Afrikaanse wilde kat + huiskat

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Bradshaw et al., 2012; Sunquist & Sunquist, 2002; Sunquist & Sunquist, 2017; Wilson & Reeder, 2005; Yamaguchi et al., 2015)
Familie Felidae
Subfamilie Felinae
Genus Felis
Soort
  • Felis silvestris catus (huiskat)
  • Felis silvestris lybica (Afrikaanse wilde kat)
Gedomesticeerd
  • Huiskat: ja
  • Afrikaanse wilde kat: nee

Alle huiskatten hebben een gemeenschappelijke voorouder: de Noord-Afrikaanse / Zuidwest-Aziatische wilde kat (Felis silvestris lybica). Door oud katten-DNA van over de hele wereld te bestuderen, ontdekten de onderzoekers dat de domesticatie van katten begon in het Midden Oosten in de Neolithische periode en later versnelde in het oude Egypte (in de Klassieke periode) (Ottoni, et al., 2017).

Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Huiskat: Kop-romp: 44,8-63 cm
  • Afrikaanse wilde kat: Kop-romp: 40,6-66,5 cm
Gewicht
  • Huiskat: 2,4-4,7 kg
  • Afrikaanse wilde kat: 2,4-6,4 kg
Dieet Carnivoor
Natuurlijke leefomgeving
Huiskat
  • Verspreiding: wereldwijd.
  • Habitat: in en rondom bewoonde gebieden.
Afrikaanse wilde kat
  • Verspreiding: noorden van Afrika.
  • Habitat: grote verscheidenheid aan habitats. Alleen niet in tropisch regenwoud en woestijnen. Komt vaak voor in heuvel- of bergachtige gebieden.
Levensverwachting
  • Huiskat: 20-24 jaar
  • Afrikaanse wilde kat: 15 jaar in gevangenschap
IUCN-status "Least concern"
CITES Bijlage A

Risicoklasse C/D (huiskat) + D (Afrikaanse wilde kat)

Huiskat: Bij de huiskat zijn in tenminste twee risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Vanwege de variatie tussen rassen op T1 bestaat er een bandbreedte van C-D.

Afrikaanse wilde kat: Bij de Afrikaanse wilde kat zijn in drie risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Hierdoor valt de Afrikaanse wilde kat in risicoklasse D.

Samenvatting beoordeling van de huiskat en Afrikaanse wilde kat

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Gedomesticeerd Wild Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) ! (signalerend)
  • Bij de Afrikaanse wilde kat is het hoog-risico zoönotische pathogeen rabiësvirus aangetoond en bij de sympatrische en aanverwante soort Felis silvestris catus is het hoog-risico zoönotische pathogeen Leptospira interrogans aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
  • Bij de huiskat zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Leptospira interrogans, SARS Coronavirus 2 en rabiësvirus aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade     De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Gedomesticeerd Wild Toelichting
Voedselopname   X Afrikaanse wilde katten moeten dagelijks langdurig foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X X
  • Afrikaanse wilde katten hebben een grote home range en vertonen territoriaal patrouilleer- en markeergedrag.
  • Afrikaanse wilde katten en huiskatten gebruiken een afgezonderde nestplaats.
Thermoregulatie 0-X X
  • De Afrikaanse wilde kat is aangepast aan een subtropisch en een droog tropisch en subtropisch klimaat.
  • Haarloze kattenrassen zijn niet aangepast aan een gematigd zeeklimaat.
Sociaal gedrag X   Huiskatten hebben een lineaire dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Gedomesticeerd Wild Toelichting
LG1 ! (signalerend) ! (signalerend)

Bij de Afrikaanse wilde kat is het hoog-risico zoönotische pathogeen rabiësvirus (Ogo, 2010; Schneider, 1985; Scott et al., 2016) aangetoond en bij de sympatrische en aanverwante soort Felis silvestris catus is het hoog-risico zoönotische pathogeen Leptospira interrogans (Jamshidi et al., 2009; Millán et al., 2014; Mosallanejad et al., 2011) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

Bij de huiskat zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Leptospira interrogans (Jamshidi et al., 2009; Millán et al., 2014; Mosallanejad et al., 2011), SARS Coronavirus 2 (Segalés et al., 2020; Shi et al., 2020) en rabiësvirus (Castilho et al., 2018; Dyer et al., 2013; van Gucht & le Roux, 2008; Poleschuk et al., 2013) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Gedomesticeerd Wild Toelichting
LG2     Op basis van de grootte, morfologie en het gedrag van Afrikaanse wilde katten (Denny & Dickman, 2010; Sunquist & Sunquist, 2017; Sunquist & Sunquist, 2002) en huiskatten (Bradshaw et al., 2012) is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Gedomesticeerd Wild Toelichting
V1     De Afrikaanse wilde kat en huiskat zijn carnivoor (Sunquist & Sunquist, 2017; Széles et al., 2018). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2     De Afrikaanse wilde kat en huiskat hebben geen hypsodonte gebitselementen (Sunquist & Sunquist, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3   X

