Europese dwergmuis

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Denys et al., 2017)
Familie Muridae
Subfamilie Murinae
Genus Micromys
Soort Micromys minutus
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 48-80 mm
  • Staart: 39-72 mm
Gewicht 4-11 g
Dieet Omnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Van Noord-Spanje en Oost-Brittannië door Europa, Rusland, en Kazachstan tot Noord-Mongolië, China, Korea, Japan, Noordoost-India, Myanmar, Laos, en Vietnam.
  • Habitat: Laaglanden, met riet of graanvelden, en heggen om dit landschap heen.
Levensverwachting 1 jaar
IUCN-status “Least Concern”
CITES Niet vermeld

Risicoklasse F

Bij de Europese dwergmuis zijn zeer hoog-risico zoönotische pathogenen aangetoond. Daarnaast zijn in drie risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze reden valt de Europese dwergmuis onder “risicoklasse F”. 

Samenvatting beoordeling van de Europese dwergmuis

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF).

Gezondheid mens
Risicocategorie Fok Wildvang Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) XF (zeer hoog risico) Bij de Europese dwergmuis zijn de zeer hoog-risico zoönotische pathogenen Leptospira spp. en hantaanvirus aangetoond, waardoor de Europese dwergmuis alleen in geval van wildvang direct onder risicoklasse F valt. Daarnaast zijn er bij sympatrische en aanverwante Murinae de (zeer) hoog-risico zoönotische pathogenen Mycobacterium microti, Dobrava-Belgrade virus, Puumala virus, Seoul virus, rabiësvirus, CrimeanCongo hemorrhagic fever virus, tick-borne encephalitis virus, Anaplasma phagocytophilum, Coxiella burnetii, Francisella tularensis, en Yersinia pestis aangetoond.
Letselschade     De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X Europese dwergmuizen moeten dagelijks langdurig foerageren.
 
