Conditionaliteiten GLB 2026
Vraagt u subsidie aan uit het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB)? Dan houdt u zich aan de conditionaliteiten. Deze zijn belangrijk voor het verbeteren van onder andere klimaat, biodiversiteit en dierenwelzijn.
Voor wie
U houdt zich aan de conditionaliteiten als u (één van) deze GLB-subsidies heeft aangevraagd:
- Basispremie en extra betaling eerste 40 hectare
- Eco-regeling
- Extra betaling jonge landbouwers 2026
- Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer
- Behoud van zeldzame landbouwhuisdierrassen
Biologische teelt
Teelt u biologisch of is (een deel van) uw bedrijf in omschakeling naar biologische teelten dan heeft u vrijstelling van GLMC 1, 3, 4, 5, 6, 7 en 10. Voorwaarde: (een deel van) uw bedrijf is biologisch gecertificeerd of geregistreerd als bedrijf in omschakeling bij Skal. De vrijstelling geldt voor de percelen waarop u de biologische productiemethode toepast.
Alle conditionaliteiten op een rij
De conditionaliteiten bestaan uit normen (regels) en eisen. We noemen ze ook wel Goede landbouw- en milieucondities (GLMC's) en beheereisen.
In de uitklapmenu's leest u een korte beschrijving per GLMC en beheereis.
Blijvend grasland houdt koolstof vast en voorkomt CO2-uitstoot. Dat zorgt voor een beter klimaat. Ook draagt het bij aan biodiversiteit.
In Nederland is ongeveer 42% van het totale landbouwareaal blijvend grasland. Ieder jaar meten we landelijk hoeveel blijvend grasland er is en vergelijken dit met het referentiejaar 2018. Het percentage blijvend grasland in Nederland mag niet meer dan 10% dalen vergeleken met 2018. Tot 2026 was dit 5%.
Bij een te grote daling van de oppervlakte blijvend grasland voeren we maatregelen in, zoals een omzetverbod of herstelplicht op bedrijfsniveau. Het aandeel blijvend grasland van 2025 is eind maart 2026 bekend.
| Percentage grasland (%) | Verschil met 2018 | |
| Referentiejaar 2018 | 42,56 | |
| 2023 | 42,33 | - 0,55 |
| 2024 | 42,68 | + 0,12 |
Als veen niet in contact komt met de buitenlucht blijven kooldioxide en voedingsstoffen in de bodem. Dat zorgt voor biodiversiteit en een beter klimaat.
- U houdt zich aan het peilbesluit. Dit geldt voor alle veengronden.
-
Percelen blijvend grasland op veengronden moeten blijvend grasland blijven. En daar geldt een omzetverbod.
Uitzondering: u mag percelen blijvend grasland op veengrond omzetten naar natte teelten door het waterpeil te verhogen. De natte teelten zijn: azolla, cranberry, lamsoor, lisdodde, riet, wilde rijst, zeekraal.
- Ploegen mag alleen als u het grasland vernieuwt.
- Wat nu al bouwland is, mag bouwland blijven.
- Bouwland op veengrond mag u niet dieper dan 40 centimeter ploegen.
Stoppels zijn de onderste delen van een halm of stengel. Door ze te laten staan, houdt u organische stoffen in de bodem. Dit verbetert de bodemkwaliteit en biodiversiteit.
Heeft u gemaaid of geoogst en blijven er stoppels staan? Dan mag u de stoppels niet verbranden. Heeft u een vergunning om plantenziektes te bestrijden? Dan heeft u vrijstelling.
Op een verplichte bufferstrook mag u geen mest of gewasbeschermingsmiddelen en/of biociden gebruiken. Dit verbetert de kwaliteit van het oppervlaktewater.
Waterlopen
In Mijn percelen vindt u een kaartlaag Waterlopen. Daarin ziet u welke van de 9 types waterlopen u heeft. Het type waterloop bepaalt hoe breed uw bufferstrook moet zijn.
Bufferstroken
Voor bufferstroken gelden allerlei regels. Bijvoorbeeld over hoe breed de bufferstrook moet zijn. Of wat u moet doen als de teeltvrije zone breder is dan de bufferstrook. In sommige gevallen kunt u gewassen op een bufferstrook alleen chemisch bestrijden. Welke gewassen dit zijn leest u op Bufferstroken.
Hoe minder erosie hoe vruchtbaarder de bodem.
Deze norm geldt alleen in een aangewezen gebied in de regio Limburg. Erosie veroorzaakt meer afspoeling van water en grond. Dit is op lange termijn niet goed voor de vruchtbaarheid van de bodem.
Om erosie te voorkomen, zijn onder andere deze maatregelen verplicht:
- U bewerkt de grond minimaal 15 centimeter diep.
- U wist trekker- en karresporen.
