Bobakmarmot

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Koprowski et al., 2016)
Familie Sciuridae
Subfamilie Xerinae
Genus Marmota
Soort Marmota bobak
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 490-575 mm
  • Staart: 160-130 mm
Gewicht 5,7-9 kg
Dieet Herbivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Oost-Oekraïne, Zuid-Rusland langs de Volga rivier, Kazachstan en geherintroduceerd in het Kaukasusgebergte.
  • Habitat: Steppe-grasland, eventueel gemengd met struikgewas, laaglandsteppe, dorre steppe en alsemsteppe. De bobakmarmot gedijt op vlakten en graslanden, maar ook in agrarisch gebied.
Levensverwachting 15 jaar wild
IUCN-status "Least concern"
CITES Niet vermeld

 

Risicoklasse F

Bobakmarmotten zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze reden valt de bobakmarmot onder “risicoklasse F”.

Samenvatting beoordeling van de bobakmarmot

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (X). Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij de bobakmarmot zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Francisella tularensis en Yersinia pestis aangetoond. Bij meerdere sympatrische en aanverwante soorten binnen het genus (Marmota) zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Leptospira interrogans en het rabiësvirus aangetoond. Dit leidt alleen in het geval van wildvang tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade XF  Bij bobakmarmotten is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor de bobakmarmot direct onder risicoklasse F valt.
Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X De bobakmarmot moet dagelijks langdurig foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Bobakmarmotten hebben een grote home range en vertonen territoriaal patrouilleer en/of markeergedrag.
  • Bobakmarmotten gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Bobakmarmotten gebruiken uitsluitend zelf-gegraven holen.
Thermoregulatie X
  • De bobakmarmot is aangepast aan een koud steppeklimaat.
  • Bobakmarmotten houden een obligate winterslaap.
Sociaal gedrag X
  • Bobakmarmotten hebben een monogame leefwijze.
  • Bobakmarmotten hebben een despotische dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij de bobakmarmot zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Francisella tularensis (Mann et al., 1993; Plotnikov, 2012) en Yersinia pestis (Biggins & Kosoy, 2001; Mann et al., 1993) aangetoond. Bij meerdere sympatrische en aanverwante soorten binnen het genus (Marmota) zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Leptospira interrogans (Plotnikov, 2012) en het rabiësvirus (Steck & Wandeler, 1980) aangetoond. Dit leidt alleen in het geval van wildvang tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2 XF

De bobakmarmot weegt c.5,7 kg en beschikt over klauwen en grote snijtanden. Marmotten verzetten zich hevig tijdens het hanteren door te krabben en te bijten. In de praktijk worden marmotten geïmmobiliseerd middels een ketamine HCl injectie om ze veilig te kunnen hanteren (Frase & van Vuren, 1989; Koprowski et al., 2016).

Gezien de grootte, morfologie en het gedrag van bobakmarmotten kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor de bobakmarmot direct onder risicoklasse F valt.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De bobakmarmot is een herbivoor (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2   De bobakmarmot heeft geen hypsodonte gebitselementen (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3 X De bobakmarmot is dagactief (Koprowski et al., 2016). Bobakmarmotten moeten per dag 1350-1700 gram groenvoer eten om op gewicht te blijven. Daarvoor moet 3-6,5 uur worden gespendeerd aan het grazen en moet er nog 4,5-12 uur binnen het territorium worden gespendeerd om weer ruimte in de maag te krijgen voor een volgende foerageerronde (Ronkin & Savchenko, 2004). Marmotten moeten daarnaast ook nog opvetten voor het verharen en de winterslaap (Bibikow, 1996; Koprowski et al., 2016) Tijdens het groeiseizoen van 5-6 maanden moeten bobakmarmotten dus voldoende voedsel opnemen voor groei, reproductie en vetopslag (Savchenko & Ronkin, 2018). Een goede vetopslag is noodzakelijk om de winterslaap door te komen. Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van de bobakmarmot bestaat uit grassen, zeggen, bollen, bladeren, stengels, bloemen en gewassen (Koprowski et al., 2016; Ronkin & Savchenko, 2004). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1 X Bobakmarmotten hebben een home range van 0,6-2,5 ha. De home ranges overlappen niet tussen familiegroepen (Savchenko & Ronkin, 2018). Een familiegroep behoudt een vast territorium voor meerdere jaren met een foerageergebied en schuilmogelijkheden (Nikol’skii & Savchenko, 1999). De dieren zijn voornamelijk actief rondom de burcht, maar markeren naast de burcht ook speciale plaatsen verspreid over het territorium (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R2 X Bobakmarmotten gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen en als nachtrust- en winterslaapplaats (Koprowski et al., 2016; Nikol’skii, 2009). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3   De bobakmarmot zoekt doelgericht beschutting in lage plekken en holen/burchten bij tekenen van gevaar (Nikol’skii & Savchenko, 1999). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4 X Bobakmarmotten graven uitgebreide en complexe burchten (Koprowski et al., 2016). Dezelfde burchten worden van generatie op generatie gebruikt (Nikol’skii, 2009). De subfamilie van de grondeekhoorns en marmotten (Xerinae) is morfologisch aangepast aan het graven van holen (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R5   Voor bobakmarmotten zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Bobakmarmotten leven in een koud steppeklimaat (Armitage, 2007; Koprowski et al., 2016; Schultz, 2005). De gemiddelde minimumtemperatuur in de steppevlaktes rond de Volga rivier waar bobakmarmotten voorkomen is 0 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van -37 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 9 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 32 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 550 mm en de gemiddelde luchtvochtigheid is 70% (Meteoblue, 2020).

