Experimenteerlocaties voor de agrarische sector
Wilt u werken aan innovatieve oplossingen voor de land- of tuinbouw in uw gebied? Vraag dan de subsidie Experimenteerlocaties aan. U test in samenwerkingsverband nieuwe ideeën en technieken. Met als doel om nieuwe vormen van toekomstbestendige land- en tuinbouw te ontwikkelen.
Hoogte subsidie en aanvraagperiode
Wijzigingen in 2026
- De openstelling geldt alleen voor samenwerkingsverbanden die actief zijn in aangewezen postcodegebieden.
- De deelnemers in het samenwerkingsverband zijn geen onderneming in moeilijkheden.
- De formats voor het werkplan en de begroting zijn gewijzigd.
- Het betrouwbaarheidsniveau van eHerkenning is naar niveau 3 verhoogd.
Voor wie?
Deze subsidie is voor samenwerkingsverbanden die een gebiedsgerichte experimenteerlocatie willen opstarten. En mee willen helpen aan toekomstbestendige oplossingen voor de land- en tuinbouw. Een experimenteerlocatie is een praktijkomgeving met testlocaties waar geëxperimenteerd wordt met technische, sociale of andere vernieuwingen.
Samenwerkingsverbanden kunnen alleen subsidie krijgen als het grootste deel van de activiteiten plaatsvindt in aangewezen postcodegebieden.
Om welke postcodegebieden gaat het?
Het gaat om gebieden in de provincies:
- Drenthe
- Flevoland
- Friesland
- Gelderland
- Groningen
- Limburg
- Noord-Brabant
- Noord-Holland
- Zeeland
- Zuid-Holland
Wilt u weten om welke postcodes het precies gaat? Vul dan de postcode van uw hoofdlocatie en andere locaties hieronder in. Zo ziet u meteen of uw samenwerkingsverband subsidie kan krijgen.
Samenwerkingsverband
Een samenwerkingsverband bestaat uit minimaal 2 partijen, waarvan ten minste één partij een onderzoeksorganisatie is. Naast een onderzoeksorganisatie mag vrijwel iedereen deelnemen aan het samenwerkingsverband. U kunt deelnemen als u landbouwer of mkb’er bent. Of als u bij een organisatie werkt die geen economische activiteiten uitvoert, zoals een stichting of vereniging. Belangrijk is dat de activiteiten die deelnemers doen, bijdragen aan de landbouw.
De volgende partijen kunnen geen subsidie aanvragen:
- provincies, gemeentes of openbare lichamen
- grote ondernemingen (die geen onderzoeksorganisaties zijn)
Is uw organisatie een onderzoeksorganisatie?
Niet iedere organisatie die onderzoek doet, is volgens de regels een onderzoeksorganisatie. Twijfelt u of uw organisatie aan de definitie voldoet? Bekijk dan Onderzoeksorganisaties bij subsidieregelingen. Zo weet u zeker dat u aan de voorwaarden voldoet.
Wat is het doel van de regeling?
Op uw experimenteerlocatie voert u praktijkproeven met nieuwe ideeën uit. En deelt u kennis over de uitkomsten met betrokkenen. Uw project geeft nieuwe inzichten over maatregelen die helpen bij het behalen van een of meer van de volgende doelen:
- een eerlijk inkomen voor de landbouwer en het verbeteren van duurzame bedrijfsontwikkeling
- verminderen van stikstofemissie, uitstoot van broeikasgassen en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
- verbeteren van dierenwelzijn en diergezondheid
- vergroten van biodiversiteit en bijdrage aan natuurinclusiviteit
- versterken van duurzaam bodem- en waterbeheer
Hoe verdelen we het budget?
