Afrikaanse dwergrelmuis

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Holden-Musser et al., 2016)
Familie Gliridae
Subfamilie Graphiurinae
Genus Graphiurus
Soort Graphiurus murinus
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • kop-romp: 87-117 mm
  • staart: 72-89 mm
Gewicht 24-34 g
Dieet Omnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Oost- en Zuid-Afrika, van Centraal- en Zuidwest-Ethiopië gefragmenteerd naar het zuiden door West- en Zuidoost-Kenia, Oost- en Zuidwest-Oeganda, West-Rwanda, West-Burundi, Tanzania, Noord-Malawi, Noordoost-Zambia, Oost-Zimbabwe en Zuidwest-Mozambique tot Noordoost-, Zuidoost- en Zuid-Afrika, Zuid-Swaziland en Lesotho.
  • Habitat: Bosgebied van zeeniveau tot ongeveer 4100 m hoogte. Afro-montaan, Afro-alpine, hoogveld en mozaïekbos langs de kust.
Levensverwachting 6 jaar
IUCN-status “Least Concern”
CITES Niet vermeld

Risicoklasse C

Bij de Afrikaanse dwergrelmuis zijn in twee risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Hierdoor valt de Afrikaanse dwergrelmuis in risicoklasse C.

Samenvatting beoordeling van de Afrikaanse dwergrelmuis

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij de Afrikaanse dwergrelmuis is het hoog-risico zoönotische pathogeen Leptospira interrogans aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade   De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname   In deze risicocategorie zijn geen risicofactoren van toepassing.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Afrikaanse dwergrelmuizen gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Afrikaanse dwergrelmuizen leven arboreaal en hebben hoogte-elementen nodig.
Thermoregulatie X De Afrikaanse dwergrelmuis is aangepast aan een tropisch, subtropisch, en een droog tropisch en subtropisch klimaat.
Sociaal gedrag   In deze risicocategorie zijn geen risicofactoren van toepassing.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij de Afrikaanse dwergrelmuis is het hoog-risico zoönotische pathogeen Leptospira interrogans aangetoond (Katakweba et al., 2012). Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van de grootte en morfologie van Afrikaanse dwergrelmuizen is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens (Holden-Musser et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De Afrikaanse dwergrelmuis is een omnivoor (Holden-Musser et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2   De Afrikaanse dwergrelmuis heeft geen hypsodonte gebitselementen (Holden-Musser et al., 2016; Lobprise & Dodd, 2019). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3   De activiteit van Afrikaanse dwergrelmuizen is afhankelijk van het voedselaanbod, ze leggen voedselvoorraden aan, en Gliridae kunnen lange perioden inactief zijn, zonder schadelijke fysiologische consequenties (Holden-Musser et al., 2016; Mzilikazi et al., 2012). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V4   Het dieet van Afrikaanse dwergrelmuizen bestaat uit insecten, ongewervelde dieren, zaden, gebladerte, bloemen, fruit en soms kleine gewervelden (Holden-Musser et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Afrikaanse dwergrelmuizen hebben een home range van gemiddeld 2514 ± 1205 m2 (Madikiza et al., 2011). Er is sprake van overlap tussen territoria en geen territorialiteit (Holden-Musser et al., 2016; Madikiza et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R2 X Afrikaanse dwergrelmuizen gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen (Holden-Musser et al., 2016; Madikiza et al., 2011; Madikiza et al., 2019). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over een sterke, blindelingse vluchtreactie, maar het bestaan hiervan wordt ook niet aannemelijk geacht, gezien de Afrikaanse dwergrelmuis een behendige klimmer is (Holden-Musser et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4   Afrikaanse dwergrelmuizen gebruiken natuurlijke schuilplaatsen (Holden-Musser et al., 2016; Madikiza et al., 2010). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R5 X Afrikaanse dwergrelmuizen leven voornamelijk arboreaal en maken gebruik van hoogte-elementen, zoals rotsen, in boomloze gebieden (Holden-Musser et al., 2016). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X Afrikaanse dwergrelmuizen komen voor in verschillende klimaten, namelijk in een subtropisch klimaat, een tropisch klimaat en een droog tropisch en subtropisch klimaat (Cassola & Child, 2016; Schultz, 2005). De gemiddelde temperatuur in een subtropisch klimaat ligt in de koudste maanden normaal gesproken niet onder de 5 °C. De absolute minimumtemperatuur in de winter kan gedurende korte periodes sterk afnemen tot onder het vriespunt. De gemiddelde maandelijkse temperatuur ligt in de warmste maanden boven de 18 °C, maar komt zelden boven de 20 °C uit. De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is maximaal 800-900 mm (Schultz, 2005). De Afrikaanse dwergrelmuis heeft vanwege de geringe lichaamsgrootte hoge energiekosten voor de thermoregulatie en gaan in torpor wanneer de omgevingstemperatuur onder de 10 °C komt (Holden-Musser et al., 2016; Mzilikazi et al., 2012).

