Veehouderij beëindigen of verplaatsen: uw rol als gemeente

Laatst gecontroleerd op:
10 februari 2026

Als gemeente heeft u een belangrijke rol in de regelingen waarmee veehouders de stikstofuitstoot van hun veehouderij verminderen. Bijvoorbeeld de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting (Lvvp).

Bent u veehouder?

Deze pagina is voor medewerkers van gemeenten. Bent u veehouder en heeft u de Lbv, Lbv-plus of Lbv kleinere sectoren aangevraagd? Ga dan naar Lbv, Lbv-plus en Lbv kleinere sectoren: Stappen na een positieve beslissing. Doet u als veehouder mee aan de Lvvp-bedrijfsverplaatsing? U vindt alle informatie op Lvvp-bedrijfsverplaatsing: Stappen na een positieve beslissing.

Uw rol bij vergunningen, omgevingsplan en sloop

Krijgt een veehouder een positieve beslissing voor de Lbv, Lbv-plus, Lbv kleinere sectoren of Lvvp? Hij heeft u nodig bij de stappen die daarna volgen. Uw rol is voor een groot deel hetzelfde bij al deze regelingen. U helpt de veehouder bij vergunningen, het omgevingsplan en de controle van de sloop. Bij de Lvvp gaat het om de oude locatie.

Vergunning intrekken of wijzigen

U trekt een vergunning in of wijzigt deze als de veehouder hierom vraagt. Houd er rekening mee dat er geen landbouwhuisdieren gehouden mogen worden op de locatie. En de nieuwe activiteiten die de veehouder of de nieuwe bewoner uitvoert op de locatie, mogen niet voor te veel stikstofneerslag zorgen. De uitstoot mag maximaal 15% zijn van de stikstofuitstoot die eerder toegestaan was voor die locatie vanuit de vergunning.

Omgevingsplan aanpassen

De veehouder vraagt u om het omgevingsplan van de deelnemende locatie aan te passen. Zo kan hier niet langer een veehouderij worden gevestigd. Neem de vraag om het omgevingsplan te wijzigen zo snel mogelijk in behandeling.

Reageren op verzoek veehouder

De veehouder moet onder andere laten zien dat hij dit verzoek heeft ingediend. En dat u dit verzoek in behandeling heeft genomen. In uw reactie moet duidelijk staan dat:

  • de veehouder u vraagt om het omgevingsplan aan te passen;
  • de locatie een andere bestemming krijgt dan die van veehouderijlocatie;
  • u als gemeente het verzoek van de ondernemer in behandeling heeft genomen.

Voorbeeld van een reactie

Het is belangrijk dat u reageert op het verzoek. Zorg dat u in uw reactie verwijst naar het verzoek van de veehouder. We hebben een voorbeeld gemaakt van een reactie die u naar de veehouder kunt sturen. Dit bericht kan de veehouder dan meesturen met zijn aanvraag. Zo kan de veehouder aantonen dat u het verzoek om het omgevingsplan aan te passen in behandeling heeft genomen. 

Aandachtspunten bij aanpassen omgevingsplan

Als u uw reactie op het verzoek heeft verstuurd, maakt u afspraken met de veehouder over het aanpassen van het omgevingsplan. Houd hierbij rekening met het volgende:

  • Vanaf januari 2026 mag u gebruikmaken van een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA). Doet u dit? Zorg dan dat het stoppen met de veehouderij daarin is vastgelegd.
  • Wordt de BOPA voor 1 januari 2027 definitief? Dan verwerkt u deze uiterlijk 1 januari 2032 in het omgevingsplan. Wordt de BOPA na 1 januari 2027 definitief? Dan heeft u vanaf dat moment 5 jaar om deze in het omgevingsplan te verwerken.
  • Sinds 1 januari 2026 kunt u gebruikmaken van een STOP/TPOD-omgevingsplan. Dit staat voor Standaard voor officiële publicaties en Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten. U leest meer hierover op iplo.nl.
  • Tot en met 31 december 2025 kon u gebruikmaken van de TAM-IMRO-techniek. Heeft u deze techniek gebruikt? Zet TAM-IMRO-omgevingsplannen dan uiterlijk 31 december 2031 om in een STOP/TPOD-omgevingsplan.

