Open voor aanvragen

STOZ: Voorwaarden

Gepubliceerd op:
18 april 2024
Laatst gecontroleerd op:
14 mei 2024

Een aanbieder van zorg of ondersteuning (Wmo 2015, Zvw, Wlz, Jeugdwet of Wpg) kan in samenwerking met een of meerdere inkopers (gemeenten, zorgverzekeraars, zorgkantoren) en met andere aanbieders een aanvraag indienen. 

Om voor subsidie in aanmerking te komen, gelden onderstaande voorwaarden.

Voorwaarden implementatiestart

  1. De aanvrager is een aanbieder van zorg of ondersteuning volgens de Wmo 2015, Zvw, Wlz , Jeugdwet of Wpg.
  2. De aanvrager maakt in een beknopt plan van aanpak duidelijk op welke manier de aanvrager tot een gedragen strategie komt over de inzet van digitale of hybride processen van zorg of ondersteuning. De doorvertaling daarvan beschrijft de aanvrager in een concreet implementatieplan.
  3. De aanvrager maakt duidelijk hoe kennis en ervaringen van andere aanbieders benut worden, hoe zorg- of ondersteuningsmedewerkers en cliënten én de inkoper betrokken worden.
  4. De aanvrager geeft inzicht in de beoogde samenwerkingspartners en de manier waarop de samenwerking kan worden vormgegeven.
  5. De aanvrager levert bij betrokkenheid van een externe adviesorganisatie of kennisinstelling (indien van toepassing) een offerte van deze partij.  
  6. De aanvrager geeft een de-minimisverklaring af.  
  7. De looptijd van een project is maximaal 3 jaar.

Voorwaarden opschalings- of evaluatieroute

  1. De aanvrager is:
    1. een aanbieder van zorg of ondersteuning volgens de Wmo 2015, Zvw, Wlz, Jeugdwet of Wpg (alleen van toepassing hieronder bij 2a, 2b en 2c); óf  
    2. geen aanbieder van zorg of ondersteuning, maar een rechtspersoon zonder winstoogmerk als penvoerder van een samenwerkingsverband (alleen van toepassing hieronder bij 2d).
  2. De aanvrager dient de aanvraag in als:
    1. clusterorganisatie van een innovatiecluster dat bestaat uit ten minste een aanbieder en een inkoper;
    2. individuele aanvrager die bestaat uit ten minste een aanbieder en een inkoper;
    3. penvoerder van een samenwerkingsverband dat bestaat uit ten minste 2 aanbieders en een inkoper;
    4. penvoerder van een samenwerkingsverband dat bestaat uit ten minste 5 aanbieders en een inkoper.
  3. Het project heeft tot doel om zorg- of ondersteuningsprocessen anders te organiseren zodat:
    1. er substantieel minder inzet van zorg- of ondersteuningsmedewerkers is of dat de te verrichten arbeid minder zwaar wordt; en/of
    2. mensen met een chronische ziekte of beperking, of een groot risico hierop, langer thuis kunnen blijven wonen door een aanbod van aanvullende mogelijkheden met gelijkblijvende of verminderde inzet van zorg- of ondersteuningsmedewerkers.
  4. Het projectplan is gericht op:
    1. het implementeren en/of op grotere schaal toepassen van digitale of hybride processen van zorg of ondersteuning;
      1. Voor de opschalingsroute gaat het om een toepassing die op het STOZ-overzicht staat.
      2. Voor de evaluatieroute geldt dat de beoogde toepassing is ingezet bij minimaal 3 aanbieders, bij elk 20 cliënten/mantelzorgers of zorg- of ondersteuningsmedewerkers en dat de inzet substantiële impact heeft gehad op ten minste een van de 2 doelen uit de regeling.
      3. Voor de evaluatieroute geldt dat een evaluatieonderzoek en waardebepaling wordt uitgevoerd waarvan de uitkomst bij de vaststellingsaanvraag wordt overlegd.
    2. het structureel inbedden van de inzet van digitale of hybride processen van zorg of ondersteuning in de reguliere werkprocessen;
    3. het opleiden van zorg- of ondersteuningsmedewerkers;
    4. het ondersteunen van cliënten en/of mantelzorgers bij het gebruik;
    5. het borgen van digitale of hybride processen van zorg of ondersteuning in inkoop- en contractafspraken met inkopers.
  5. De looptijd van een project is maximaal 3 jaar.
  6. De betrokken partijen zijn in staat om het eigen aandeel in de projectkosten te financieren.  
  7. Er is een verklaring tot samenwerking en financiering eigen aandeel tussen aanbieder en inkoper en eventueel andere deelnemers.
  8. De inkoper is de gehele subsidieperiode betrokken.
  9. De projectdeelnemers nemen actief deel aan kennisdeling.
  10. Er is geen subsidie verstrekt voor dezelfde activiteiten via een andere regeling.

Tip bij aanvragen

  • Is uw organisatie een grote organisatie volgens de mkb-toets? Dan kunt u het beste aanvragen als een individuele aanvrager in samenwerking met een inkoper, zoals beschreven in voorwaarde 2a.
  • Is uw organisatie geen grote organisatie volgens de mkb-toets? Dan kunt u het beste aanvragen als een individuele aanvrager of in samenwerking met andere kleinere aanbieders van zorg of ondersteuning samen met een inkoper, zoals beschreven in voorwaarde 2b of 2c. 
  • Wilt u aanvragen en bent u geen aanbieder van zorg of ondersteuning? Dan kunt u alleen aanvragen als penvoerder van een samenwerkingsverband met minimaal 5 aanbieders en een inkoper, zoals beschreven in voorwaarde 2d. 

Doe de mkb-toets

Niet subsidiabel

U kunt geen subsidie krijgen voor het implementeren en opschalen van digitale en hybride processen als deze zich primair richten op het uitwisselen van gegevens. Voorbeelden hiervan zijn informatiesystemen zoals elektronische patiëntendossiers of persoonlijke gezondheidsomgevingen.

Toelichting staatssteun

De regeling maakt gebruik van de de-minimisverordening voor de implementatieroute en de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) voor de opschalingsroute en evaluatieroute.  

Implementatieroute en de-minimis

De de-minisverordening wordt gebruikt bij relatief lage steunbedragen. De beperkte steun is per 1 januari 2024 maximaal € 300.000 per onderneming over 3 fiscale jaren. Om subsidie voor de implementatiestart te krijgen, moet de aanvrager verklaren dat de aanvrager in 3 jaar tijd niet meer dan € 300.000 heeft ontvangen vanuit andere subsidies binnen de de-minimis vrijstelling (inclusief de gevraagde subsidie voor de implementatieroute).

Lees de-minimisverordening

Opschalingsroute, evaluatieroute en AGVV

Voor de opschalingsroute en evaluatieroute zijn artikel 27 Investeringssteun en exploitatiesteun, artikel 29 Steun voor proces- en organisatie-innovatie en artikel 31 Opleidingssteun van toepassing.

Deze artikelen kennen verschillende subsidiepercentages (artikel 29) afhankelijk van de omvang (groot of mkb) van de deelnemende organisaties. Daarnaast ontvangen niet alle deelnemers in een samenwerkingsverband subsidie over gelijke activiteiten en kosten (artikel 27).

Lees de AGVV

In opdracht van:
  • Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport
Bent u tevreden over deze pagina?