Systeemeisen technische bouwsystemen - EPBD III

Gepubliceerd op:
12 november 2019
Laatst gecontroleerd op:
16 maart 2022

In de herziene Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III) worden systeemeisen voorgeschreven voor de verbetering van de energieprestatie van technische bouwsystemen. Deze eisen richten zich op de energieprestatie, het adequaat dimensioneren, installeren en inregelen, en de instelbaarheid van technische bouwsystemen. De richtlijn is op 10 maart 2020 geïmplementeerd in de Nederlandse wet- en regelgeving. Vanaf deze datum moet aan de regeling en eisen worden voldaan.

De eisen gelden voor technische bouwsystemen in bestaande en nieuwe gebouwen. Daarmee wil Nederland ervoor zorgen dat eisen voor bestaande en nieuwe gebouwen op elkaar blijven aansluiten.

Wanneer van toepassing?

De systeemeisen gelden voor systemen voor:

  • ruimteverwarming
  • ruimtekoeling
  • ventilatie
  • warm tapwater
  • ingebouwde verlichting

De systeemeisen zijn van toepassing:

  • als er een nieuw technisch bouwsysteem wordt geïnstalleerd;
  • als bij bestaande systemen de opwekker of de ventilatie-eenheid (bijvoorbeeld de cv-ketel, centrale airconditioner, warmwatertoestel of ventilatie-unit) of een derde van de afgiftelichamen of inbouwarmaturen wordt geïnstalleerd, vervangen of verbeterd.

In onderstaande handleiding vindt u een bruikbare uitleg beschreven. De handleiding is gericht op installaties voor de woningbouw en kleine utiliteit waarop de keuringseisen niet van toepassing zijn.

Energieprestatie-eisen

De energieprestatie-eisen die gelden voor technische bouwsystemen zijn uitgedrukt in de berekende primaire fossiele energie ten opzichte van de netto behoefte. Daardoor wordt niet alleen de efficiëntie van een technisch bouwsysteem gewaardeerd, maar ook het gebruik van hernieuwbare energie. Hiervoor is een digitale rekentool ontwikkeld.

Vereiste indicatoren voor systeemrendementen

Technische bouwsystemen Systeemrendement woonfunctie Systeemrendement overig
Ruimteverwarming ≤ 1,31 ≤ 1,31
Ruimtekoeling ≤ 1,33 ≤ 1,33
Ventilatie - ≤ 3,8 kWh/(m3/u)
Warm tapwater ≤ 3,45 ≤ 3,45
Ingebouwde verlichting - ≤ 75 kWhprim/m2

De systeemeisen voor energieprestatie zijn technisch haalbaar. Het gaat om huidige gangbare technieken (bijvoorbeeld een HR 107-ketel bij verwarming).

Digitale rekentool

De meest recente Rekentool Energieprestatie Installaties is de versie V1.50 – 2021 11 18. U heeft hiervoor een activatiecode nodig, die vraagt u aan via ons contactformulier. Deze code is geldig tot 10 maart 2023. De nieuwe versie heeft geen inhoudelijke of functionele wijzigingen ten opzichte van de oude versie van 13 januari 2021.

Let op: de activatiecode van de oude versie van de rekentool (V1.50 – 2021 01 13) verviel op 10 maart 2022. Via hetzelfde contactformulier vraagt u een nieuwe activatiecode aan.

Download de nieuwe versie van de rekentool Energieprestaties Installaties

Controle en documentatie

De EPBD III schrijft voor dat de energieprestatie van technische bouwsystemen wordt gecontroleerd en gedocumenteerd, als deze nieuw geïnstalleerd, vervangen of verbeterd worden. De installateur moet de documentatie aan de gebouweigenaar afgeven. Deze kan daarvoor gebruik maken van een standaard documentatieformat. Dit wordt opgenomen in de digitale Rekentool Energieprestatie Installaties voor de berekening van de energieprestatie van technische bouwsystemen. In de EPBD III-regeling worden eisen opgenomen waaraan de documentatie minimaal moet voldoen.

De documentatie bevat tenminste de volgende gegevens:

  • naam, adres en woonplaats opdrachtgever;
  • adres en plaats gebouw waar het technisch bouwsysteem zich in, op, aan of bij bevindt;
  • soort gebouw waar het technisch bouwsysteem zich in, op, aan of bij bevindt: woning of overig;
  • naam en registratienummer installateur of naam, adres en woonplaats van de opsteller van het document;
  • soort technisch bouwsysteem;
  • type en serienummer van (componenten) van het technische bouwsysteem. Of bij het ontbreken van dergelijke gegevens: een nauwkeurige omschrijving van de locatie waar het technisch bouwsysteem zich in het gebouw bevindt;
  • beschrijving van de verrichte werkzaamheden aan technisch bouwsysteem;
  • berekende waarde voor de energieprestatie;
  • datum werkzaamheden;
  • ondertekening door de installateur.

