit is een kaart met de gemiddelde windsnelheid per gemeente in Nederland. Deze is gebaseerd op een windkaart van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI).
Voor de SDE++ 2026 gebruiken we de gemeentelijke indeling van 1 januari 2026. Een lijst met alle gemeenten vindt u in bijlage 2 van de Aanwijzingsregeling SDE-categorieën.
Op de windkaart ziet u welke windsnelheid geldt voor de locatie van uw project. Als u subsidie aanvraagt, kiest u in ons digitale aanvraagportaal de gemeente waar uw project komt. Let op: de naam van de gemeente kan anders zijn dan de plaatsnaam waar uw windmolen(s) komen.
De gemeente Rotterdam is een uitzondering. Daar verschillen de windsnelheden sterk. Daarom is deze gemeente onderverdeeld in wijken en buurten. Houd hier rekening mee als u in ons digitale aanvraagportaal de gemeente selecteert.
Gebundeld aanvragen
U kunt aanvragen voor windenergie bundelen. Dit kan handig zijn als u een project samen met andere aanvragers uitvoert. U kunt dan afspreken dat het project alleen doorgaat als alle aanvragen in de bundel subsidie krijgen.
Krijgen wij op één dag meer subsidieaanvragen dan er budget beschikbaar is? Dan sorteren wij de aanvragen op volgorde van de subsidie-intensiteit. Dit is het bedrag in euro per ton CO2-reductie (vermindering van de CO2-uitstoot).
Bij een gebundelde aanvraag kijken we naar het hoogste bedrag van de aanvragen in de bundel. Als we moeten loten wie er subsidie krijgt, dan zien we de bundel als één aanvraag.
Vervanging van windturbines
Als u windmolens vervangt kunt u alleen subsidie aanvragen:
- als het nominaal vermogen van de nieuwe windmolen minstens 1 MW hoger is dan dat van de oude windmolen;
- of als de oude windmolen op het moment van vervanging 15 jaar op dezelfde locatie draaide en u de windmolen ten minste 13 jaar vóór de subsidieaanvraag in gebruik nam.
Zonne-energie
U kunt subsidie aanvragen voor fotovoltaïsche zonnepanelen (zon-PV).
- De zonnepanelen moeten samen een piekvermogen van 15 kWp of meer hebben.
- Uw aansluiting op het elektriciteitsnet moet een grootverbruikersaansluiting zijn met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3 x 80 ampère (A).
- U mag alleen panelen gebruiken waarbij tijdens de productie maximaal 550 kg CO2 per kWp is uitgestoten.
- Plaatst u de panelen op de grond? Dan moet u dat natuurinclusief doen. Dit betekent dat u rekening houdt met planten en dieren.
U kunt subsidie aanvragen in de volgende categorieën:
Zon-PV gebouwgebonden
Zon-PV gebouwgebonden
U kunt subsidie aanvragen voor zonnepanelen die u op een dak plaatst of aan een gevel hangt.
Een vaste overkapping om voertuigen te beschermen tegen het weer zien we ook als gebouw. Dit geldt niet voor overkappingen met een andere functie. Bijvoorbeeld een overkapping waar geen voertuigen onder kunnen.
Let op: is uw gevel gericht op het oosten of het westen? Dan zijn daarvoor aparte categorieën.
Zon-PV gebouwgebonden met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen
Zon-PV gebouwgebonden met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen
Deze categorie is voor:
- Installaties waarvoor (kleine) aanpassingen aan een bestaand dak nodig zijn. Het gaat hierbij om aanpassingen in de constructie van het dak of de gevel. Of om het plaatsen van een draagconstructie die de panelen op het dak ondersteunt. Bij uw aanvraag moet u een verklaring van een constructeur meesturen. In de verklaring vult de constructeur in wat u aan de constructie moet aanpassen om deze geschikt te maken.
- Installaties met lichtgewicht panelen. Deze wegen maximaal 10 kilogram per m2 dakoppervlak dat bedekt is met zonnepanelen.
Zon-PV op oost-westgevels van gebouwen
Zon-PV op oost-westgevels van gebouwen
Zonnepanelen op oost- en westgevels van gebouwen helpen de belasting van het elektriciteitsnet beter over de dag te spreiden. De oostgevel produceert stroom in de ochtend, de westgevel in de middag en avond.
