Welke effecten heeft een windturbine of windpark op de omgeving?
Laatst gecontroleerd op: 30 maart 2026
Bent u initiatiefnemer van een windpark (als ontwikkelaar, provincie of gemeente)? Dan is het belangrijk om te weten wat de effecten kunnen zijn op de omgeving. Denk aan geluid, schaduw of gevolgen voor natuur en landschap. Op deze pagina vindt u belangrijke informatie over de regels die daarvoor gelden. En leest u waar u nog meer rekening mee moet houden.
Geluid
Windturbines maken geluid. Dit komt vooral door de draaiende rotorbladen (aerodynamisch geluid) en in mindere mate door de techniek in de turbine, zoals de generator (mechanisch geluid). In een rustig buitengebied valt het geluid sneller op dan in een stad of bij een drukke weg met veel achtergrondgeluid. Als windparkontwikkelaar moet u rekening houden met mogelijke gezondheidseffecten door geluid.
Hoeveel geluid uw windturbine veroorzaakt, hangt onder andere af van:
- hoe snel de bladen ronddraaien;
- de windrichting;
- het weer;
- hoe druk het in de omgeving is.
Welke regels gelden voor u?
Langdurig geluid kan invloed hebben op de nachtrust en het welzijn van omwonenden. Daarom zijn er regels voor het geluidsniveau bij woningen. Als windparkontwikkelaar moet u technieken toepassen om het geluid te beperken. Dankzij technische aanpassingen maken nieuwe turbines vaak minder geluid dan oudere turbines.
Onderzoek van het RIVM uit 2021 laat zien dat sommige mensen stress ervaren of slechter slapen door het geluid, terwijl anderen er weinig last van hebben. Laagfrequent geluid (lage tonen) veroorzaakt volgens dit onderzoek geen extra hinder. Ook blijkt dat mensen vaak minder last ervaren als ze al vroeg konden meedenken over de plannen voor windturbines.
Gezondheid
Als windparkontwikkelaar moet u omwonenden goede informatie geven over mogelijke gezondheidseffecten van windturbines. Tijdens de bouw en het transport kan er tijdelijk wat fijnstof in de lucht komen, maar dit is meestal beperkt en het duurt niet lang.
Sommige mensen denken dat windturbines veel bisfenol A (BPA) uitstoten. BPA is een stof die in sommige kunststof onderdelen zit. Onderzoek in Flevoland laat zien dat er maar weinig BPA vanuit windturbines in de omgeving terechtkomt. En dat windturbines nauwelijks bijdragen aan de totale BPA-uitstoot. Enkele cijfers:
- Jaarlijks dragen windturbines ongeveer 0,0005% bij aan alle microplastics in Nederland.
- Een turbine stoot gemiddeld 0,2 gram BPA per jaar uit.
- Deze hoeveelheid is verwaarloosbaar vergeleken met andere bronnen, zoals huishoudelijk afvalwater.
- De concentratie BPA in de lucht direct achter de bladen is bijvoorbeeld 0,005 nanogram per m³, dus extreem laag.
Slagschaduw
Draaiende bladen kunnen bewegende schaduwen veroorzaken op woningen en gebouwen (slagschaduw). Dit gebeurt als de zon achter de turbine staat. Het kan binnen (kort) donker worden, wat soms hinder en irritatie veroorzaakt voor omwonenden.
Hoeveel slagschaduw er is, hangt af van de hoogte en positie van de turbine, de stand van de zon en het seizoen. In Nederland zijn er regels die bepalen hoeveel uur per jaar een woning slagschaduw mag krijgen. Moderne windturbines kunnen automatisch tijdelijk stoppen als de schaduw te veel hinder geeft.
Als windparkontwikkelaar kunt u systemen in uw turbines inbouwen, die de windturbine automatisch stilzetten om hinder door schaduw te beperken.
Veiligheid
Windturbines moeten veilig zijn voor de omgeving. Als windparkontwikkelaar of beheerder controleert u de turbines regelmatig. En zorgt u dat ze veilig blijven. De vergunningverlener (gemeente, provincie of Rijksoverheid) controleert of u zich aan deze regels houdt.
Toch bestaan er enkele zeldzame risico’s:
- Afbrekende bladen: in erg uitzonderlijke gevallen kan een blad breken.