De bobakmarmot is aangepast aan een koud steppeklimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat bobakmarmotten gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats. Bovendien maken marmotten gebruik van een hol en/of burcht (Armitage, 2007; Koprowski et al., 2016; Nikol’skii, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3 X Bobakmarmotten houden een obligate winterslaap (Koprowski et al., 2016; Nikol’skii, 2009). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1 X Bobakmarmotten hebben een monogame leefwijze (Armitage, 2007; Nikol’skii & Savchenko, 1999). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S2 X Bobakmarmotten leven in grote gemeenschappelijke sociale groepen en kunnen kolonies vormen met verscheidene families. Families bestaan gemiddeld uit 4-5 individuen (Armitage, 2007; Nikol’skii & Savchenko, 1999). Een familie heeft een despotische dominantiehiërarchie en bestaat uit een dominante man, een volwassen vrouwtje, tweejarige en éénjarige nakomelingen en de jongen van het jaar. De jongen in een kolonie worden gemeenschappelijk door de vrouwelijke groepsgenoten grootgebracht (Koprowsi et al., 2016). Bij marmotten zijn de dochters ondergeschikt aan het dominante vrouwtje. De onderdanige volwassen mannetjes zijn niet reproductief actief. In de familiegroepen, komen meerdere mannetjes voor, maar er is maar één dominant territoriaal mannetje (Armitage, 2007; Nikol’skii & Savchenko, 1999). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 2,3 jaar geslachtsrijp en kunnen één keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn 40-42 dagen drachtig en krijgen per worp 4-7 jongen. Bobakmarmotten hebben een paarseizoen van maart-april (Armitage, 2007; Koprowski et al., 2016). Bobakmarmotten hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Armitage, K. B. (2007). Evolution of sociality in marmots: It begins with hibernation. In J. O. Wolff & P. W. Sherman, Rodent societies, an ecological & evolutionary perspective (pp. 356-367). Chicago & Londen: The University of Chicago Press.

Bibikow, D. I. (1996). Die Mürmeltiere der Welt (2 ed.). Mageburg: Spektrum Akademischer Verlag.

Biggins, D. E. & Kosoy, M. Y. (2001). Influences of introduced plague on North American mammals: implications from ecology of plague in Asia. Journal of Mammology. 82(4). 906-916.

Frase, B. A. & van Vuren, D. (1989). Techniques for immobilising and bleeding marmots and woodrats. Journal of Wildlife Diseases. 25(3). 444-445.

Koprowski, J. L., Goldstein, E. A., Bennett, K. R. & Pereira Mendes, C. (2016). Family Sciuridae (tree, flying and ground squirrels, chipmunks, marmots and prairie dogs. In D. E. Wilson, T. E. Lacher & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world, lagomorphs and rodents I (Vol. 6, pp. 648-837). Barcelona: Lynx.

Mann, C. S., Macchi, E. & Janeau, G. (1993). Alpine marmot (Marmota marmota, L.). IBEX J.M.E. 1. 17-30.

Meteoblue. (2020). Volga, Russia. Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/en/weather/historyclimate/climatemodelled/vol….

Nikol’skii, A. A. (2009). Temperature Conditions in Burrows of the Steppe Marmot, Marmota bobak Müller (1776), in the Hibernation Period. Russian Journal of Ecology. 40(7). 529-536.

Nikol’skii, A. A. & Savchenko, G. A. (1999). Structure of family groups and space use by steppe marmots (Marmota bobak): Preliminary results. Vestnik Zoologii. 33(3). 67-72.

Plotnikov, I. A. (2012). Cage housed marmot's diseases. In P. F. Larsen, S. H. Møller, T. Clausen, A. S. Hammer, T. M. Lássen, V. H. Nielsen & J. Malmkvist, Proceedings of the Xth International Scientific Congress in fur animal production (Vol. 36 (3/4), pp. 177-179). The Netherlands: Wageningen Academic Publishers.

Ronkin, V. I. & Savchenko, G. A. (2004). Effect of cattle grazing on habitats for the steppe marmot (Marmota bobak) in North-Easthern Ukraine. Vestnik Zoologii. 38(1). 55-60.

Savchenko, G. & Ronkin, V. (2018). Grazing, abandonment and frequent mowing influence the persistence of the steppe marmot, Marmota bobak. Hacquetia. 17(1). 25-34.

Schultz, J. (2005). The Ecozones of the World: The Ecological Divisions of the Geosphere (2nd ed.). Stuttgart: Springer.

Steck, F. & Wandeler, A. (1980). The epidemiology of fox rabies in Europe. Epidemiologic Reviews. 2. 71-96.

Bent u tevreden over deze pagina?