Hierdoor gebruikt u zelf meer stroom, omdat de productie beter aansluit bij uw energiebehoefte in de ochtend en in de middag en avond. Wel is de totale stroomproductie per jaar lager dan bij een zuidgevel (ongeveer 15% tot 20% minder).
Zon-PV drijvend op water
Zon-PV drijvend op water
U kunt subsidie aanvragen voor zonnepanelen die u drijvend op water plaatst. Dit mag ook op zee zijn.
Zon-PV op land
Zon-PV op land
U kunt subsidie aanvragen voor zonnepanelen die u op land plaatst.
Plaatst u de panelen op de grond? Dan moet u dat natuurinclusief doen. Dit betekent dat u rekening houdt met planten en dieren.
Let op: voor verticaal geplaatste zonnepanelen is er een aparte categorie.
Zon-PV verticaal op land
Zon-PV verticaal op land
U kunt subsidie aanvragen voor tweezijdige zonnepanelen die u verticaal op land plaatst. Dit maakt dubbel gebruik van grond mogelijk. Bijvoorbeeld in de landbouw of veehouderij. Daarnaast helpt deze opstelling de belasting van het elektriciteitsnet beter te spreiden over de dag.
Plaatst u de panelen op de grond? Dan moet u dat natuurinclusief doen. Dit betekent dat u rekening houdt met planten en dieren.
Zon-PV zonvolgend
Zon-PV zonvolgend
Bij zonvolgende systemen draaien de panelen automatisch mee met de stand van de zon. U kunt zo meer energie produceren. Zonvolgende systemen hebben hogere investeringskosten dan standaardsystemen. Maar ze hebben ook een hoger aantal vollasturen die voor subsidie in aanmerking komen. Daardoor zijn de basisbedragen en correctiebedragen hetzelfde als voor standaardsystemen.
Voor zonvolgende systemen is een haalbaarheidsstudie verplicht. Ook moet u een energie-opbrengstberekening meesturen. Daarmee kunnen we het maximale aantal vollasturen bepalen.
Zonnepark met deels zonvolgende en deels niet-zonvolgende zonnepanelen
Vraagt u subsidie aan voor een zonnepark waar niet alle zonnepanelen zonvolgend zijn? Dan moet u 2 aparte aanvragen indienen: één aanvraag voor het deel dat zonvolgend is en één aanvraag voor het deel dat niet-zonvolgend is.
Alleen voor de aanvraag voor het zonvolgende deel moet u een energie-opbrengstberekening meesturen.
Het is niet mogelijk om na uw aanvraag van categorie te wisselen.
Plaatst u de panelen op de grond? Dan moet u dat natuurinclusief doen. Dit betekent dat u rekening houdt met planten en dieren.
Zon-PV langs wegen en spoor
Zon-PV langs wegen en spoor
De categorie voor zonnepanelen langs wegen en spoorlijnen is nieuw. Deze categorie is voor projecten direct langs wegen en spoor. Het is daar vaak moeilijker om een project uit te voeren. Daardoor zijn de kosten hoger. U krijgt alleen subsidie voor projecten die u bouwt op grond met de bestemming ‘verkeer’ in het bestemmings- of omgevingsplan.
Plaatst u de panelen op de grond? Dan moet u dat natuurinclusief doen. Dit betekent dat u rekening houdt met planten en dieren.
In onderstaande download vindt u een overzicht van alle subcategorieën met zonnepanelen.
Tweezijdige zonnepanelen (bifacial zonnepanelen)
Gebruikt u tweezijdige zonnepanelen? Dan kunt u voor een hoger vermogen (in kWp) subsidie aanvragen. De energieopbrengst van zo’n paneel is in Nederland maximaal 5% hoger per jaar dan bij een systeem met enkelzijdige panelen. Dit geldt alleen voor systemen die op het zuiden zijn gericht en op land staan.
Bij uw subsidieaanvraag moet u uitleggen hoe u het opgegeven vermogen heeft berekend. U kunt hiervoor gegevens gebruiken van het zonnepaneel dat u wilt plaatsen.
Voorwaarden
Voor Zon-PV gelden de volgende voorwaarden:
U krijgt alleen subsidie voor netlevering
U krijgt alleen subsidie voor netlevering
Vanaf de aanvraagronde in 2024 krijgt u alleen subsidie voor opgewekte energie die u aan het elektriciteitsnet levert.
