Celebeswrattenzwijn

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Burton et al., 2020; Macdonald, 1993; Meijaard et al., 2011; Wilson & Reeder, 2005) 
Familie Suidae
Subfamilie Suinae
Genus Sus
Soort Sus celebensis
Gedomesticeerd Wild
Kruising Nee
Volwassen grootte Kop-romp: 80-130 cm
Gewicht 40-70 kg
Dieet Omnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Indonesië; Sulawesi en naastgelegen eilanden (Buton, Kabeana, Muna, Peleng, Lembeh en sommige Togian eilanden).
  • Habitat: Komt voor in een grote verscheidenheid aan habitats, waaronder regenwoud, moeras, hoge graslanden en landbouwgebieden. Ze kunnen tot 2300 m hoogte voorkomen, maar geven de voorkeur aan valleien.
Levensverwachting Circa 9 jaar in gevangenschap
IUCN-status ‘Near Threatened’
CITES Niet vermeld

Risicoklasse F

Celebeswrattenzwijnen zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze redenen valt het Celebeswrattenzwijn onder “risicoklasse F”.

Samenvatting beoordeling van het Celebeswrattenzwijn

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van (zeer) hoog-risico zoönotische pathogenen, maar bij de sympatrische en aanverwante soort Sus scrofa zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Brucella suis, Francisella tularensis, Leptospira spp., en Mycobacterium tuberculosis aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade XF Bij Celebeswrattenzwijnen is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor het Celebeswrattenzwijn direct onder risicoklasse F valt.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X Celebeswrattenzwijnen moeten dagelijks langdurig foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Celebeswrattenzwijnen gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Celebeswrattenzwijnen hebben een sterke vluchtreactie.
  • Celebeswrattenzwijnen gebruiken zelf gegraven kuilen.
Thermoregulatie X
  • Het Celebeswrattenzwijn is aangepast aan een tropisch klimaat.
  • Celebeswrattenzwijnen gebruiken speciale zoelplaatsen.
Sociaal gedrag X Celebeswrattenzwijnen hebben een dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van (zeer) hoog-risico zoönotische pathogenen, maar bij de sympatrische en aanverwante soort Sus scrofa zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Brucella suis (Cvetnic et al., 2009; Dahouk et al., 2005), Francisella tularensis (Dahouk et al., 2005), Leptospira spp. (Ebani et al., 2003), en Mycobacterium tuberculosis (Martin-Hernando et al., 2007) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2 XF Het Celebeswrattenzwijn weegt 40-70 kg (Meijaard et al., 2011). Zwijnen zijn agressief wanneer zij in het nauw gedreven worden en verzetten zich hevig (Sutherland-Smith, 2015). Gezien de grootte en het gedrag van Celebeswrattenzwijnen kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor het Celebeswrattenzwijn direct onder risicoklasse F valt.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   Het Celebeswrattenzwijn is een omnivoor (Meijaard et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2   Het Celebeswrattenzwijn heeft geen hypsodonte gebitselementen (Meijaard et al., 2011; Suraprasit et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3 X Celebeswrattenzwijnen leggen grote afstanden af om aan voedsel te komen (Frädrich, 1974; Meijaard et al., 2011), en moeten hier onder andere naar wroeten in de grond (Meijaard et al., 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van Celebeswrattenzwijnen bestaat uit wortels, gevallen fruit, bladeren, jonge stengels, ongewervelden, kleine gewervelden, en aas (Meijaard et al., 2011; Melleti & Meijaard, 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over de grootte van de home range. Celebeswrattenzwijnen verdedigen hun home range niet en brengen geen markeringen aan (Frädrich, 1974). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R2 X Celebeswrattenzwijnen gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen (Meijaard et al., 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3 X Celebeswrattenzwijnen rennen weg wanneer zij schrikken (Macdonald et al., 1996) en zijn gevoelig voor capture myopathie, wat optreedt tijdens de vluchtreactie (Sutherland-Smith, 2015). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R4 X Celebeswrattenzwijnen gebruiken zelf gegraven kuilen (Meijaard et al., 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R5   Voor Celebeswrattenzwijnen zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Meijaard et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X Celebeswrattenzwijnen komen voor in een tropisch klimaat (Burton et al., 2020; Schultz, 2005). De gemiddelde maandelijkse temperatuur komt niet onder de 18 °C. Gedurende het hele jaar ligt de temperatuur rond de 25 en 27 °C met dagelijkse temperatuurverschillen van maximaal 6 tot 11 °C. De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid ligt tussen de 2000-4000 mm. Dit klimaat kent een zeer hoge luchtvochtigheid van 90-100% (Schultz, 2005). Het Celebeswrattenzwijn is aangepast aan een tropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.
T2 X Celebeswrattenzwijnen maken gebruik van modderbaden (Macdonald et al., 1996). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
T3   Celebeswrattenzwijnen zijn jaarrond actief (Meijaard et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Celebeswrattenzwijnen hebben een polygame leefwijze (Frädrich, 1974). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X Celebeswrattenzwijnen leven in groepen bestaande uit 1-3 jongen, 1-2 subadulten en 1-3 volwassenen (Meijaard et al., 2011). In groepen zwijnen bestaat er gewoonlijk een dominantiehiërarchie (Sutherland-Smith, 2015). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn 16-20 weken drachtig en krijgen per worp gemiddeld 5 jongen. Celebeswrattenzwijnen kunnen zich jaarrond voorplanten, maar hebben een bronst in februari (Meijaard et al., 2011). Celebeswrattenzwijnen hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Burton, J., Mustari, A., & Rejeki, I. (2020). Sus celebensis. Opgehaald van The IUCN Red List of Threatened Species: https://dx.doi.org/10.2305/IUCN.UK.2020-2.RLTS.T41773A44141588.en

