Dikhoornschaap

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Festa-Bianchet, 2008; Wilson & Reeder, 2005)
Familie Bovidae
Subfamilie Caprinae
Genus Ovis
Soort Ovis canadensis
Ondersoorten Ovis canadensis canadensis (dikhoornschaap)
Ovis canadensis auduboni (Audubon dikhoornschaap)
Ovis canadensis californiana/sierrae (California dikhoornschaap)
Ovis canadensis mexicana, nelsoni & weemsi (woestijndikhoornschaap)
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 109-169 cm (m), 96-126 cm (v)
  • Schouderhoogte: 81-112 cm (m), 76-91 cm (v)
Gewicht 79-145 kg (m), 59-104 kg (v)
Dieet Herbivoor, voedt zich voornamelijk met grassen.
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Westen van Canada, Verenigde Staten en Mexico. 
  • Habitat: Habitats omvatten ruige tot lichte heuvels in de bergen, kliffen, rotsen, mesa tops, canyons en rivierbeddingen. Vegetatietypen zijn onder andere graslanden, oeverzones, shrub-steppe, woestijn, loofbossen en conifeerbossen.
Levensverwachting 12 jaar (m), 15 jaar (v)
IUCN-status “Least Concern” 
CITES Bijlage B, Mexicaanse populatie

Risicoklasse F

Dikhoornschapen zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze redenen valt het dikhoornschaap onder risicoklasse F.

Samenvatting beoordeling van het dikhoornschaap

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij het dikhoornschaap zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Coxiella burnetii, Leptospira interrogans en Brucella spp. aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade XF Bij dikhoornschapen is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor het dikhoornschaap direct onder risicoklasse F valt.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X
  • Het dikhoornschaap heeft hypsodonte gebitselementen.
  • Dikhoornschapen moeten dagelijks frequent foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Dikhoornschapen gebruiken een beschutte verstopplaats.
  • Dikhoornschapen hebben een sterke vluchtreactie.
  • Dikhoornschapen gebruiken hoogte-elementen.
Thermoregulatie X Het dikhoornschaap is lokaal aangepast aan een hooggebergte- en woestijnklimaat.
Sociaal gedrag X Dikhoornschapen hebben een despotische dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij het dikhoornschaap zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Coxiella burnetii (DeForge & Cone, 2006), Leptospira interrogans (Clark et al., 1993) en Brucella spp. (Kreeger et al., 2004) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2 XF

Het dikhoornschaap weegt 79-145 kg (m) of 59-104 kg (v) en beide geslachten beschikken over opgekrulde hoorns van 90-126 cm (m) of c.26,2 cm (v). De hoorns van de mannetjes worden als wapens gebruikt bij onderlinge gevechten. Ze worden gebruikt om zware klappen mee uit te delen, waarbij middels het lichaamsgewicht de kracht achter de aanval wordt vergroot (Festa-Bianchet, 1999; Groves et al., 2011). Dikhoornschapen zijn wilde dieren en het hanteren van dikhoornschapen vereist ervaring en deskundigheid van de houder (Weber, 2015).

