1. Home
  2. Mest
  3. Fosfaatrechten melkvee
  4. Welke dieren fosfaatrechten

Welke dieren fosfaatrechten

Laatst gecontroleerd op: 10 november 2025

Houdt u melkvee? Dan heeft u fosfaatrechten nodig. U heeft niet voor alle runderen fosfaatrechten nodig.

Voor welke dieren fosfaatrechten

U heeft fosfaatrechten nodig voor melkvee dat u bedrijfsmatig houdt in diercategorie 100, 101 en 102. Dat zijn deze dieren:

Welke dieren fosfaatrechten?
Diercategorie Definitie
100

Melk- en kalfkoeien: dit zijn koeien (bos taurus) die in elk geval 1 keer hebben gekalfd en die u houdt voor:

  • melkproductie voor menselijke consumptie of verwerking, of
  • fokkerij voor de melkveehouderij.

Koeien die drooggezet zijn en koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken, vallen hier ook onder.

101 Kalveren van melk- en kalfkoeien tot en met 14 dagen (zie Nuka).
  Jongvee tot 1 jaar voor de melkveehouderij. Dus ook mannelijk jongvee dat bedoeld is om fokstier voor de melkveehouderij te worden.
  Vrouwelijk jongvee tot 1 jaar voor de vleesveehouderij dat bestemd is om een kalf te krijgen.
102 Vrouwelijk jongvee van 1 jaar en ouder voor de melkveehouderij.
  Vrouwelijk jongvee van 1 jaar en ouder voor de vleesveehouderij dat bestemd is om een kalf te krijgen.
Nuka

Mannelijk en vrouwelijk kalf van een melk- en kalfkoe tot en met 14 dagen (nuchtere kalveren) op een melkveehouderij.

Na deze 14 dagen zijn geen fosfaatrechten meer nodig als het kalf bestemd is voor de vleesveehouderij.

Het kalf is niet bestemd om zoogkoe te worden.

Jongvee van een zoogkoe Vanaf dag 0 is dit jongvee voor de melkveehouderij of vrouwelijk jongvee voor de vleesveehouderij (101) als het bestemd is om later melk-, kalf-, of zoogkoe of fokstier voor de melkveehouderij te worden.

Bedrijfsmatig melkvee

Met bedrijfsmatig bedoelen we melkvee dat u voor gebruiks- en winstdoeleinden houdt. U kunt ook bedrijfsmatig dieren houden zonder dat u bij KVK staat ingeschreven. Bijvoorbeeld als u tijdelijk dieren van iemand anders op uw land houdt en u hiervoor geld krijgt. Of als u de melk of het vlees van uw dieren verkoopt. Is dit bij u zo? Dan heeft u een bedrijf waarvoor fosfaatrechten nodig zijn.

Bent u geen landbouwer maar een particulier? Lees dan meer op Particulieren met grond en mest.

Dieren verkopen aan een melkveebedrijf

Houdt u een dier als vleesvee, maar verkoopt u het aan een veehouder die het toch laat afkalven en eventueel melken? Dan heeft u hier met terugwerkende kracht fosfaatrechten voor nodig. Ook al hield u het dier zelf als vleesvee. U blijft verantwoordelijk voor het verdere verloop van uw dieren. Het is dus belangrijk hier goede afspraken over te maken.

Voor welke dieren niet

Niet voor alle runderen heeft u fosfaatrechten nodig. In dit overzicht leest u voor welk rundvee niet.

Welke dieren geen fosfaatrechten?
Diercategorie Definitie
104 Fokstieren: dit zijn stieren van 1 jaar en ouder.
112 Witvleeskalveren van ca. 14 dagen tot ca. 8 maanden.
115 Startkalveren voor rosévlees of roodvlees.
116 Rosevleeskalveren van ca. 3 maanden tot ca. 8 maanden.
117 Rosevleeskalveren van ca. 14 dagen tot ca. 8 maanden.
120 Weide en zoogkoeien: dit zijn koeien die in elk geval 1 keer hebben gekalfd en geen melkkoe of kalfkoe zijn.
122 Roodvleesstieren van ca. 3 maanden tot de slacht. Ossen en vrouwelijke dieren die op deze manier worden gemest vallen hier ook onder.
  Jongvee van een melk- en kalfkoe ouder dan 14 dagen dat u alleen houdt voor de vleesproductie en niet bestemd is om melkkoe, kalfkoe, zoogkoe of fokstier voor de melkveehouderij te worden.
  Jongvee van een zoogkoe dat u alleen houdt voor de vleesproductie en niet bestemd is om melkkoe, kalfkoe, zoogkoe of fokstier voor de melkveehouderij te worden.

Melkvee als hobby

Heeft u een (intensief) landbouwbedrijf, maar houdt u ook melkvee als hobby? Of bent u een particulier met een aantal hobbydieren? Voor hobbydieren heeft u geen fosfaatrechten nodig, omdat u ze niet bedrijfsmatig houdt. Er zijn wel regels voor het houden van deze dieren. Lees meer op Particulieren met grond en mest.

Soms rechten voor vleesvee

Houdt u vleesvee met jongvee voor de vleesproductie? De beleidsregel Fosfaatrechten jongvee betekent het volgende voor u:

  • U heeft alleen fosfaatrechten nodig voor jongvee dat een kalf gaat krijgen of bestemd is om een kalf te krijgen.
  • U heeft geen fosfaatrechten nodig voor jongvee dat u alleen houdt voor de vleesproductie en dat nooit een kalf gaat krijgen of dat niet bestemd is om een kalf te krijgen.