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Europese dwergmuizen gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Europese dwergmuizen hebben hoogte elementen nodig. 
Thermoregulatie   In deze risicocategorie zijn geen risicofactoren van toepassing.
Sociaal gedrag X Europese dwergmuizen hebben een grote kans op overbevolking.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Fok Wildvang Toelichting
LG1 ! (signalerend) XF (zeer hoog risico) Bij de Europese dwergmuis is het zeer hoog-risico zoönotische pathogeen Leptospira spp. (Ivanov, 1970) en hantaanvirus (Klein et al., 2015) aangetoond, waardoor de Europese dwergmuis alleen in geval van wildvang direct onder risicoklasse F valt. Daarnaast zijn er bij sympatrische en aanverwante Murinae de (zeer) hoog-risico zoönotische pathogenen Influenza A (Cummings et al., 2019), Mycobacterium microti (Cavanagh et al., 2002), DobravaBelgrade virus (Antoine et al., 2020; Weidmann et al., 2005), Puumala virus (Heyman et al., 2009), Seoul virus (McCaughey et al., 1996), rabiësvirus (Lei et al., 2009), Crimean-Congo hemorrhagic fever virus (Földes et al., 2019), tick-borne encephalitis virus (Knap et al., 2012), Anaplasma phagocytophilum (Chastagner et al., 2016; Matei et al., 2018), Coxiella burnetii (Barandika et al., 2007; Yadav et al., 1979), Francisella tularensis (Dobay et al., 2015; Gurycová, 1998; Gurycová et al., 2001), Streptobacillus moniliformis
(Elliott, 2007) en Yersinia pestis (Malek et al., 2015; Mostafavi et al., 2018) aangetoond.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van de grootte, morfologie en het gedrag van Europese dwergmuizen is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De Europese dwergmuis is een omnivoor (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2   De Europese dwergmuis heeft geen hypsodonte gebitselementen (Denys et al., 2017; Lacher et al., 2016; Trout, 1978b). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3 X Europese dwergmuizen besteden gemiddeld 44% van hun tijd aan foerageren (Urbani & Youlatos, 2013). Europese dwergmuizen hebben een verlengd caecum en zijn fysiologisch aangepast aan een grotendeels plantaardig dieet (Butet & Delettre, 2011; Denys et al., 2017; Okutsu et al., 2012). Europese dwergmuizen doen aan coprofagie om het plantaardige materiaal optimaal te verteren (Landry Jr., 1970). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van Europese dwergmuizen bestaat uit zaden, vruchten, wortels, mossen, en ander plantmateriaal, schimmels, insecten, eieren en kleine hoeveelheden invertebraten (Denys et al., 2017; Kryštufek et al., 2019). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Europese dwergmuizen hebben home ranges van 350-400 m2 (Denys et al., 2017). Er is sprake van overlap tussen territoria (Trout, 1978b). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R2 X Europese dwergmuizen gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen en als dagrustplaats (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3   Bij gevaar blijven Europese dwergmuizen eerst stilstaan, voordat zij wegvluchten via de vegetatie (Trout, 1978a). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4   Europese dwergmuizen gebruiken nesten gemaakt in het riet, graan, of in heggen en struiken (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R5 X Europese dwergmuizen leven in een habitat met hoogte elementen, zoals rietstengels of struiken, waar zij in klimmen om hun nesten in te maken (Denys et al., 2017). Europese dwergmuizen zijn aangepast om te klimmen, met een licht tegenstelbare duim en een staart waar ze mee kunnen grijpen (Trout, 1978a). Deze risicofactor is daarom van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1   De Europese dwergmuis komt onder andere voor in een gematigd zeeklimaat (Denys et al., 2017; Kryštufek et al., 2019; Schultz, 2005). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T2   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het gebruik van zoel-, koel-, of opwarmplaatsen. Het gebruik hiervan wordt ook niet aannemelijk geacht omdat Europese dwergmuizen nachtdieren zijn (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Europese dwergmuizen zijn jaarrond actief (Trout, 1978a). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Europese dwergmuizen hebben een solitaire leefwijze (Brandt & Macdonald, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2   Europese dwergmuizen leven solitair met overlappende home ranges. Vrouwtjes zijn altijd dominant over mannetjes. Er is sprake van een despotische dominantiehiërarchie (Brandt & Macdonald, 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 6-7 weken oud geslachtsrijp en zijn polyoestrus met een cyclische oestrus van 4-5 dagen, maar hebben ook een postpartum oestrus. Vrouwtjes zijn 17-19 dagen drachtig en krijgen per worp tot 12 jongen, maar afhankelijk van de regio gemiddeld 4,8-5,3 jongen (Denys et al., 2017; Ishiwaka et al., 2019). Europese dwergmuizen hebben een paarseizoen tijdens de lente en zomer (Denys et al., 2017). Europese dwergmuizen hebben een grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

Verwijzingen

Antoine, M., Langlois, M., Bres, E., Rabeyrin, M., Reynes, J.-M. & Deeb, A. (2020). Imported haemorrhagic fever with renal syndrome caused by Dobrava-Belgrade hantavirus in France. Clinical Kidney Journal. 1-3.

Barandika, J. F., Hurtado, A., García-Esteban, C., Gil, H., Escudero, R., Barral, M., Jado, I., Juste, R. A., Anda, P. & García-Pérez, A. L. (2007). Tick-Borne Zoonotic Bacteria in Wild and Domestic Small Mammals in Northern Spain. Applied and Environmental Microbiology. 73(19). 6166-6171.

Brandt, R. & Macdonald, D. (2011). To know him is to love him? Familiarity and female preference in the harvest mouse, Micromys minutus. Animal Behaviour. 82(2). 353-358.

Butet, A. & Delettre, Y. R. (2011). Diet differentiation between European arvicoline and murine rodents. Acta Theriol. 56. 297-304.