Afrikaanse wilde katten spenderen 68% van hun actieve periode aan foerageren (Herbst, 2010). Het jachtgedrag van Afrikaanse wilde katten bestaat uit het besluipen van prooien, die zij grijpen met hun klauwen en dood bijten. Zij kunnen prooien verstoppen voor later gebruik (Sunquist & Sunquist, 2017). Afrikaanse wilde katten hebben een grote home range van 3,5-7,7 km2 (Herbst, 2010; Sunquist & Sunquist, 2002; Sunquist & Sunquist, 2017). Deze risicofactor is daarom van toepassing. Huiskatten jagen op relatief kleine prooien en zijn aangepast aan het eten van meerdere kleine maaltijden per dag (Bradshaw, 2006).

Huiskatten met een eigenaar besteden 17% van hun actieve periode aan lopen, zichzelf verzorgen en voeden, en 82% van hun tijd aan rusten. 3% wordt besteed aan speelgedrag, jagen en rennen. Voor huiskatten zonder eigenaar zijn deze percentages 23%, 62% en 14% respectievelijk (Horn et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

V4    

Het dieet van Afrikaanse wilde katten bestaat uit muisachtige knaagdieren, grotere zoogdieren, zoals hazen en konijnen, vogels, aas en geleedpotigen (Sunquist & Sunquist, 2017; Yamaguchi et al., 2015). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Het dieet van huiskatten bestaat uit voornamelijk uit wat de eigenaar verschaft (kattenvoer of voedsel wat is blijven liggen), maar omvat ook knaagdieren, haasachtigen, vogels, ongewervelden, reptielen en vis (Széles et al., 2018). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Gedomesticeerd Wild Toelichting
R1   X

Afrikaanse wilde katten hebben een home range van 3,5 km2 voor vrouwtjes en 7,7 km2 voor mannetjes (Herbst, 2010). Mannetjes hebben exclusieve home ranges die gemarkeerd en gepatrouilleerd worden (Herbst, 2010; Sunquist & Sunquist, 2017). Deze risicofactor is daarom van toepassing.

Huiskatten hebben een home range van 1,83-157 ha (Horn et al., 2011). Er is sprake van overlap tussen home ranges (Brickner, 2003; Genovesi et al., 1995). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

R2 X X Afrikaanse wilde katten en huiskatten gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen (Sunquist & Sunquist, 2002). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3     Afrikaanse wilde katten zijn schuw en gebruiken klimmogelijkheden of holen om te ontsnappen aan roofdieren (Sunquist & Sunquist, 2002; Sunquist & Sunquist, 2017). Huiskatten trekken zich terug bij gevaar, verstoppen zich of klimmen bomen in (Bradshaw et al., 2012). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4     Afrikaanse wilde katten en huiskatten gebruiken geen zelf gegraven holen of kuilen (Sunquist & Sunquist, 2002; Sunquist & Sunquist, 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R5     Voor Afrikaanse wilde katten en huiskatten zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Bradshaw et al., 2012; Sunquist & Sunquist, 2002; Széles et al., 2018). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Gedomesticeerd Wild Toelichting
T1 0-X X

Afrikaanse wilde katten leven in een droog tropisch en subtropisch klimaat en een subtropisch klimaat (Schultz, 2005; Sunquist & Sunquist, 2009). De gemiddelde temperatuur in een subtropisch klimaat ligt in de koudste maanden normaal gesproken niet onder de 5 °C. De absolute minimumtemperatuur in de winter kan gedurende korte periodes sterk afnemen tot onder het vriespunt. De gemiddelde maandelijkse temperatuur ligt in de warmste maanden boven de 18 °C, maar komt zelden boven de 20 °C uit. De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is maximaal 800-900 mm (Schultz, 2005). De Afrikaanse wilde kat is aangepast aan een subtropisch en een droog tropisch en subtropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

Huiskatten komen onder andere voor in een gematigd zeeklimaat (Bradshaw et al., 2012). Bij haarloze kattenrassen bestaat het gevaar van onderkoeling in een gematigd zeeklimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing op sommige rassen.

