Dwergzwijn

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Meijaard et al., 2019; Meijaard et al., 2011; Melleti & Meijaard, 2017)
Familie Suidae
Subfamilie Suinae
Genus Porcula
Soort Porcula salvania
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte Kop-romp: 55-71 cm
Gewicht 6,6-9,7 kg
Dieet Omnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: India (o.a. Manas National Park, Manas Tiger Reserve).
  • Habitat: Onverstoord grasland in riviergebied; dichte hoge grassen en kruiden, struiken en jonge bomen. Graslanden omvatten Narenga porphyrocoma, Saccharum spontaneum, S. bengalensis, Imperata cylindrica, en Themeda villosa, deze vormen kenmerkende groepen van 2-3 m hoogte.
Levensverwachting In het wild 6-8 jaar, in gevangenschap 11 jaar.
IUCN-status "Endangered"
CITES Bijlage A

Risicoklasse E

Bij het dwergzwijn zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Hierdoor valt het dwergzwijn in risicoklasse E.

Samenvatting beoordeling van het dwergzwijn

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van (zeer) hoog-risico zoönotische pathogenen, maar bij de sympatrische en aanverwante soort Sus scrofa zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Brucella suis, Francisella tularensis, Leptospira spp., en Mycobacterium tuberculosis aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade   De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X Dwergzwijnen moeten dagelijks langdurig foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Dwergzwijnen gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Dwergzwijnen hebben een sterke vluchtreactie.
  • Dwergzwijnen gebruiken zelf gegraven kuilen.
Thermoregulatie X
  • Het dwergzwijn is aangepast aan een tropisch klimaat.
  • Dwergzwijnen gebruiken speciale zoelplaatsen.
Sociaal gedrag X Dwergzwijnen hebben een dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van (zeer) hoog-risico zoönotische pathogenen, maar bij de sympatrische en aanverwante soort Sus scrofa zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Brucella suis (Cvetnic et al., 2009; Dahouk et al., 2005), Francisella tularensis (Dahouk et al., 2005), Leptospira spp. (Ebani et al., 2003), en Mycobacterium tuberculosis (Martin-Hernando et al., 2007) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van de grootte van dwergzwijnen (Meijaard et al., 2011) is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   Het dwergzwijn is een omnivoor (Meijaard et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2   Het dwergzwijn heeft geen hypsodonte gebitselementen (Meijaard et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3 X Dwergzwijnen spenderen dagelijks 6-8 uur aan foerageren, wat neerkomt op 43-52% van de actieve periode (Abraham, 2008; Oliver, 1979). Dwergzwijnen leggen grote afstanden af om aan voedsel te komen en moeten hier onder andere naar wroeten in de grond (Frädrich, 1974; Meijaard et al., 2011; Oliver, 1979). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van dwergzwijnen bestaat uit wortels, knollen, stengels, grondvegetatie, wormen, ongewervelden, kleine gewervelden, eieren en kuikens van vogels (Meijaard et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Dwergzwijnen hebben een home range van 28-57 ha (Narayan & Deka, 2015). Er is sprake van overlap van home ranges (Narayan & Deka, 2015). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R2 X Dwergzwijnen gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen en als dag/nachtrustplaats (Melleti & Meijaard, 2017). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3 X Dwergzwijnen zijn gevoelig voor capture myopathy, wat optreedt tijdens de vluchtreactie (Sutherland-Smith, 2015). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R4 X Dwergzwijnen gebruiken zelf gegraven kuilen (Melleti & Meijaard, 2017). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R5   Voor dwergzwijnen zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Meijaard et al., 2019; Meijaard et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Dwergzwijnen leven in een tropisch klimaat (Meijaard et al., 2019; Schultz, 2005). De gemiddelde maandelijkse temperatuur komt niet onder de 18 °C. In de warmste maanden ligt de gemiddelde temperatuur rond de 30 °C met maximum temperaturen van boven de 40 °C. De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid ligt tussen de 500-1500 mm (Schultz, 2005).