Cavanagh, R., Begon, M., Bennett, M., Ergon, T., Graham, I. M., de Haas, P. E. W., Hart, C. A., Koedam, M., Kremer, K., Lambin, X., Roholl, P. & van Soolingen, D. (2002). Mycobacterium microti Infection (Vole Tuberculosis) in Wild Rodent Populations. Journal of Clinical Microbiology. 40(9). 3281-3285.

Chastagner, A., Moinet, M., Perez, G., Roy, E., Mccoy, K. D., Plantard, O., Agoulon, A., Bastian, S., Butet, A., Rantier, Y., Verheyden, H., Cèbe, N., Leblond, A. & Vourc’h, G. (2016). Prevalence of Anaplasma phagocytophilum in small rodents in France. Ticks and Tick-borne Diseases. 7(5). 988-991.

Cummings, C., Hill, N., Puryear, W., Rogers, B., Mukherjee, J., Leibler, J. & Runstadler, J. (2019). Evidence of Influenza A in Wild Norway Rats (Rattus norvegicus) in Boston. Frontiers in Ecology and Evolution. 7(36). 1-9.

Denys, C., Taylor, P., Burgin, C., Aplin, K., Fabre, P.-H., Haslauer, R., . . . Menzies, J. (2017). Family MURIDAE (TRUE MICE AND RATS, GERBILS AND RELATIVES). In D. Wilson, T. Lacher Jr. & R. Mittermeier, Handbook of the Mammals of the World. Vol. 7. Rodents II (pp. 536-886). Barcelona: Lynx Edicions.

Dobay, A., Pilo, P., Lindholm, A., Origgi, F., Bagheri, H. & König, B. (2015). Dynamics of a Tularemia Outbreak in a Closely Monitored Free-Roaming Population of Wild House Mice. PLoS One. 10(11).

Elliott, S. (2007). Rat bite fever and Streptobacillus moniliformis. Clinical Microbiology Reviews. 20(1). 13-22.
 

Földes, F., Madai, M., Németh, V., Zana, B., Papp, H., Kemenesi, G., Bock-Marquette, I., Horváth, G., Herczeg, R. & Jakab, F. (2019). Serologic survey of the Crimean-Congo haemorrhagic fever virus infection among wild rodents in Hungary. Ticks and Tick-Borne Diseases. 10(6). 101258.

Gurycová, D. (1998). First Isolation of Francisella tularensis subsp. tularensis in Europe. European Journal of Epidemiology. 14. 797-802.

Gurycová, D., Výrosteková, V., Khanakah, G., Kocianová, E. & Stanek, G. (2001). Importance of surveillance of tylaremia natural foci in the known endmeic area of Central Europe, 1991-1997. Wiener Klinische Wochenschrift. 113(11-12). 433-438.

Heyman, P., van Mele, R., Smajlovic, L., Dobly, A., Cochez, C. & Vandenvelde, C. (2009). Association between Habitat and Prevalence of Hantavirus Infections in Bank Voles (Myodes glareolus) and Wood Mice (Apodemus sylvaticus). Vector-Borne and Zoonotic Diseases. 9(2). 141-146.

Ishiwaka, R., Kakihara, H. & Masuda, Y. (2019). Characteristics of pregnancy following mating in three types of estrus in the captive harvest mouse (Micromys minutus). Mammal Study. 44. 253-259.

Ivanov, I. (1970). Double leptospira-carrying in a single individual of Micromys minutus. Folia Medica. 12(4). 280-282.

Klein, T., Kim, H.-C., Chong, S.-T., Kim, J.-A., Lee, S.-Y., Kim, W.-K., Nunn, P. V. & Song, J.-W. (2015). Hantaan Virus Surveillance Targeting Small Mammals at Nightmare Range, a High Elevation Military Training Area, Gyeonggi Province, Republic of Korea. PLoS One. 10(4). e0118483.

