Anderson's eekhoorn

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

 

Algemene informatie (Dando, 2019; Koprowski et al., 2016; Wilman et al., 2014)
Familie Sciuridae
Subfamilie Callosciurinae
Genus Callosciurus
Soort Callosciurus quinquestriatus
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 200-222 mm
  • Staart: 180-210 mm
Gewicht 258-315 g
Dieet Omnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Noordoost-Myanmar en aangrenzend West-Yunnan (China).
  • Habitat: Gematigde bergbossen en tropisch montane bossen tot op 1000 m hoogte.
Levensverwachting 5 jaar wild, 10-20 jaar gevangenschap.
IUCN-status "Least concern"
CITES Niet vermeld

Risicoklasse E

Bij de Anderson’s eekhoorn zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Hierdoor valt de Anderson’s eekhoorn in risicoklasse E.

Samenvatting beoordeling van de Anderson's eekhoorn

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Er is op diersoortniveau geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van hoog-risico zoönotische pathogenen, maar bij meerdere sympatrische en aanverwante soorten zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Yersinia pestis, SQBOV, Leptospira spp en VSBV-1. Dit leidt alleen in het geval van wildvang tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade   De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing.
Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X Anderson’s eekhoorns moeten dagelijks langdurig foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X Anderson’s eekhoorns gebruiken een afgezonderde nestplaats.
Anderson’s eekhoorns leven arboreaal.
Thermoregulatie X De Anderson’s eekhoorn is aangepast aan een tropisch montaan- en gematigd landklimaat met zomerse regen.
Sociaal gedrag X Anderson’s eekhoorns hebben een lineaire dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 1 (signalerend) Er is op diersoortniveau geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van hoog-risico zoönotische pathogenen, maar bij meerdere sympatrische en aanverwante soorten zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Yersinia pestis (Jalal et al., 2019), SQBOV (Li et al., 2012; Wang et al., 2020), Leptospira spp (Gozzi et al., 2013) en VSBV-1 (Hoffmann et al., 2015; Schlottau et al., 2017ab; Tappe et al., 2017) aangetoond. Dit leidt alleen in het geval van wildvang tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van de grootte, morfologie en het gedrag van de Anderson’s eekhoorn is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens (Koprowski et al., 2016). Deze risicocategorie is daarom niet van toepassing.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De Anderson’s eekhoorn is een omnivoor (Koprowski et al., 2016; Wilman et al., 2014). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2   De Anderson’s eekhoorn heeft geen hypsodonte gebitselementen (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3 X De Anderson’s eekhoorn is dagactief met piekmomenten in activiteit in de ochtend en avond. De middagdip is essentieel voor de spijsvertering doordat na het foerageren in de ochtend de maximale capaciteit van het spijsverteringskanaal is bereikt (Koprowski et al., 2016). De actieve tijd van boomeekhoorns uit de subfamilie Callosciurinae wordt voornamelijk besteed aan foerageren (53,9 +/- 9,2 %) (Bertolino et al., 2004). Het is onbekend of de Anderson’s eekhoorn meer een scatterhoarder of larderhoarder is, maar verwante soorten binnen de subfamilie Callosciurinae met overeenkomsten in gedrag en ecologie zijn scatterhoarders (Hafidzi, 1998; Kobayashi et al., 2019; Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van de Anderson’s eekhoorn bestaat uit voornamelijk vegetatie en insecten, maar ook fruit en zaden (Koprowski et al., 2016; Wilman et al., 2014). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over de home range grootte van de Anderson’s eekhoorn. De Anderson’s eekhoorn heeft overlappende home ranges (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R2 X Anderson’s eekhoorns gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen en als nachtrustplaats (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3   De Anderson’s eekhoorn is door zijn arboreale levensstijl erg behendig en vlucht doelgericht naar hoge schuilplekken (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4   Anderson’s eekhoorns gebruiken geen holen of kuilen (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R5 X Anderson’s eekhoorns leven arboreaal (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Anderson’s eekhoorns leven in een tropisch montaan- en gematigd landklimaat met zomerse regen (Koprowski et al., 2016; Schultz, 2005). De gemiddelde minimumtemperatuur in de montane bossen in West Yunnan en Noord-Oost Myanmar waar Anderson’s eekhoorns voorkomen is 7 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van -4 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 16 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 36 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 1500 mm en de gemiddelde luchtvochtigheid is 65%, fluctuerend tussen 45 en 80% afhankelijk van het seizoen (Meteoblue, 2020). De natte zomers en droge winters in het leefgebied zijn in tegenstelling met het gematigde zeeklimaat in Nederland, waar de zomers droog en de winters nat zijn (Schultz, 2005).

De Anderson’s eekhoorn is aangepast aan een tropisch montaan- en gematigd landklimaat met zomerse regen. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat Anderson’s eekhoorns gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats. Bovendien gebruiken zij hun dikke staart als bescherming tegen buitentemperaturen (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Anderson’s eekhoorns zijn jaarrond actief (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over de leefwijze van de Anderson’s eekhoorn. Verwante soorten in de subfamilie (Callosciurinae) zijn promiscue en solitair (Koprowski et al., 2016; Tamura et al., 2018). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over de dominantiehiërarchie van de Anderson’s eekhoorn. Verwante soorten in de subfamilie (Callosciurinae) leven solitair en hebben vaak overlappende home ranges. Bij deze soorten is er sprake van een lineaire dominantiehiërarchie, die het meest prominent aanwezig is tijdens het paarseizoen (Farentinos, 1972; Koprowski et al., 2016; Tamura et al., 1988). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over de voortplanting van Anderson’s eekhoorns. Verwante soorten in de subfamilie (Callosciurinae) zijn binnen het eerste levensjaar geslachtsrijp en kunnen 2-3 keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn 39-44 dagen drachtig en krijgen per worp 1-2 jongen. Ze planten zich jaarrond voort. Anderson’s eekhoorns hebben geen grote kans op overbevolking (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Bertolino, S., Mazzoglio, P. J., Vaiana, M. & Currado, I. (2004). Activity budget and foraging behaviour of introduced Callosciurus finlaysonii (Rodentia, Sciuridae) in Italy. Journal of Mammalogy. 85(2). 254-259.

