Edelhert

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

De fylogenie van het edelhert is onderwerp van uitvoerig taxonomisch onderzoek (Brook et al., 2017; Croitor & Obada, 2018; Kumar et al., 2016; Mattioli, 2011). Daarbij is vastgesteld dat het om ondersoorten gaat die bij deze beoordeling zijn samengenomen onder de algemene naam het edelhert (Cervus elaphus). Daaronder vallen de hieronder vermelde taxa.

Algemene informatie (Mattioli, 2011)
Familie Cervidae
Subfamilie Cervinae
Genus Cervus
Soort Cervus elaphus
Ondersoorten Cervus elaphus bactrianus (Afghaans edelhert)
Cervus elaphus barbarus (Atlashert / Noord-Afrikaans edelhert)
Cervus elaphus corsicanus (Corsicaans edelhert)
Cervus elaphus elaphus (Midden-Europees gewone edelhert)
Cervus elaphus hanglu (Kasjmir-edelhert)
Cervus elaphus maral (maral / kaukasushert)
Cervus elaphus yarkandensis (Jarkandhert)
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 180-205 cm (m), 165-180 cm (v)
  • Staart: 14-16 cm
  • Schofthoogte: 105-130 cm (m), 95-115 cm (v)
Gewicht 110-350 kg (m), 75-200 kg (v)
Dieet Herbivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Europa (m.u.v. Finland), Algerije, Tunesië, Kazachstan, Oezbekistan, Tadzjikistan, Noord-Afghanistan, Anatolië, Kaukasus, Noordwest-Iran en China (Zuid-Xinjiang). Daarnaast is het edelhert geïntroduceerd in Chili, Argentinië, Australië en Nieuw-Zeeland.
  • Habitat: Komt voornamelijk voor op grensgebieden tussen grasland en bos, maar ook in Mediterrane maquis, op alpenweides tot op 2800 m hoogte en op heidevlaktes.
Levensverwachting 17-18 jaar
IUCN-status “Least Concern” (overige ondersoorten) 
“Critically Endangered” (ondersoort hanglu)
CITES Cervus elaphus bactrianus: bijlage B
Cervus elaphus barbarus: bijlage C Algerije/Tunesië
Cervus elaphus hanglu: bijlage A

Risicoklasse F

Edelherten zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in drie risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze redenen valt het edelhert onder “risicoklasse F”.

Samenvatting beoordeling van het edelhert

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij het edelhert zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Mycobacterium bovis, Mycobacterium caprae, Coxiella burnetii en Leptospira interrogans aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade XF Bij edelherten is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor het edelhert direct onder risicoklasse F valt.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X
  • Het edelhert heeft hypsodonte gebitselementen.
  • Edelherten moeten dagelijks frequent foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Edelherten hebben een grote home range en vertonen territoriaal patrouilleer- en/of markeergedrag.
  • Edelherten gebruiken een beschutte verstopplaats.
  • Edelherten hebben een sterke vluchtreactie.
Thermoregulatie   In deze risicocategorie zijn geen risicofactoren van toepassing.
Sociaal gedrag X Edelherten hebben een lineaire en despotische dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij het edelhert zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Mycobacterium bovis (Aranaz et al., 2004), Mycobacterium caprae (Dorn-In et al., 2019), Coxiella burnetii (GonzálezBarrio et al., 2016) en Leptospira interrogans (Espí et al., 2010) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2 XF

Het edelhert weegt 110-220 kg (m) of 75-120 kg (v) buiten bronst en kan oplopen tot 350 kg (m) of 200 kg (v). Mannetjes dragen lange geweien met een volwassen lengte van 90-140 cm, een gewicht van 6-21 kg en 5-16 vertakkingen per stam. Mannetjes zijn agressief tijdens de bronst en gebruiken hun gewei als wapen. Edelherten zijn in staat ernstig letsel te veroorzaken bij de mens (Mattioli, 2011; Uvíra et al., 2019). Edelherten zijn wilde dieren en het hanteren van edelherten vereist expertise van de houder (Masters & Flach, 2015).

