Beerkoeskoes

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Helgen & Jackson, 2015; Salas et al., 2019; Wilson & Reeder, 2005)
Familie Phalangeridae
Subfamilie Ailuropinae
Genus Ailurops
Soort Ailurops ursinus
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte Kop-romp: 47-57 cm
Gewicht 5-8 kg
Dieet Herbivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Sulawesi, Indonesië.
  • Habitat: Tropische, vochtige laaglandbossen. 
Levensverwachting Circa 6 jaar
IUCN-status “Vulnerable”
CITES Niet vermeld

Risicoklasse E

Bij de beerkoeskoes is in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één risicofactor vastgesteld. Omdat er onvoldoende wetenschappelijke literatuur is gevonden over LG1, scoort de beerkoeskoes minimaal een E.

Samenvatting beoordeling van de beerkoeskoes

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen G Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van (zeer) hoog-risico zoönotische pathogenen. Deze risicofactor kan daarom niet beoordeeld worden.
Letselschade   De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X De beerkoeskoes is een herbivore browser.
Ruimtegebruik/veiligheid X Beerkoeskoesen leven arboreaal. 
Thermoregulatie X De beerkoeskoes is aangepast aan een tropisch klimaat.
 
Sociaal gedrag X Beerkoeskoesen hebben een paarsgewijze leefwijze.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 G Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van (zeer) hoog-risico zoönotische pathogenen. Deze risicofactor kan daarom niet beoordeeld worden.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van de grootte, morfologie en het gedrag van beerkoeskoesen (Helgen & Jackson, 2015) is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1 X De beerkoeskoes is een herbivore browser (Helgen & Jackson, 2015). Beerkoeskoesen eten bladeren, vruchten, bloemen en bloemknoppen (Dwiyahreni et al., 1999; Helgen & Jackson, 2015). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V2   De beerkoeskoes heeft geen hypsodonte gebitselementen (Couzens et al., 2016; Janis, 1990). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3   Beerkoeskoesen spenderen circa 5-6% van de dag aan foerageren (Dwiyahreni et al., 1999; Nugraha & Mustari, 2017). Een groot deel van de dag wordt besteed aan slapen en rusten ten behoeve van de vertering (Helgen & Jackson, 2015). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V4   Het dieet van beerkoeskoesen bestaat uit diverse bladeren, vruchten, bloemen en bloemknoppen van meer dan 31 verschillende plantensoorten (Dwiyahreni et al., 1999; Helgen & Jackson, 2015). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Beerkoeskoesen spenderen 63-89% van de dag aan rusten en bewegen maar 6% van hun dag (Helgen & Jackson, 2015; Nugraha & Mustari, 2017). Beerkoeskoesen zijn een groot deel van de dag inactief en trekken niet rond door hun homerange. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R2   Beerkoeskoesen gebruiken geen afgezonderde nestplaats (Dwiyahreni et al., 1999; Lee, 2000). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R3   Beerkoeskoesen bewegen zich langzaam voort (Kerle, 2001). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4   Beerkoeskoesen gebruiken geen holen (Dwiyahreni et al., 1999). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R5 X Beerkoeskoesen leven arboreaal (Dwiyahreni et al., 1999). Deze risicofactor is daarom van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X Beerkoeskoesen leven in een tropisch klimaat (Salas et al., 2019; Schultz, 2005). De gemiddelde maandelijkse temperatuur komt niet onder de 18 °C. Gedurende het hele jaar ligt de temperatuur rond de 25 en 27 °C met dagelijkse temperatuurverschillen van maximaal 6 tot 11 °C. De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid ligt tussen de 2000-4000 mm. Dit klimaat kent een zeer hoge luchtvochtigheid van 90-100% (Dwiyahreni et al., 1999; Schultz, 2005). De beerkoeskoes is aangepast aan een tropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.
T2   Beerkoeskoesen gebruiken geen speciale zoel-, koel-, of opwarmplaatsen (Helgen & Jackson, 2015). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Beerkoeskoesen zijn jaarrond actief (Helgen & Jackson, 2015). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1 X Beerkoeskoesen hebben een paarsgewijze leefwijze (Dwiyahreni et al., 1999). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
 
S2 G Beerkoeskoesen leven solitair, in paartjes of in groepen van 3-4 individuen (Dwiyahreni et al., 1999). Koeskoesen van hetzelfde geslacht reageren vaak agressief naar elkaar (Helgen & Jackson, 2015). Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over de aanwezigheid van een dominantiehiërarchie. Deze risicofactor kan daarom niet beoordeeld worden.
S3   Beerkoeskoesen werpen 1 tot 2 keer per jaar (Lee, 2000). Vrouwtjes krijgen per worp 1 jong (Helgen & Jackson, 2015). Na geboorte verblijven de jongen nog 8 maanden in de buidel, waarna zij nog enige tijd bij de moeder blijven (Lee, 2000). Er is geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Couzens, A. M. C., Evans, A. R., Skinner, M. M. & Prideaux, G. J. (2016). The role of inhibitory dynamics in the loss and reemergence of macropodoid tooth traits. Evolution. 70(3). 568-585.

Dwiyahreni, A., Kinnaird, M., O'Brien, T., Suppriatna, J., & Andayani, N. (1999). Diet and activity of the bear cuscus, Ailurops ursinus in North Sulawesi, Indonesia. Journal of Mammology 80(3), 905-912.

Helgen, K., & Jackson, S. (2015). Ailurops ursinus. In Russell, Mittermeier, & Wilson, Handbook of the Mammals of the World. Volume 5: Monotremes and marsupials. Lynx Edicions.

Janis, C. M. (1990). Correlation of cranial and dental variables with dietary preferences in mammals: a comparison of macropodoids and ungulates. Mem Qd Mus. 28(1). 349-366.

Kerle, A. (2001). Possums: the brushtails, ringtails and greater glider. UNSW Press.

Lee, R. (2000). Back Home for Kuse. Wildlife conservation, 52-55.

Nugraha, R., & Mustari, A. (2017). Habitat characteristics and diet of bear cuscus (Ailurops ursinus) in Tanjung Peropa Wildlife Reserve, Southeast Sulawesi. Jurnal Wasian 4(2), 55-68.

Salas, L., Dickman, C., Helgen, K., & Flannery, T. (2019). Ailurops ursinus. Opgehaald van The IUCN Red List of Threatened Species: 10.2305/IUCN.UK.2019-1.RLTS.T40637A21949654.en

Schultz, J. (2005). The Ecozones of the World. Berlin: Springer Verlag.

Wilson, D., & Reeder, D. (2005). Mammal species of the world. A taxonomic and geographic reference (3rd ed). Opgehaald van Mammal species of the world: https://www.departments.bucknell.edu/biology/resources/msw3/

Bent u tevreden over deze pagina?