Dando, T. (2019). Callosciurus quinquestriatus. The IUCN Red List of Threatened Species 2019. Opgehaald van IUCN: https://www.iucnredlist.org/species/3605/22253368.

Farentinos, R. C. (1972). Social dominance and mating activity in the tassel-eared squirrel (Sciurus aberti ferreus). Anim. Behav. 20. 316-326.

Gozzi, A., Guichón, M. L., Benitez, V., Romero, G. N. & Brihuega, C. (2013). First isolation of Leptospira interrogans from the arboreal squirrel Callosciurus erythraeus introduced in Argentina. Wildlife Biology. 19. 483-489.

Hafidzi, M. N. (1998). Plantain squirrel Callosciurus notatus in a plantation habitat. Pertanika J. Trop. Agric. Sci. 21(1). 23-28.

Hoffmann, B., Tappe, D., Höper, D., Herden, C., Boldt, A., Mawrin, C., Niederstraßer, O., Müller, T., Jenckel, M., van der Grinten, E., Lutter, C., Abendroth, B., Teifke, J. P., Cadar, D., Schmidt-Chanasit, J., Ulrich, R. G. & Beer, M. (2015). A Variegated Squirrel Bornavirus Associated with Fatal Human Encephalitis. N Engl J Med. 373. 154-162.

Jalal, M. S., Islam, M. Z., Dutta, A., Dhar, P. K., Das, A., Hasan, M. M., Barua, H., Biswas, P. K., & Ahad, A. (2019). Antibiotic resistant zoonotic bacteria in Irrawaddy squirrel (Callosciurus pygerythrus). Veterinary medicine and science, 5(2), 260–268.

Kobayashi, S., Placksanoi, J., Taksin, A., Aryuthaka, C., Denda, T. & Izawa, M. (2019). Resource use among sympatric Callosciurus spp. (Sciuridae) in tropical seasonal forests during the dry season in northeastern Thailand. Mammal Study. 44(1). 23-32.

Koprowski, J. L., Goldstein, E. A., Bennett, K. R. & Pereira Mendes, C. (2016). Family Sciuridae (Squirrels). In D. E. Wilson, T. E. Lacher Jr. & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world. 6. Lagomorphs and Rodents I (pp. 648-837). Barcelona: Lynx Edicions.

Li, Y., Dong, Y., Jiang, J., Yang, Y., Liu, K. & Li, Y. (2012). High prevalence of human parvovirus infection in patients with malignant tumors. Oncology Letters. 3. 635-640.

Meteoblue (2020). Jifu, Yunnan, China. Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/en/weather/historyclimate/climatemodelled/jif….

Schlottau, K., Jenckel, M., van den Brand, J., Fast, C., Herden, C., Höper, D., ... & Hoffmann, B. (2017). Variegated squirrel bornavirus 1 in squirrels, Germany and the Netherlands. Emerging infectious diseases, 23(3), 477-481.

Schlottau, K., Hoffmann, B., Homeier-Bachmann, T., Fast, C., Ulrich, R. G., Beer, M. & Hoffmann, D. (2017b). Multiple detection of zoonotic variegated squirrel bornavirus 1 RNA in different squirrel species suggests a possible unknown origin for the virus. Arch Virol. 162. 2747–2754.

Schultz, J. (2005). The Ecozones of the World: The Ecological Divisions of the Geosphere (2nd ed.). Stuttgart: Springer.

Tamura, N., Hayashi, F. & Miyashita, K. (1988). Dominance hierarchy and mating behaviour of the Formosan squirrel, Callosciurus erythraeus thaiwanensis. Journal of Mammalogy. 69(2). 320-331.

Tamura, N., Boonkhaw, P., Prayoon, U., Kachanasaka, B. & Hayashi, F. (2018). Mating calls are a sensitive indicator of phylogenetic relationships in tropical tree squirrels (Callosciurus spp.). Mammalian Biology. 93. 198-206.

Tappe, D., Schmidt-Chanasit, J., Reusken, C. B. E. M., Beer, M. & Hoffmann, B. (2017). Variegated Squirrel Bornavirus 1 in Squirrels, Germany and the Netherlands. Emerging Infectious Diseases. 23(3). 477-481.

Wang, J., Li, N., Li, Z., Liu, L., He, Y., Meng, J., Li, S. & Wang, J. (2020). Identification of a novel bocaparvovirus in a wild squirrel in Kunming, Yunnan Province, China. Archives of Virology. 165. 1469-1474.

Wilman, H., Belmaker, J., Simpson, J., de la Rosa, C., Rivadeneira, M. M. & Jetz, W. (2014). EltonTraits 1.0: Species-level foraging attributes of the world's birds and mammals. Ecology. 95:2027.

Bent u tevreden over deze pagina?