Gezien de grootte, morfologie en het gedrag van edelherten, kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor het edelhert direct onder risicoklasse F valt.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   Het edelhert is een mixed-feeder (Hofmann, 1989; Mattioli, 2011). Edelherten eten browse-materiaal, grassen, zaden en fruit. Grassen maken ~29% uit van het dieet, onafhankelijk van het habitat of seizoen (Gebert & Verheyden-Tixier, 2001). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2 X Het edelhert heeft hypsodonte kiezen (Damuth & Janis, 2011; Kaiser et al., 2013; Mendoza & Palmqvist, 2007; PérezBarbería et al., 2015; Petronio et al., 2011; Powers & Mead, 2019). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V3 X Edelherten besteden 7-12 uur per dag aan foerageren (Frair et al., 2005; Mattioli, 2011). Edelherten zijn herkauwende mixed-feeders met een hoge passeersnelheid in de pens, waardoor frequent foerageren noodzakelijk is (Hofmann, 1989). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van edelherten bestaat uit ongeveer 300 verschillende plantensoorten, waaronder grassen, zeggen, browsemateriaal, vruchten en zaden (Mattioli, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1 X Edelherten hebben een home range van 200-4000 ha (Mattioli, 2011). De home range wordt niet verdedigd (Mattioli, 2011). Iberische edelhertmannetjes (C. e. ibericus) en geïntroduceerde edelhertmannetjes in Argentinië hebben een home range grootte van 0,8-2,5 ha die ze intensief verdedigen tegen andere mannetjes tijdens de bronst. Onderdanige mannetjes leven om het territorium van het dominante mannetje heen, maar worden weggejaagd zodra ze het territorium betreden (Carranza et al., 1990; Smith-Flueck & Flueck, 2006). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R2 X De jongen van edelherten gebruiken een beschutte verstopplaats (Mattioli, 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3 X Edelherten hebben een sterke vluchtreactie (Biancardi & Minetti, 2012; Jayakody et al., 2008). Edelherten zijn waargenomen capture myopathy te ontwikkelen (Blumstein et al., 2015; Nuvoli et al., 2014). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R4   Edelherten gebruiken geen holen of kuilen (Mattioli, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R5   Voor edelherten zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Mattioli, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1   Het edelhert komt onder andere voor in een gematigd zeeklimaat (Mattioli, 2011; De Groot et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat edelherten gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Mattioli, 2011; Urošević et al., 2018; VerCauteren et al., 2007). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Het edelhert is jaarrond actief (Mattioli, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Edelherten hebben een polygame leefwijze (Pérez-González et al., 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X Edelhertvrouwtjes vormen familiegroepen bestaande uit een dominant ouder vrouwtje en haar nakomelingen. Er is sprake van een stabiele lineaire hiërarchie binnen de familiegroep. Tijdens de winter in open gebieden kunnen tijdelijk grotere groepen ontstaan. Tijdens de bronst monopoliseren dominante mannetjes een harem en verdedigen het tegen andere mannetjes. In deze groepseenheid heerst een despotische hiërarchie (Ceacero et al., 2018; Mattioli, 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 16 maanden geslachtsrijp en kunnen één keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn 235 dagen drachtig en krijgen per worp één jong. Edelherten hebben een paarseizoen van september t/m oktober (Mattioli, 2011). Edelherten hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Aranaz, A., de Juan, L., Montero, N., Sánchez, C., Galka, M., Delso, C., Alvarez, J., Romero, B., Bezos, J.,Vela, A. I., Briones, V., Mateos, A. & Domínguez, L. (2004). Bovine Tuberculosis (Mycobacterium bovis) in wildlife in Spain. Journal of Clinical Microbiology, 42(6), 2602-2608.

Biancardi, C. M. & Minetti, A. E. (2012). Biomechanical determinants of transverse and rotary gallop in cursorial mammals. The Journal of Experimental Biology. 215. 4144-4156.

Blumstein, D. T., Buckner, J., Shah, S., Patel, S., Alfaro, M. E. & Natterson-Horowitz, B. (2015). The evolution of capture myopathy in hooved mammals: a model for human stress cardiomyopathy? Evol Med Public Health. 2015(1). 195-203.

Brook, S. M., Thakur, M., Ranjitsinh, M. K., Donnithorne-Tait, D. & Ahmad, K. (2017). Cervus hanglu ssp. hanglu. The IUCN Red List of Threatened Species 2017. Opgehaald van IUCN: https://www.iucnredlist.org/species/113259123/113281791

Carranza, J., Alvarez, F. & Redondo, T. (1990). Territoriality as a mating strategy in red deer. Anim Behav. 40. 79-88.

Ceacero, F., Gaspar-López, E., Landete-Castillejos, T., Gallego, L. & García, A. J. (2018). Social rank affects the haematologic profile in red deer hinds. Veterinary Record. 1-6.

Croitor, R. & Obada, T. (2018). On the presence of Late Pleistocene wapiti, Cervus canadensis Erxleben, 1777 (Cervidae, Mammalia) in the Palaeolithic site Climăuți II (Moldova). Contributions to Zoology. 87(1). 1-10.

Damuth, J. & Janis, C. M. (2011). On the relationship between hypsodonty and feeding ecology in ungulate mammals, and its utility in palaeoecology. Biological Reviews. 86. 733-758.

de Groot, A., Spek, G., Bovenschen, J., Laros, I., van Meel, T., de Jong, J. F. & Jansman, H. A. (2016). Herkomst en migratie van Nederlandse edelherten en wilde zwijnen. Wageningen: Alterra Wageninger UR.

Dorn-In, S., Körner, T., Büttner, M., Hafner-Marx, A., Müller, M., Heurich, M., Varadharajan, A., Blum, H., Gareis, M. & Schwaiger, K. (2019). Shedding of Mycobacterium caprae by wild red deer (Cervus elaphus) in the Bavarian alpine regions, Germany. Transboundry and Emerging Diseases. 67. 308-317.

Espí, A., Prieto, J. M. & Alzaga, V. (2010). Leptospiral antibodies in Iberian red deer (Cervus elaphus hispanicus), fallow deer (Dama dama) and European wild boar (Sus scrofa) in Asturias, Northern Spain. The Veterinary Journal. 183. 226-227.