- IJsafzetting: in de winter kan ijs op de bladen loskomen en enkele tientallen meters ver vliegen.
- Omvallen van turbines: erg zeldzaam, bijvoorbeeld door extreme storm of constructiefouten.
Om deze risico’s te beperken, zijn er strenge regels voor de afstand tot huizen, wegen en andere infrastructuur. Moderne turbines worden bovendien doorlopend gecontroleerd en goed onderhouden. Sommige windturbines hebben ook een verwarming in hun bladen om ijsvorming te voorkomen.
Dieren en planten
Windparken kunnen invloed hebben op dieren en planten. Daarom moet u als windparkontwikkelaar rekening houden met de natuur en bepaalde regels volgen. Voor de bouw van een windpark moet u eerst ecologisch onderzoek laten doen. Op basis daarvan moet u misschien maatregelen nemen. Bijvoorbeeld:
- Vogels en vleermuizen kunnen tegen de bladen vliegen, vooral op hun trek- of vliegroute. Vleermuizen kunnen ook slachtoffer worden door onderdruk die ontstaat direct achter de draaiende rotorbladen. Als vleermuizen daar vliegen, overleven zij dat meestal niet. Met deze trek- of vliegroute moet u rekening houden voordat u uw windturbines plaatst. Het zou kunnen dat u uw windturbines tijdelijk moet stilzetten tijdens vogeltrek.
- Wegen en funderingen kunnen het leefgebied van planten en dieren verstoren. Een dier moet bijvoorbeeld steeds asfalt oversteken na de komst van de toegangsweg die bij het windpark hoort.
- Geluid, verlichting en schaduw kunnen dieren in de omgeving verstoren. Daarom moet u uw turbine mogelijk zo instellen dat de rotorbladen minder snel ronddraaien. Of u moet de verlichting beperken.
Landschap
Windturbines zijn zichtbaar in het landschap. Het verschilt per persoon hoe storend mensen dit vinden. Als windparkontwikkelaar moet u rekening houden met het zicht op de turbines voor omwonenden. Het hangt ook af van de locatie en omgeving:
- In open landschappen vallen windturbines meer op.
- Bij industrieterreinen, in het bos of langs wegen vallen windturbines minder op.
Hoe groot het effect is, hangt af van de hoogte, opstelling en afstand tot huizen. Als windparkontwikkelaar bekijkt u welke maatregelen u kunt en moet nemen. Bijvoorbeeld rijen bomen of struiken plaatsen rond de windturbines. Of de turbines op plekken neerzetten waar ze minder opvallen. Hierdoor zorgt u voor zo min mogelijk verstoring van het landschap.
Cultuur en archeologie
De bouw van windparken kan invloed hebben op plekken die belangrijk zijn voor de geschiedenis van de cultuur en archeologische vindplaatsen. Daarom moet u als windparkontwikkelaar voor de bouw van een windpark eerst archeologisch onderzoek doen. Zo beschermt u belangrijke plekken en zorgt u dat ze veilig blijven.
- Uitzichten die horen bij historische plekken of monumentale landschappen kunnen veranderen.
- Funderingen van windparken, wegen en kabels kunnen archeologische plekken raken.
Milieu
Als windparkontwikkelaar moet u duidelijk in beeld brengen wat de milieueffecten zijn van uw windpark. De gemeente of provincie controleert of alle onderzoeken goed zijn uitgevoerd en besluit of het windpark er kan komen of niet.
- Voor een windpark met 20 of meer turbines moet u een volledig milieueffectrapport (MER) laten maken.
- Voor 3 tot 19 turbines bekijkt de overheid of een volledig MER nodig is.
- Voor 1 of 2 windturbines is een MER vaak niet nodig, behalve als de turbines op gevoelige locaties staan (bijvoorbeeld natuurgebieden).
- Voor alle projecten moet u een Onderbouwing Fysieke Leefomgeving (OFLO) aanleveren. Deze toelichting komt in het omgevingsplan, met de rapporten van de uitgevoerde onderzoeken.
Vragen over windenergie op land?
- Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Uitgelicht

Copyrightinformatie
Bekijk uw mogelijkheden bij netcongestie
Elektriciteitsnet vol?