GC4 - Isoleer de verwarmingsleidingen en appendages in niet of beperkt verwarmde ruimtes

Gepubliceerd op:
3 oktober 2023
Laatst gecontroleerd op:
1 november 2023

U kunt warmwaterleidingen en appendages isoleren. De warmte blijft dan in de leiding, in plaats van dat het verloren gaat in de ruimte.

Verwarmd water gaat via leidingen naar de warmte-afgiftesystemen (bijvoorbeeld de radiatoren). De warmwaterleidingen lopen ook door onverwarmde ruimtes. Daar verliezen ongeïsoleerde leidingen veel warmte.

Zijn de leidingen geïsoleerd? Dan hoeft het verwarmingssysteem minder warmte te produceren om de verloren warmte te compenseren. Dit bespaart energie. De besparing hangt af van de diameter van de leiding, de watertemperatuur en het aantal stookuren.

Huidige situatie

Er ontbreekt isolatie om verwarmingsleidingen en appendages in niet of beperkt verwarmde ruimtes, waaronder stookruimtes en vorstvrij gehouden ruimtes.

GC4 - Isoleer de verwarmingsleidingen en appendages in onverwarmde ruimtes - EML

Herkenning

Isolatie om leidingen kunt u op verschillende manieren herkennen:

  • De leiding heeft een grotere leidingdiameter door het isolatiemateriaal.
  • Isolatiemateriaal voor warme leidingen is vaak wit of grijs.
  • Een ongeïsoleerde leiding voelt warm aan als het verwarmingssysteem aan staat. Een geïsoleerde leiding niet.

    Uitvoering

    Isolatiemateriaal aanbrengen bij warmwaterleidingen is makkelijk. Appendages zijn echter lastiger te isoleren. Een oplossing hiervoor is een 'isolatiematras' met klittenband of een rijgkoord. U kunt deze matrassen (die meestal grijs of zilver van kleur zijn) makkelijk op appendages aanbrengen of weghalen. Zo blijven ze bereikbaar voor onderhoud.

    U kunt verschillende materialen gebruiken om leidingen en appendages te isoleren. Voorbeelden zijn PUR (Polyurethaan), EPP (Expanded Poly Propylene), steenwol of glaswol. Dit plaatst u in een gevulde aluminium of roestvaststalen mantel om de leidingen, afsluiters, appendages en flenzen.

    Buisisolatie is er in verschillende diktes. Een wanddikte van 13 millimeter is het minimum. Bij grotere leidingdiameters (vanaf 28 millimeter) kan het zinvol zijn om een grotere isolatiedikte van bijvoorbeeld 25 millimeter aan te houden.

    Isolatie is het meest zinvol in ruimtes die niet of beperkt verwarmd worden. Daaronder vallen ook de stookruimte en ruimtes die enkel vorstvrij worden gehouden. In verwarmde ruimtes draagt het warmteverlies bij aan de verwarming van de ruimte. U kunt leidingen en appendages laten isoleren door een andere partij, maar het is ook goed zelf uit te voeren.

    Doelmatig beheer en onderhoud

    Zorg voor een efficiënte werking en gebruik van isolatiemateriaal om leidingen en appendages in niet of beperkt onverwarmde ruimten, waaronder stookruimtes en vorstvrij gehouden ruimtes:

    • Controleer jaarlijks het isolatiemateriaal rond leidingen en appendages. Zorg dat het goed bevestigd is en herstel het materiaal bij eventuele beschadigingen. Als de leidingen niet vrij toegankelijk zijn, controleer deze dan op een natuurlijk moment.

    Economische randvoorwaarde

    Niet van toepassing.

    Technische randvoorwaarde

    Voor Glastuinbouw

    De ruimte wordt verwarmd door middel van een verwarmingsketel.

    Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment)

    Ja

    Bent u tevreden over deze pagina?