Het dwergzwijn is aangepast aan een tropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

T2 X Dwergzwijnen gebruiken water en modderbaden (Frädrich, 1974). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
T3   Dwergzwijnen zijn jaarrond actief (Meijaard et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Dwergzwijnen hebben een polygame leefwijze (Meijaard et al., 2011). Dwergzwijn mannetjes hebben een voornamelijk solitaire leefwijze (Meijaard et al., 2011; Melleti & Meijaard, 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X Volwassen mannelijke dwergzwijnen zijn meestal solitair, maar sluiten zich tijdens de bronst aan bij vrouwtjes. Vrouwtjes leven in familiegroepen bestaande uit 4-6 individuen, met 1 of meer volwassen vrouwtjes en jongen (Meijaard et al., 2011; Melleti & Meijaard, 2017). In groepen zwijnen bestaat er gewoonlijk een dominantiehiërarchie (Sutherland-Smith, 2015). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Dwergzwijnen zijn vanaf 18-21 maanden oud geslachtsrijp en hebben een oestruscyclus van circa 21 dagen (Melleti & Meijaard, 2017). Vrouwtjes zijn 120-150 dagen drachtig en krijgen per worp meestal 3-4 jongen (Meijaard et al., 2011; Melleti & Meijaard, 2017). Dwergzwijnen hebben een bronst tussen december en maart (Melleti & Meijaard, 2017). Dwergzwijnen hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Abraham, R. (2008). A behavioural profile of captive bred pygmy hogs Porcula salvania prior to reintroduction into the wild. Thesis. Manipal: Manipal University.

Cvetnic, Z., Toncic, J., Majnaric, D., Benic, M., Albert, D., Thiébaud, M., & Garin-Bastuji, B. (2009). Brucella suis infection in domestic pigs and wild boar in Croatia. Rev. sci. tech off. int. Epiz. (28), 1057-1067.

Dahouk, S., Nöckler, K., Tomaso, H., Splettstoesser, W., Jungersen, G., Riber, U., . . . Neubauer, H. (2005). Seroprevalence of Brucellosis, Tularemia and Yersiniosis in Wild boars from North-Eastern Germany. Journal Veterinary Medicine, 444- 455.

Ebani, V., Cerri, D., Poll, A., & Andreani, E. (2003). Prevalence of Leptospira and Brucella antibodies in Wild boars in Tuscany, Italy. Journal of wildlife diseases 39 (3), 718-722.

Frädrich, H. (1974). A comparison of behaviour in the Suidae. In V. Geist, & F. Walther, Behaviour of ungulates and its relation to management. (pp. 133-143). International Union for Conservation of Nature and Natural Resources.

Martin-Hernando, M., Höfle, U., Vicente, J., Ruiz-Fons, F., Vidal, D., Barral, M., . . . Gortazar, C. (2007). Lesions associated with Mycobacterium tuberculosis complex infection in European wild boar. Tuberculosis 87, 360-367.

Meijaard, E., d'Huart, J., & Oliver, W. (2011). Porcula salvania. In D. Wilson, & R. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world, Hoofed mammals Volume 2. Lynx Edicions.

Meijaard, E., Narayan, G., & Deka, P. (2019). Porcula salvania. Opgehaald van The IUCN Red List of Threatened Species: http://dx.doi.org/10.2305/IUCN.UK.2019-3.RLTS.T21172A44139115.en

Melleti, M., & Meijaard, E. (2017). Ecology, conservation and management of wild pigs and peccaries. Cambirdge University Press.

Narayan, G., & Deka, P. (2015). Radio tracking pygmy hogs–trials of transmitter attachment methods. Solitaire 26, 19-26.

Oliver, W. (1979). Observation on the biology of the Pygmy Hog (with a footnote on the Hispid Hare). . Bombay Nat. Hist. Soc, 76, 115-142.

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer.

Sutherland-Smith, M. (2015). Suidae and Tayassuidae. In E. Miller, & M. Fowler, Fowler's Zoo and Wild Animal Medicine, Volume 8. Elsevier Health Sciences.

Bent u tevreden over deze pagina?