Knap, N., Korva, M., Dolinsek, V., Sekirnik, M., Trilar, T. & Avsic-Zupanc, T. (2012). Patterns of TickBorne Encephalitis Virus Infection in Rodents in Slovenia. Vector-Borne and Zoonotic Diseases. 12(3). 236-242.

Kryštufek, B., Lunde, D., Meinig, H., Aplin, K., Batsaikhan, N. & Henttonen, H. (2019). Micromys minutus. The IUCN Red List of Threatened Species 2016. Opgehaald van IUCN: doi:10.2305/IUCN.UK.2019-1.RLTS.T13373A119151882.en

Lacher Jr., T., Murphy, W., Rogan, J., Smith, A. & Upham, N. (2016). Evolution, phylogeny, ecology and conservation of the Clade Glires: Lagomorpha and Rodentia. In D. Wilson, T. Lacher Jr. & R. Mittermeier, Handbook of the Mammals of the World. Vol. 6. Lagomorphs and Rodents I (pp. 15-28). Barcelona: Lynx Edicions.

Landry Jr., S. O. (1970). The Rodentia as Omnivores. The Quarterly Review of Biology. 45(4). 351-372.

Lei, Y., Wang, X., Li, H., Chen, X., Ye, B., Liu, F., Lan, J., Ye, X., Mei, J. & Tang, Q. (2009). New animal hosts of rabies virus in mountain areas in Zhejiang province. Zhonghua Liuxingbingxue Zazhi. 30(4). 344-347.

Malek, M., Hammani, A., Beneldjouzi, A. & Bitam, I. (2015). Enzootic plague foci, Algeria. New Microbes and New Infections. 4(C). 13-16.

Matei, I. A., D'Amico, G., Ionică, A. M., Kalmár, Z., Corduneanu, A., Sándor, A. D., Fiţ, N., Bogdan, L., Gherman, C. M. & Mihalca, A. D. (2018). New records for Anaplasma phagocytophilum infection in small mammal species. Parasites & Vectors. 11(193).

McCaughey, C., Montgomery, W., Twomey, N., Addley, M., O'neill, H. & Coyle, P. (1996). Evidence of hantavirus in wild rodents in Northern Ireland. Epidemiology and Infection. 117. 361-365.

Mostafavi, E., Ghasemi, A., Rohani, M., Molaeipoor, L., Esmaeili, S., Mohammadi, Z., Mahmoudi, A., Aliabadian, M. & Johansson, A. (2018). Molecular Survey of Tularemia and Plague in Small Mammals From Iran. Frontiers in Cellular and Infection Microbiology. 8(215).

Okutsu, K., Takatsuki, S. & Ishiwaka, R. (2012). Food composition of the harvest mouse (Micromys minutus) in a western suburb of Tokyo, Japan, with reference to frugivory and insectivory. Mammal Study. 37. 155-158.

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer.

Trout, R. (1978a). A review of studies on captive Harvest mice (Micromys minutus (Pallas)). Mammal Review. 8(4). 159-175.

Trout, R. (1978b). A review of studies on populations of wild Harvest mice (Micromys minutus (Pallas)). Mammal Review. 8(4). 143-158.

Urbani, B. & Youlatos, D. (2013). Positional behavior and substrate use of Micromys minutus (Rodentia: Muridae): Insights for understanding primate origins. Journal of Human Evolution. 64. 130-136.

Weidmann, M., Schmidt, P., Vackova, M., Krivanec, K., Munclinger, P. & Hufert, F. (2005). Identification of Genetic Evidence for Dobrava Virus Spillover in Rodents by Nested Reverse Transcription (RT)-PCR and TaqMan RT-PCR. Journal of Clinical Microbiology. 43(2). 808-812.

Yadav, M., Rarotra, J. & Sethi, M. (1979). The Occurrence of Coxiellosis among Rodents and Shrews in the Tarai Area of Uttar Pradesh. Journal of Wildlife Diseases. 15(1). 11-14

Bent u tevreden over deze pagina?