Bruine beer

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

 

 

 

 

 

Algemene informatie (Garshelis, 2009; Wilson & Reeder, 2005)
Familie Usidae
Subfamilie -
Genus Ursus
Soort Ursus arctos
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 150-280 cm
  • Staart: 6-21 cm
  • Schouderhoogte: kleiner of gelijk aan 150 cm
Gewicht 80-725 kg
Dieet Omnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Alaska, Canada en het westen van de VS, van Scandinavië tot en met de oostkust van Rusland, de Kaukasus, delen van Zuid-Europa, van Turkije tot Iran, Centraal-Azië en delen van Zuid- en Oost-Azië.
  • Habitat: Komen voor in naald- en loofbossen, graslanden, de toendra en in (semi-) aride gebieden.
Levensverwachting Ca. 35 jaar
IUCN-status "Least concern"
CITES Bijlage A en B

Risicoklasse F

Bruine beren zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze redenen valt de bruine beer onder “risicoklasse F”.

Samenvatting beoordeling van de bruine beer

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij de bruine beer zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen rabiësvirus en Leptospira spp. aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade XF  Bij bruine beren is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor de bruine beer direct onder risicoklasse F valt.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X Bruine beren moeten dagelijks langdurig foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Bruine beren gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Bruine beren gebruiken zelf gegraven holen.
Thermoregulatie X Bruine beren houden een obligate winterslaap.
Sociaal gedrag X Bruine beren hebben een despotische dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij de bruine beer zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen rabiësvirus (Shchelkanov et al., 2016) en Leptospira spp. (Modrić & Huber, 1993; Ramey et al., 2019; Slavica et al., 2010) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2 XF

Bruine beren wegen 80-725 kilo en beschikken over lange klauwen van 4-10 centimeter, waarmee beren krachtig kunnen uithalen. Ook bijten ze opponenten naar het hoofd en de nek (Garshelis, 2009; Pasitschniak-Arts, 1993). Bruine beren kunnen mensen aanvallen en dit kan een fatale afloop hebben (Bombieri, et al., 2019). Het gedrag van de bruine beer is onvoorspelbaar. Voornamelijk vrouwtjes met jongen en bruine beren die een prooi bewaken kunnen gevaarlijk zijn. Bruine beren die gewend zijn voedsel te krijgen van mensen, zowel direct als indirect uit menselijk afval, kunnen hun schuwheid verliezen en direct agressief worden richting mensen (Herrero et al., 2005; Pasitschniak-Arts, 1993).

Gezien de grootte, morfologie en het gedrag van bruine beren kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor de bruine beer direct onder risicoklasse F valt.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De bruine beer is een omnivoor (Garshelis, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2   De bruine beer heeft geen hypsodonte gebitselementen (Garshelis, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3 X Bruine beren hebben een divers dieet van zoogdieren, vis en plantaardig voedsel en zijn aangepast aan het uitgraven van voedsel en prooien en het doden van grotere hoefdieren Bruine beren zijn in totaal 40-80% van de dag actief, afhankelijk van de lengte van de dagen en voedselbeschikbaarheid (Garshelis, 2009), en besteden 94% van deze actieve periode aan foerageren (Carlstead et al., 1991). Dit patroon is te zien onafhankelijk van de omgevingstemperatuur, en tijdens het bessenseizoen foerageren bruine beren nog drie uur langer dan tijdens andere seizoenen (McLellan & McLellan, 2015). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van bruine beren bestaat uit insecten, knaagdieren, hoefdieren, vissen, en plantaardig materiaal zoals gras, zegge, paardenstaart, kruidachtige planten, wortels, bessen en noten (Garshelis, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Bruine beren hebben een home range van 7-30.000 km2, afhankelijk van de voedselbeschikbaarheid en de hoeveelheid beren in het gebied (Garshelis, 2009). Er is sprake van overlap tussen home ranges (Garshelis, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R2 X Bruine beren gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen (Garshelis, 2009). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over een sterke, blindelingse vluchtreactie, maar het bestaan hiervan wordt ook niet aannemelijk geacht, gezien dat bruine beren in het wild geen natuurlijke vijanden hebben (Pasitschniak-Arts, 1993). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4 X Bruine beren gebruiken zelf gegraven holen (Pasitschniak-Arts, 1993). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R5   Voor bruine beren zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Garshelis, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1  

Bruine beren leven voornamelijk in een subarctisch klimaat, maar daarnaast komen ook in een gematigd klimaat en een droog klimaat met koude periodes voor (Garshelis, 2009; Schultz, 2005). In een subarctisch klimaat ligt de jaarlijkse gemiddelde temperatuur rond het vriespunt en de gemiddelde maandelijkse minimumtemperatuur in de winter ver onder het vriespunt ligt (Schultz, 2005). In British Columbia (Canada), waar bruine beren voorkomen, ligt de absolute maximumtemperatuur rond de 40oC. Ook bij deze hogere temperaturen zijn bruine beren in dit gebied overdag even actief vergeleken dagen met temperaturen onder de 27,9oC (McLellan & McLellan, 2015). In het subarctische klimaat ligt de neerslag in veel gebieden tussen de 250-500 mm. In de kustgebieden van Noord-Amerika en Eurazië ligt de gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid echter aanzienlijk hoger (Schultz, 2005). Ook komt de bruine beer voor in een gematigd klimaat, zoals in het Cantabrisch gebergte in Noord-Spanje waar een hoge luchtvochtigheid heerst en er jaarlijks 900-1900 mm neerslag valt (Wiegand et al., 1998).