Cvetnic, Z., Toncic, J., Majnaric, D., Benic, M., Albert, D., Thiébaud, M., & Garin-Bastuji, B. (2009). Brucella suis infection in domestic pigs and wild boar in Croatia. Rev. sci. tech off. int. Epiz. (28), 1057-1067.

Dahouk, S., Nöckler, K., Tomaso, H., Splettstoesser, W., Jungersen, G., Riber, U., . . . Neubauer, H. (2005). Seroprevalence of Brucellosis, Tularemia and Yersiniosis in Wild boars from North-Eastern Germany. Journal Veterinary Medicine, 444- 455.

Ebani, V., Cerri, D., Poll, A., & Andreani, E. (2003). Prevalence of Leptospira and Brucella antibodies in Wild boars in Tuscany, Italy. Journal of wildlife diseases 39 (3), 718-722.

Frädrich, H. (1974). A comparison of behaviour in the Suidae. In V. Geist, & F. Walther, Behaviour of ungulates and its relation to management. (pp. 133-143). International Union for Conservation of Nature and Natural Resources.

Macdonald, A. (1993). The Sulawesi Warty Pig. In W. Oliver, & I. Brisbin, Pigs, Peccaries, and Hippos Status Survey and Action Plan. Gland, Switzerland: IUCN World Conservation Union.

Macdonald, A., Leus, K., Florence, A., Clare, J., & Patry, M. (1996). Notes on the behaviour of Sulawesi Warty pigs Sus clebensis in North Sulawesi, Indonesia. Malayan Nature Journal, 47-53.

Martin-Hernando, M., Höfle, U., Vicente, J., Ruiz-Fons, F., Vidal, D., Barral, M., . . . Gortazar, C. (2007). Lesions associated with Mycobacterium tuberculosis complex infection in European wild boar. Tuberculosis 87, 360-367.

Meijaard, E., d'Huart, J., & Oliver, W. (2011). Sus celebensis. In D. Wilson, & R. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world, Hoofed mammals Volume 2. Lynx Edicions.

Melleti, M., & Meijaard, E. (2017). Ecology, conservation and management of wild pigs and peccaries. Cambirdge University Press.

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer.

Suraprasit, K., Jaeger, J. J., Chaimanee, Y., Chavasseau, O., Yamee, C., Tian, P. & Panha, S. (2016). The Middle Pleistocene vertebrate fauna from Khok Sung (Nakhon Ratchasima, Thailand): biochronological and paleobiogeographical implications. ZooKeys. 613. 1-157.

Sutherland-Smith, M. (2015). Suidae and Tayassuidae. In E. Miller, & M. Fowler, Fowler's Zoo and Wild Animal Medicine, Volume 8. Elsevier Health Sciences.

Wilson, D., & Reeder, D. (2005). Mammal species of the world. A taxonomic and geographic reference (3rd ed). Opgehaald van Mammal species of the world: https://www.departments.bucknell.edu/biology/resources/msw3

Bent u tevreden over deze pagina?