Een onafhankelijke adviescommissie beoordeelt elk project op een aantal onderdelen. Dit zijn rangschikkingscriteria. Het budget verdelen we onder de aanvragers die hier het hoogst op scoren. De wegingsfactor geeft aan hoe vaak de punten meetellen in het totale puntenaantal. Het maximale aantal punten dat u kunt scoren is 85. Voor deze subsidie moet u minimaal 50 punten scoren.
| Rangschikkingscriterium | Aantal punten | Wegingsfactor | Maximaal aantal punten |
|---|---|---|---|
| Effectiviteit | 0-5 | 5 | 25 |
| Haalbaarheid | 0-5 | 4 | 20 |
| Efficiëntie | 0-5 | 3 | 15 |
| Innovatie | 0-5 | 3 | 15 |
| Betrokkenheid agrariërs | 0-5 | 2 | 10 |
| Totaal | 85 |
Lees hieronder meer over de 5 rangschikkingscriteria:
We beoordelen in welke mate de aanvraag leidt tot een experimenteerlocatie die meehelpt aan een toekomstbestendige land- en tuinbouw. En waar kennis en innovatieve oplossingen verder worden ontwikkeld. Ook is het belangrijk dat het samenwerkingsverband risico’s zoveel mogelijk voorkomt.
We kijken hierbij naar:
- de meerwaarde van de experimenteerlocatie
- de keuze voor praktijkproeven
- het bijdragen aan overheidsdoelen
- het in de praktijk brengen van de resultaten
- het delen van kennis
We beoordelen in welke mate de gestelde doelen van de experimenteerlocatie haalbaar zijn binnen de voorgestelde periode. We kijken naar:
- de kwaliteit van het werkplan
- de kwaliteit van het samenwerkingsverband
- het inzicht in de (technische) haalbaarheid van het project
- de bewijzen van voldoende draagvlak in de regio
We beoordelen in welke mate de financiering van uw project zorgt voor het opbouwen en in stand houden van een experimenteerlocatie. We kijken naar:
- de verhouding tussen de begrote kosten en de verwachte projectresultaten (prestaties);
- of de begrote kosten nodig zijn om de verwachte innovatie(s) te behalen;
- of de bestaande kennis en arbeid binnen het samenwerkingsverband goed worden gebruikt.
We bekijken in welke mate de praktijkproeven op de experimenteerlocatie zorgen voor nieuwe kennis en oplossingen in de land- en tuinbouw. We beoordelen dit op het:
- technische en/of sociale grensverleggende karakter van de experimenteerlocatie: hoe zorgt de aanpak en manier van werken voor nieuwe ideeën?
- vernieuwende en grensverleggende karakter van experimenten: aan welke kennis en innovaties werkt het samenwerkingsverband? En welke praktijkproeven/experimenten horen daarbij?
We bekijken in welke mate agrariërs betrokken worden en blijven bij een experimenteerlocatie. U krijgt meer punten als u laat zien hoe agrarische ondernemers de experimenteerlocatie ondersteunen. U kunt bijvoorbeeld brieven en verklaringen van agrariërs meesturen waarin ze hun betrokkenheid beschrijven.
Waarvoor krijgt u subsidie?
U kunt voor verschillende activiteiten subsidie krijgen:
- Een samenwerkingsverband oprichten en onderhouden (100%).
- Het doelbereik van praktijkproeven voorbereiden, uitvoeren en meten. Dit doet u om te zien of u van tevoren vastgestelde doelen wel of niet kunt bereiken (maximaal 80%).
- Investeringen voor de experimenteerlocatie en de praktijkproeven. Landbouwondernemingen krijgen 65% voor productieve investeringen en 100% voor niet-productieve investeringen. Onderzoeksorganisaties krijgen 100% voor productieve en niet-productieve investeringen. Andere deelnemers kunnen geen subsidie krijgen voor investeringen.
- Kennis delen over de resultaten van praktijkproeven (100%).
Extra subsidie
Vraagt u subsidie aan als jonge landbouwer? Of dragen uw investeringen bij aan dierenwelzijn of milieu- en klimaatdoelen? Dan kunt u voor productieve investeringen maximaal 15% meer subsidie krijgen.
