Blauwschaap

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Dit dier staat niet op de huis- en hobbydierenlijst.

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

 

 

Algemene informatie (Groves et al., 2011; Wilson & Reeder, 2005)
Familie Bovidae
Subfamilie Caprinae
Genus Pseudois
Soort Pseudois nayaur
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 120-140 cm
  • Schouderhoogte: 80-91,4 cm
Gewicht 60-75 kg (m), 35-55 kg (v)
Dieet Herbivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: China, Pakistan, India, Nepal, Bhutan en Myanmar.
  • Habitat: Komen voor op grote hoogten, 1200-5500 m. Leven in berggebieden in weiden en gebieden zonder hoge vegetatie. Ze komen ook voor in aride heuvelachtig terrein. 
Levensverwachting 15-17 jaar
IUCN-status “Least Concern”
CITES Bijlage B, populatie Pakistan

Risicoklasse F

Blauwschapen zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze redenen valt het blauwschaap onder risicoklasse F.

Samenvatting beoordeling van het blauwschaap

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij het blauwschaap zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Brucella abortus, B. melitensis en B. suis aangetoond. Bij de sympatrische en aanverwante soort van dezelfde subfamilie (Caprinae) het schaap (Ovis aries) zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Chlamydia abortus, Coxiella burnetii en Leptospira interrogans aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade XF Bij blauwschapen is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor het blauwschaap direct onder risicoklasse F valt.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X
  • Het blauwschaap heeft hypsodonte gebitselementen.
  • Blauwschapen moeten dagelijks frequent foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X Blauwschapen gebruiken hoogte-elementen.
Thermoregulatie X Het blauwschaap is aangepast aan een woestijnklimaat.
Sociaal gedrag X Blauwschapen hebben een dominantiehiërarchie. 

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij het blauwschaap zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Brucella abortus, B. melitensis en B. suis aangetoond (Ma et al., 2016; Wang & Hoffmann, 1987). Bij de sympatrische en aanverwante soort van dezelfde subfamilie (Caprinae) het schaap (Ovis aries) zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Chlamydia abortus (Esmaeili et al., 2015; Jiménez-Estrada et al., 2008), Coxiella burnetii (Benkirane et al., 1990; Candela et al., 2017) en Leptospira spp. (Graham et al., 2016; Moreno-Beas et al., 2015) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2 XF

Het blauwschaap weegt 60-75 kg (m) of 35-55 kg (v) en beide geslachten beschikken over naar buiten krullende hoorns van 38-76 cm (m) of 10-20 cm (v) (Groves et al., 2011). De hoorns van de mannetjes worden als wapens gebruikt bij onderlinge gevechten. Ze worden gebruikt om zware klappen mee uit te delen, waarbij middels het lichaamsgewicht de kracht achter de aanval wordt vergroot (Wang & Hoffman, 1987). Blauwschapen zijn wilde dieren en het hanteren van blauwschapen vereist ervaring en deskundigheid van de houder (Weber, 2015).

Gezien de grootte, morfologie en het gedrag van blauwschapen, kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor het blauwschaap direct onder risicoklasse F valt.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   Het blauwschaap is een grazer, die tot 98% grassen eet (Suryawanshi et al., 2010; Wang & Hoffman, 1987). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2 X Het blauwschaap heeft hypsodonte kiezen (Groves et al., 2011; Mendoza & Palmqvist, 2007). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V3 X Blauwschapen spenderen circa 40%-60% van de tijd aan foerageren (Liu et al., 2005; Liu et al., 2017). Om aan energiebehoeften te kunnen voldoen moeten grazende herkauwers betrekkelijk veel consumeren en besteden zij dagelijks enkele lange periodes aan foerageren om de grote pens, die is geoptimaliseerd voor de fermentatie van vezels, maximaal te vullen (Hofmann, 1989). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van blauwschapen bestaat voornamelijk uit grassen en kruiden en wordt tijdens de winter aangevuld met browse materiaal (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Blauwschaapmannetjes hebben in de winter een homerange van 3-7 km2 en vrouwtjes van 2,5-5 km2 (Groves et al., 2011). Blauwschapen zijn niet territoriaal en markeren of patrouilleren niet (Forsyth & Duncan, 2001). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R2   Blauwschapen gebruiken geen afgezonderde nestplaats (Caro et al., 2004; Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R3   Blauwschapen hebben een sterke vluchtreactie, maar vluchten als behendige klimmers doelgericht naar hoge plekken en beschutting (Wang & Hoffmann, 1987). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R4   Blauwschapen gebruiken geen holen of kuilen (Groves, et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R5 X Blauwschapen leven in een habitat met hoogte-elementen, die zij als toevluchtsoord bij tekenen van gevaar gebruiken en zijn morfologisch aangepast aan leven op ruig terrein (Wang & Hoffmann, 1987). Deze risicofactor is daarom van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Blauwschapen leven in een woestijnklimaat (Groves et al., 2011; Wang & Hoffmann, 1987). De gemiddelde minimumtemperatuur in het hooggebergte van Centraal-Azië waar blauwschapen voorkomen is 4 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van -25 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 17 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 37 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 200-400 mm en de luchtvochtigheid is gemiddeld 40%, fluctuerend tussen 20-70% (Meteoblue, 2021; Liu et al., 2017; Schultz, 2005).