- Een perceel met een hellingspercentage van 18% of meer gebruikt u uitsluitend als grasland of als wijndruiventeelt met gras als ondergroei.
Heeft u percelen met een hellingspercentage van 2% of meer en een hellinglengte van 50 meter of meer? Dan moet u ondiep ploegen, het mulch-systeem toepassen en maatregelen en buffervoorziening melden.
Met een minimale bodembedekking beschermt u de bodem en zorgt u ervoor dat voedingstoffen in de bodem blijven.
Zomer
In de zomer zaait u uiterlijk 15 juni een groenbemester in op een perceel dat uit productie is genomen. Deze groenbemester laat u staan tot minimaal 31 augustus. U mag de bodem tussen 15 juni en 31 augustus ook bedekken met gewasresten. Bijvoorbeeld met stoppels. En spontane opkomst mag ook als het minimaal 80% van het perceel bedekt. Voor deze norm geldt voor een deel vrijstelling voor ANLb en specifiek beheer.
Herfst en winter
In de herfst en winter zijn er 3 regels voor bodembedekking:
- Vanaf 16 september tot 1 februari mag u grasland of blijvende teelt niet vernietigen. Er zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld als u na het vernietigen bloembollen teelt.
- Het is verplicht om na mais een vanggewas te telen tot 1 februari. Dit doet u op zand en löss en aangewezen klei en veengronden. Dat leest u ook in de mestwetgeving.
- Op kleigronden is tussen 1 augustus en 30 november minimaal 80% van het bouwland op uw bedrijf minimaal 8 weken bedekt met een bodembedekker. De bedekking kan bestaan uit een gewas, vanggewas, stoppels, mulchen, plantenresten of groenbemester. Dit hoeft niet aaneengesloten. Uitzondering: Deze laatste regel geldt niet voor bedrijven met gewasdiversificatie op zware kleigrond in de streek Oldambt en het eiland Hoeksche Waard. Wintergewassen zijn wintertarwe, wintergerst, winterkoolzaad en winterraapzaad.
Gewasrotatie is goed voor de bodemgezondheid. Het maakt de bodem weerbaarder tegen ziektes en verbetert de bodemstructuur.
Aan deze 3 regels moet u zich houden:
- U teelt elk jaar op minimaal 1/3 van uw bouwland een ander gewas als hoofdteelt (andere gewascode) vergeleken met het vorige jaar. Of u teelt een of meer volgteelten (andere gewassoort) na de hoofdteelt. Het 1/3 deel waarop u moet roteren is het deel van de totale oppervlakte van uw bouwland. Inclusief de vrijgestelde oppervlakte.
- U teelt op uw percelen eens per 4 jaar een ander gewas als hoofdteelt.
- U teelt op zand- en lössgrond in de periode van 1 januari 2023 tot 1 januari 2027 één keer een rustgewas als hoofdteelt. Of u combineert teelten als rustgewas. Wilt u weten wanneer er voor het laatst een rustgewas op uw perceel is geteeld? Lees meer op Rustgewassen.
Uitleg, voorbeelden en informatie over vrijstelling vindt u op Gewassen op bouwland roteren (GLMC 7).
Het in stand houden van leefgebieden voor dieren en planten verbetert de biodiversiteit.
U houdt zich aan deze regels:
- U houdt de landschapselementen in stand.
- U snoeit niet in een broedperiode. Niet alle vogelsoorten broeden tegelijk.
Blijvend grasland houdt koolstof vast en voorkomt CO2-uitstoot. Daarmee versterkt u de biodiversiteit.
Ecologisch kwetsbaar blijvend grasland is blijvend grasland in Natura2000-gebieden waarvoor de habitatrichtlijn geldt. U mag dit niet zomaar ploegen en omzetten. Dit mag alleen als het nodig is om het grasland om te zetten naar blijvende natuur. Houd dan rekening met voorwaarden vanuit lokale beheerplannen.
Habitatrichtlijn
Heeft u grasland in Natura 2000-gebieden uit de vogelrichtlijn en de habitatrichtlijn? Dan gelden de regels vanuit het beheerplan van de provincie voor het Natura 2000-gebied.
Op een verplichte bufferstrook mag u geen mest of gewasbeschermingsmiddelen en/of biociden gebruiken. Hiermee draagt u bij aan de kwaliteit van het oppervlaktewater.
In sommige gevallen kunt u bepaalde gewassen en invasieve exoten alleen chemisch bestrijden. Eén van de voorwaarden is dat er geen geschikt alternatief is voor chemische bestrijding. Ook blijft de nationale regelgeving gelden.
Lang droogvallende waterloop
Een lang droogvallende waterloop is een sloot die tussen 1 april en 1 oktober droog staat. De bufferstrook is altijd 1 meter breed bij deze sloten. Staat de sloot het hele jaar droog? Dan hoeft u geen rekening te houden met de verplichte bufferstrook. Lees meer over de regels op Bufferstroken.