Voor welke soort kosten u subsidie krijgt, leest u in het Format begroting. Hier vindt u ook aan welke voorwaarden u precies moet voldoen. Het subsidiepercentage verschilt namelijk per activiteit en deelnemer. Dit format vindt u binnenkort op deze pagina
Eigen financiering
Het subsidiebedrag dekt meestal niet de volledige kosten. U bent als aanvrager verantwoordelijk voor de financiering van het overgebleven deel (eigen bijdrage). In uw subsidieaanvraag legt u uit hoe u deze bijdrage heeft geregeld. U onderbouwt dit met ondersteunende documenten.
Voor het financieren van praktijkproeven en voor productieve investeringen bestaat de eigen bijdrage uit:
- geld of een bijdrage in natura van de private markt
- subsidie van een decentrale overheid zoals een provincie, gemeente of waterschap
- eigen middelen
Voor investeringen mag de eigen bijdrage niet van de provincie, gemeente of waterschap komen.
De subsidie in 6 stappen
Voorwaarden
Wilt u deze subsidie aanvragen? Dan moet u voldoen aan een aantal voorwaarden:
- U vormt een samenwerkingsverband en werkt samen aan een werkplan.
- Uw samenwerkingsverband bestaat uit ten minste 2 deelnemers, waarvan ten minste één onderzoeksorganisatie en een andere deelnemer.
- Het grootste deel van de subsidiabele activiteiten vindt plaats in een of meer van de aangewezen postcodegebieden.
- Het samenwerkingsverband zorgt voor de benodigde vergunningen. Dit zijn bijvoorbeeld:
- omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM)
- omgevingsvergunning bouw
- omgevingsvergunning milieu
- omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit
- vergunning Wet natuurbescherming
- verklaring van geen bedenkingen (VVGB)
- U mag vóór het indienen van uw aanvraag nog niet met uw project starten, geen verplichtingen aangaan en geen kosten maken.
- U kunt aantonen dat u het project kunt financieren.
- De deelnemers in uw samenwerkingsverband zijn geen onderneming in moeilijkheden.
Uw aanvraag voorbereiden
Voordat u uw aanvraag doet, regelt u een aantal zaken.
Met uw aanvraag stuurt u een aantal verplichte bijlagen mee. Alleen als de bijlagen compleet zijn, kunnen we uw aanvraag behandelen. U stuurt deze bijlagen mee:
- werkplan (format)
- begroting (format)
- onderbouwing van de kosten (format)
- onderbouwing van de eigen bijdrage (dit kan bijvoorbeeld door jaarrekeningen mee te sturen)
- machtiging aan penvoerder van elke deelnemer uit het samenwerkingsverband (format)
- verklaring en beslisschema geen onderneming in moeilijkheden (geldt voor alle ondernemingen in het samenwerkingsverband)
Soms hebben wij ook deze bijlagen nodig:
- vergunningsdocumenten: voor elke vergunningsaanvraag en melding
- btw-verklaring: kunt u geen btw verrekenen? En wilt u over de niet verrekenbare btw subsidie ontvangen? Voeg dan een btw-verklaring van de Belastingdienst toe.
- beslissing op andere subsidies: financiert u de subsidiabele projectkosten met andere overheidsbijdragen (subsidies)? Voeg dan een bewijs toe waaruit blijkt dat deze subsidie aan u verleend of betaald is.
Voor sommige bijlagen gebruikt u onze formats. Deze vindt u binnenkort op deze pagina.
Alle deelnemers aan een samenwerkingsverband machtigen een van de deelnemers als penvoerder. Hoe u de penvoerder machtigt, leest u op Penvoerder in een samenwerkingsverband. De penvoerder zorgt voor het:
- onderhouden van contact met ons namens het samenwerkingsverband;
- doen van de subsidie- en vaststellingsaanvraag;
- doorgeven van wijzigingen;
- opsturen van de jaarlijkse tussenrapportage;
- goed informeren van de deelnemers van het samenwerkingsverband.