Vrijstelling voor zoogkoeienhouders

Bent u zoogkoeienhouder en heeft u jongvee dat bestemd is om kalveren te krijgen? Hiervoor heeft u fosfaatrechten nodig. Als u voldoet aan bepaalde voorwaarden, kunt u als zoogkoeienhouder wel een vrijstelling krijgen. Met deze vrijstelling heeft u geen fosfaatrechten meer nodig om kalveren te krijgen. Lees meer op Vrijstelling zoogkoeienhouderij.

Veelgestelde vragen

Wilt u meer weten? Wij hebben voor u de veelgestelde vragen verzameld.

Heb ik voor zeldzame rassen ook rechten nodig?

Ja, ook voor zeldzame rassen heeft u fosfaatrechten nodig. De regeling fosfaatreductieplan 2017 stelde wel sommige zeldzame rassen vrij. Voor het stelsel van fosfaatrechten is er geen uitzondering voor zeldzame rassen.

Heb ik voor een melkkoe die ik niet meer melk en ga afmesten nog fosfaatrechten nodig? Vanaf welk moment heb ik dan geen fosfaatrechten meer nodig? En hoe toon ik aan dat ik een koe afmest?

Mest u een koe af, melkt u die koe in de mesttijd niet en daarna ook niet meer? Dan heeft u geen fosfaatrechten nodig. Dit is vanaf het moment dat u uw koe daadwerkelijk afmest. Dit moet blijken uit de feitelijke situatie.

Melkt u uw koe wel in de mesttijd of daarna? Dan heeft u voor de hele periode dat de koe op uw bedrijf staat fosfaatrechten nodig. Het dier valt dan namelijk onder diercategorie 100.

Ik heb een mannelijk kalf van een zoogkoe die later fokstier voor de zoogkoeienhouderij wordt. In welke categorie valt dit dier?

De fokstier valt direct vanaf de geboorte onder categorie 115 of 122, dat hangt af van de leeftijd. Tot 3 maanden valt het onder categorie 115 en daarna onder categorie 122 tot het 1 jaar is. Vanaf 1 jaar valt het dier onder categorie 104.

Gaan jullie bij de bepaling van de melkproductie uit van de geproduceerde of de geleverde hoeveelheid melk?

U gaat uit van de hoeveelheid melk die u in een kalenderjaar op uw bedrijf produceerde. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om:

  • melk die u levert aan zuivelbedrijven;
  • melk voor uw kalveren;
  • antibioticamelk;
  • melk voor eigen gebruik;
  • melk die u verkoopt (aan niet-zuivelbedrijven);
  • melk die u verwerkt (bij minder dan 50%) tot bijvoorbeeld kaas.

Ik schaar dieren (waarvoor ik fosfaatrechten nodig heb) uit naar grond in het buitenland. Tellen deze dieren tijdens de uitschaarperiode mee voor mijn fosfaatproductie?

Nee, de hoeveelheid fosfaat die uw dieren in het buitenland produceren telt niet mee voor de fosfaatproductie van uw Nederlandse bedrijf. Het melkvee houdt u in die periode namelijk niet op uw bedrijf in Nederland.

Zodra het melkvee weer op uw bedrijf in Nederland houdt, telt de fosfaatproductie weer mee voor uw bedrijf. Hiervoor heeft u fosfaatrechten nodig.

Ik voer dieren aan of af. Tellen deze mee bij de berekening van het gemiddeld aantal dieren?

Voert u op één dag dieren aan of af? Dan tellen deze mee bij de berekening van het gemiddeld aantal aanwezige dieren. Zowel de afvoerende partij als de aanvoerende partij telt hetzelfde dier mee bij de berekening. Het dier is namelijk op 1 dag op beide bedrijven aanwezig geweest.

Hoe bereken ik het gemiddeld aantal dieren?

Rundvee, varkens, kippen en kalkoenen

Voor deze dieren gebruikt u een dagtelling. U houdt dus iedere dag bij hoeveel dieren u heeft (per soort). U telt na afloop van het jaar alles bij elkaar op en deelt dan het totaal door 365 (of 366 dagen in een schrikkeljaar).

Voorbeeld

  • Op 1 januari heeft u 100 dieren op uw bedrijf.
  • Uw bedrijf voert op 10 januari 4 dieren aan.
  • Op uw bedrijf komen er op 5 februari 2 dieren bij door de overgang naar een andere diercategorie.
  • Op uw bedrijf verkoopt u op 1 maart één dier.

U berekent het gemiddeld aantal dieren als volgt:

  • 10 dagen (van 1 januari tot en met 10 januari) x 100 dieren = 1.000 dierdagen
  • 26 dagen (van 10 januari tot en met 5 februari) x 104 dieren = 2.704 dierdagen
  • 24 dagen (van 5 februari tot en met 1 maart) x 106 dieren = 2.544 dierdagen
  • 305 dagen (van 1 maart tot en met 31 december) x 105 = 32.025 dierdagen

Dit wordt in totaal: 38.273 dierdagen : 365 dagen = 104,85 gemiddeld gehouden.

Andere diersoorten

Voor andere diersoorten gebruikt u een maandtelling. U houdt iedere eerste dag van de maand bij hoeveel dieren u heeft (per soort). U telt na afloop van het jaar alles bij elkaar op en deelt het dan door 12.

In opdracht van:
  • Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Hoort bij:
Landbouw
Heeft deze informatie u geholpen?

Uitgelicht

Close-up zonnebloem groenbemester mengsel

Bekijk de regelingen per sector

Uw bedrijf verduurzamen

Periode per soort mest en grond

Wanneer mest uitrijden?
Koeien in weiland

Bereken uw gebruiksruimte

Hoeveel mest gebruiken?