Driekleureekhoorn

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Cassola, 2016; de Magelhaes & Costa, 2009; Koprowski et al., 2016)
Familie Sciuridae
Subfamilie Callosciurinae
Genus Callosciurus
Soort Callosciurus prevostii
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 237-241 mm
  • Staart: c.230 mm
Gewicht 353-403 g
Dieet Omnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Brunei, Indonesië (Sumatra, Kalimantan & Sulawesi), Maleisië en Zuid-Thailand.
  • Habitat: Tropische en subtropische bossen. Op Borneo komt de driekleureekhoorn voor in de laaglandbossen en heuvels tot 1200 m hoogte.
Levensverwachting 5 jaar wild, 10-21 jaar gevangenschap.
IUCN-status "Least concern"
CITES Niet vermeld

Risicoklasse E

Bij de driekleureekhoorn zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Hierdoor valt de driekleureekhoorn in risicoklasse E.

Samenvatting beoordeling van de driekleureekhoorn

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij de driekleureekhoorn is het hoog-risico zoönotische pathogeen VSBV-1 aangetoond. Bij meerdere sympatrische en aanverwante soorten is het hoog-risico zoönotische pathogeen Leptospira spp. aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade   In deze risicocategorie is de risicofactor niet van toepassing.
Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X Driekleureekhoorns moeten dagelijks langdurig foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Driekleureekhoorns gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Driekleureekhoorns leven arboreaal.
Thermoregulatie X De driekleureekhoorn is aangepast aan een tropisch klimaat.
Sociaal gedrag X Driekleureekhoorns hebben een lineaire dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij de driekleureekhoorn is het hoog-risico zoönotische pathogeen VSBV-1 aangetoond (Hoffmann et al., 2015; Schlottau et al., 2017ab; Tappe et al., 2017). Bij meerdere sympatrische en aanverwante soorten is het hoog-risico zoönotische pathogeen Leptospira spp. aangetoond (Gozzi et al., 2013; Suut et al., 2018; Thayaparan et al., 2013). Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van de grootte, morfologie en het gedrag van de driekleureekhoorn is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens (Koprowski et al., 2016). Deze risicocategorie is daarom niet van toepassing.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De driekleureekhoorn is een omnivoor (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2   De driekleureekhoorn heeft geen hypsodonte gebitselementen (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3 X

De driekleureekhoorns is dagactief met piekmomenten in activiteit in de ochtend en avond. De middagdip is essentieel voor de spijsvertering doordat na het foerageren in de ochtend de maximale capaciteit van het spijsverteringskanaal is behaald (Koprowski et al., 2016; Lurz et al., 2017). De actieve tijd van boomeekhoorns uit de subfamilie Callosciurinae wordt voornamelijk besteed aan foerageren (53,9 +/- 9,2 %) (Bertolino et al., 2004). De driekleureekhoorn is de enige geobserveerde Callosciurus-soort, die zaden niet opslaat maar achterlaat na het eten van fruit en doet niet aan scatterhoarden (Koprowski et al., 2016).

De driekleureekhoorn spendeert veel tijd aan foerageren. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

V4   Het dieet van de driekleureekhoorn bestaat voornamelijk uit zaden en fruit, maar ook schors, sap, scheuten, bladeren en soms insecten. De driekleureekhoorn heeft een sterke voorkeur voor zoet en olierijk fruit (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Driekleureekhoorns hebben een home range van c.0,026 km2. De driekleureekhoorn heeft overlappende home ranges (Koprowski et al., 2016; Saiful & Nordin, 2004). Deze risicofactor is daarom van niet toepassing.
R2 X Driekleureekhoorns gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen en als nachtrustplaats (Koprowski et al., 2016; Lurz et al., 2017). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3   De driekleureekhoorn is door zijn arboreale levensstijl erg behendig en vlucht doelgericht naar hoge schuilplekken (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4   Driekleureekhoorns gebruiken geen holen of kuilen (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R5 X Driekleureekhoorns leven arboreaal (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Driekleureekhoorns leven in een tropisch klimaat (Koprowski et al., 2016; Schultz, 2005). De gemiddelde minimumtemperatuur in de tropische bossen van Zuidoost-Azië waar driekleureekhoorns voorkomen is 20 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van 17 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 26 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 40 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 4000 mm en de luchtvochtigheid is 85% (Schultz, 2005).