T2     Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat Afrikaanse wilde katten en huiskatten gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Bradshaw et al., 2012; Sunquist & Sunquist, 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3     Afrikaanse wilde katten en huiskatten zijn jaarrond actief (Horn et al., 2011; Sunquist & Sunquist, 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Gedomesticeerd Wild Toelichting
S1     Afrikaanse wilde katten hebben een solitaire en polygame leefwijze (Sunquist & Sunquist, 2017). Huiskatten hebben polygame leefwijze (Erofeeva et al., 2018). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X  

Afrikaanse wilde katten leven solitair (Sunquist & Sunquist, 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Huiskatten kunnen solitair of in groepen leven (Bradshaw, 2016). In steden komen grote groepen van zowel mannetjes als vrouwtjes voor, die zich georganiseerd hebben op de uitkomst van agonistische interacties (Cafazzo & Natoli, 2009). Er is sprake van een lineaire dominantiehiërarchie. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

S3    

Afrikaanse wilde katten zijn vanaf 10-12 maanden oud geslachtsrijp en kunnen 2 worpen per jaar hebben. Vrouwtjes zijn 56-65 dagen drachtig en krijgen per worp 2-3 jongen. Afrikaanse wilde katten hebben een paarseizoen in de winter (Sunquist & Sunquist, 2002; Sunquist & Sunquist, 2017). Afrikaanse wilde katten hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Huiskatten zijn vanaf 1 jaar oud geslachtsrijp en kunnen 2 worpen per jaar hebben (Bradshaw et al., 2012; Danner et al., 2010). Vrouwtjes zijn ongeveer 63 dagen drachtig en krijgen per worp gemiddeld 4-5 jongen (Bradshaw et al., 2012). Huiskatten hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Bradshaw, J. (2006). The evolutionary basis for the feeding behavior of domestic dogs (Canis familiaris) and cats (Felis catus). The Journal of nutrition, 136(7), 1927S-1931S. doi:10.1093/jn/136.7.1927S

Bradshaw, J. (2016). Sociality in cats: A comparative review. Journal of Veterinary Behavior, 11, 113-124. doi:10.1016/j.jveb.2015.09.004

Bradshaw, J., Casey, R., & Brown, S. (2012). The Behaviour of the Domestic Cat (2e ed.). Oxfordshire: CAB International.

Brickner, I. (2003). The impact of domestic cat (Felis catus) on wildlife welfare and conservation: a literature review. With a situation summary from Israel. Tel Aviv: Department of Zoology.

Cafazzo, S., & Natoli, E. (2009). The social function of tail up in the domestic cat (Felis silvestris catus). Behavioural Processes, 80(1), 60-66. doi:10.1016/j.beproc.2008.09.008

Castilho, J., Achkar, S., de Novaes Oliveira, R., Mori, E., Carnieli, P., & Macedo, C. (2018). Analysis of rabies diagnosis in dogs and cats in the state of São Paulo, Brazil. Archives of Virology, 163, 2369–2376. doi:10.1007/s00705-018-3829-3

Danner, R., Farmer, C., Hess, S., Stephens, R., & Banko, P. (2010). Survival of Feral Cats, Felis catus (Carnivora: Felidae), on Mauna Kea, Hawai'i, Based on Tooth Cementum Lines. Pacific Science, 64(3), 381-389. doi:10.2984/64.3.381

Denny, E., & Dickman, C. (2010). Review of cat ecology and management strategies in Australia. Canberra: Invasive Animals Cooperative Research Centre.

Dyer, J., Niezgoda, M., Orciari, L., Yager, P., Ellison, J., & Rupprecht, C. (2013). Evaluation of an indirect rapid immunohistochemistry test for the differentiation of rabies virus variants. Journal of Virological Methods, 190(1-2), 29-33. doi:10.1016/j.jviromet.2013.03.009

Erofeeva, M., Alekseeva, G., Sorokin, P., & Naidenko, S. (2018). Effect of the number of mating partners and sperm quality on reproductive success in the domestic cat (Felis catus). Biology Bulletin, 45(7), 756-765. doi:10.1134/S1062359018070063

Genovesi, P., Besa, M., & Toso, S. (1995). Ecology of a feral cat Felis catus population in an agricultural area of northern Italy. Wildlife biology, 1(1), 233-237. doi:10.2981/wlb.1995.0028

Herbst, M. (2010). Behavioural ecology and population genetics of the African wild cat, Felis silvestris Forster 1870, in the southern Kalahari. Pretoria: University of Pretoria.