De Afrikaanse dwergrelmuis is aangepast aan een tropisch, subtropisch, en een droog tropisch en subtropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.
T2   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het gebruik van zoel-, koel-, of opwarmplaatsen. Het gebruik hiervan wordt ook niet aannemelijk geacht, omdat Afrikaanse dwergrelmuizen nachtdieren zijn (Holden-Musser et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Afrikaanse dwergrelmuizen gaan in torpor, maar houden geen obligate winterslaap (Holden-Musser et al., 2016; Madikiza et al., 2010; Mzilikazi et al., 2012). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Afrikaanse dwergrelmuizen hebben een hoofdzakelijke solitaire leefwijze (Holden-Musser et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2   Afrikaanse dwergrelmuizen leven hoofdzakelijk solitair, maar mannetjes kunnen gezamenlijk een nestkast delen tijdens de reproductieperiode en de winterslaap. Er is geen sprake van een dominantiehiërarchie (Holden-Musser et al., 2016; Madikiza et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S3   Vrouwtjes krijgen over het algemeen één nest per jaar, maar kunnen twee nesten per jaar hebben (Madikiza et al., 2019). Vrouwtjes krijgen per worp tot 6 jongen (Holden-Musser et al., 2016). Afrikaanse dwergrelmuizen hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Cassola, F., & Child, M. F. (2016). Graphiurus murinus (errata version published in 2017). The IUCN Red List of Threatened Species 2016. Opgehaald van IUCN: e.T9487A115093727

Holden-Musser, M. E., Juškaitis, R. & Musser, G. M. (2016). Family Gliridae (Dormice). In D. E. Wilson, T. E. Lacher Jr & R. A. Mittermeier, Handbook of the Mammals of the World (Vol. Vol 6, pp. 838-892). Barcelona: Lynx.

Katakweba, A. A. S., Mulungu, L. S., Eiseb, S. J., Mahlaba, T. A., Makundi, R. H., Massawe, A. W., Borremans, B. & Belmain, S. R. (2012). Prevalence of haemoparasites, leptospires and coccabacili with potential for human infection in the blood of rodents and shrews from selected localities in Tanzania, Namibia and Swaziland. African Zoology. 47(1). 119-127.

Lobprise, H. B. & Dodd, J. R. (2019). Wiggs's Veterinary Dentistry: Principles and Practice. Texas, USA: John Wiley & Sons.

Madikiza, Z. J., Bertolino, S. & Linh San, E. D. (2011). Female in space, or female in space and time? First data on the socio-spatial organization and mating system of the woodland dormouse (Graphiurus murinus). Journal of Ethology. 29. 375-380.

Madikiza, Z. J., Bertolino, S. & Linh San, E. D. (2019). Population biology of the woodland dormouse Graphiurus murinus in a riverine Combetrum forest, South Africa. African Zoology. 54(2). 105-113.

Madikiza, Z. J., Bertolino, S., Baxter, R. M. & Linh San, E. D. (2010). Nest box use by woodland dormice (Graphiurus murinus): the influence of life cycle and nest box placement. European Journal of Wildlife Research. 56. 735-743.

Mzilikazi, N., Madikiza, Z., Oelkrug, R. & Baxter, R. M. (2012). Chapter 4: Hibernation in free-ranging African woodland dormice, Graphiurus murinus. In T. Ruf, C. Bieber, W. Arnold & E. Millesi, Living in a seasonal world (pp. 41-59). Berlin Heidelberg: Springer.

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer.

Bent u tevreden over deze pagina?