Zelfregulerende apparatuur

De EPBD III vereist dat er zelfregulerende apparatuur wordt aangebracht voor het reguleren van de temperatuur in aparte verblijfruimtes. De zelfregelende apparatuur moet automatisch de verwarmings- en koelingsoutput aanpassen bij wisselingen in de binnentemperatuur en op basis van andere parameters, zoals vooraf ingevoerde instellingen.

Voorbeelden van apparatuur die aan de eisen voldoet, zijn:

  • een thermostatische radiatorknop
  • een kamerthermostaat
  • een thermostaat van een ventilatorconvector
  • gebouwautomatiserings- en controlesystemen die de temperatuur reguleren per verblijfsruimte of -gebied

Deze verplichting is van toepassing bij nieuwbouw en bij bestaande bouw, wanneer één van de centrale warmtegeneratoren of een derde of meer van de afgiftelichamen (meestal radiotoren) wordt vervangen. Is het gebouw aangesloten op stadsverwarming? Dan geldt de verplichting wanneer de afleverset wordt vervangen.

De verplichting vervalt als de kosten van de zelfregulerende apparatuur meer dan 20% bedragen van het technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming.

Elektrische verwarmingssystemen

Met ingang van maart 2020 wijzigden 2 punten voor elektrische verwarming:

  1. de vereiste grenswaarde voor systeemrendement en
  2. de vereiste temperatuurregeling per ruimte.

Deze wijzigingen zorgen ervoor dat elektrische centrale verwarmingssystemen met elektrische weerstandsverwarming niet is toegestaan. Hiermee voldoet u namelijk niet aan de gewijzigde eisen van de EPBD III. Met elektrische centrale verwarmingssystemen bedoelen we de combinatie van een elektrische opwekker, een distributiesysteem en een afgiftesysteem.

Wat is wel toegestaan?

Elektrische lokale verwarmingssystemen met temperatuurregeling per ruimte zijn wel toegestaan. Deze vallen sinds enkele jaren onder de ECO-designeisen van de Europese Unie. Dit zijn systemen zonder de combinatie van een elektrische opwekker, een distributiesysteem en een afgiftesysteem. Een voorbeeld hiervan zijn infrarood panelen en elektrische radiatoren met temperatuurregeling. Aanpassing van het Bouwbesluit is niet nodig, omdat veel van deze systemen al toegestaan zijn volgens de ECO-designeisen. Ze bieden een goed alternatief voor centrale verwarmingssystemen met weerstandsverwarming.

Waterzijdig inregelen (WZI)

De herziene EPBD-regeling vereist dat een verwarmingsinstallatie in woningen en utiliteitsgebouwen hydraulisch in balans moet zijn (waterzijdig ingeregeld). Dit is vereist:

  • na vervanging van de warmteopwekker(s) of
  • wanneer 1/3 van de afgiftelichamen (meestal radiatoren) wordt geplaatst, vervangen of verbouwd.

Was de installatie al waterzijdig ingeregeld, of voorzien is van andere mechanismen voor een hydraulische balans, dan hoeft dat niet herhaald te worden.

Als een verwarmingssysteem niet beschikt over een flowregeling is waterzijdig inregelen niet mogelijk en hoeft dit dus ook niet te worden uitgevoerd. Het is aan de installateur om ter plaatse te bepalen of radiatoren/afgiftelichamen beschikken over een bruikbare flowregeling.

Meer informatie over het goed installeren van installaties vindt u via de pagina Installaties goed inregelen.

Gebouwautomatiserings- en controlesystemen

Utiliteitsgebouwen met verwarmings- of airconditioningssystemen met een vermogen van meer dan 290 kW moeten vanaf 2026 zijn voorzien van een gebouwautomatiserings- en controlesysteem (GACS). Deze systemen moeten in staat zijn om:

  • het energieverbruik permanent te controleren, bij te houden, te analyseren en de bijsturing ervan mogelijk te maken;
  • de energie-efficiëntie van het gebouw te toetsen, rendementsverliezen van technische bouwsystemen op te sporen, en de beheerder van de voorzieningen of technische installaties te informeren over de mogelijkheden om dit te verbeteren;
  • de communicatie met verbonden technische bouwsystemen en andere apparaten in het gebouw mogelijk te maken. Ook moeten de systemen interoperabel zijn met technische bouwsystemen van verschillende soorten eigendomstechnologieën, toestellen en fabrikanten.

Vragen over de EPBD III?

Neem contact met ons op

In opdracht van:
  • Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
  • Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Bent u tevreden over deze pagina?