Wilt u een adviseur machtigen om de aanvraag te doen? Zorg dan dat u de adviseur of het adviesbureau machtigt. Op Mijn RVO gaat u naar Machtigingen > Mijn machtigingen Mijn RVO > Registreren en beheren. U kiest dan voor Experimenteerlocaties.
U logt in met eHerkenning. Voor uw aanvraag heeft u minimaal niveau 3 met machtiging RVO diensten op niveau 3 nodig. Heeft u nog geen eHerkenning? Vraag dit dan aan op de website van eHerkenning. eHerkenning aanvragen duurt ongeveer één tot 5 werkdagen.
Heeft u een eHerkenningsmiddel met een lager betrouwbaarheidsniveau? Dan moet u uw eHerkenning aanpassen. U heeft eHerkenning 3 en de juiste machtiging nodig om te kunnen aanvragen. Houd rekening met een aanschaftijd van ongeveer 2 weken. Meer informatie vindt u op Hulp bij inloggen.
Wij wijzen uw subsidieaanvraag af als u volgens de Europese definitie een onderneming in moeilijkheden bent. Dit geldt ook als een andere onderneming in het samenwerkingsverband in moeilijkheden is. Lees er meer over op Onderneming in moeilijkheden.
- Vul het 'Beslisschema ‘Verklaring geen onderneming in moeilijkheden’ in en stuur dit schema mee met uw aanvraag.
- Vul de 'Verklaring geen onderneming in moeilijkheden' in, onderteken deze en stuur de verklaring mee met uw aanvraag.
Na uw aanvraag
Hebben we uw aanvraag voor subsidie compleet binnengekregen? Dan beoordelen we deze en ontvangt u onze beslissing rond 2 november 2026. Een onafhankelijke commissie beoordeelt alle aanvragen die voldoen aan de voorwaarden. De beoordeling gebeurt op basis van het ingediende werkplan en de projectbegroting die op de sluitingsdatum bij ons binnen zijn. Hieruit komt een rangschikking. De aanvragen met de meeste punten krijgen als eerste subsidie. Het is mogelijk dat we tijdens de beoordeling contact met u opnemen voor aanvullende informatie.
Nadat u uw aanvraag heeft gedaan, kunt u starten met de uitvoering van uw project. Als u begint voordat u de beslisbrief heeft, is dit op eigen risico. U krijgt alleen subsidie als we uw aanvraag goedkeuren. Tijdens de uitvoering houdt u zich aan de voorwaarden van de subsidie die in uw beslisbrief staan.
Subsidiegegevens openbaar
Experimenteerlocaties voor de agrarische sector valt onder staatssteun. Volgens Europese regels zijn we daarom verplicht om gegevens over deze subsidie openbaar te maken. Dit doen wij nadat uw subsidie is verleend. We maken dan deze gegevens openbaar:
- de naam van de aanvrager
- het subsidiebedrag
- uw provincie
- de sector van uw bedrijf
De gegevens blijven minstens 10 jaar beschikbaar.
Wat u regelt na uw aanvraag
Wilt u de jaarlijkse voortgang van uw project doorgeven, een wijziging doen of uw aanvraag vaststellen? U gaat naar Mijn RVO via de knop Uw aanvraag beheren.
Keuren we uw aanvraag goed? Dan ontvangt iedere deelnemer voorschotten.
Krijgt een deelnemer uit het samenwerkingsverband meer dan € 25.000 subsidie? Dan ontvangt u binnen 2 weken na de start van uw project het 1e voorschot. De volgende voorschotten krijgt u binnen 2 weken na 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober van ieder projectjaar. Het voorschot is maximaal 90% van het subsidiebedrag. De rest van het bedrag ontvangt u nadat uw subsidie is vastgesteld.