De bruine beer weet zich aan te passen aan verschillende klimaattypes, zoals een subarctisch klimaat, gematigd klimaat en een droog klimaat met koude periodes. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat bruine beren gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Garshelis, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3 X Bruine beren houden een winterslaap van drie tot zeven maanden, afhankelijk van hoe streng de winter in het gebied is en de daaraan gerelateerde voedselbeschikbaarheid (Garshelis, 2009; Pasitschniak-Arts, 1993). Deze risicofactor is daarom van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Bruine beren hebben een solitaire en polygame leefwijze (Garshelis, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X Bruine beren leven solitair, maar hebben grote overlap in home ranges (Garshelis, 2009). In gebieden waar de populatiedichtheid hoog is, zoals in Yellowstone National Park, kunnen aggregaties vormen tijdens het foerageren. Grizzly beren (U. a. horribilis) hebben in deze aggregaties een dominantiehiërarchie gebaseerd op gewicht en agressie. Het dominante mannetje is dominant over subordinate mannetjes en vrouwtjes (Steyaert et al., 2012). Er is sprake van een despotische dominantiehiërarchie. Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Vrouwtjes werpen tussen hun 4e tot 10e levensjaar hun eerste jongen en kunnen elke twee jaar jongen werpen. Vrouwtjes zijn 6-8 weken drachtig en krijgen per worp 1-5 jongen. Het paarseizoen loopt van midden mei tot midden juli (Garshelis, 2009). Bruine beren hebben geen grote kans op overbevolking. Deze riscofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Bombieri, G., Naves, J., Penteriani, V., Selva, N., Fernández-Gil, A., López-Bao, J., . . . Delgado, M. (2019). Brown bear attacks on humans: a worldwide perspective. Scientific Reports, 9(8573). doi:10.1038/s41598-019-44341-w

Carlstead, K., Seidensticker, J., & Baldwin, R. (1991). Environmental enrichment for zoo bears. Zoo Biology, 10(1), 3-16.

Garshelis, D. (2009). Family Ursidae (Bears). In D. Wilson, & R. Mittermeier, Handbook of the Mammals of the World: Vol. 1. Carnivores (pp. 448-497). Barcelona: Lynx Edicions.

Herrero, S., Smith, T., DeBruyn, T., Gunther, K., & Matt, C. (2005). From the Field: Brown bear habituation to people - safety, risks, and benefits. Wildlife Society Bulletin, 33(1), 362-373. doi:10.2193/0091-7648(2005)332.0.CO;2

McLellan, M., & McLellan, B. (2015). Effect of Season and High Ambient Temperature on Activity Levels and Patterns of Grizzly Bears (Ursus arctos). PLoS One, 10(2). doi:10.1371/journal.pone.0117734

Modrić, Z., & Huber, D. (1993). Serologic Survey for Leptospirae in European Brown Bears (Ursus arctos) in Croatia. Journal of Wildlife Diseases, 29(4), 608-611. doi:10.7589/0090-3558-29.4.608

Pasitschniak-Arts, M. (1993). Ursus arctos. Mammalian Species, 439, 1-10. doi:10.2307/3504138

Ramey, A., Cleveland, C., Hilderbrand, G., Joly, K., Gustine, D., Mangipane, B., . . . Yabsley, M. (2019). EXPOSURE OF ALASKA BROWN BEARS (URSUS ARCTOS) TO BACTERIAL, VIRAL, AND PARASITIC AGENTS VARIES SPATIOTEMPORALLY AND MAY BE INFLUENCED BY AGE. Journal of Wildlife Diseases, 55(3), 576-588. doi:10.7589/2018-07-173

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer.

Shchelkanov, M., Deviatkin, A., Ananiev, V., Dedkov, V., Shipulin, G., Sokol, N., . . . Fomenko, P. (2016). Complete genome sequence of a rabies virus strain isolated from a brown bear (Ursus arctos) in Primorsky Krai, Russia (November 2014). Genome Announcements, 4(4). doi:10.1128/genomeA.00642-16

Slavica, A., Konjević, D., Huber, D., Milas, Z., Turk, N., Sindičić, M., . . . Mašek, T. (2010). Serologic Evidence of Leptospira spp. Serovars in Brown Bears (Ursus arctos) from Croatia . Journal of Wildlife Diseases, 46(1), 251-256. doi:10.7589/0090-3558-46.1.251

Steyaert, S. M. J. G., Endrestøl, A., Hackländer, K., Swenson, J. E. & Zedrosser, A. (2012). The mating system of the brown bear Ursus arctos. Mammal Review. 42(1). 12-34.

Wiegand, T., Naves, J., Stephan, T., & Fernandez, A. (1998). Assessing the risk of extinction for the brown bear (Ursus arctos) in the Cordillera Cantabrica, Spain. Ecological monographs, 68(4), 539-570. doi:10.1890/0012-9615(1998)0682.0.CO;2

Wilson, D., & Reeder, D. (2005). Mammal species of the world. A taxonomic and geographic reference (3rd ed). Opgehaald van Mammal species of the world: https://www.departments.bucknell.edu/biology/resources/msw3/

Bent u tevreden over deze pagina?