Zon op land moet natuurinclusief zijn
Zon op land moet natuurinclusief zijn
Vanaf 2025 geldt voor alle categorieën zon op land dat deze natuurinclusief moeten zijn. Dit betekent dat deze moeten voldoen aan voorwaarden om meer rekening te houden met de natuur.
Vanaf 2026 kunt u op 2 manieren voldoen aan de eisen voor een natuurinclusief zonnepark:
- U zet de voorwaarden in de vergunning
Het blijft mogelijk om de voorwaarden voor een natuurinclusief zonnepark in de vergunning te zetten. In dat geval moeten de volgende voorwaarden in de omgevingsvergunning staan:- Van bovenaf gezien moet er minimaal 25% open ruimte tussen de tafels met zonnepanelen zijn.
- U zorgt voor een inrichtingsplan en een beheerplan. Daarin staat wat u doet om te voorkomen dat de bodemkwaliteit, de waterkwaliteit en de natuurkwaliteit tijdens de subsidieperiode achteruitgaan.
- U monitort de effecten van uw productie-installatie op de bodemkwaliteit, waterkwaliteit en biodiversiteit. Als het nodig is, neemt u aanvullende maatregelen om te voorkomen dat de bodemkwaliteit, de waterkwaliteit en de natuurkwaliteit tijdens de subsidieperiode achteruitgaan.
- U doet een nulmeting om de huidige bodemkwaliteit, waterkwaliteit en natuurkwaliteit te bepalen.
Voor de beoordeling van uw aanvraag is het belangrijk dat de instantie die de vergunning afgeeft, deze voorwaarden opneemt in de omgevingsvergunning.
- U heeft een keurmerk
Daarnaast kunt u ook subsidie aanvragen voor een natuurinclusief zonnepark als u een keurmerk heeft. Uit dit keurmerk blijkt dat de installatie zo is ontworpen dat:- deze geen nadelige gevolgen heeft voor planten, dieren en biodiversiteit;
- er voldoende licht is tussen de zonnepanelen om de kwaliteit van de bodem en het water te behouden;
- er natuurlijke elementen in het ontwerp staan en de installatie goed in het landschap past.
Een voorbeeld van zo’n keurmerk is EcoCertified.
CO2-voetafdruk zonnepanelen
CO2-voetafdruk zonnepanelen
In 2026 mag u alleen panelen gebruiken waarbij tijdens de productie maximaal 550 kg CO2 per kWp is uitgestoten. Om dit aan te tonen moeten uw panelen een milieuproductverklaring hebben volgens de meetmethode van EPD-Norge. Let hierop bij de aankoop van uw panelen.
U hoeft dit nog niet aan te tonen bij uw subsidieaanvraag. Dit doet u pas wanneer u de zonnepanelen daadwerkelijk heeft gekocht. In de beschikkingsbrief staat wanneer u ons een afschrift van de aankoop moet sturen.
Deel materiaal mag gebruikt zijn
Deel materiaal mag gebruikt zijn
U kunt subsidie aanvragen voor een installatie die voor een deel bestaat uit gebruikte materialen. De panelen en omvormer moeten wel altijd nieuw zijn.
Alleen voor installaties op grootverbruikersaansluiting
Alleen voor installaties op grootverbruikersaansluiting
De categorie Zon-PV is er alleen voor installaties die u aansluit op het elektriciteitsnet via een grootverbruikersaansluiting. Het gaat om een aansluiting op het elektriciteitsnet met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3 x 80 A. U mag uw installatie ook aansluiten op het net via meerdere grootverbruikersaansluitingen.
Ook mag u uw productie-installatie aansluiten op het elektriciteitsnet via de grootverbruikersaansluiting van een naastgelegen perceel. Uiteraard realiseert u uw installatie wel op de locatie waarvoor u de subsidie heeft gekregen.
Wilt u een installatie op 2 naastgelegen locaties realiseren? Of heeft uw locatie meerdere huisnummers? Beschrijf dit dan duidelijk in uw subsidieaanvraag.
Heeft u een kleinverbruikersaansluiting? Dan kunt u mogelijk de Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking (SCE) aanvragen.