De driekleureekhoorn is aangepast aan een tropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat driekleureekhoorns gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Koprowski et al., 2016). Bovendien leven driekleureekhoorns in een gebied met weinig temperatuurfluctuaties gedurende de dag en het jaar. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Driekleureekhoorns zijn jaarrond actief (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Driekleureekhoorns hebben een promiscue leefwijze (Lurz et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over de dominantiehiërarchie van de driekleureekhoorn. Verwante soorten in de subfamilie (Callosciurinae) leven solitair en hebben vaak overlappende home ranges. Bij deze soorten is er sprake van een lineaire dominantiehiërarchie, die het meest prominent aanwezig is tijdens het paarseizoen (Farentinos, 1972; Koprowski et al., 2016; Tamura et al., 1988). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Er is weinig wetenschappelijke literatuur gevonden over de voortplanting van driekleureekhoorns. Verwante soorten in de subfamilie (Callosciurinae) zijn binnen het eerste levensjaar geslachtsrijp en kunnen 2-3 keer per jaar werpen. Ze planten zich jaarrond voort. Driekleureekhoorns hebben de meeste drachtige vrouwen in de lente- en zomermaanden. Vrouwtjes zijn 42-48 dagen drachtig en krijgen per worp 1-2 (gemiddeld 1,55) jongen. Driekleureekhoorns hebben geen grote kans op overbevolking (Koprowski et al., 2016; Lurz et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Bertolino, S., Mazzoglio, P. J., Vaiana, M. & Currado, I. (2004). Activity budget and foraging behaviour of introduced Callosciurus finlaysonii (Rodentia, Sciuridae) in Italy. Journal of Mammalogy. 85(2). 254-259.

Cassola, F. (2016). Callosciurus prevostii. The IUCN Red List of Threatened Species 2016. Opgehaald van IUCN: https://www.iucnredlist.org/species/3603/22253650.

Farentinos, R. C. (1972). Social dominance and mating activity in the tassel-eared squirrel (Sciurus aberti ferreus). Anim. Behav. 20. 316-326.

Gozzi, A., Guichón, M. L., Benitez, V., Romero, G. N. & Brihuega, C. (2013). First isolation of Leptospira interrogans from the arboreal squirrel Callosciurus erythraeus introduced in Argentina. Wildlife Biology. 19. 483-489.

Hoffmann, B., Tappe, D., Höper, D., Herden, C., Boldt, A., Mawrin, C., Niederstraßer, O., Müller, T., Jenckel, M., van der Grinten, E., Lutter, C., Abendroth, B., Teifke, J. P., Cadar, D., Schmidt-Chanasit, J., Ulrich, R. G. & Beer, M. (2015). A Variegated Squirrel Bornavirus Associated with Fatal Human Encephalitis. N Engl J Med. 373. 154-162.

Koprowski, J. L., Goldstein, E. A., Bennett, K. R. & Pereira Mendes, C. (2016). Family Sciuridae (Squirrels). In D. E. Wilson, T. E. Lacher Jr. & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world. 6. Lagomorphs and Rodents I (pp. 648-837). Barcelona: Lynx Edicions.

Lurz, P. W. W., Fielding, I. & Hayssen, V. (2017). Callosciurus prevostii (Rodentia: Sciuridae). Mammalian Species. 49(945). 40-50.
de Magalhaes, J. P. & Costa, J. (2009) A database of vertebrate longevity records and their relation to other life-history traits. Journal of Evolutionary Biology. 22(8). 1770-1774.

Mantor, M., Krause, S. & Hart, L. (2014). Trapping and Handling Squirrels: Trap Modification and Handling Restraint to Minimize Injuries and Stress. Wildlife Society Bulletin. 38.

Saiful, A. A. & Nordin, M. (2004). Diversity and Density of Diurnal Squirrels in a Primary Hill Dipterocarp Forest, Malaysia. Journal of Tropical Ecology. 20(1). 45-49.

Schlottau, K., Jenckel, M., van den Brand, J., Fast, C., Herden, C., Höper, D., ... & Hoffmann, B. (2017). Variegated squirrel bornavirus 1 in squirrels, Germany and the Netherlands. Emerging infectious diseases, 23(3), 477-481.

Schlottau, K., Hoffmann, B., Homeier-Bachmann, T., Fast, C., Ulrich, R. G., Beer, M. & Hoffmann, D. (2017b). Multiple detection of zoonotic variegated squirrel bornavirus 1 RNA in different squirrel species suggests a possible unknown origin for the virus. Arch Virol. 162. 2747–2754.

Schultz, J. (2005). The Ecozones of the World: The Ecological Divisions of the Geosphere (2nd ed.). Stuttgart: Springer.

Tamura, N., Hayashi, F. & Miyashita, K. (1988). Dominance hierarchy and mating behaviour of the Formosan squirrel, Callosciurus erythraeus thaiwanensis. Journal of Mammalogy. 69(2). 320-331.

Tappe, D., Schmidt-Chanasit, J., Reusken, C. B. E. M., Beer, M. & Hoffmann, B. (2017). Variegated Squirrel Bornavirus 1 in Squirrels, Germany and the Netherlands. Emerging Infectious Diseases. 23(3). 477-481.

Thayaparan, S., Robertson, I., Amraan, F., Su’ut, L. & Abdullah, M.T. (2013). Serological Prevalence of Leptospiral Infection in Wildlife in Sarawak, Malaysia. Borneo J. Resour. Sci. Tech. 2(2). 79-82.

Bent u tevreden over deze pagina?