Het blauwschaap is aangepast aan een woestijnklimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat blauwschapen gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Blauwschapen zijn jaarrond actief (Liu et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Blauwschapen hebben een polygame leefwijze (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X Blauwschapen leven buiten de bronst in gescheiden kuddes. Tijdens de bronst mixen de kuddes. De kuddes bestaan uit 10-40 individuen (Wang & Hoffmann, 1987). Blauwschapen hebben een dominantiehiërarchie (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 3 jaar geslachtsrijp en kunnen één keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn 160 dagen drachtig en krijgen per worp één jong. Blauwschapen hebben een paarseizoen in november-januari en een geboortepiek in mei-juni (Groves et al., 2011). Blauwschapen hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Verwijzingen

Benkirane, A., Jabli, N. & Rodolakis, A. (1990). Frequency of abortion and seroprevalence of the principal diseases causing ovine infectious abortion in the area of Rabat (Morocco). Annales de Recherches Veterinaires. 21(4). 267-273.

Candela, M., Caballol, A. & Atance, P. (2017). Wide exposure to Coxiella burnetii in ruminant and feline species living in a natural environment: zoonoses in a human–livestock–wildlife interface. Epidemiology & Infection. 145(3). 478-481.

Caro, T. M., Graham, C. M., Stoner, C. J. & Vargas, J. K. (2004). Adaptive significance of antipredator behaviour in artiodactyls. Animal Behaviour. 67. 205-228.

Esmaeili, H., Bolourchi, M. & Mokhber-Dezfouli, M. (2015). Seroprevalence of Chlamydia abortus infection in sheep and goats in Iran. Iranian Journal of Veterinary Medicine. 9(2). 73-77.

Forsyth, D. & Duncan, R. (2001). Propagule size and the relative success of exotic ungulate and bird introductions to New Zealand. The American Naturalist. 157(6). 583-595.

Graham, A., Nussey, D., Lloyd-Smith, J., Longbottom, D., Maley, M., Pemberton, J. & Wilson, K. (2016). Exposure to viral and bacterial pathogens among Soay sheep (Ovis aries) of the St Kilda archipelago. Epidemiology & Infection. 144(9). 1879-1888.

Groves, C. P., Leslie Jr., D. M., Huffman, B. A., Valdez, R., Habibi, K., Weinberg, P. J., Burton, J. A., Jarman, P. J. & Robichaud, W. G. (2011). Family Bovidae (Hollow-horned Ruminants). In D. E. Wilson & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world (pp. 444-779). Barcelona: Lynx Edicions.

Hofmann, R. (1989). Evolutionary steps of ecophysiological adaptation and diversification of ruminants: a comparative view of their digestive system. Oecologia. 78(4). 443-457.

Jiménez-Estrada, J., Escobedo-Guerra, M., Arteaga-Troncoso, G., López-Hurtado, M., de Haro-Cruz, M., Jiménez, R. & Guerra-Infante, F. (2008). Detection of Chlamydophila abortus in sheep (Ovis aries) in Mexico. American Journal of Animal and Veterinary Sciences. 91-95.

Liu, Z., Gao, H., Dong, J., Zhang, M. & Teng, L. (2017). A Field Test of the Activity Budget Hypothesis: The Case of Blue Sheep in Helan Mountains of Ningxia, China. Pakistan Journal of Zoology. 49(4). 1267-1272.

Liu, Z., Wang, X., Li, Z., Cui, D. & Li, X. (2005). Seasonal variation of diurnal activity budgets by blue sheep (Pseudois nayaur) with different age-sex classes in Helan Mountain. Zoological Research. 26(4). 350-357.

Ma, J., Wang, H., Zhang, X., Xu, L., Hu, G., Jiang, H. & Cui, B. (2016). MLVA and MLST typing of Brucella from Qinghai, China. Infectious Diseases of Poverty. 5(1). 1-8.

Mendoza, M. & Palmqvist, P. (2007). Hypsodonty in ungulates: an adaptation for grass consumption or for foraging in open habitat? Journal of Zoology. 274. 134-142.

Meteoblue. (2021). Helan Shan, China. Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/en/weather/historyclimate/climatemodelled/hel….

Moreno-Beas, E., Abalos, P. & Hidalgo-Hermoso, E. (2015). Seroprevalence of nine Leptospira interrogans serovars in wild carnivores, ungulates, and primates from a zoo population in a metropolitan region of Chile. Journal of Zoo and Wildlife Medicine. 46(4). 774-778.

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer.

Suryawanshi, K., Bhatnagar, Y. & Mishra, C. (2010). Why should a grazer browse? Livestock impact on winter resource use by bharal Pseudois nayaur. Oecologia. 162(2). 453-462.

Wang, X. & Hoffmann, R. (1987). Pseudois nayaur and Pseudois schaeferi. Mammalian Species. 278. 1-6.

Weber, M. A. (2015). Chapter 64 - Sheep, Goats, and Goat-Like Animals. In E. Miller & M. Fowler, Fowler's Zoo and Wild Animal Medicine, Volume 8 (pp. 611-625). Columbia en Davis: Saunders.

Wilson, D. & Reeder, D. (2005). Mammal species of the world. A taxonomic and geographic reference (3rd ed). Opgehaald van Mammal species of the world: https://www.departments.bucknell.edu/biology/resources/msw3/.

Bent u tevreden over deze pagina?