Krijgt een deelnemer minder dan € 25.000 subsidie? Dan ontvangt u binnen 2 weken na de start van uw project 100% van het subsidiebedrag.
Soms verloopt de uitvoering van uw project anders dan gepland. Zulke veranderingen kunnen gevolgen hebben voor uw subsidie. Geef wijzigingen daarom zo snel mogelijk door. U geeft een wijziging door voordat u deze uitvoert. Wijzigt u iets voordat we dit goedkeuren? Dan doet u dit op eigen risico.
Wanneer geeft u een wijziging door?
U meldt in ieder geval de volgende situaties aan ons:
- Uw project heeft vertraging.
- De inhoud van uw project verandert.
- U vraagt uitstel (surseance) van betaling, faillissement of een schuldsaneringsregeling aan.
- U kunt niet (helemaal) of niet op tijd aan een verplichting voldoen.
- Een kostenpost wijkt meer dan 25% af van de goedgekeurde begroting.
- De totale projectkosten in een jaar wijken meer dan 25% af van de goedgekeurde begroting.
We beoordelen uw wijziging binnen 8 weken. Soms hebben we meer tijd nodig. We kunnen deze termijn dan één keer met 8 weken verlengen.
Elk jaar levert de penvoerder een tussenrapportage aan. In de rapportage staat een overzicht van de activiteiten die u heeft uitgevoerd. En een planning voor het aankomende jaar. In de tussenrapportage staan in ieder geval:
- De behaalde (deel)resultaten van uitgevoerde praktijkproeven en de effecten ervan op het verwachte doelbereik.
- De geleerde lessen over toekomstbestendige land- of tuinbouw in uw gebied.
- Het aantal betrokken partijen bij de uitvoering van praktijkproeven (in het bijzonder het aantal en type agrarische ondernemers).
- De uitgevoerde activiteiten bij het delen van kennis. Denk aan het soort en aantal activiteiten en het aantal en type deelnemers (zoals soort agrarische ondernemer, beleidsmedewerker of onderzoeker).
- De manier waarop invulling is gegeven aan regionale samenwerking en netwerkvorming.
- Het aantal en soort investeringen en het gebruik hiervan.
Heeft u in 2025 subsidie ontvangen? Dan stuurt u elk jaar uiterlijk 1 november een voortgangsrapportage op. U vult hiervoor het Format Tussenrapportage Experimenteerlocaties voor de agrarische sector op deze pagina in. En stuurt dit als bijlage mee met het voortgangsformulier.
Heeft u de activiteiten waarvoor u subsidie krijgt afgerond? Dan kunt u vaststelling van uw subsidie aanvragen. U rondt uw project af voor de einddatum die in de beslisbrief over uw subsidieaanvraag staat. Wanneer uw project is afgerond, heeft u 13 weken de tijd om een verzoek tot vaststelling te doen.
We bepalen de definitieve hoogte van uw subsidie pas na afloop van uw project. Bij deze vaststelling kijken we of u te weinig of te veel subsidie ontvangen heeft. Dit bedrag verrekenen we direct. Stuur de volgende documenten mee met uw aanvraag voor vaststelling:
- Een eindrapportage: U vindt dit format binnenkort op deze pagina.
- Een controleverklaring van een accountant per deelnemer, als de subsidie hoger is dan € 125.000.
- Een gewaarmerkt en gedetailleerd overzicht van alle gemaakte en betaalde kosten. Stuur dit mee met de controleverklaring.
Wetten en regels
Deze wetten en regels horen bij Experimenteerlocaties voor de agrarische sector:
Deze subsidie in 2025
In 2025 kon u ook subsidie aanvragen voor Experimenteerlocaties voor de agrarische sector.
Uw aanvraag beheren? Ga daarvoor naar Mijn RVO via de knop Uw aanvraag beheren. De bijlagen die u nodig heeft, vindt u hierboven onder Na uw aanvraag.
- Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