Frair, J. L., Merrill, E. H., Visscher, D. R., Fortin, D., Beyer, H. L. & Morales, J. M. (2005). Scales of movement by elk (Cervus elaphus) in response to heterogenity in forage resources and predation risk. Landscape Ecology. 20. 273-287.

Gebert, C. & Verheyden-Tixier, H. (2001). Variations of diet composition of Red Deer (Cervus elaphus L.) in Europe. Mammal Rev. 31(3). 189-201.

González-Barrio, D., Hagen, F., Tilburg, J. J. & Ruiz-Fons, F. (2016). Coxiella burnetii genotypes in Iberian wildlife. Microbial Ecology. 72. 890-897.

Hofmann, R. R. (1989). Evolutionary steps of ecophysiological adaptation and diversification of ruminants: a comparative view of their digestive system. Oecologia. 78. 443-457.

Hopster, H. (2019). Toetsingskader domesticatie en beoordeling 30 diersoorten. Wageningen: Wageningen University.

Jayakody, S., Sibbald, A. M., Gordon, I. J. & Lambin, X. (2008). Red deer Cervus elaphus vigilance behaviour differs with habitat and type of human disturbance. Wildlife Biology. 14. 81-91.

Kaiser, T. M., Müller, D. W., Fortelius, M., Schulz, E., Codron, D. & Clauss, M. (2013). Hypsodonty and tooth facet development in relation to diet and habitat in herbivorous ungulates: implications for understanding tooth wear. Mammal Review. 43(1). 34-46.

Kumar, V. P., Thakur, M., Rajpoot, A., Joshi, B. D., Nigam, P., Ahmad, K., Kumar, D. & Goyal, S. P. (2017). Resolving the phylogenetic status and taxonomic relationships of the Hangul (Cervus elaphus hanglu) in the family Cervidae. DNA Mapping, Sequencing, and Analysis. 28(6). 835-842.

Masters, N. J. & Flach, E. (2015). Chapter 62 - Tragulidae, Moschidae, and Cervidae. In E. Miller, & M. Fowler, Fowler's Zoo and Wild Animal Medicine, Volume 8 (pp. 611-625). Columbia en Davis: Saunders.

Mattioli, S. (2011). Family Cervidae. In D. E. Wilson, & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world (Vol. 2, pp. 350 - 443). Barcelona: Lynx Edicions.

Mendoza, M. & Palmqvist, P. (2007). Hypsodonty in ungulates: an adaptation for grass consumption or for foraging in open habitat? Journal of Zoology. 274. 134-142.

Nuvoli, S., Burrai, G. P., Secci, F., Columbano, N., Careddu, G. M., Mandas, L., Sanna, M. A., Pirino, S. & Antuofermo, E. (2014). Capture myopathy in a corsican red deer Cervus elaphus corsicanus (Ungulata: Cervidae). Italian Journal of Zoology. 81(3). 457-462.

Pérez-Barbería, F. J., Carranza, J. & Sánchez-Prieto, C. (2015). Wear Fast, Die Young: More Worn Teeth and Shorter Lives in Iberian Compared to Scottish Red Deer. PLoS ONE. 10(8). e0134788.

Pérez-González, J., Mateos, C. & Carranza, J. (2009). Polygyny can increase rather than decrease genetic diversity contributed by males relative to females: evidence from red deer. Molecular Ecology. 18. 1591-1600.

Petronio, C., Bellucci, L., Martiinetto, E., Pandolfi, L. & Salari, L. (2011). Biochronology and palaeoenvironmental changes from the Middle Pliocene to the Late Pleistocene in Central Italy. Geodiversitas. 33(3). 485-517.

Powers, P. M. & Mead, A. J. (2019). Dental and Mandibular Anomalies in White-tailed Deer (Odocoileus virginianus) from Central Georgia. Georgia Journal of Science. 77(2). 1-11.

Smith-Flueck, J. M. & Flueck, W. T. (2006). Defense of territories by rutting red deer stags, Cervus elaphus, in Patagonia, Argentina. In Ludek Bartos, Adam Dusek, Radim Kotrba & Jitka Bartosova-Vichova, Advances in Deer Biology. Deer in a Changing World (pp.174-178). Praha: Research Institute of Animal Production.

Urošević, M. I., Esattore, B., Saggiomo, L., Ristić, Z. A. & Stojanac, N. (2018). Animal Welfare Standards in Red Deer (Cervus elaphus) Farming. Archives of Veterinary Medicine. 11(2). 11-20.

Uvíra, M., Marecová, K., Dokoupil, M., Dvořáček, I. & Handlos, P. (2019). Fatal deer attack in a rutting season. Forensic Science, Medicine and Pathology. 15. 93-96.

VerCauteren, K., Burke, P. W., Phillips, G. E., Fischer, J. W., Seward, N. W., Wunder, B. A. & Lavelle, M. J. (2007). Elk Use of Wallows and Potential Chronic Wasting Disease Transmission. Journal of Wildlife Diseases. 43(4). 784-788.

Bent u tevreden over deze pagina?