Omgevingsrechtelijke melding

De veehouder doet een omgevingsrechtelijke melding bij u via het Omgevingsloket. Daarmee geeft hij aan dat hij niet langer landbouwhuisdieren op de locatie houdt. De veehouder moet deze melding doen, omdat dit in de regelingen staat. Ook al is dit volgens het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) niet verplicht bij het stoppen met een veehouderij. Bij de Lvvp is de melding alleen verplicht als de vergunning van de veehouder nog niet is ingetrokken.

De veehouder moet ons een kopie van de melding laten zien. Hij heeft voor de subsidie geen reactie van u nodig op de melding.

Sloop

Veehouder wijzen op standaard procedures bij slopen

De veehouder doet een sloopmelding. U wijst de veehouder op de standaard procedures die nodig zijn bij de sloop. Bijvoorbeeld een flora- en faunaonderzoek. 

Bij de Lbv, Lbv-plus en Lbv kleinere sectoren moet de veehouder de dierenverblijven, mest- en voeropslagen laten slopen. Bij de Lvvp-bedrijfsverplaatsing gaat het om alle gebouwen die direct te maken hebben met de veehouderij.

Bevestigen dat de sloop heeft plaatsgevonden

Heeft een veehouder vaststelling van de subsidie aangevraagd bij ons? Dan vragen wij u om ons te bevestigen dat de sloop heeft plaatsgevonden. Wij sturen u hiervoor een checklist. Hierop geeft u aan:

  • dat alles wat gesloopt moest worden, is gesloopt;
  • dat de puin van de locatie is verwijderd;
  • wat er gebeurd is met de bezinklaag die niet verpompbaar was.

Soms ontheffing van sloop

Een veehouder kan bij ons ontheffing van de sloop aanvragen. Dit doet hij nadat u als gemeente akkoord bent met de nieuwe activiteit die op de locatie gaat plaatsvinden. Een aanvrager kan bijvoorbeeld een stal blijven gebruiken voor de opslag van campers. Voor deze stal krijgt hij dan geen vergoeding meer. Heeft een veehouder ontheffing? Dan moet u nog steeds een controle doen.

Combineren met Rood voor Rood

Veehouders mogen de Lbv, Lbv-plus, Lbv kleinere sectoren en Lvvp combineren met de Rood voor Rood-regeling. Houd er wel rekening mee dat ze niet 2 keer subsidie mogen krijgen voor hetzelfde doel. Doet een veehouder bijvoorbeeld mee aan de Lbv-plus? Dan krijgt deze een vergoeding voor de sloopkosten. De veehouder mag dan geen subsidie voor het slopen krijgen vanuit de Rood voor Rood-regeling.

Lbv, Lbv-plus en Lbv kleinere sectoren

Sturen wij een veehouder uit uw gemeente een beslissing voor de  Lbv, Lbv-plus of Lbv kleinere sectoren? Dan laten wij u dit weten.

Handreiking voor gemeenten

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een handreiking gemaakt. Daarin leest u alles wat u moet doen voor de Lbv en Lbv-plus. En welke hulp u hierbij kunt krijgen. U vindt de handreiking op de website van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Lvvp-bedrijfsverplaatsing

Heeft een veehouder uit uw gemeente een eerste voorschot voor de Lvvp-bedrijfsverplaatsing aangevraagd? Dan geven we dit door aan de gemeente van de oude locatie. 

Handreiking voor gemeenten

Ook voor de Lvvp heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een handreiking gemaakt. Daarin leest u alles over deze subsidie. En waar u terecht kunt met vragen.

Feiten en cijfers

Bent u benieuwd hoeveel aanvragen er in uw regio zijn gedaan en uit welke soort veehouderij? U vindt deze informatie op:

In opdracht van:
  • Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Heeft deze informatie u geholpen?