Beheereisen
Het waterschap en het Rijk hebben regels voor het oppompen, laten stijgen of bevloeien van grondwater en zoet oppervlaktewater. Controleer bij het Omgevingsloket of u een melding moet doen of een vergunning moet aanvragen. Ga na wat de verdere regels zijn. Neem hierover contact op met uw waterschap of met het omgevingsloket.
Mijn Waterschap Omgevingsloket
Fosfaten
Beheer van verspreiding van fosfaten maakt ook onderdeel uit van beheereis 1 (Kaderrichtlijn Water). De maatregelen hiervoor leest u in de uitvoeringsregeling onder beheereisen 2 t/m 8.
Met deze eis beschermt u het grondwater tegen gevaarlijke stoffen. Het is bijvoorbeeld verboden om dierlijke meststoffen, zuiveringsslib of stikstofkunstmest te gebruiken op natuurterrein en bevroren of besneeuwde grond. En het is bijvoorbeeld verplicht om op zand- en lössgrond na mais een vanggewas te telen.
U bent verplicht Natura 2000-gebieden in stand te houden. Dat doet u door de aanschrijvingsbevoegdheid, het toegangsbeperkingsbesluit of de gedoogplicht.
Lees meer over de vogel- en habitatrichtlijn op de site van B12
U bent verplicht Natura 2000-gebieden in stand te houden. Dat doet u door de aanschrijvingsbevoegdheid, het toegangsbeperkingsbesluit of de gedoogplicht.
Lees meer over de vogel- en habitatrichtlijn op de site van B12
Dierenwelzijn. U geeft uw dieren veilig voedsel, slaat levensmiddelen goed op en gebruikt diergeneesmiddelen op een juiste manier. U houdt zich aan deze eis om uw dieren gezond te houden. Voor antimicrobiële middelen geldt dat er per diersoort een één-op-één op 1 overeenkomst moet zijn met een dierenarts die regelmatig een bedrijfsbezoek aflegt.
Dierenwelzijn. Voor de gezondheid van uw dieren is het verboden om bepaalde stoffen met hormonen te gebruiken. Bijvoorbeeld groeihormonen of hormonen voor een hogere productie. Een dierenarts mag deze hormonen wel toedienen als dit voor het welzijn van het dier is.
Het gebruik is veilig als het middel is toegelaten in Nederland. En als u het middel gebruikt zoals op het etiket staat geschreven.
Lees meer over toegestane gewasbeschermingsmiddelen op Rijksoverheid
U kunt middelen gebruiken om gewassen te beschermen. Daar zijn wel regels voor. Bijvoorbeeld over hoe u omgaat met gewasbeschermingsmiddelen. En dat u gewasbeschermingsapparatuur op de goede manier gebruikt. Deze eis geldt ook voor de teeltvrije zone in de mestwetgeving.
Dierenwelzijn. U houdt zich aan deze eis om kalveren te beschermen en hun gezondheid goed te onderhouden. Bijvoorbeeld door een veilige inrichting van de stal met voldoende ruimte. Of met apparaten zoals een goed alarm- en noodsysteem. En door zieke kalveren de zorg te geven die ze nodig hebben.
Dierenwelzijn. U beschermt uw varkens door ze bijvoorbeeld genoeg vloerruimte te geven. U verrijkt het hok met voldoende materiaal. U zorgt voor een stabiele groep waar geen agressie is tussen de dieren. En u geeft de varkens genoeg en veilig eten en drinken.
Verrijking en vloerbedekking
Uw varkens beschikken altijd over voldoende materiaal om te onderzoeken en om in te wroeten. Bijvoorbeeld stro, hooi, hout, zaagsel, compost van champignons en turf. Of een mengsel daarvan zolang de gezondheid van de dieren daardoor niet in gevaar komt.
Zeugen en/of gelten hebben in de laatste week voor het werpen voldoende en geschikt nestmateriaal. Tenzij dit in verband met de op het bedrijf gebruikte mengmestmethode technisch niet uitvoerbaar is.
Doe de hokverrijking-check van Wageningen University & Research
Dierenwelzijn. U houdt zich aan deze eis om landbouwhuisdieren te beschermen. U geeft de dieren bijvoorbeeld genoeg ruimte om zich te bewegen. U zorgt voor een goed klimaat en verlichting in de stal. En u geeft ze de zorg die ze nodig hebben.