Gezien de grootte, morfologie en het gedrag van dikhoornschapen, kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor het dikhoornschaap direct onder risicoklasse F valt.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   Het dikhoornschaap is een mixed-feeder, die zich voedt met browse materiaal, grassen en kruiden, afhankelijk van de populatie, verspreiding, het seizoen en de voedselbeschikbaarheid (Festa-Bianchet, 2008; Groves et al., 2011; Mendoza & Palmqvist, 2007; Tarango et al., 2002). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2 X Het dikhoornschaap heeft hypsodonte kiezen (Mendoza & Palmqvist, 2007; Witzel et al., 2018). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V3 X Dikhoornschapen spenderen tussen de ca. 40-50% van de tijd aan foerageren (Pelletier & Festa-Bianchet, 2004; Ruckstuhl, 1998). Dikhoornschapen zijn herkauwende mixed-feeders met een hoge passeersnelheid in de pens, waardoor frequent foerageren noodzakelijk is (Hofmann, 1989). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van dikhoornschapen bestaat uit browse materiaal, grassen en kruiden. De verhouding van de opmaak van het dieet is afhankelijk van de populatie, verspreiding, het seizoen en de voedselbeschikbaarheid (Festa-Bianchet, 2008; Groves et al., 2011; Tarrango et al., 2002; Wagner & Peek, 2006). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Dikhoornschaapmannetjes hebben een home range van 61 km2 en vrouwtjes van 24 km2. Dikhoornschapen migreren tussen de winter en zomer home ranges, afhankelijk van de voedselbeschikbaarheid en sneeuwophopingen. De afstanden tussen deze ranges kunnen 10-60 km bedragen (Groves et al., 2011). Dikhoornschapen zijn niet territoriaal, maar vechten met elkaar voor toegang tot vrouwtjes (FestaBianchet, 1999). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R2 X De jongen van dikhoornschapen gebruiken een beschutte verstopplaats (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3 X Dikhoornschapen hebben een sterke vluchtreactie, maar vluchten als behendige klimmers doelgericht naar hoge plekken en beschutting (Festa-Bianchet, 1999; Groves et al., 2011; Pelletier et al., 2006). Dikhoornschapen kunnen capture myopathy ontwikkelen (Blumstein et al., 2015). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R4   Dikhoornschapen gebruiken geen holen of kuilen (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R5 X Dikhoornschapen leven in een habitat met hoogte-elementen, die zij als toevluchtsoord bij tekenen van gevaar gebruiken en zijn morfologisch aangepast aan leven op ruig terrein (FestaBianchet, 1999; Groves, et al., 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Het dikhoornschaap komt voor in verschillende klimaten, namelijk in een hooggebergte- en woestijnklimaat (Cain et al., 2008; Groves et al., 2011; Schultz, 2005; Wagner & Peek, 2006). De gemiddelde minimumtemperatuur in de Rocky Mountains waar dikhoornschapen (O. c. canadensis en auduboni) voorkomen is -2 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van -40 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 11 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 30 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 500-1300 mm en de luchtvochtigheid is gemiddeld 70%, fluctuerend tussen 35-90% (Meteoblue, 2021a; Schultz, 2005).

De gemiddelde minimumtemperatuur in de bergachtige woestijnen van zuidelijk VS en Mexico waar dikhoornschapen (O. c. californiana, mexicana, nelsoni, sierrae en weemsi) voorkomen is 11 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van -6 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 25 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 48 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 150 mm en de luchtvochtigheid is 0% (Meteoblue, 2021b; Schultz, 2005).

Het dikhoornschaap komt voor in een hooggebergte- en woestijnklimaat en populaties zijn lokaal aangepast aan het klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat dikhoornschapen gebruik maken van een speciale zoel-, koelof opwarmplaats (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Dikhoornschapen zijn jaarrond actief (Ruckstuhl, 1998; Wagner & Peek, 2006). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Dikhoornschapen hebben een polygame leefwijze en vormen harems (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X Dikhoornschapen leven in gescheiden kuddes buiten de bronst. Kuddes bestaan uit 5-50 mannetjes en 5-100 vrouwtjes, lammetjes en jonge mannetje. Mannetjes verlaten de vrouwtjeskudde wanneer ze oud genoeg zijn om vrouwtjes te domineren (c.2-3 jaar). Er is sprake van een despotische dominantiehiërarchie, waarbij oudere en grotere mannetjes dominant zijn over jongere en kleinere mannetjes. Het dominante mannetje monopoliseert vrouwtjes en vormt een harem die hij bewaakt tegen andere mannetjes (FestaBianchet, 1999; Festa-Bianchet, 2008; Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 18 maanden geslachtsrijp en kunnen één keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn c.175 dagen drachtig en krijgen per worp één jong. Dikhoornschapen hebben een paarseizoen afhankelijk van de verspreiding. De noordelijke ondersoorten (O. c. canadensis en auduboni) hebben een paarseizoen van eind-november tot begin-december. De zuidelijke ondersoorten (O. c. californiana, mexicana, nelsoni, sierrae en weemsi) hebben een paarseizoen van augustus tot januari (Festa-Bianchet, 2008; Groves et al., 2011). Dikhoornschapen hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Blumstein, D. T., Buckner, J., Shah, S., Patel, S., Alfaro, M. E. & Natterson-Horowitz, B. (2015). The evolution of capture myopathy in hooved mammals: a model for human stress cardiomyopathy? Evol Med Public Health. 2015(1). 195-203.