Horn, J., Mateus-Pinilla, N., Warner, R., & Heske, E. (2011). Home range, habitat use, and activity patterns of free‐roaming domestic cats. The Journal of Wildlife Management, 75(5), 1177-1185. doi:10.1002/jwmg.145

Jamshidi, S., Akhavizadegan, M., Bokaie, S., Maazi, N., & Ghorban, A. (2009). Serologic study of feline leptospirosis in Tehran, Iran. Iranian Journal of microbiology, 32-36.

Millán, J., García, E., Oleaga, Á., López-Bao, J., Llaneza, L., Palacios, V., . . . León-Vizcaíno, L. (2014). Using a top predator as a sentinel for environmental contamination with pathogenic bacteria: the Iberian wolf and leptospires. Memórias do Instituto Oswaldo Cruz, 109(8), 1041-1044. doi:10.1590/0074-0276140258

Mosallanejad, B., Avizeh, R., Abdollahpoor, G., & Abadi, K. (2011). A serological survey of Leptospiral infections of cats in Ahvaz, south-western of Iran. Iranian Journal of Veterinary Medicine, 5(1), 49-52. doi:10.22059/IJVM.2011.22671

Ogo, M. (2010). Molecular epidemiology of dog rabies in Nigeria: phylogeny based on N and G gene sequences. PhD Thesis. Pretoria: University of Pretoria.

Ottoni, C., B. De Cupere, W. van Meer, J. Daligaut, et al., 2017. The palaeogenetics od cat dispersal in the ancient world. Nature Ecology & Evolution 1(7):0139, DOI:10.1038/s41559-017-0139

Poleshchuk, E., Deviatkin, A., Dedkov, V., Sidorov, G., Ochkasova, J., Hodjakova, I., . . . Shipulin, G. (2013). Complete Genome Sequences of Four Virulent Rabies Virus Strains Isolated from Rabid Animals in Russia. Genome Announcements, 1(3). doi:10.1128/genomeA.00140-13

Schneider, H. (1985). Rabies in South West Africa/ Namibia. In P. Ancha, & P. Arambulo, Rabies in the Tropics (pp. 520-535). Berlin: Springer. doi:10.1007/978-3-642-70060-6_67

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer.

Scott, T., Coetzer, A., & Nel, L. (2016). Rabies in Namibia, more than a horrendous disease: the social, environmental and economic challenges faced. Current politics and economics of Africa 9(1), 131-167.

Segalés, J., Puig, M., Rodon, J., Avila-Nieto, C., Carrillo, J., Cantero, G., & Izquierdo-Useros, N. (2020). Detection of SARS-CoV-2 in a cat owned by a COVID-19− affected patient in Spain. Proceedings of the National Academy of Sciences, 117(40), 24790-24793.

Shi, J., Wen, Z., Zhong, G., Yang, H., Wang, C., Huang, B., & Zhao, Y. (2020). Susceptibility of ferrets, cats, dogs, and other domesticated animals to SARS–coronavirus 2. Science, 368(6494), 1016-1020.

Sunquist, M., & Sunquist, F. (2002). Wild cats of the world. Chicago: University of Chicago Press.

Sunquist, M., & Sunquist, F. (2009). Family FELIDAE (CATS). In D. Wilson, & R. Mittermeier, Handbook of the Mammals of the World. Vol. 1. Carnivores (pp. 54-170). Barcelona: Lynx Edicions.

Sunquist, M., & Sunquist, F. (2017). Wild cat, Felis silvestris. In M. Sunquist, & F. Sunquist, Wild cats of the world. Chicago: University of Chicago Press.

Széles, G., Purger, J., Molnár, T., & Lanszki, J. (2018). Comparative analysis of the diet of feral and house cats and wildcat in Europe. Mammal Research, 63(1), 43-53. doi:10.1007/s13364-017-0341-1

van Gucht, S., & le Roux, I. (2008). Rabies control in Belgium: From eradication in foxes to import of a contaminated dog. Vlaams Diergeneeskundig Tijdschrift, 77(6), 376-384.

Wilson, D., & Reeder, D. (2005). Mammal species of the world. A taxonomic and geographic reference (3rd ed). Opgehaald van Mammal species of the world: https://www.departments.bucknell.edu/biology/resources/msw3/

Yamaguchi, N., Kitchener, A., Driscoll, C., & Nussberger, B. (2015). Felis silvestris. Opgehaald van The IUCN Red List of Threatened Species: http://dx.doi.org/10.2305/IUCN.UK.2015-2.RLTS.T60354712A50652361.en

Bent u tevreden over deze pagina?