Wetten en regels
Wijziging uitvoeringsregeling GLB 2023 Staatscourant 20 januari 2026
De GLMC's vindt u in Bijlage 4 van de uitvoeringsregeling
Beheerseisen 1 tot en met 11 vindt u in Bijlage 3 van de uitvoeringsregeling
Beheerseis 12 vindt u in Bijlage 4a Uitvoeringsregeling GLB 2023
Controles
Wij doen het hele jaar controles. Bijvoorbeeld door percelen en gewassen te monitoren met het Areaal Monitoring Systeem (AMS). Houdt u zich niet aan de conditionaliteiten? Dan krijgt u een korting op de uitbetaling van uw subsidie(s).
Samen met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleren wij of u zich aan de conditionaliteiten houdt. De NVWA geeft het aan ons door als u dit niet doet. U kunt meerdere controles krijgen. Wij controleren ook samen met de volgende organisaties:
- het waterschap
- de gemeente
- de provincie
- de politie
- het Controle Orgaan Kwaliteits Zaken (COKZ)
- Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID)
De standaardkorting is per overtreding 3% van uw uitbetaling voor de basispremie, de extra betaling voor de eerste 40 hectare van uw bedrijf en de eco-regeling. Deze korting geldt ook voor de extra betaling voor jonge landbouwers, het behoud van zeldzame landbouwhuisdierrassen en het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Wij kunnen het percentage verlagen naar minimaal 1% of verhogen naar maximaal 10%. Dit hangt af van de ernst, de omvang en of de overtreding te herstellen is (permanent karakter).
Hogere korting bij herhaling
Overtreedt u dezelfde norm of eis nog een keer? Dan verhogen we de korting naar 10%. Dit kan hoger worden bij een zware overtreding. Wanneer is uw overtreding herhaling? Als de volgende situaties allemaal voor u gelden:
- U overtreedt een norm of eis meer dan één keer binnen 3 jaar.
- U bent eerder op de hoogte gebracht dat u de norm of eis overtreedt.
- U kon de eerdere overtreding stoppen, maar dit heeft u niet gedaan.
Hogere korting bij opzet
Heeft u zich expres niet aan een norm of eis gehouden? Dan is de korting minimaal 15%. We kunnen het percentage verhogen naar 100%. Dit hangt af van de ernst, de omvang en of de overtreding te herstellen is. We zien de volgende situaties als opzet:
- De overtreden wet- en regelgeving bestaat al lange tijd.
- In de norm of eis staat al een direct verband met opzet.
- U kunt zich eenvoudig houden aan de norm of eis.
- U heeft actief gehandeld of juist expres niet gehandeld.
- U bent eerder op de hoogte gebracht dat u de norm of eis overtreedt.
- U houdt zich in grote mate niet aan de norm of eis.
Overtredingen door derden
Als een andere partij werk voor u uitvoert, blijft u verantwoordelijk voor de conditionaliteiten. Overtreedt de andere partij de conditionaliteiten? Dan bepalen de volgende 3 punten of u een korting krijgt:
- welke andere partij u heeft gekozen
- uw instructies aan de andere partij
- uw controle op het werk van de andere partij
Waarschuwing in plaats van korting
Overtreedt u een norm of eis, maar is deze overtreding niet ernstig? En is de overtreding geen direct gevaar voor de gezondheid? Dan kunt u ook alleen een waarschuwing krijgen. U mag de norm, regel of eis binnen 3 jaar dan niet nog een keer overtreden. Anders krijgt u alsnog een korting.
Korting en ANLb
Overtreedt u een norm of eis die een basisvoorwaarde is voor het ANLb? Dan krijgt uw collectief een korting op de ANLb-subsidie. U en/of het collectief krijgen hier apart bericht over. Meer informatie leest u binnenkort op deze pagina.
Korting en zeldzame landbouwhuisdierrassen
Overtreedt u een eis die een basisvoorwaarde is voor het behoud van zeldzame landbouwhuisdierrassen? Zoals de eis Landbouwhuisdieren beschermen? Dan krijgt u een korting.
- Heeft u een klein agrarisch bedrijf (maximaal 10 hectares)? En meldt u zich aan voor het GLB? Voor u vervallen controles en sancties vanuit het GLB rondom de conditionaliteiten. Wel is het verplicht dat u de conditionaliteiten blijft naleven.
- Dit blijft voor u hetzelfde: controles en sancties rond de verplichtingen in de landelijke wet- en regelgeving. Dit gaat bijvoorbeeld over de gezondheid van mensen, dieren, planten, dierenwelzijn en het milieu.
- Ook blijft er controle (en zijn er eventuele sancties) op de overige subsidievoorwaarden voor de regelingen binnen het GLB. Bijvoorbeeld het feitelijk en rechtmatig in gebruik hebben van de grond die u opgeeft.
- Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur




Sociale conditionaliteit (eis 12)
U zorgt voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden voor iedereen die op uw bedrijf werkt. Dit geldt voor vast personeel maar ook voor seizoenarbeiders, loonwerkers, vrijwilligers of ingeleend personeel.