Cain, J., Jansen, B., Wilson, R. & Krausman, P. (2008). Potential thermoregulatory advantages of shade use by desert bighorn sheep. Journal of Arid environments. 72(8). 1518-1525.

Clark, R., Boyce, W., Jessup, D. & Elliot, L. (1993). Survey of pathogen exposure among population clusters of bighorn sheep (Ovis canadensis) in California. Journal of Zoo and Wildlife Medicine. 48-53.

DeForge, J. & Cone, L. (2006). The serologic prevalence of Q fever (Coxiella burnetii) complement-fixing antibodies in the Peninsular bighorn sheep of Southern California. The American Journal of Tropical Medicine and Hygiene. 75(2). 315-317.

Festa-Bianchet, M. (1999). Bighorn sheep. In D. Wilson, & S. Ruff, The Smithsonian Book of North American Mammals. Washington D.C.: The Smithsonian Institution Press. 

Festa-Bianchet, M. (2008). Ovis canadensis. The IUCN Red List of Threatened Species. Opgehaald van IUCN: http://dx.doi.org/10.2305/IUCN.UK.2008.RLTS.T15735A5075259.en

Groves, C. P., Leslie Jr., D. M., Huffman, B. A., Valdez, R., Habibi, K., Weinberg, P. J., Burton, J. A., Jarman, P. J. & Robichaud, W. G. (2011). Family Bovidae (Hollow-horned Ruminants). In D. E. Wilson & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world (pp. 444-779). Barcelona: Lynx Edicions.

Hofmann, R. R. (1989). Evolutionary steps of ecophysiological adaptation and diversification of ruminants: a comparative view of their digestive system. Oecologia. 78. 443-457. 

Kreeger, T., Cook, W., Edwards, W. & Cornish, T. (2004). Brucellosis in captive Rocky Mountain bighorn sheep (Ovis canadensis) caused by Brucella abortus biovar 4. Journal of Wildlife Diseases. 40(2). 311-315.

Mendoza, M. & Palmqvist, P. (2007). Hypsodonty in ungulates: an adaptation for grass consumption or for foraging in open habitat? Journal of Zoology. 274. 134-142.

Meteoblue. (2021a). Yellowstone National Park, Wyoming, USA. Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/en/weather/historyclimate/climatemodelled/yel…

Meteoblue. (2021b). Sierra el Viejo, Mexico. Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/en/weather/historyclimate/climatemodelled/sie…

Pelletier, F. & Festa-Bianchet, M. (2004). Effects of body mass, age, dominance and parasite load on foraging time of bighorn rams, Ovis canadensis. Behavioral Ecology and Sociobiology. 56(6). 546-551.

Pelletier, F., Gendreau, Y. & Feder, C. (2006). Behavioural reactions of bighorn sheep (Ovis canadensis) to cougar (Puma concolor) attacks. Mammalia. 70(1-2). 160-162.

Ruckstuhl, K. (1998). Foraging behaviour and sexual segregation in bighorn sheep. Animal Behaviour. 56(1). 99-106.

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer.

Tarrango, L., Krausman, P., Valdez, R. & Kattnig, R. (2002). Research observation: Desert bighorn sheep diets in northwestern Sonora, Mexico. Rangeland Ecology & Management/Journal of Range Management Archives. 55(6). 530-534.

Wagner, G. & Peek, J. (2006). Bighorn sheep diet selection and forage quality in central Idaho. Northwest Science. 80(4).

Weber, M. A. (2015). Chapter 64 - Sheep, Goats, and Goat-Like Animals. In E. Miller & M. Fowler, Fowler's Zoo and Wild Animal Medicine, Volume 8 (pp. 611-625). Columbia en Davis: Saunders. 

Wilson, D. & Reeder, D. (2005). Mammal species of the world. A taxonomic and geographic reference (3rd ed). Opgehaald van Mammal species of the world: https://www.departments.bucknell.edu/biology/resources/msw3/

Witzel, C., Kierdorf, U., Frölich, K. & Kierdorf, H. (2018). The pay-off of hypsodonty-timing and dynamics of crown growth and wear in molars of Soay sheep. BMC Evolutionary Biology. 18(1):27. 1-14.

Bent u tevreden over deze pagina?