U mag voor maximaal 50% van het piekvermogen een contract afsluiten
U mag voor maximaal 50% van het piekvermogen een contract afsluiten
Het terugleververmogen waarvoor u een contract afsluit, mag niet meer zijn dan 50% van het piekvermogen van uw zon-PV-installatie. Deze eis geldt voor veel zon-PV-projecten. Maar niet voor zonvolgende projecten en verticale zon-PV-systemen op land.
Zo kunnen er bij dezelfde ruimte op het elektriciteitsnet meer hernieuwbare (duurzame) energieprojecten komen. Wij compenseren uw lagere opbrengst door een lager aantal vollasturen met een hoger basisbedrag. Deze maatregel zorgt uiteindelijk voor meer hernieuwbare elektriciteit uit zonnepanelen.
In het aanvraagformulier krijgt u aanvullende vragen over uw aansluiting en uw gecontracteerde terugleververmogen.
Er zijn verschillende situaties:
- U heeft een nieuw contract. Bij nieuwe aansluitingen is geen bestaande teruglevercapaciteit. Dan geldt dus dat uw te contracteren terugleververmogen maximaal 50% van het piekvermogen van uw zonnepanelen mag zijn.
- U breidt een bestaand contract uit. Bij bestaande contracten hoeft u het terugleververmogen dat is bedoeld voor andere voorzieningen, zoals een windpark of een bestaande zon-PV-installatie, niet mee te rekenen.
Had u al een contract met de netbeheerder voordat u subsidie aanvraagt? En gebruikt u dit nog niet voor een andere installatie? Dan moet u dit contract laten aanpassen, zodat dit aan de voorwaarden van de regeling voldoet.
Het kan ook zijn dat uw huidige teruglevercapaciteit groter is dan het piekvermogen van de bestaande installatie. Dit brengt u dan in mindering op de maximale 50% die u contracteert voor het piekvermogen van uw nieuwe installatie.
Rekenvoorbeeld Zon-PV
Dit voorbeeld laat zien wat een gebouwgebonden zon-PV-systeem met 65% netlevering en 35% eigen gebruik (niet-netlevering), met een vermogen van 2 MWp aan subsidie oplevert.
| Maximum aanvraagbedrag in fase 1 | € 0,0824/kWh |
| GVO-waarde zon-PV netlevering | € 0,0020/kWh |
| Voorlopig correctiebedrag 2026 netlevering 1 | 0,0726 + 0,0020 = € 0,0746/kWh |
| Subsidie voor netlevering | 0,0824 - 0,0746 = € 0,0078/kWh = € 7,80/MWh |
| Maximum aantal subsidiabele vollasturen | 840 vollasturen |
| Totaal nominaal vermogen | 2 MWp |
| Aandeel netlevering | 65% |
| Verwachte subsidiabele jaarproductie netlevering | 2 x 840 x 65% = 1.092 MWh |
| Voorlopige subsidie 2026 2 | 1.092 x € 7,80 = € 8.517,60 |
1 In de berekening van het voorlopige correctiebedrag zit voor deze categorie ook de GVO-waarde.
2 Voor elektriciteit die u zelf gebruikt (niet-netlevering), krijgt u geen subsidie.
Profielkosten en onbalansfactor voor Zon-PV en Wind
De profiel- en onbalansfactor zijn cijfers die het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) elk jaar vaststelt. Het PBL gebruikt deze om de marktwaarde van zon- en windenergie te berekenen binnen de SDE++-subsidie. Deze factoren houden rekening met het verschil tussen de marktwaarde van de geproduceerde elektriciteit en de gemiddelde elektriciteitsprijs. Ook houden ze rekening met de kosten en risico’s die ontstaan als de werkelijke productie afwijkt van de verwachting.
Vanaf de openstelling van 2025 berekenen we de subsidie voor de categorieën wind- en zonne-energie anders. De onbalansfactor zit nu in het basisbedrag. De profielkosten zitten in het correctiebedrag. U krijgt nog steeds een vergoeding voor deze kosten. Het subsidiebedrag kan wel anders uitvallen dan in eerdere jaren.
Download een tabel met subsidietarieven
Wilt u weten hoeveel subsidie u kunt krijgen voor de categorie waarin u aanvraagt? Download dan onderstaande tabel.
Download een tabel met bijlagen die u nodig heeft
Wilt u weten welke bijlagen u moet meesturen met uw subsidieaanvraag? Download dan onderstaande tabel.
- Ministerie van Economische Zaken en Klimaat